Voorlopige regering van België (1814-1815)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Generaal-gouvernement van België
 Eerste Franse Keizerrijk 1814 – 1815 Verenigd Koninkrijk der Nederlanden 
Algemene gegevens
Hoofdstad Brussel
Talen Nederlands, Frans, Limburgs
Religie(s) Rooms-katholiek, Protestant
Regering
Regeringsvorm Militaire bezetting
Generaal Gouvernementen links van de Rijn tussen januari en augustus 1814

De voorlopige regering van België (of Generaal-gouvernement van België; in het Frans: Gouvernement Général de la Belgique; in het Duits: Generalgouvernement von Belgien) bestuurde het land van februari 1814 tot september 1815, toen de Zuidelijke Nederlanden definitief werden opgenomen in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden.

In opdracht van de Hoge Geallieerde Machten, vertegenwoordigd door de Centrale Commissie voor de administratie van de op Frankrijk heroverde landen onder leiding van baron Heinrich Friedrich Karl vom und zum Stein werden in januari 1814 generaal-gouvernementen ingericht.

In het Verdrag van Parijs van 30 maart 1814 werd beslist om de verantwoordelijkheid voor België over te dragen aan de bezettende machten Engeland en Nederland. De commissie van baron von Stein werd op 15 juni ontbonden. De gouverneur-generaal De Vincent deed zijn termijn uit en werd op 1 augustus 1814 vervangen door prins Willem van Oranje.

Vanaf 16 maart 1815 tot aan de volledige vereniging met de Noordelijke Nederlanden op 21 september 1815 werkte de regering onder de soevereiniteit van het Huis Oranje-Nassau.

Grondgebied[bewerken]

Onder de bevoegdheid van deze voorlopige regering vielen aanvankelijk alleen de departementen: Leie, Dijle, Schelde, Twee Neten, Jemappes en Samber en Maas.

De departementen Roer, Beneden-Maas en Ourthe vielen onder het Generaal-gouvernement van de Nederrijn; Woudendepartement viel onder de bevoegdheid van het Generaal-gouvernement van de Middenrijn. Op 12 juni 1814 werden beide laatste regeringen samengevoegd tot het Generaal-gouvernement van de Neder- en Middenrijn.

Op 20 augustus 1814 werd de gehele linker-Maasoever overgeheveld naar de Belgische regering.

Op 12 mei 1815 na het Congres van Wenen werden dan de Belgische provincies gelegen aan de rechter-Maasoever overgeheveld.

De eerste regering[bewerken]

Na de intrede van Karel August van Saksen-Weimar-Eisenach en generaal Friedrich Wilhelm von Bülow[1] in Brussel, verklaarden de geallieerden op 11 februari 1814 België bevrijd. Ze stelden twee commissarissen aan die belast werden met het installeren van een voorlopige regering in België: Lodewijk von Wolzogen (1773-1845), stafchef van de hertog van Saksen-Weimar, generaal-majoor in Russische dienst, en Hermann von Boyen (1771-1848), stafchef van von Bülow, generaal-majoor in dienst van Pruisen.[2]

Op 15 februari 1814 installeerden de geallieerden een voorlopige regering van België. De opdracht van Von Wolzogen en Von Boyen was hiermee ten einde. Baron von Wolzogen maakte op 16 februari de samenstelling van het Provisioneel Generaal-gouvernement van België bekend. Daarin oefenden de graaf van Lottum en de heer Delius als commissarissen-generaal voor de Verbondenen tot aan de komst van gouverneur-generaal Karl van (der) Horst het hoogste gezag uit, respectievelijk voor het militaire en het burgerlijke aspect (ook militair en burgerlijk gouverneur genoemd). Daarnaast was er een gouverneur-generaal, bijgestaan door een Bestuursraad (Conseil Administratif) en door de secretarissen-generaal voor Militaire Zaken, Binnenlandse Zaken en Politie, Financiën, Justitie en Eredienst. De samenstelling was als volgt:

  • Heinrich Christoph Karl Hermann Reichsgraf von Wylich und Lottum (1773-1830) zal de belangen der Hoge Geallieerden waarnemen voor het militaire gedeelte (militair gouverneur), tot 18 maart 1814;[3]
  • Daniel Heinrich Delius (1773-1832) voor het civiele gedeelte (burgerlijk gouverneur), tot 18 maart 1814 ;
  • Gouverneur-generaal van België werd Frédéric Auguste Alexandre de Beaufort-Spontin (1751 - 1817). De hertog van Beaufort-Spontin was als hoofd van een delegatie Belgische notabelen naar het hoofdkwartier van de geallieerden in Chaumont vertrokken om daar hun visie op de toekomst van België te gaan vertolken.
  • Leden van de generale administratieve raad:
    • Eugène-Jean de Robiano (1741-1820), die ook de functie waarnam van gouverneur-generaal bij afwezigheid van de hertog van Beaufort ;
    • Gaspar Joseph Ferdinand de Limpens (1739-1822), oud-kanselier van Brabant ; lid van de Administratieve Raad tot 16 september 1815.
    • Martial-Joseph-Louis de le Vielleuze (1759-1821), secretaris-generaal ;
    • Philippe Ambroise Eugène Ghislain d'Olmen baron de Poederlé (1773-1815), secretaris-generaal voor de Militaire bewapening ;
    • Charles de Brouckère (1757-1850), secretaris-generaal voor Politie;
    • Joseph-Henri de Crumpipen (1771-), secretaris-generaal voor Financiën;
    • Egide-Corneille de Jonghe (1753-1818), secretaris-generaal voor Justitie en voor de belangen der geestelijkheid.
    • secretaris van de Administratieve Raad werd Pieter-Jan L’Ortye (1753-1838).

Op 25 februari 1814 richtten de commissarissen-generaal het Journal officiel du Gouvernement de la Belgique op, waarin alle officiële berichten en verordeningen van de commissarissen en van de regering werden gepubliceerd ten behoeve van de ondergeschikte besturen en van alle burgers. Het eerste nummer verscheen op 1 maart 1814.

Gouverneurs-generaal[bewerken]

België werd in opdracht van de geallieerden en in afwachting van de vereniging met Nederland bestuurd door een gouverneur-generaal.

  • vanaf 15 februari 1814: Frédéric Auguste Alexandre van Beaufort-Spontin.
  • vanaf 19 maart 1814: Karl van (der) Horst, einde van de functies van de commissarissen-generaal Delius en graaf de Lottum.
  • vanaf 6 mei 1814: Nicolas Charles de Vincent.
  • vanaf 1 augustus 1814: prins Willem van Oranje.

De eerste intendanten[bewerken]

De departementen bleven bestaan maar de regering benoemde in februari 1814 aan het hoofd nu een (voorlopige) ‘intendant’ (in het Frans intendant départemental) in plaats van de prefect.

  • Dijle – zetelt in Brussel: Jacques Joseph Dominique d'Anethan (1769-1841)
  • Schelde – zetelt in Gent: Charles Liévin Beaucarne (1756-1815) – later Jean-Baptiste d'Hane de Steenhuyse (1757-1826)
  • Leie – zetelt in Brugge: Bernard Van Severen (1761-1837) en vanaf april 1814 Constantin de Preud'homme d'Hailly de Nieuport
  • Beide Neten - zetelt in Mechelen: François Louis Joseph ridder de Wargny (1750-1816)
  • Jemappe – zetelt in Bergen: Bonaventure-Hyacinthe-Joseph ridder de Bousies (1755-1831)
  • Samber en Maas – zetelt in Namen: Gabriel-Amour-Joseph de Bruges de Branchon (1766-1844)
  • De regering benoemde ook intendanten voor de departementen Beneden-Maas (Brandes) en Wouden (Dormechville), maar deze departementen werden ondergebracht bij de regeringen van respectievelijk Beneden-Rijn en Midden-Rijn, zodat deze intendanten hun functie niet opnamen.

Soeverein vorst Willem[bewerken]

Generaal-gouvernementen 1814-1815

Het Londenprotocol van 21 juni 1814 nodigde prins Willem uit om de post van gouverneur-generaal van België te aanvaarden en de vereniging van de Nederlanden voor te bereiden. Willem aanvaardde dit op 21 juli en kondigde op 1 augustus aan dat hij de regering van België in handen nam. Op 16 maart 1815 nam hijzelf de soevereiniteit op. Hiermee ontstond een personele unie van Noord- en Zuid-Nederland onder leiding van een souverein vorst.

Na zijn aantreden benoemde Willem op 12 augustus 1814 de nieuwe regering, die op 15 augustus werd geïnstalleerd. De Administratieve Raad verving hij door een Geheime Raad (Conseil privé). De hoofden van de departementen (in de zin van ministeries) waren de commissaren-generaal. De regering bleef functioneren tot 16 september 1815:

Literatuur[bewerken]

  • B.D.H. Tellegen, De wedergeboorte van Nederland. De vereeniging met België, in De Gids. Jaargang 42, Amsterdam 1878.
  • H.T. Colenbrander, Studiën over de Nederlandsche restauratie. De Vereeniging met België, in: De Gids. Jaargang 83, Amsterdam 1919.
  • H.T. Colenbrander, Studiën over de Nederlandsche restauratie. De Vereeniging met België, in: De Gids. Jaargang 86, Amsterdam 1922.
  • Sven Vrielinck, De territoriale indeling van België, 1795-1963: Bestuursgeografisch en statistisch repertorium van de gemeenten en de supracommunale eenheden, administratief en gerechtelijk ; met de officiële uitslagen van de volkstellingen, Leuven University Press, 2000.
  • Frank JUDO & Stijn VANDE PERRE (red.), Belg en Bataaf. De wording van het Verenigd koninkrijk der Nederlanden, Antwerpen, 2015.