Voedingsleer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De voedingsleer omvat zowel de kennis van de voedingswaarde (het gehalte aan nuttige voedingsstoffen) van verschillende soorten voedingsmiddelen, als de kennis van de menselijke stofwisseling, na voedselinname, op het niveau van de weefsels (fysiologisch), de cellen (biologisch) en de biomoleculen en mineralen (biochemisch).

Voedingsstoffen[bewerken | brontekst bewerken]

De voedingsleer onderscheidt verschillende elementaire voedingsstoffen, die van dierlijke of plantaardige oorsprong kunnen zijn:

Gezondheid[bewerken | brontekst bewerken]

In de voedingsleer let men niet alleen op (on)evenwichtige voeding (denk aan de Schijf van Vijf) maar ook aan de totale hoeveelheid energie die iemand binnenkrijgt. Diëtisten en gewichtsconsulenten zijn speciaal opgeleid om iemands voedingspatroon onder de loep te nemen, en advies te geven waar nodig. In de praktijk worden met name mensen met overgewicht, diabetes of voedselallergieën begeleid. Ook apothekers en artsen hebben enige kennis van gezonde voeding.

Wat volledige, gezonde voeding is hangt onder andere af van de volgende factoren:

  • geslacht
  • leeftijd
  • dagbesteding (iemand in de bouw heeft meer energie nodig dan iemand op kantoor)
  • allergieën
  • gezondheidsstatus (denk aan de ziekte van Crohn of bijvoorbeeld diarree)

Ook heeft voeding invloed op de mentale gezondheid.

Zuren en basen[bewerken | brontekst bewerken]

In de wereld omtrent natuurvoeding wordt onder andere uitgegaan van een balans tussen base en zuur in een lichaam, en daarmee een evenwicht tussen zuurvormend en basischvormend voedsel. Tot zeer basische voedingsmiddelen behoren grofweg vele groenten, kraanwater, kruidenthee - tegenover zeer verzurende onder meer: zoetstoffen, en grofweg bewerkte voedingsmiddelen, kant-en-klare voeding, en verpakt of ingeblikt voedsel.[1]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]