Voeg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Voegwerk in metselwerk in doorsnede getoond

Een voeg is de naad of overgang tussen twee verschillende of gelijke materialen bijvoorbeeld bakstenen, tegels en planken.

Bij metselwerk onderscheidt men een stootvoeg of verticale voeg en een lintvoeg of horizontale voeg. De voegen in een muur of wand bestaan uit uitgeharde specie, die de stenen met elkaar verbindt. Indien voor de verharding van de specie cement wordt gebruikt wordt wel gesproken van cementvoeg. Bij 'oude' gebouwen komen kalkvoegen voor, die elastischer zijn dan de genoemde cementvoegen.

De voegvulling bij wandtegels en vloertegels wordt meestal gemaakt van speciaal daarvoor gemaakte voegvuller die een dichtende werking heeft.

Een voegvulling in de bestrating bevat vaak zand. Een voeg in houtwerk kan "koud op elkaar" gemaakt worden (met of zonder lijm), maar ook met veer en groef, zodat het hout kan blijven werken (uitzetten en krimpen) zonder dat er schade optreedt aan de constructie.

Verder vormt een voeg in een constructie een verbinding of afdichting tussen twee onderdelen van een constructie die om technische redenen niet met elkaar verbonden mogen worden.

Hier onderscheidt men de dilatatievoeg, die mogelijke differentiële zettingen van de verschillende constructie-onderdelen kan opnemen, en de thermische voeg, die de thermische uitzetting van de constructie bij temperatuursschommelingen kan opnemen. Bruggen zijn aan één zijde altijd met een dergelijke voeg uitgerust, wat (meestal) hoorbaar is wanneer men over de brug rijdt.

Zie ook[bewerken]