Voormezeele Enclosure No.3

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Voormezeele Enclosure N°.3)
Ga naar: navigatie, zoeken
Voormezeele Enclosures No.3
Toegang tot de begraafplaats
Toegang tot de begraafplaats
Bouwjaar 1915
Locatie Voormezele, Vlag van België België
Totaal aantal slachtoffers 1.612
Ongeïdentificeerde slachtoffers 609
Type Militaire begraafplaats
Verantwoordelijke Commonwealth War Graves Commission
Ontwerper Edwin Lutyens

Voormezeele Enclosure No.3 is een Britse militaire begraafplaats met gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog, gelegen in het Belgische dorp Voormezele. De begraafplaats is ontworpen door Edwin Lutyens en ligt aan de noordelijke rand van de dorpskern. Ze heeft een min of meer rechthoekig grondplan met een oppervlakte van ongeveer 5.740 m². Aan de zuidoostelijke zijde staat de Stone of Remembrance en achteraan staat het Cross of Sacrifice. De begraafplaats wordt onderhouden door de Commonwealth War Graves Commission. Iets zuidelijker aan de overkant van de straat ligt de begraafplaats Voormezeele Enclosures No.1 and No.2.

Er worden 1.612 doden herdacht, waarvan 609 niet geïdentificeerde.

Geschiedenis[bewerken]

Voormezele lag tijdens de Eerste Wereldoorlog vlak bij de frontlijn van de Ieperboog, in geallieerde gebied. Het dorp raakte bijna volledig verwoest. In het dorp werden oorspronkelijk vier begraafplaatsen, zogenaamde "enclosures", aangelegd, waarvan Voormezeele Enclose No. 3 de grootste is. De begraafplaats werd in gebruik genomen in het voorjaar van 1915 door de Princess Patricia's Canadian Light Infantry en tijdens de oorlog uitgebreid door andere eenheden. In het voorjaar van 1918 rukten de Duitsers tijdens hun lenteoffensief op tot Voormezele. In het najaar werd het gebied heroverd en werden er weer gesneuvelden uit het eindoffensief begraven.

Er werden hier in 1918 ook enkele Fransen begraven, maar zij werden na de oorlog naar elders overgebracht. De begraafplaats werd na de wapenstilstand uitgebreid met gesneuvelden uit de omliggende slagvelden en uit kleinere begraafplaatsen. Voor 15 slachtoffers werden Special Memorials[1] opgericht omdat hun graven niet meer gelokaliseerd konden worden en men aanneemt dat ze zich onder de naamloze graven bevinden. Voor 5 gesneuvelden werd een Duhallow Block[2] opgericht omdat ze oorspronkelijk op Pheasant Wood Cemetery lagen, maar waar men hun graven niet meer kon terugvinden.

Er rusten nu 1.498 Britten, 99 Canadezen, 11 Australiërs, 2 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan en 1 Duitser.

De begraafplaats werd in 2009 beschermd als monument[3].

Graven[bewerken]

  • Francis Douglas Farquhar, luitenant-kolonel bij de Princess Patricia's Canadian Light Infantry (Eastern Ontario Regiment) en Herbert Cecil Buller, majoor bij de Rifle Brigade werden onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO).
  • majoor Thomas Kelly, kapitein Chafen Cecil Newman en de luitenants John Brown en James Kirk Simpson werden onderscheiden met het Military Cross (MC). Kapitein Philip Edwin Leybourne ontving tweemaal het Military Cross (MC and Bar).
  • de sergeanten Bernard Henry Dugmore en H. Randall werden onderscheiden met de Distinguished Conduct Medal (DCM). De sergeant-majoor George Warren ontving deze onderscheiding tweemaal (DCM and Bar).
  • er liggen nog 10 militairen die de Military Medal (MM) ontvingen.

Externe links[bewerken]