Waghenbrugghe

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Waghenbrugghe of Oud-Wymbritseradeel was een middeleeuws district in Zuidwest-Friesland.

Het district is ontstaan uit een ouder gouw dat Zuidergo werd genoemd en waarvan men aanneemt dat het samenviel met het graafschap Stavoren. Waghenbrugghe is in de loop van de 14e eeuw opgesplitst in de districten Wymbritseradeel en Doniawerstal, die op hun beurt uiteenvielen in meerdere kleinere eenheden, voorlopers van de latere grietenijen. Uit het oude Wymbritseradeel ontstonden de delen Wymbritseradeel en Hemelumer Oldeferd, met de steden Stavoren, Hindeloopen, Workum, Sneek en IJlst, die voortaal tot Westergo werden gerekend. De oostelijke districten sloten zich aan bij het nieuwe gouw Zevenwouden. Hier ontstonden de delen Doniawerstal en Mirderland, de kern van het latere Lemsterland. Gaasterland (met het stadje Sloten) voegde zich rond 1500 bij Zevenwouden.

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

De naam van het district komt onder andere voor als Wenbirge (1296), Waghenbruckghe (1298), Weenbrugge of Weenberge (1310), Wagingberge (1311), Waghenbrugghe (1313), Wagenbrugge (1320), , Weghenbrenghe (1326), Waghenbrenstzeradele of Wembrenzera Dela (14e eeuw), later als Olde Wagenbrugge (1398) en Weynbritzera auld deel (1488).

De verklaring van de naam Waghenbrugghe is omstreden. Vanouds ging men er vanuit dat deze - net als bij Wageningen en Wagenberg - was ontleend aan het woord wagen 'wagen, kar' met het suffix -brug 'brug'. De archeoloog Herre Halbertsma betoogde echter in 1960 dat wagen- hier 'moerasland' zou betekenen.[1] Het tweede naambestandeel -brugghe of -britze zou eveneens afgeleid zijn van -broek: 'moerasland'.[2] De bekende taalkundige Maurice Gysseling antwoordde dat uit het laatste bleek "dat Halbertsma van taalkunde weinig afweet".[3] Het tweede deel van Halbertsma's verklaring werd ook door andere taalkundigen overgenomen en is in zijn latere werk niet terug te vinden. Desondanks is deze uitleg in Friesland algemeen geaccepteerd geraakt.[4]

Minder omstreden is Halbertsma's uitleg van het eerste naambestandeel. Het woord *wagen 'moerasveen' of 'trilveen' (van Proto-Germaans *wakkōn- 'bewegen, schudden') komt onder andere voor in de Engelse plaatsnaam Wawne, in de riviernaam Waveney[5] en mogelijk ook in de Nederlandse plaatsnamen Wagenberg[6] en Wagenborgen voorkomt. Het zou echter ook om de stam *wēgina- 'hellend' kunnen gaan, zoals in de Vlaamse toponiemen Weinebrugge en Wenduine.[7] Minder waarschijnlijk is verwantschap met het Middel-Engelse woord wain 'zoom, rand', dat maar zelden voorkomt.[8]

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

'Waghenbrugghe' was de naam van een werkvoorzieningschap in Sneek.

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • G. Bakker, 'Veenontginningen in Wymbritseradeel en Doniawerstal vanuit Goënga, Sneek, IJlst, Oosthem en Abbega 900-1300', in: It Beaken 65 (2003), p. 87-124
  • J.H. Brouwer et al. (red.), Encyclopedie van Friesland, Amsterdam 1958, art. 'Waghenbrugge'
  • Karel Gildemacher, Wymbritseradiel: Wer is it lân sa wiid... Wat bleef en veranderde, IJlst 2008
  • Herre Halbertsma, ‘Taalkunde in het licht der oudheidkunde: Weynbritzera auld deel’, in: Klaas E. Dijkstra et al. (red.), Fryske stúdzjes oanbean oan Prof. Dr. J.H. Brouwer op syn sechtichste jierdei 23 augustus 1960, Assen 1960, p. 425-460
  • Meindert Schroor, Van Wildinghe en Waghenbrugghe - een verkenning van de cultuurhistorische kwaliteiten van het Nationaal Landschap Zuidwest-Friesland, Leeuwarden 2008