Voegloos spoor

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Thermietlassen van spoorrails.
Een las in voegloos spoor

Voegloos spoor is een spoorconstructie waarbij spoorstaven niet onderling worden verbonden met lasplaten (voegenspoor), maar aan elkaar worden gelast.

Geschiedenis[bewerken]

Vanaf aanleg van de eerste spoorwegen bestond een spoor uit dwarsliggers waarop relatief korte stukken spoorstaaf werden bevestigd. Deze stukken spoorstaaf werden onderling verbonden met behulp van lasplaten. Bij de montage van spoorstaven liet men tussen de spoorstaafeinden een voeg open. De stalen spoorstaven krimpen bij koud weer en zetten bij warmte uit. De voegen dienden om deze lengteverandering te kunnen opvangen zodat er geen spanning in de spoorstaaf ontstond. Nadelen van het hebben van voegen waren een slecht reizigerscomfort, slijtage van de wielbanden, veel onderhoud aan de voegen en een grote geluidsproductie.

Vanaf 1950 en op grote schaal in de jaren zeventig en tachtig, werd het door een betere spoorconstructie mogelijk de voegen achterwege te laten als er aan een aantal randvoorwaarden werd voldaan. Zo ontstond voegloos spoor. Bij voegloos spoor wordt voorkomen dat de spoorstaven in lengte veranderen door de temperatuurspanningen op te laten nemen door de gehele spoorconstructie (spoorstaaf, bevestiging, dwarsliggers en ballastbed). In Nederland is 70% van het totale spoor inmiddels voegloos.

Onderhoud[bewerken]

Door middel van regelmatig onderhoud wordt het spoor in conditie gehouden en door middel van inspecties en metingen wordt de veilige berijdbaarheid gewaarborgd. Werkzaamheden waarbij het beheersen van spanningen in spoorstaven bijzondere aandacht vraagt zijn het vervangen van stukken spoor en werkzaamheden aan het ballastbed.

  • Bij het vervangen van stukken spoor in de spoorbaan wordt de spanning in de spoorstaven volgens voorschriften op de juiste waarde gebracht. Het spoor wordt volgens de procedure voegloos gemaakt, waardoor bij 25°C de spanning in het spoor neutraal moet zijn.
  • Het verstoren van het ballastbed door werkzaamheden heeft een grote invloed op de vaste ligging van het spoor. Wanneer het ballastbed wordt verstoord, daalt de zijdelingse weerstand. Deze zijdelingse weerstand is nodig om de spanningen in het spoor op te vangen. Om de zijdelingse weerstand te herstellen worden maatregelen getroffen, zoals stabiliseren (vast trillen) of verdichten van het ballastbed.

Als het niet mogelijk is het ballastbed te stabiliseren, kan gekozen worden voor een tijdelijke snelheidsbeperking om het risico op een ontsporing te verkleinen.

Risico op spoorspatting[bewerken]

Indien de weerstand van het ballastbed onvoldoende is, kan op warme zomerse dagen spoorspatting optreden in voegloos spoor. Spoorspatting is een vorm van knik die optreedt door grote temperatuurspanningen in de spoorstaven, indien deze onvoldoende zijn gestabiliseerd. Onder invloed van warmte wil het staal in de spoorstaven zich uitzetten. Door het ontbreken van voegen is er echter in de lengterichting geen mogelijkheid meer voor het staal om uit te zetten. De drukspanningen in lengterichting die hiervan het gevolg zijn, kunnen slechts worden beheerst bij een voldoende zijdelingse weerstand.

Referenties