Vuurwerkbeleid in Nederland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een paar grondbloemen vuurwerk in Nederland.

Dit artikel behandelt het vuurwerkbeleid in Nederland.

Geschiedenis[bewerken]

Viering van het 700-jarig bestaan van Amsterdam met vuurwerk (1975)

Het gebruik van vuurwerk bij feestelijkheden is waarschijnlijk van Indische of Chinese oorsprong.[1] In Nederland werden vanaf de 15e eeuw al heel wat openbare feesten opgeluisterd met professioneel vuurwerk,[2] bijvoorbeeld de feestelijkheden op de Dam in 1648 ter gelegenheid van de Vrede van Münster. In 1678 verscheen het boek Pyrotechnia, of Meer dan hondertderleye konstvermakelijcke vuurwerken, waarin werd uiteengezet "hoe men de selve sal maken, toebereyden en stellen, neffens des selfs correcte vormen, maten en gewichten der stoffen". Dit boek was door Daniel Manlyn vertaald uit het Engels naar het boek Pyrotechnia, or a Discourse of Artificiall Fireworks, geschreven door de Britse artillerist en wiskundige John Babington. Voorin Manlyns boek wordt nog een lijst van vuurwerksoorten genoemd, zoals "Vuurspuuwende Draken", "Wonderlijke Vuur-pijlen" en "Voet-soeckers".[3]

Consumentenvuurwerk kwam in Nederland voor het eerst beschikbaar in de 19e eeuw en werd sporadisch gebruikt op evenementen zoals Hartjesdag (getuige verschillende incidenten in contemporaine kranten), maar niet met oud en nieuw.[2] In 1864 meldde het Bataviaasch Handelsblad dat Chinezen in de kolonie Nederlands-Indië naast Chinees Nieuwjaar (dat elk jaar valt op een andere dag tussen 21 januari en 20 februari) ook "Europeesch Nieuwjaar" vierden met zelf afgestoken vuurwerk. Tien jaar later zouden de Indische Nederlanders dit gebruik inmiddels hebben overgenomen.[4]

De oorsprong van het gebruik dat burgers in Nederland zelf zonder speciale opleiding vuurwerk mogen kopen en afsteken met oud en nieuw is pas ingeburgerd na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn sterke aanwijzingen dat de Indische Nederlanders, waarvan er tussen 1945 en 1962 tienduizenden naar Nederland migreerden als gevolg van de dekolonisatie van Nederlands-Indië en Nederlands-Nieuw-Guinea, de traditie van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling in Nederland hebben geïntroduceerd.[2] In de meeste Nederlandse gemeenten was het afsteken van 'Chinees' vuurwerk midden jaren 1950 formeel verboden, maar werd her en der gedoogd tijdens de jaarwisseling, ondanks allerlei relletjes die dit veroorzaakte (vooral in Den Haag, waar veel Indische Nederlanders oud en nieuw met vuurwerk vierden).[2] In 1955 probeerde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten dit vergeefs te beëindigen; autoriteiten kozen in plaats daarvan voor de strategie om het fenomeen veiliger te laten verlopen.[2] Consumentenvuurwerk werd in Nederland pas eind jaren 1970 populair; daarvoor was het gebruikelijker dat alleen pyrotechnische experts vuurwerkshows hielden.[5]

Op 14 februari 1991 explodeerde de vuurwerkfabriek MS Vuurwerk in Culemborg, met twee doden en veel materiële schade tot gevolg.[6] In april 1991 publiceerde het TNO Prins Maurits Laboratorium een rapport over de ramp, waarbij het concludeerde dat betrekkelijk licht vuurwerk in grote hoeveelheden een onverwacht grote explosie had veroorzaakt omdat het niet meer in de verpakking zat. De TNO deed aanbevelingen aan de vier betrokken ministeries om de veiligheid te verbeteren, maar hier is weinig tot niets mee gedaan omdat de ministeries en inspectiediensten 'slecht of geheel niet met elkaar hebben gecommuniceerd', gaf Minister Klaas de Vries van Binnenlandse Zaken in 2001 toe.[7]

In 1993 werd het Vuurwerkbesluit van kracht. Elke partij vuurwerk die in Nederland aankwam, moest sindsdien worden gemeld bij de Keuringsdienst van Waren in Rotterdam. In 1996 pleitte de keuringsdienst ervoor om het Vuurwerkbesluit te verruimen zodat de eisen meer overeen zouden komen met die zoals ze aan vuurwerk in België en Duitsland werden gesteld.[8] Op 13 mei 2000 vond de Vuurwerkramp in Enschede plaats toen vuurwerkfabriek S.E. Fireworks explodeerde, waarbij 23 doden en ca. 950 gewonden vielen en de hele woonwijk Roombeek in de as werd gelegd. Naar aanleiding van de ramp werd in 2002 het Vuurwerkbesluit aangepast (in 2012 opnieuw) om vuurwerk strenger te reguleren, met name de opslag.[9]

Anno 2014 werd er in Nederland het meeste vuurwerk ter wereld per hoofd van de bevolking afgestoken en binnen Europa ook het meeste consumentenvuurwerk in de straat.[10]

Volgens het Verbond van Verzekeraars veroorzaakten tussen 2008 en 2017 alle jaarwisselingen in Nederland incidenten die, met name door vuurwerk, tussen de 12 en 21 miljoen euro schade aan huizen en auto's.[11]

Jaarlijkse evenementen[bewerken]

Oud en nieuw[bewerken]

Verslag van oud en nieuw 1967.

Op oudejaarsavond van 31 december tot 1 januari mogen in Nederland burgers zelf vuurwerk afsteken tussen 18:00 en 02:00. Vuurwerk moet voldoen aan bepaalde wettelijke eisen en mag alleen verkocht worden op de laatste drie dagen van het jaar, niet vallend op een zondag[12], bij een winkel met een vergunning.[13] Vuurwerk wordt vaak afgestoken op straat of in de tuin.

Koningsdag[bewerken]

Op koningsdag worden er elk jaar in verschillende gemeenten vuurwerkshows gegeven door professionals.

Vuurwerkfestival Scheveningen[bewerken]

Het Vuurwerkfestival Scheveningen, dat door professionals wordt uitgevoerd, wordt jaarlijks door circa 200.000 mensen bezocht. In de zomer van 2016 werd het festival voor de 37e keer georganiseerd. In 2016 waren er ook enkele vuurwerkshows in de winter.[14]

Regulering en handhaving[bewerken]

Vuurwerkbedrijven[bewerken]

Anno 2000 waren er in Nederland 26 vuurwerkbedrijven actief met vestigingen in Leeuwarden, Appingedam, Lichtenvoorde, Tilburg, Den Haag, Enschede, Leiden, Lijnden, Dronten, Lelystad en Landgraaf. 14 hiervan importeerden vuurwerk uit vooral China voor verkoop op de Nederlandse markt, de 12 andere bedrijven verzorgden professionele vuurwerkshows. In sommige fabrieken zoals het Enschedese S.E. Fireworks (dat sinds 1985 niet meer zelf vuurwerk produceerde) werd Chinees vuurwerk in Nederland verder geassembleerd alvorens te worden verkocht. Sinds de ontploffing van de Culemborgse vuurwerkfabriek in 1991 opereerden vrijwel alle vuurwerkbedrijven buiten bewoonde gebieden; S.E. Fireworks was het laatste bedrijf dat nog middenin een woonwijk stond voorafgaand aan een geplande verhuizing in 2002.[15]

Veiligheidstests[bewerken]

In Nederland is de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) verantwoordelijk voor het testen van vuurwerk op veiligheid.[10] Sinds 2010 is een technische keuring van vuurwerk in de hele EU verplicht, maar mag ook elders in de EU worden getest voordat het naar Nederland wordt geïmporteerd.[10] Uit stukken van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu uit 2010 bleek dat verschillende Nederlandse vuurwerkimporteurs nog niet voldeden aan de nieuwe testregelgeving, maar hiervoor niet gestraft werden omdat verschillende vuurwerkbedrijven beweerden meer tijd nodig te hebben om eraan te voldoen.[10] Frits Pen van Dream Fireworks, die zelf voor 'tonnen' zijn vuurwerk liet testen in Hongarije, spande een rechtszaak aan tegen het Ministerie voor het niet-bestraffen van concurrenten die kosteloos ongetest vuurwerk konden importeren en doorverkopen.[10] In 2014 verklaarde het Ministerie dat inmiddels 80% van het vuurwerk een CE-markering heeft en wordt gecontroleerd.[10]

Uit onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid uit 2017 bleek dat 25% van al het geteste vuurwerk wordt afgekeurd.[16]

Vuurwerkoverlast[bewerken]

"Hufterproof" gemaakte brievenbus rond de jaarwisseling.
1rightarrow blue.svg Zie ook vuurwerkoverlast voor algemene informatie

Vuurwerk zorgt op verschillende manieren voor overlast bij gebruikers, omstanders en omwonenden, vooral bij oud en nieuw. Er wordt met oud en nieuw in Nederland extra politiekracht ingezet om vuurwerkoverlast zo veel mogelijk tegen te gaan. Wat wel en niet werkt en hoe het beter kan zonder 'het feest te bederven', is voortdurend onderwerp van discussie. Vuurwerkoverlast bestaat voornamelijk uit:

  • Geluidsoverlast vanwege de onverwachte harde knallen (ook voor dieren[17])
  • Stankoverlast en milieuverontreiniging door de rook die erbij vrijkomt en achtergelaten vuurwerkresten (in 2008 veroorzaakte smog door vuurwerkrook tientallen verkeersongevallen, waarbij twee doden vielen[18])
  • Vuurwerkletsel en de angst om door vuurwerk (al dan niet bedoeld[19]) geraakt te worden (tijdens oud en nieuw 2016/17 waren 61% van de slachtoffers omstanders, 39% waren de afstekers zelf[20])
  • Materiële vernieling en vandalisme in verband met (illegaal) vuurwerk[21]
  • Verstoring van de openbare orde, onder meer door geweld tegen hulpverleners (politiemensen, brandweerlieden en ambulancepersoneel) middels vuurwerk[22][23]

Verstrenging Vuurwerkbesluit[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Vuurwerkbesluit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Vuurwerkbesluit werd oorspronkelijk ingevoerd in 1993. Op 22 januari 2002 heeft de Nederlandse overheid nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk opgesteld naar aanleiding van de Vuurwerkramp in Enschede. Sindsdien is het Vuurwerkbesluit nog enkele keren aangepast, onder meer om de afsteektijden met oud en nieuw te verkorten.

Europese harmonisatie[bewerken]

Minister-president Balkenende na de ministerraad na de jaarwisseling 2007/2008 over het vuurwerkbesluit

Om vuurwerkverkoop en veiligheid in de Europese Unie te harmoniseren,[10] heeft de Europese Commissie op 11 oktober 2005 een voorstel ingediend voor een richtlijn. Deze is voortgekomen uit een raadpleging in 2003. Hierbij werd op Europees niveau het vuurwerk ingedeeld in vier categorieën. Hierbij is categorie 4 uitsluitend voor professioneel gebruik en hebben de lidstaten de mogelijkheid om de verkoop aan het publiek van vuurwerk van de categorieën 2 en 3 te beperken. Hierbij gelden minimumvoorschriften voor de leeftijdsgrenzen die lidstaten kunnen verhogen.[24] Het leidde in 2007 tot de 'Pyrorichtlijn 2007'[25] die uiterlijk in 2010 is omgezet in nationale wetgeving. In Nederland is deze verwerkt in het Vuurwerkbesluit. Op 12 juni 2013 is de 'Pyrorichtlijn 2013'[26] aangenomen, die in Nederland is geïmplementeerd in een wijziging in het Vuurwerkbesluit.

Vuurwerk is in Europa geclassificeerd in vier categorieën:

  • Categorie 1: vuurwerk dat zeer weinig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik in een besloten ruimte, inclusief vuurwerk dat bestemd is voor gebruik binnenshuis;
  • Categorie 2: vuurwerk dat weinig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een besloten ruimte;
  • Categorie 3: vuurwerk dat middelmatig gevaar oplevert en bestemd is voor gebruik buitenshuis in een grote open ruimte;
  • Categorie 4: vuurwerk dat veel gevaar oplevert en uitsluitend bestemd is voor gebruik door personen met specialistische kennis, veelal "vuurwerk voor professioneel gebruik" genoemd.

In Europa gelden de minimumleeftijdsnormen. Nederland heeft deze ook overgenomen:

  • Categorie 1: 12 jaar
  • Categorie 2: 16 jaar
  • Categorie 3: 18 jaar

Zogenaamd consumentenvuurwerk of particulier vuurwerk bestaat in Nederland uit categorie F1 (het hele jaar door te koop en af te steken door iedere burger zonder speciale vergunning vanaf 12 jaar)[27] en met oud en nieuw is vuurwerk uit categorie F2 en F3 ook toegestaan (de drie dagen voor nieuwjaar te koop en van 18:00 op 31 december tot 02:00 op 1 januari af te steken). Alle andere evenementen in Nederland zijn voorbehouden aan professionals. In België, Duitsland en Denemarken is de verkoop van al het vuurwerk in de categorie F3 aan particulieren verboden, maar in Nederland zijn enkele vuurwerkartikelen in die categorie wel voor particulieren te koop.[16]

Het Nederlands College van procureurs-generaal dringt sinds 2011 aan op strengere Europese vuurwerkregels om te voorkomen dat categorie F4-vuurwerk in andere EU-landen kan worden gekocht en Nederland binnengesmokkeld. Door "weeffouten in de Pyrorichtlijn" is er gevaar voor lokale veiligheid en terrorisme.[10] Omdat op Europees niveau er geen behoefte lijkt te zijn de regels voor deze categorie aan te scherpen bepleit Nederland een volledig verbod op categorie F4.[28]

Illegaal vuurwerk[bewerken]

Het is een intellectuele faux pas om ervan uit te gaan dat ongelukken, oogletsels, alleen door illegaal vuurwerk kunnen ontstaan. Nee. Ik vermoed dat 80% van mijn patiënten door legaal vuurwerk is.
Tjeerd de Faber, oogarts (2014)[10]

Daarnaast is er in Europa ook illegaal vuurwerk in omloop dat niemand mag afsteken. Anno 2014 kwam er jaarlijks circa 1 miljoen kilo illegaal vuurwerk Nederland binnen.[10]

Volgens onderzoek van VeiligheidNL werden vroeger de meeste vuurwerkletsels veroorzaakt door illegaal vuurwerk (in 2012/13 nog bijna tweederde), maar vanaf de jaarwisseling 2013/14 werd meer dan de helft veroorzaakt door legaal vuurwerk. Illegaal vuurwerk zorgde wel voor ernstiger letsel en vier keer zo vaak voor een ziekenhuisopname.[29] In 2014/15 daalde het percentage letsels door illegaal vuurwerk tot bijna 40%.[30] Bij oud en nieuw 2015/16 en 2016/17 werd circa 25% van de letsels veroorzaakt door illegaal vuurwerk.[31]

Discussie over consumentenverbod[bewerken]

Een gevolg van de negatieve neveneffecten van vuurwerk is dat er de laatste jaren steeds frequenter wordt gesproken over het afschaffen van de uitzondering voor consumenten van vuurwerk tijdens oud en nieuw in de categorie 2 en 3. Volgens sommigen is de vuurwerkoverlast zodanig dat er een verbod voor consumenten of zelfs voor iedereen zou moeten komen, anderen vinden de overlast verwaarloosbaar en willen het fenomeen graag in stand houden zoals het is, zolang het maar verantwoord gebeurt.[32] Tot dusver lijkt daar landelijk niet voldoende politieke steun voor te zijn, maar plaatselijk zijn er in een aantal gemeenten al wel vuurwerkvrije zones ingesteld.[32] Uit onderzoek van drie opiniepeilers tussen 2014 en 2016 blijkt dat tussen de 14% (volgens EenVandaag) en de 50% (volgens TNS NIPO) van de Nederlanders een algeheel vuurwerkverbod wil. Veel meer mensen (EenVandaag: 60%; TNS NIPO: meer dan 50%; I&O Research: 48%) zijn gewonnen voor alleen een verbod op consumentenvuurwerk, op voorwaarde dat de gemeenten een (grote) professionele vuurwerkshow voor iedereen organiseren.[33]

Als er één traditie in Nederland is, is het wel de jaarlijkse discussie rondom de feestdagen. Een discussie waar de juist dan gewenste saamhorigheid ver te zoeken is. Vuurwerk is levensgevaarlijk en mag alleen nog professioneel worden afgestoken. Néé, het is traditie.
"Over Zwarte Piet, Kerst en vuurwerk" (2014)[34]

De discussie over een eventueel consumentenvuurwerkverbod vertoont gelijkenissen met het Zwartepietendebat en discussies over de Nederlandse monarchie. In alle drie gevallen gaat het om fenomenen die verdedigers als typisch Nederlandse tradities die geheel of grotendeels hetzelfde dienen te blijven, terwijl critici menen dat deze niet meer van deze tijd zijn en aanpassing of afschaffing wenselijk of noodzakelijk is omdat een ander deel van de bevolking er last van ondervindt.[35][36] Een belangrijk verschil is wel dat vuurwerk duidelijk slachtoffers en schade oplevert en dat men na maandenlange discussies over Zwarte Piet meestal geen zin meer heeft om ook nog ten allen prijze consumentenvuurwerk te verdedigen; daarom zijn verdedigers vaak minder fel, en meer bereid tot concessies.[35]

Landelijk[bewerken]

Anno 2001 was de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) als enige politieke partij voorstander van een consumentenverbod, omdat 'voor een luxe-artikel als vuurwerk geen enkel risico gerechtvaardigd is'. De overige partijen richtten zich op het aanscherpen van het Vuurwerkbesluit, met name voor veiliger opslag van vuurwerk, naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000.[37] In december 2008 werd voor een verbod op consumentenvuurwerk gepleit door de nieuw opgerichte Stichting Staakt Het Vuren (SHV). De SHV kreeg bijval van het Nederlands Oogheelkundig Genootschap (NOG), waarmee voor het eerst een volledige beroepsgroep zich uitsprak. Blijkens opiniepeilingen steunde een kleine meerderheid van de Nederlanders het voorstel.[38] De SHV voerde campagne voor afschaffing van particulier vuurwerk – met gemeentelijke professionele vuurwerkshows als alternatief – tot en met 2013, waarna het NOG onder leiding van voorzitter Tjeerd de Faber het overnam[39] en enkele maanden later het Vuurwerkmanifest lanceerde.[32]

David Rietveld in 2010.
Burgerinitiatief en meldpunt GroenLinks

In 2009 hebben twee lokale politici van GroenLinks, David Rietveld (Den Haag) en Arno Bonte (Rotterdam), middels het Burgerinitiatief Meer Plezier met Minder Vuurwerk voor een landelijk vuurwerkverbod voor particulieren gepleit.[40] Ondanks ruim 63.000 ondertekenaars werd het burgerinitiatief niet-ontvankelijk verklaard, omdat er in de voorgaande twee jaar over deze kwestie al eens een Kamerbesluit was genomen.[41] Staatssecretaris Joop Atsma (CDA) voelde in 2011 niets voor een verbod en noemde vuurwerk een 'typisch Nederlandse traditie'.[42] Rietveld repliceerde door te zeggen dat consumentenvuurwerk pas gangbaar is sinds de jaren 1970, dus dan wel 'een van de kortste [tradities] van Nederland'.[5] In januari 2012 bleek uit een opiniepeiling onder 2000 respondenten dat tweederde voorstander was van een particulier vuurwerkverbod, hetgeen ter sprake kwam in de Tweede Kamer. De Partij voor de Dieren en de SGP waren voor een verbod, de PVV neutraal, alle andere partijen tegen. De landelijke GroenLinks-fractie steunde Rietveld en Bonte wel in plaatselijke restricties.[43] Lokale afdelingen van GroenLinks hebben sinds 2012 rond de jaarwisseling jaarlijks een online meldpunt waar vuurwerkoverlast gemeld kan worden.[44] In juli 2012 meldde staatssecretaris Atsma na onderzoek dat er onvoldoende maatschappelijk draagvlak was voor een verbod op consumentenvuurwerk.[45] Kort daarvoor was GroenLinks landelijk overstag gegaan en had een nationaal consumentenverbod in haar verkiezingsprogramma opgenomen.[46]

Vuurwerkmanifest

In april 2014 lanceerden 8 organisaties (vooral voor oogheelkunde) op initiatief van oogartsen Tjeerd de Faber en Jan Keunen het Vuurwerkmanifest dat pleitte voor alleen professioneel vuurwerk en een verbod op consumentenvuurwerk per 2020.[32][47] Op 19 december 2015 waren er 18 organisaties bij het Vuurwerkmanifest aangesloten, waarop het online werd gezet en binnen anderhalve week de steun kreeg van meer dan 100 organisaties, waaronder de Partij voor de Dieren en 50Plus (GroenLinks en de SGP hebben zich later ook aangesloten) en 4500 particulieren.[48] Eind januari 2016 was dit aantal gegroeid naar 680 organisaties respectievelijk 27.000 particulieren en op 14 december 2016 tot meer dan 800 organisaties en 31.000 particulieren.[49] Na oud en nieuw groeide dit in de eerste week van 2017 tot 1200 organisaties en 43.800 particulieren.[50] Op 1 december 2017 was de stand ruim 1000 organisaties en meer dan 50.000 burgers.[51]

Beweging tegen verbod

Ook zijn er in Nederland tegenstanders van een vuurwerkverbod die werken vanuit de naam Vuurwerk Moet Blijven.[52] Zij vinden namelijk dat door het vuurwerkverbod de overlast alleen maar groter zal worden. Wel zijn zij in voor een hardere aanpak van illegaal vuurwerk omdat daarmee de meeste problemen zijn. Daarnaast vinden zij ook dat in publieksomgevingen er geen vuurwerk mag worden afgestoken. Deze partij werkt met andere liefhebbers van het vuurwerkbehoud samen en is al onder andere op Radio 1[53] en via diverse media in het nieuws geweest.[54] Een andere groep is Behoud Consumentenvuurwerk Nederland (BCN),[55] die op 1 december 2015 erin slaagde om consumentenvuurwerk tot cultureel erfgoed te laten verklaren door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland.[56] De PvdA en de VVD waren in december 2016 ook tegen een vuurwerkverbod,[32] terwijl de JOVD juist voorstander is.[57][58]

Samenvatting van het OVV-vuurwerkrapport 2017.
Rapport Onderzoeksraad voor Veiligheid

Op 1 december 2017 publiceerde de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een rapport van een in opdracht van de vier grote steden verricht onderzoek, waarin werd vastgesteld dat er nog te veel gevaarlijk vuurwerk wordt gebruikt. Het is volgens de OVV onaanvaardbaar dat elk jaar de verstoringen van de openbare orde 'talrijk en hardnekkig' zijn, er honderden slachtoffers die 'voor het leven getekend zijn' vallen, waaronder ongeveer honderd mensen met blijvend oogletsel en gemiddeld een dode per jaar sinds 2000.[59] Bepaalde gevaarlijke typen vuurwerk moeten worden verboden, zoals vuurpijlen en knallers,[60] maar siervuurwerk zoals fonteinen zijn veilig genoeg, aldus de OVV, die ook adviseerde dat meer gemeenten professionele vuurwerkshows zouden organiseren als alternatief.[59] Belangenvereniging Pyrotechniek Nederland, een organisatie van vuurwerkverkopers, gaf aan met een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk (naar schatting 15% van de verkoop) te kunnen leven en een verschuiving naar het veiliger geachte siervuurwerk te verwachten.[61] Oogartsenorganisaties vonden het OVV-advies nog niet ver genoeg gaan, bewerende dat siervuurwerk ook te schadelijk is voor de volksgezondheid, en pleitten voor exclusief professionele vuurwerkshows.[51]

Plaatselijk: vuurwerkvrije zones[bewerken]

Na de grote Vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000 verzamelde het Actiecomité Anti Vuurwerk 2000-2001 40.000 handtekeningen (destijds een kwart van alle inwoners van Enschede) om bij oud en nieuw dat jaar een plaatselijk vuurwerkverbod af te dwingen. Omdat dit in strijd met de wet bleek, riep het Actiecomité de bevolking op om uit respect voor de slachtoffers zich vrijwillig van afsteken te onthouden.[62]

De gemeente Schiedam overwoog in 2011 een plaatselijk consumentenverbod in te stellen vanwege de grote schadepost die vandalisme met vuurwerk veroorzaakte.[42]

Voor de jaarwisseling van 2013–2014 richtten ongeveer 20 gemeenten met noodverordeningen voor het eerst vuurwerkvrije zones in.[63] Midden december 2014 waren het er 23, terwijl zes gemeenten het nog overwogen.[64] Dit aantal groeide in 2015 tot 54 gemeenten (volgens Trouw)[65] of 69 (volgens Algemeen Dagblad) en in 2016 tot 'ongeveer 60' (volgens NRC Handelsblad) of 76 (volgens Algemeen Dagblad),[66] maar er waren ook enkele gemeenten die hun eerder ingestelde vuurwerkvrije zones weer afschaften wegens handhavingsproblemen of omdat het 'ongezellig' werd bevonden.[63] Het Verbond van Verzekeraars becijferde dat er in 2014/15 13 miljoen euro aan was aangericht aan particuliere huizen, inboedels en auto's (schade aan scholen, bedrijven en overheidsgebouwen en medische kosten niet meegeteld) en in 2015/16 11 miljoen euro. Deze afname werd ten dele toegeschreven aan de instelling van meer vuurwerkzones en het Verbond pleitte dan ook voor verdere uitbreiding ervan.[67]

Gemeenten met
vuurwerkvrije zones
jaar aantal  %
2013 ~20[63] ~4,9%
2014 23–35[64][67] ~7.2%
2015 54–69[65][66] ~15,6%
2016 ~60–76[63][66] ~17,4%
2017 78[68] 20,1%

De gemeente Hilversum wilde een consumentenverbod vastleggen in een deel van het centrum (waaronder het uitgaansgebied)[69] door een besluit van het college van burgemeester en wethouders, maar een groep vuurwerkverkopers spande daarop een rechtszaak aan tegen de gemeente om hun financiële belangen te beschermen; de rechter gaf de vuurwerkverkopers in 2014 gelijk. De gemeente ging daarop in beroep bij de Raad van State, die het verbod in december 2015 alsnog goedkeurde[65] en in december 2016 bevestigde.[69] Dit schiep een precedent voor heel Nederland: in alle gemeenten was het college van B&W voortaan bevoegd om vuurwerkvrije zones in te richten tegen de bezwaren van vuurwerkhandelaren en andere tegenstanders in.[63]

Volgens eigen onderzoek van het Algemeen Dagblad bij 300 gemeenten zijn er voor oud en nieuw 2017/18 in 78 gemeenten vuurwerkvrije zones ingesteld (20,1% van alle Nederlandse gemeenten), drie meer dan het jaar ervoor.[70][68] Vijf gemeenten met vuurwerkvrije zones (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Hilversum en Westvoorne) en twee zonder (Apeldoorn en Ten Boer) zullen professionele vuurwerkshows organiseren.[70] De gemeente Amsterdam zal volgens raadsbesluit in december 2017 vanaf de jaarwisseling 2018/19 middels zones circa 90% vuurwerkvrij worden gemaakt.[71]

Voor- en tegenstanders[bewerken]

Vóór een consumentenvuurwerkverbod
Tegen een consumentenvuurwerkverbod

Opiniepeilingen[bewerken]

Uitgevoerd door Datum Consumentenvuurwerk op centrale plaatsen Alleen professionele shows (door de gemeente) Geen van beide Weet niet / geen mening Opmerkingen
TNS Nipo[78] 12-07-12 23% 48% 26% 3% 40% was tegen afsteken op centrale plaatsen,
zowel door particulieren als door de overheid.
Uitgevoerd door Datum Vóór consumentenvuurwerk Alleen professionele shows (door de gemeente) Helemaal geen vuurwerk Weet niet / geen mening Opmerkingen
EenVandaag[79] 28-12-13 33% 50% 14% 3% 64% was tegen consumentenvuurwerk.
EenVandaag[80] 28-12-15 36% 60% 14%
Uitgevoerd door Datum Vuurwerkvrije zones Geen consumentenvuurwerk in ruil voor professionele shows (door de gemeente) Geen consumentenvuurwerk (ongeacht professionele shows (door de gemeente)) Opmerkingen
I&O Research[81] 12-12-15 78% 54% 49% Vragen werden apart gesteld, men kon alleen vóór of tegen kiezen.
I&O Research[81] 10-12-16 70% 48% 42% Vragen werden apart gesteld, men kon alleen vóór of tegen kiezen.
I&O Research[81] 07-12-17 71% 53% 47% Vragen werden apart gesteld, men kon alleen vóór of tegen kiezen.
Houding ten aanzien van vuurwerkverbod en alternatieven naar politiek voorkeur (07-12-17)[81]
Bent u voor... VVD PvdA PVV SP CDA D66 CU GL SGP PvdD 50Plus FvD Totaal
Vuurwerkvrije zones 64% 76% 55% 74% 72% 75% 80% 82% 83% 88% 75% 64% 71%
Geen consumentenvuurwerk in ruil voor professionele shows (door de gemeente) 43% 58% 41% 59% 50% 55% 69% 71% 53% 73% 62% 49% 53%
Geen consumentenvuurwerk (ongeacht professionele shows (door de gemeente)) 38% 54% 36% 55% 42% 49% 60% 62% 53% 72% 54% 44% 47%

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]