Vuistbijl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
Acheuléen-vuistbijl uit Saint-Acheul in Frankrijk

Een vuistbijl is een kerngereedschap uit het vroegpaleolithicum (Acheuléen) en middenpaleolithicum (Moustérien).

Vindplaats[bewerken]

Ze komen alleen voor in Afrika, Europa, het westen van Eurazië, India en het westen van China. Verder naar het oosten werden ze niet gebruikt. Deze begrenzing wordt de Moviuslijn genoemd.

Materiaal[bewerken]

Vuistbijlen kunnen in een kwartier tijd uit vuursteen gehakt worden. Ook ryoliet, kwartsiet en fonoliet werd ervoor gebruikt, maar het makkelijk versplinterende obsidiaan niet. Ze zijn afgeplat, hebben meestal een scherpe rand rondom en de scherpe rand is altijd aan twee zijden bewerkt.

Gebruik[bewerken]

De top is spits, het andere uiteinde rond. Vuistbijlen werden waarschijnlijk gebruikt voor het slachten van dieren en het hakken van hout.

Nederland[bewerken]

Uit Nederland zijn weinig vondsten van vuistbijlen bekend. Ze worden vooral aangetroffen op de hoger plekken zoals in Zuid-Limburg bij Maastricht en Rijckholt en op de stuwwal bij Rhenen.[1] Een uitzonderlijke vondst is de bijl die de Friese amateurarcheoloog Hein van der Vliet in 1939 aantrof bij het huidige Wijnjewoude. Deze vuistbijl van Wijnjeterp is door wetenschappers pas in 1949 als zodanig erkend. Met dit werktuig wordt aangetoond dat Noord-Nederland al voor de laatste ijstijd bewoond was.[2] [3][4] [5]

Zie ook[bewerken]