Voedselschandaal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een voedselschandaal is een kwestie die ontstaat door ongepast, onhygiënisch of crimineel gedrag waardoor de voedselveiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt. In 1893 werd in Nederland de Keuringsdienst van Waren opgericht om ziekmakende producten en vervuild water of melk van markten te weren. Tegenwoordig wordt het toezicht op de voedselveiligheid in Nederland uitgeoefend door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Haar Belgische tegenhangster is het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). In het onderstaande overzicht zijn bekende voedselschandalen opgenomen.

Overzicht[bewerken]

Jaar Schandaal
2018 In België kregen in mei 2018 honderden kinderen uit tientallen scholen uit Oost- en West-Vlaanderen een salmonellavergiftiging nadat ze op school lasagne hadden gegeten van eenzelfde traiteur.[1][2]
2018 In België blijkt slachthuis Veviba fraude te plegen met vlees door de houdbaarheidsdata te vervalsen en vlees niet geschikt voor consumptie toch in vleesproducten te verwerken.
2017 Kippeneieren in meerdere Europese landen bevatte op grote schaal de schadelijke insecticide fipronil in wat al snel de fipronilcrisis werd genoemd.
2013 In Nederland blijkt op grote schaal paardenvlees vermengd te zijn met rundvlees, zodat het als duurder vlees verkocht kan worden.
2008 In China blijkt op grote schaal melamine vermengd te zijn met melk om het aanlengen met water te verhullen. Tienduizenden kinderen worden ziek.
2005 In Duitsland worden honderden tonnen bedorven vlees aangetroffen in meerder koelhuizen
1999 In België komt met dioxine vervuilde minerale olie in de voedselketen terechtkomt: dit leidt tot de dioxinecrisis.
1995 De BSE-crisis houdt Europa jaren in haar greep nadat blijkt dat BSE bij mensen de ziekte van Creutzfeldt-Jakob kan veroorzaken.
1995 Na beëindiging van het olie-voor-voedselprogramma bleek dat miljoenen dollars waren verdwenen in de zakken van het Iraakse regime en bedrijven die belast waren met de uitvoering van het programma.
1985 Oostenrijkse wijnboeren voegen ethyleenglycol toe aan wijn om deze hoger geclassificeerd te krijgen.
1980 In december 1980 werden diverse mensen ziek na het eten van diepvriesnasi en diepvriesspinazie die was verontreinigd met nitriet uit het koelsysteem van de Iglo-bestelwagens. Ten minste twee van hen zijn hieraan overleden.[3]
1970 Vermeend exploderende flessen van het frisdrankmerk Exota zijn aanleiding voor de tv-ombudsman hier een uitzending aan te wijden. Een jarenlange juridische strijd en faillissement van Exota volgt.
1960 In Nederland overlijden 4 mensen als gevolg van een "anti-spat emulgator" die in Plantamargarine is toegevoegd. Planta verdwijnt uiteindelijk van de Nederlandse markt.
1938 In de Verenigde Staten overlijden honderden kinderen vanwege de toevoeging van de zoetstof di-ethyleenglycol aan voeding.