Volksbevrijdingsleger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Volksbevrijdingsleger
Naam (taalvarianten)
Traditioneel 中國人民解放軍
Vereenvoudigd 中国人民解放军
Hanyu pinyin Zhōnggúo Rénmín Jiěfàng Jūn
Standaardkantonees Chong Kwôk Yan Man Gǎai Fôong Kwan
Yale (Standaardkantonees) jung1 gwok3 yan4 man4 gaai2 fong3 gwan1
Andere benamingen Jiefangjun 解放军/解放軍 (Volksbevrijdingsleger)
vlag van het volksbevrijdingsleger
embleem van het volksbevrijdingsleger

Het Chinese Volksbevrijdingsleger is het leger van de Volksrepubliek China. Het is het grootste leger ter wereld en heeft een marine, een luchtmacht en strategische nucleaire krachten.

Het Volksbevrijdingsleger werd opgericht op 1 augustus 1927, als militaire tak van de communistische partij in China en werd het Rode Leger genoemd tot juni 1946.

Grote oorlogen en gebeurtenissen[bewerken]

Organisatie[bewerken]

Het Chinese Volksbevrijdingsleger wordt bestuurd door de Communistische partij van China. Het Volksbevrijdingsleger legt verantwoording af aan twee Centrale Militaire Commissies (CMC), waarvan er een aan de staat toebehoort en de andere onder leiding staat van de Partij. In de praktijk is de samenstelling van deze Commissies hetzelfde. De samenstelling van deze commissies verschilt slechts een paar maanden in de vijf jaar, de periode gedurende tussen een Partijcongres en het Nationale Volkscongres.

In december 1982 is deze maatregel door het Nationale Volkscongres herzien, om er zo zeker van de zijn dat de Centrale Militaire Commissie van de staat alle gewapende troepen onder controle heeft en niemand een privélegertje kan gaan vormen. Daardoor zijn het ook de troepen van de staat, zoals in de begintijd van de communistische partij, toen die een militaire tak oprichtte. Het werd pas het officiële leger van China nadat de Volksrepubliek van China was opgericht door de Communistische partij.

De voorzitter en vicevoorzitter van de CMC zijn ook lid van de Communistische partij, maar zijn niet noodzakelijk ook hoofd van een civiele regering.

De onderdelen van het hoofdkwartier van het Volksbevrijdingsleger zijn de Algemene Stafafdeling (de Generale Staf), de Algemene Politieke Afdeling, de Algemene Logistieke Afdeling en de Algemene Bewapeningsafdeling. De naam van laatstgenoemde afdeling wordt overigens ook wel eens vertaald als Algemene Uitrustingsafdeling.

De Algemene Politieke Afdeling gebruikt een systeem van politieke commissarissen. Deze commissarissen worden gebruikt door de overheid om een bepaalde legereenheid te overzien, en om in de gaten te houden of deze eenheid en/of zijn officieren wel trouw blijven aan het regime. Volgens de grondwet van de Volksrepubliek China die in 1954 is opgesteld, leidt de leider van China het leger en is hij hoofd van de Commissie Defensie. Deze commissie is echter een groep adviseurs, die niets over het leger te zeggen hebben.

De lucht- en zeemacht werden een aantal jaar later geformeerd dan de landstrijdkrachten. De organisatiestructuur van de luchtmacht is op 11 november 1949 ingesteld, die van de marine volgde in april 1950. Daarnaast zijn in 1950 ook de organisatiestructuren van de artillerie, gemechaniseerde troepen, luchtverdedigingstroepen en algemene veiligheidstroepen officieel gemaakt. Later volgden ook nog de organisaties van andere strijdmachtonderdelen, zoals de chemische oorlogsvoeringverdediging [fang huaxue bing], de “spoortroepen” [tielu bing], de verbindings- en communicatietroepen en de secundaire artillerie [di er paobing]. De leiding over elk type van militaire organisatie is in handen van het desbetreffende deel van de CMC van de Chinese communistische partij. Omdat de oorlogsvoering tegenwoordig steeds snellere besluitvorming vereist, zijn in 1982 de verschillende afdelingen van de CMC die de leiding hadden over de luchtmacht, marine en secundaire artillerie opgeheven, en is de leiding hiervan naar het Volksbevrijdingsleger gegaan.

Structuur[bewerken]

De zeven militaire regio's

Het Volksbevrijdingsleger (in het Engels People’s Liberation Army (PLA)) is het grootste landleger in de wereld, met 1,6 miljoen militairen, wat ongeveer 70% is van de 2,3 miljoen personen die bij het PLA werken. Deze grondtroepen zijn verdeeld over zeven militaire regio's.

De reguliere troepen van de landmacht bestaan uit 18 legergroepen. Dit zijn grote groepen met tussen de 30.00 en 65.000 man personeel. Volgens het International Institute for Strategic Studies, een Brits onderzoeksinstituut, zijn in deze 18 legergroepen onder andere 9 gepantserde divisies, 3 gemechaniseerde infanteriedivisies, 24 gemotoriseerde infanteriedivisies, 15 infanteriedivisies, twee amfibische aanvalsdivisies, een gemechaniseerde infanteriebrigade, 22 gemotoriseerde infanteriebrigades, 12 gepantserde brigades, 7 artilleriedivisies, 14 artilleriebrigades en 19 luchtdoelgeschut brigades. Daarnaast zijn er nog 3 luchtdivisies, die door de luchtmacht georganiseerd en ingezet worden. In crisistijden kan het PLA ongeveer 1,2 tot 1,5 miljoen personeel extra in het veld brengen, verdeeld over 30 infanteriedivisies en twaalf luchtdoelartilleriedivisies (AAA). Daarnaast is er ongeveer 1,1 miljoen man personeel in dienst van de Gewapende Volkspolitie, die onder andere grensbewaking en –beveiliging tot taak heeft. De Gewapende Volkspolitie bestaat uit 14 mobiele divisies, 31 interne veiligheidskorpsen en 14 grensveiligheidskorpsen. De gepantserde gevechtseenheden die voorheen bekend waren als tankdivisies en –brigades heten tegenwoordig gepantserde divisies en –brigades, dit omdat deze naam meer de gemengde samenstelling van de eenheden weergeeft. Hoewel veel personeel van de grondtroepen de laatste jaren uit dienst is gezet, zijn de technologische aspecten van een oorlog belangrijker geworden. Zo heeft het PLA sinds een paar jaar Special operations forces, meer luchtvervoer (helikopters) en luchtdoelraketten gekregen. Daarnaast is ook het arsenaal voor elektronische oorlogvoering uitgebreid. Daarnaast is ook het verouderde telefoon/radio communicatiesysteem vervangen door local/wide-area networks (LAN/WAN), satellietcommunicatie, UAV’s (unmanned aerial vehicle, vliegende robotverkenners) en mobiele commandocentra.

Sinds de Golfoorlog (1990-1991) let het PLA ook erg op de verrichtingen van onder andere het leger van de Verenigde Staten in Afghanistan en Irak. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe doctrine, die onder andere inhoudt dat de modernisering van de bewapening versneld wordt, alsmede tot onderzoek naar tactieken voor het winnen van een oorlog met meer nadruk op technologisch geavanceerde wapens dan op grote hoeveelheden manschappen en materieel.

Voorwaarden dienstplicht[bewerken]

Vrouwelijke Volksbevrijdingslegersoldaat, midden jaren 70
J-20
Type 052C destroyer
Changhe Z-10

In theorie heeft elke inwoner van de Volksrepubliek China de plicht om in militaire dienst te gaan. In de praktijk is dit op vrijwillige basis; het principe is ongeveer als in Nederland. De persoon wordt wel ingeschreven, maar niet opgeroepen. Zo is deze informatie en dus ook de betreffende personen snel op te roepen in crisistijd. De dienstplicht is dus net als in Nederland opgeschort. De uitzondering op de regel zijn potentiële universiteitsstudenten. Zij zijn dan wel verplicht om militaire training te ondergaan, meestal voor de duur van een week of langer, een jaar nadat hun studietijd is begonnen.

Geschiedenis[bewerken]

Oprichting en evolutie[bewerken]

De totstandkoming van het PLA begint in 1927 met de start van de Chinese Burgeroorlog, en is nu uitgegroeid van een guerrillabeweging tot het grootste leger in de wereld.

Het PLA is begonnen met communisten, dieven en bandieten, gedeserteerde soldaten uit het leger van de Kwomintang, arbeiders en boeren. Deze divisies van Chinese arbeiders en boeren werden vernoemd naar historische gebeurtenissen. Als ze bijvoorbeeld een leger van de Kwomintang hadden verslagen, werd dit in de naam opgenomen. Ten tijde van de Lange Mars, waren vele kleine legereenheden gefuseerd tot drie groepen, het Eerste Rode Leger, het Tweede Rode Leger en het Vierde Rode Leger. Het Eerste Rode Leger werd gevormd uit de eerste, derde en vijfde legergroep in Zuid-Kiangsi. Het Tweede Rode Leger werd gevormd in Oost-Kweichow uit de tweede en zesde legergroep. Het Vierde Rode leger werd gevormd uit meerdere kleine eenheden uit de Szechuan-Shensi grensregio. Een “Derde Rode Leger” is nooit gevormd. De namen van de Legers bleven hetzelfde tot aan de Tweede Chinees-Japanse oorlog, die duurde van 1937 tot 1945. De toenmalige leider was Mao Zedong.

Militaire doctrine[bewerken]

Als militaire doctrine heeft het PLA een paar belangrijke punten: - Voorkeur voor aantallen over wapens, met superieure motivatie die het technologisch zwakkere apparatuur compenseert. - Daarnaast staat mobiele oorlogsvoering. - En ten slotte mobilisatie van het volk om de strijdkrachten te versterken.

Tien jaar Burgeroorlog[bewerken]

Gedurende de twintiger jaren werden de Communistische activiteiten verplaatst naar het platteland of doken ze onder. Hier werden ook de plannen gemaakt voor een militaire opstand, die begint in het Oproer in Nanchang. De toenmalige machthebbers, het Nationalistische leger, vocht tevergeefs terug. Ze hebben het PLA toen wel enorme schade toegebracht, waardoor de Burgeroorlog veel langer duurde dan het oorspronkelijke plan, namelijk de regio snel en zonder veel verliezen veroveren. De leiding van de Kwomintang richtte zijn pijlen vooral op het vernietigen van de communistische bolwerken in Centraal-China. Maar de eerste en tweede veldtocht tegen het communisme faalden en de derde werd afgebroken door het Mantsjoerije-incident. Daarna kwam er nog een vierde veldtocht, maar deze had ook geen succes. Tijdens deze campagnes stootten de troepen van de Kwomintang snel door in het hart van Mao Zedongs gebied, maar raakten telkens weer verloren in het gigantische gebied dat hij regeerde. Toen de Kwomintanglegers uitgestrekt, moe en onderbevoorraad waren, sloegen de troepen van Mao toe en vernietigden deze legers. Uiteindelijk werd in 1933 de laatste veldtocht georganiseerd. Deze hield in dat het gebied van Mao systematisch werd omcirkeld met behulp van versterkte blokhuisen. In september van dat jaar was het gebied hermetisch afgesloten van de wereld. In tegenstelling tot de eerdere veldtochten vielen de Kwomintanglegers deze keer met geduld aan. Geduldig bouwden ze de blokhuizen, met tussenliggende ruimten van rond de 5 kilometer. Toen deze kring compleet was, waren de communisten omsingeld. De plaatsen in de omgeving werden georganiseerd in zogenaamde baojia, als een maatregel om communisten ervan te weerhouden om het gebied te verlaten. Toen eenmaal deze ring compleet veilig was gesteld, werd er een nieuwe ring van blokhuizen gebouwd, en zo werden de communistische bases steeds dichter benaderd. Terwijl dat de Kwomintanglegers in de vijfde veldtocht snel een aantal overwinningen boekten, gingen er in de communistische partij stemmen op tegen Mao Zedong. Mao hield altijd stug vol dat de Chinezen van het platteland de basis vormden voor de partij, en niet, zoals zijn tegenstrevers in de partij beweerden, de stadse proletariaat. In juli 1934 werd Mao door een mini-coup vervangen door Zhou Enlai als leider van de militaire commissie, en tijdelijk onder huisarrest geplaatst. Zhou Enlai haalde de commissie over om Mao’s succesvolle manier van oorlog voeren, namelijk “guerrilla-isme” (zo best vertaald uit het Chinees), af te schaffen en het directe gevecht met de Kwomintanglegers aan te gaan. Deze veldslagen kostten veel manschappen en veel verlies van materiaal en land. In augustus van het jaar 1934 ontving Zhou Enlai bericht van een spion die hij in het hoofdkwartier van de Kwomintanglegers had geplaatst dat de deze een offensief planden tegen de communistische hoofdstad, Ruijin. Hierop besloten de communistische leiders tot een strategische terugtrekking om vernietiging te voorkomen. Het plan was om in Hubei met de Tweede Legergroep van He Long samen te komen. De Kwomintanglegers hadden echter de communicaties tussen deze Eerste en Tweede Legergroep gestoord, en daarom wist Zhou Enlai niet dat de Tweede Legergroep zich in plaats van naar hem toe te komen, terugtrok in dezelfde richting als de Eerste Legergroep. In oktober van hetzelfde jaar vond de Eerste Legergroep een manier om uit de omsingeling van blokhuizen te komen. Deze ring werd namelijk niet bewaakt door soldaten van de Kwomintanglegers maar door soldaten van lokale militiegroepen, die loyaal aan de Kwomintang waren. Deze soldaten hadden echter geen zin om de communistische legers tegen te houden en daarbij veel verliezen te lijden en lieten hen ongehinderd uitbreken. Vanuit dit punt begon de Lange Mars, een mars waaraan zo’n 120.000 man begon. Aan het einde van de mars was er ongeveer 6000 kilometer afgelegd en waren er tienduizenden doden te betreuren. De communisten werden onderweg constant achtervolgd door de Kwomintang. Volgens nationalistische bronnen, eindigde de mars met nog maar 17.000 soldaten.

Zie ook[bewerken]