Wade Hampton III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wade Hampton III
Wade Hampton III
Wade Hampton III
Geboren 28 maart 1818
Charleston, South Carolina, Verenigde Staten
Overleden 11 april 1902
Columbia, South Carolina, Verenigde Staten
Begraven Trinity Episcopal Cathedral Cemetery, Columbia, South Carolina, Verenigde Staten[1]
Land/partij Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Onderdeel Battle flag of the Confederate States of America.svg Confederate States Army
Dienstjaren 1861 - 1865
Rang Confederate States of America General-collar.svg Lieutenant General
Leiding over Hampton's Legion
Cavalry Corps, Army of Northern Virginia
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
Ander werk Gouverneur en senator uit South Carolina

Wade Hampton III (Charleston (South Carolina), 28 maart 1818Columbia (South Carolina), 11 april 1902) was een generaal die vocht in de Amerikaanse Burgeroorlog.

Beginjaren[bewerken]

Wade Hampton III was de oudste zoon van Wade Hampton II (1791 - 1858), die als officier bij de dragonders had gevochten onder Andrew Jackson in de Slag bij New Orleans. Hij was de kleinzoon van Wade Hampton I (1754 - 1835), die als luitenant-kolonel van de cavalerie had gevochten in de Amerikaanse Revolutie. Wade Hampton III had drie jongere zussen.

Na de oorlog van 1812 had zijn vader fortuin gemaakt met speculatie in land in het zuidoosten. Hij hield 3000 slaven.

Hampton groeide op in een rijk gezin, kreeg privé onderwijs en ging te paard jagen en doodde 80 beren met enkel een mes.

In 1836 studeerde Hampton af in rechten aan de South Carolina College.[2] Zijn vader liet hem plantages in South Carolina en Mississippi beheren.

Hij werd in 1852 verkozen in de South Carolina General Assembly en was van 1858 tot 1861 senator. Toen Hampton II in 1858 stierf, erfde Hampton III het fortuin, de plantages en de slaven.

Amerikaanse Burgeroorlog[bewerken]

Toen de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak, nam Wade Hampton III ontslag uit de senaat en nam als soldaat dienst bij de militie van South Carolina Militia. De gouverneur van South Carolina drong erop aan, dat Hampton III kolonel zou worden, hoewel hij geen militaire ervaring had. Hampton richtte het "Hampton's Legion" op met zes compagnieën infanterie, vier compagnieën cavalerie en een batterij artillerie. Hij betaalde alle wapens zelf.

Hampton vocht in juli 1861 in de Eerste Slag bij Bull Run, waar hij tijd won tot de aankomst van de brigade van Stonewall Jackson. Hij werd gewond door een kogel in zijn voorhoofd.

Op 23 mei 1862 werd Hampton brigadegeneraal. In de Schiereilandveldtocht raakte Hampton III op 31 mei 1862 in de Slag bij Seven Pines gewond aan de voet. Hij leidde een brigade in de Zevendagenslag.

Na de Schiereilandveldtocht reorganiseerde Robert E. Lee zijn cavalerie als een divisie onder leiding van J.E.B. Stuart, die Hampton koos om twee brigades te leiden. In de winter van 1862 rond de Slag bij Fredericksburg leidde cavalerieraids achter de vijandelijke linies. In november 1862 nam hij 137 man gevangen.

In de Gettysburgveldtocht raakte Hampton III lichtgewond in de Slag bij Brandy Station. Op 3 juli kreeg Hampton III twee sabelhouwen in zijn hoofd en dan nog een granaatscherf in zijn heup.[3] Hij werd afgevoerd met dezelfde ziekenwagen als John Bell Hood.

Op 3 augustus 1863 werd Hampton generaal-majoor en in 1864 was hij voldoende hersteld voor de Slag bij Brandy Station Na de dood van Stuart in de Slag bij Yellow Tavern kreeg Hampton op 11 augustus 1864 het bevel over het cavaleriekorps. In de Slag bij Trevilian Station versloeg hij Philip Sheridan in een cavaleriegevecht.[4] In september veroverde Hampton 2400 runderen in de "Beefsteak Raid".

In januari 1865 keerde Hampton terug naar South Carolina om te ronselen. Hij werd luitenant-generaal op 14 februari 1865.

Na de oorlog[bewerken]

Na de oorlog was Hampton berooid. William T. Sherman had zijn huis in brand gestoken. Zijn slaven waren bevrijd.

Hij sympathiseerde met de Ku Klux Klan en met de Red Shirts.

In 1878 werd hij herkozen als gouverneur van South Carolina. Twee dagen nadien viel hij tijdens een hertenjacht van zijn muilezel en brak hij zijn linkerbeen. Een paar weken later moet dit geamputeerd worden wegens verwikkelingen. In 1899 vloog zijn huis in brand.

Militaire loopbaan[bewerken]