Volmolen (machine)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voormalige volmolen uit 1631. Op de achtergrond: stellingmolen 't Slot.

Een volmolen of voldersmolen is een industriemolen die werd gebruikt om wol te 'vollen'.

Vollen is een nabewerking van geweven wollen stof waardoor de kwaliteit sterk verbeterde. Deze wollen stof was een tussenproduct van de lakenindustrie. De bedoeling was om de weefselstructuur dichter en vaster te maken (vervilten). Om dit te bereiken moest de stof urenlang, voor sommige kwaliteiten zelfs dagenlang, gekneed worden. Hiertoe stonden in de begintijd voetvollers in een kuip en stampten met hun voeten op het natte laken. Hierbij werden toevoegingen zoals vollersaarde, urine en zeep gebruikt om het vervilten te bevorderen.

Later vanaf de 17e eeuw werden volmolens, aangedreven door paarden, wind of water toegepast, die met houten stampers het laken bewerkten. Volmolens hadden ruime schuren of zolders om het laken te drogen.

De met water aangedreven volmolen had vaak een uitwendig scheprad. In de steden was het rad meestal inwendig aangebracht, het water stroomde dan onder de molen door een duiker.