Volksverhaal La Lutine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Er is een volksverhaal over het 18e-eeuwse fregat La Lutine.

In een bankiershuis in Londen komt een wazige gestalte binnen, het is geen deftige heer. De man draagt een zonderlinge mantel en enkel omdat de bankier graag clientèle wil opbouwen, vraagt hij waarmee hij de bezoeker kan dienen. De heer wil de directeur zelf spreken en gaat mee naar een klein kantoor. De bankier moet een brief bewaren en krijgt een goudstuk voor deze dienst. De man wil zijn naam niet vertellen en zegt ook niet hoe lang hij de brief in de bank wil bewaren. Als de man nooit terugkeert, mag de brief nog niet geopend worden. Als de bankier hem zal lezen, zal ongeluk toeslaan, waarschuwt hij nog. De bankier ziet hoe de man verdwijnt, er blijft een grijze nevelsliert achter. De bankier bergt de envelop op en in de volgende maand krijgt hij veel klanten. Het lijkt alsof het geld zijn kantoor binnenrolt en al snel groeit het kleine zaakje uit tot een schatrijk bankiershuis. Op een dag zijn de zonen van de bankier zelf succesvol en hij vindt dan de oude brief in zijn kast. Hij denkt terug aan de jaren dat hij nog een jongeling was en hij glimlacht als hij de zegels verbreekt. Hij kan de tekens echter niet lezen en een kou kruipt door zijn lichaam naar zijn hart.

De zonen vinden hun vader met zijn gezicht op de brief. Ze maken zich geen zorgen om de onleesbare oude brief en ze houden alles bij het oude. De Franse Revolutie zet Europa echter op zijn kop en Engeland en Frankrijk raken in oorlog. De Lage Landen worden bezet door de Fransen en in 1799 willen de Engelsen Noord-Holland bevrijden. Er is veel geld nodig en er wordt goud naar Hamburg verscheept in een schip dat in 1793 op de Fransen is veroverd. De matrozen verheugen zich op zwieren op de Reeperbahn en niemand denkt eraan dat lutin een kwelgeest is. La Lutine is een vrouwelijke, dus nog honderdmaal erger dan een lutin. Zeemansbijgeloof schrijft voor dat de naam van een schip nooit veranderd mag worden, dit zou ongeluk brengen.

In oktober gaat de bemanning in de kwelgeest de Noordzee op, maar wordt overvallen door een storm op de hoogte van Terschelling. Op de Westergronden is het fregat vergaan met man en muis. De inval in Noord-Holland liep uit op een nederlaag en de bank ging failliet. La Lutine met haar goud blijft rondspoken in het hoofd van lieden die snel rijk willen worden. De Karimata had een officiële baggerpartij en wilde een einde maken aan de praatjes over een onmetelijke goudschat. Er kwam slechts één goudstaaf naar boven. Men zegt dat er voor ongeveer 1,2 miljoen gulden is geborgen en zo'n 9 miljoen is clandestien opgevist. Men hoort soms een Frans gegiechel over de Westergronden, de kwelgeest met het goud wacht.

Bronnen[bewerken]