Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Volksbeschermingseenheden
YPJ Flag.svg
Oprichting 2012
Actief in Rojava, Syrië
Leider Meryem Kobani
Rojda Felat
Doelstelling Verdedigen van Rojava
Website (en) ypjrojava.net
YPJ militieleden in burgerkleding

De Vrouwelijke Volksbeschermingseenheden (Koerdisch: Yekîneyên Parastina Jinê, YPJ) zijn een gewapende groep die opgericht werd in 2012 als de vrouwelijke brigade van de Volksbeschermingseenheden (YPG). De YPG en YPJ zijn de gewapende vleugel(s) van de PYD. Het heeft tussen de 7.000 en 10.000 vrijwillige strijders.[1] Co-voorzitter van de PYD Salih Muslim Muhammad vroeg onder andere Canada en de Verenigde Staten om zowel militaire als financiële hulp.[2][3] In februari 2018 maakte het Pentagon bekend om een budget van $550 miljoen vrij te maken; $300 miljoen voor militaire training en materiaal en $250 miljoen voor een grensleger.[4] De YPJ speelt een rol in de emancipatie van de Koerdische vrouwen. Soldates krijgen les in vrouwenrechten en worden aangemoedigd daarover na te denken en ervoor op te komen. De vrouwen zeggen hiermee de samenleving te veranderen.[5]

De groep had een cruciale rol bij het redden van de duizenden Jezidi's die gevangen zaten op de berg Sinjar door ISIS terroristen in augustus 2014. Human Rights Watch had tussen juni 2014 en juli 2015 een lijst met 59 kindsoldaten geconstateerd die ook gedwongen waren opgenomen in de geledingen van de YPJ en de YPG. In tien van de gevallen waren de kinderen jonger dan 15 jaar. Artikel 38 van de kinderrechten wordt hiermee geschonden. Dit is in strijd met internationaal humanitair recht en vormt een oorlogsmisdrijf.[6]

Na de verovering van Afrin door de Turkse strijdkrachten en het Vrije Syrische Leger in het kader van Operatie Olijftak, heeft de SDF en de YPG en YPJ zich voorgenomen een guerrilla te zullen voeren teneinde het Turkse leger en hun bondgenoten te hinderen. Het 20-jarige YPJ-lid Zlukh Hamo a.k.a. Avesta Khabur heeft op 27 januari 2018 een zelfmoordaanslag gepleegd met een bomgordel ten einde een Turkse tank in Afrin te vernietigen.[7] Een andere tactiek van militieleden is het dragen van burgerkleding om gecamoufleerd te zijn tegen artillerievuur van de Turkse strijdkrachten.[8][9][10]