Vuurtoren van Pilsum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Vuurtoren van Pilsum
Vuurtoren van Pilsum
Plaats Vlag van Duitsland Pilsum
Coördinaten 53° 30′ NB, 7° 3′ OL
Status Buiten werking
Start bouw 1891
Bouwwerk
Hoogte 11 m
Kleur Rood en geel
Bouwmateriaal IJzer
Vuurtoren van Pilsum (Nedersaksen)
Vuurtoren van Pilsum
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De vuurtoren van Pilsum is een vuurtoren die gebouwd is als onderdeel van het lichtenplan voor de Beneden-Eems.

De ijzeren vuurtoren is 11 meter hoog en dateert uit 1891. Hij werd in 1915 buiten gebruik gesteld. De fundering is in de zeedijk gebouwd en de toren is geel-rood geschilderd. Hij is bekend van de reclame voor een regionaal biermerk, en omdat hij locatie was voor de film Otto - Der Außerfriesische (1989) en voor de Tatort-aflevering "Sonne und Sturm" (2003) met Maria Furtwängler. Sinds 2004 is de vuurtoren ook als trouwlocatie in gebruik.

Het lichtenplan voor de Beneden-Eems[bewerken | brontekst bewerken]

Tot het einde van de 19e eeuw was de Eems 's nachts bij gebrek aan verlichting voor de zeescheepvaart te gevaarlijk om te bevaren. Mede door het gereedkomen van het Eemskanaal in 1877, waarmee er een nieuwe vaarroute naar de havenstad Groningen ontstond, nam het scheepvaartverkeer op de Eems toe en daarmee de noodzaak om de toegankelijkheid van het achterland te verbeteren. De Nederlandse en Pruisische regeringen besloten in 1883 om een conferentie te beleggen om de situatie aan te pakken. Op 1 maart 1883 kwamen diplomaten van beide regeringen in Emden bijeen en werd er een plan opgesteld voor de verlichting van de Beneden-Eems. Vanaf zee tot aan de rede van Emden zou het scheepvaartverkeer doorlopend begeleid worden door het licht van een vijftal vuurtorens. Drie van de vijf vuurtorens zouden op Pruisisch grondgebied komen te staan, namelijk een tweede vuurtoren op Borkum, een bij Campen en een bij Pilsum, en twee op Nederlands territorium: die van Watum en die van Delfzijl. Naast vuurtorens werden er twee verlichte bakens op De Randsel geplaatst. De kosten van het realiseren van het plan zouden volgens een traktaat door beide regeringen gedeeld worden en werden begroot op ƒ 524.987.

Verlichting[bewerken | brontekst bewerken]

De vuurtorens van het Lichtenplan voor de Beneden-Eems werden uitgevoerd met sectorlichten volgens het stelsel van de Zweedse admiraal Von Otter. Dit hield in dat door het gebruik van speciale sectorlichten de vaargeul aangegeven werd door een vast wit licht. Het witte licht werd gekozen omdat het beter zichtbaar is dan gekleurd licht. Zodra een schip buiten de vaargeul raakte, kwam het in een sector met schitterlicht dat door een zogenaamd otter-apparaat werd opgewekt. Van deze schitterlichten was het aantal flikkeringen per minuut voor zeeschepen, die van zee inkomen, aan de rechterzijde van de vaste sector oneven en aan de linkerzijde even.