Walcheren

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Icoontje doorverwijspagina Zie Walcheren (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Walcheren.
Walcheren
Walchren (Zeeuws)
Schiereiland en regio in Nederland Vlag van Nederland
LocatieWalcheren.png
Situering
Provincie Zeeland
Gemeente Middelburg
Veere
Vlissingen
Coördinaten 51°31'17"NB, 3°34'56"OL
Algemeen
Oppervlakte 215,72 km²
Inwoners (2012) 113.911
(526 inw./km²)
Overig
Postcode 4330-4399
Netnummer 0118
Belangrijke verkeersaders A58, N57, Zeeuwse lijn
COROP-gebied Walcheren
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Walcheren (Zeeuws: Walchren) is een landstreek en een schiereiland in het westen van de Nederlandse provincie Zeeland en bestaat sinds 1997 uit de drie gemeenten Middelburg, Veere en Vlissingen. Walcheren wordt omsloten door de Noordzee, de Westerschelde, het Veerse Meer en het ingepolderde Sloe.

Het voormalig eiland Walcheren is tegenwoordig een voortzetting van het schiereiland Zuid-Beveland. Walcheren telt ongeveer 115.000 inwoners op een oppervlakte van 216 km² en is daarmee het dichtstbevolkte voormalige eiland van Zeeland.

Geografie[bewerken]

Walcheren is een overwegend landelijke regio. De twee grootste plaatsen op het eiland zijn de provinciale hoofdstad Middelburg en de havenstad Vlissingen. Het dorp Oost-Souburg (na deze twee steden de grootste plaats van Walcheren) is onderdeel van de agglomeratie van Vlissingen. Het haven- en industriegebied Vlissingen-Oost bevindt zich grotendeels in het ingepolderde, zuidelijke deel van de Sloe en loopt door tot aan Borssele op Zuid-Beveland. Samen vormen Middelburg en Vlissingen het grootste stedelijk gebied van Zeeland met ca. 93.000 inwoners.

Enkele plaatsen op Walcheren hadden stadsrechten en worden daarom ondanks hun geringe omvang nog wel stad genoemd, zoals Arnemuiden ten noordoosten van Vlissingen. Aan de noordoostkant van het eiland, aan het Veerse Meer, ligt Veere, in vroeger eeuwen een belangrijke havenstad. Op het meest westelijke puntje van Walcheren ligt het oude vissersstadje Westkapelle. Nog oudere wortels heeft Domburg aan de noordwestkust.

Walcheren telt diverse badplaatsen, waarvan Domburg wellicht de bekendste is. Andere badplaatsen zijn Zoutelande, Dishoek, Westkapelle, Oostkapelle en Vrouwenpolder. De grootste dorpen op het platteland van Walcheren zijn Koudekerke (ten noorden van Vlissingen maar behorend tot de gemeente Veere), met 3500 inwoners, en Serooskerke.

Middelburg 39.323
Vlissingen 34.140
Oost-Souburg 10.360
Arnemuiden 5401
Koudekerke 3482
Westkapelle 2666
Oostkapelle 2434
Serooskerke 1773
Veere 1632
Sint-Laurens 1630
Domburg 1553
 
Aagtekerke 1536
Zoutelande 1487
Meliskerke 1460
Grijpskerke 1409
Nieuw- en Sint Joosland 1553
Vrouwenpolder 1073
Biggekerke 930
Ritthem 590
Gapinge 488
Dishoek 225  

Geschiedenis[bewerken]

Romeinse tijd[bewerken]

Willibrord verkondigt het geloof op Walcheren

Walcheren was al in de Romeinse tijd een bewoond gebied, met Domburg als belangrijke handelsplaats. De vermoedelijke naam van Domburg was in die tijd Walichrum of Walachria, wat de oorsprong van de naam Walcheren verklaart. In 1647 zijn resten gevonden van een aan de godin Nehalennia gewijde tempel. Er werden ook altaren gevonden. Die werden door kooplieden aan de godin opgedragen, uit dankbaarheid voor hun behouden overtocht.
In de 3e en 4e eeuw overstroomde een groot deel van Zeeland en het gebied bleef zo goed als onbewoond.

Middeleeuwen[bewerken]

Ten tijde van het Frankische Rijk was sprake van een graafschap Walcheren. Ter bescherming tegen invallen van Noormannen werden in de negende eeuw ringwalburgen aangelegd bij de plaatsen Middelburg, Domburg (de duinburg) en Oost-Souburg (de zuidburg). De plaatsnamen herinneren hier nog aan. De aarden burg van Oost-Souburg is gerestaureerd, de burg van Middelburg is nog te herkennen in het stratenplan.

Eind 7e eeuw kwam Willibrord naar Walcheren, vernielde er een plaatselijk afgodsbeeld en stichtte op dezelfde plek een kerk. Het eiland was een 'kroondomein' en groeide in rijkdom.

Tijdens de aanval van de Noormannen in 837 werd het eiland verdedigd door graaf Ekkehard (Eggihard) en hertog Hemming, een broer van de Deen Harald Klak. Het eiland werd geplunderd, Hemming en Ekkehard kwamen om bij de aanval, er werden grote verwoestingen aangericht en er waren veel slachtoffers. De overvallers, onder leiding van Hemmings neef Harald junior, gingen er met een rijke buit vandoor en namen veel vrouwen in gevangenschap mee. Walcheren was een uitstekende uitvalsbasis voor Harald. Walcheren zou tientallen jaren een 'piratennest' blijven.[1] Vanuit Walcheren konden de Vikingen oversteken naar Oost-Engeland. Ze konden er foerageren en een gunstige wind afwachten. Walacria (Walcheren, de handelsnederzetting Domburg) was door de handel met Engeland de bekendste havenplaats in het zuidelijke Noordzeebekken. Vanwege de strategische ligging was het ook een garnizoensplaats. De Vikingen hadden er een haven voor hun vloot en organiseerden ook hiervandaan plundertochten in het Scheldegebied. Walacria, de nederzetting Domburg, is door de zee verzwolgen. De laatste resten verdwenen in de 19e eeuw. In 841 gaf Lotharius I Walcheren in leen aan de Vikingen om zo nieuwe bondgenoten te werven, dit leidde tot een langdurige aanwezigheid van de Vikingen in het gebied wat toen West-Frisia heette.

Walachria-Bevelandia (behorend tot Rijks-Vlaanderen) was een eenheid die later Zeeland bewesten Schelde werd genoemd (de huidige regio Midden-Zeeland). De Vlaamse graaf Boudewijn IV werd in 1012 de eerste graaf van een deel van het gebied dat, tussen 1162 en 1189, Zeelandia/Zeeland zou gaan heten. Het gebied stond toen, zoals vermeld, bekend als Walachria-Bevelandia en Middelburg was, kort na de eerste millenniumwisseling, door de Duitse koning Hendrik II de Heilige (973 - 1024) aangewezen als bestuurscentrum. Middelburg ontstond bij/in een ringwalburg die, rond 880-890, als middelste burg tussen Domburg (Duinburg) en Souburg (Zuidburg) werd aangelegd. Boeren in het nog niet ingepolderde gebied wierpen kleine heuveltjes (vliedbergen) op ter bescherming tegen overstromingen. Begin 11e eeuw werd het gebied getroffen door de stormvloed van 1014. Vanaf de 11e eeuw werd Zeeland stukje bij beetje ingepolderd door monniken uit Vlaanderen waardoor steeds minder land overstroomde. De vruchtbare Zeeuwse klei was zeer geschikt voor landbouw, en de welvaart in het gebied nam toe dankzij de handel overzee. Vanaf de 12e eeuw verschenen dorpen en steden. Vanwege de goede bereikbaarheid over zee nam het belang van steden als Middelburg, Veere en Vlissingen vanaf de 14e eeuw snel toe.

De zestiende en zeventiende eeuw[bewerken]

Het kanaal van Welzinge verbond van 1532 tot 1817 Middelburg (via het oude Havenkanaal) met het Sloe en de Westerschelde. (Tot 1532 werd als vaarroute het bochtige riviertje de Arne gebruikt, dat via Arnemuiden uitmondde in het Sloe).

Walcheren heerlijkheidswapen.svg
Walcheren in 1681.

In de 16e en 17e eeuw groeide Middelburg uit tot de grootste haven- en handelsstad en later, na Amsterdam, de tweede handelsstad van de Noordelijke Nederlanden[bron?]. Vlissingen nam 20% van de Zeeuwse handel voor haar rekening en Veere was tot 1576 de belangrijkste Marinehaven van de Nederlanden. De Admiraliteit van Zeeland (een van de vijf Admiraliteiten die de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden telde) was nadat men eerst 10 jaar vanaf 1576 in Vlissingen had vergaderd, van 1586 tot 1795 in het Hof van Zeeland in Middelburg gevestigd.

De achttiende en negentiende eeuw[bewerken]

Dit was een periode van teruglopende welvaart. De economie stagneerde, met uitzondering van de landbouw. Van 30 juli tot 10 december 1809 vond de Britse Expeditie naar Walcheren plaats in een mislukte poging om de haven van Antwerpen te veroveren op de Fransen tijdens de Vijfde Coalitieoorlog tegen Napoleon.

In 1872 werd de spoorlijn van Zuid-Beveland doorgetrokken naar Vlissingen. Daarvoor werd tussen Zuid-Beveland en Walcheren de Sloedam (1871) aangelegd. Sindsdien is Walcheren een schiereiland.

De Tweede Wereldoorlog - Festung Walcheren[bewerken]

Na de capitulatie van Nederland werd de strijd in Zeeland voortgezet omdat Franse troepen er in strijd waren met Duitse eenheden. Op 15 mei begon de Duitse opmars door Midden-Zeeland en eindigde bij de capitulatie op 17 mei. Ter ondersteuning van hun terugtocht werd de binnenstad van Middelburg die dag door Frans marinegeschut in brand geschoten. Honderden panden, waaronder talrijke onvervangbare monumenten gingen verloren. Vlissingen werd tijdens de bezettingsjaren de meest gebombardeerde stad van Nederland.

1rightarrow blue.svg Zie ook de strijd in Zeeland in 1940
1rightarrow blue.svg Zie ook het bombardement op Middelburg op 17 mei 1940

Omdat de Duitse bezetter aannam dat er een grote aanval op Walcheren kon komen, veranderden zij het toenmalige eiland in een vesting, die zij Festung Walcheren noemden. Zij bouwden ongeveer 200 bunkers en richtten er 16 zware kustbatterijen in van Vlissingen tot Domburg, waarmee zij de gehele monding van de Westerschelde bestreken, als onderdeel van de Atlantikwall. Aan de oostzijde van Walcheren bij de Sloedam bouwden zij het zogenaamde Landfront, een zware verdedigingslinie van 38 bunkers met een tankgracht van 11 km. Dit Landfront is sinds 2011 via een speciaal aangelegde fietsroute te bezichtigen (voor welk doel een aantal bunkers is opgeknapt) - er zijn nog 27 bunkers over, waarmee het Landfront Walcheren de best bewaarde en tevens grootste Duitse stelling van Nederland is.[2] Er zijn diverse organisaties die zich bezighouden met de studie of het behoud van deze bunkers.

Bioscoopjournaal uit oktober 1945: Overzicht van de situatie op Walcheren vijf maanden na het einde van de Tweede Wereldoorlog. Het eiland staat grotendeels nog onder water na de aanval op de dijken door de Britse luchtmacht in oktober 1944. Een vaartocht over het ondergelopen gebied laat de aangerichte schade zien.

Na de landing in Normandië in juni 1944, rukten de geallieerden snel op richting de Nederlandse grens. In september werden de zuidelijke provincies bevrijd, inclusief Zeeuws-Vlaanderen. De mislukking van de Operatie Market Garden maakte een voorlopig einde aan de opmars.
Ook op Walcheren heersten de Duitsers nog, en beheersten zo de toegangsweg tot de havenstad Antwerpen. Maar het geallieerde leger had een grote aanvoerhaven nodig: de havens in Normandië waren te beperkt en te ver. Om de 83 kilometer lange route naar Antwerpen open te stellen moesten de Duitsers van Walcheren worden verdreven. De sterke Duitse verdediging maakte een landing hier een hachelijke zaak. Pogingen om via de Sloedam aan te vallen mislukten aanvankelijk en kostten met name de Canadezen grote verliezen.

1rightarrow blue.svg Zie ook de Inundatie van Walcheren

Daarom bombardeerden de geallieerden op 3 oktober de dijken van Walcheren op vier plaatsen, onder andere bij Vlissingen, Veere en Westkapelle. Walcheren kwam hierdoor onder water te staan, met als doel om zo de Duitse verdediging te ontregelen ter voorbereiding op een aanval vanuit zee. Ondanks waarschuwingen aan de bevolking met strooibiljetten (die in onbegrijpelijke, veel te academische taal waren geformuleerd) op 2 oktober, vonden 180 inwoners van Westkapelle de dood; ook werden 600 van de 650 woonhuizen vernietigd. Op 17 oktober werd Westkapelle opnieuw bestookt om het gat in de dijk te vergroten en verdiepen.

1rightarrow blue.svg Zie ook de Strijd om Walcheren

Op 1 november gingen in Westkapelle en Vlissingen voornamelijk Britse en Noorse troepen via landingen uit zee met landingsvaartuigen en speciale amfibische voertuigen (Weasels en Buffalo's) aan land. Na hevige gevechten was Walcheren op 8 november 1944 bevrijd. Walcheren is hiermee naast Normandië de enige plek waar de Duitse Atlantikwall doorbroken werd.
Tijdens de landing, operation Uncle Beach, in Vlissingen was de bevolking goeddeels geëvacueerd. Een kleine groep van ca 40 burger-bewoners bleef achter in de linies.

De Watersnood[bewerken]

In de jaren 1947 en 1948 waren in hoog tempo zo'n 350 noodboerderijen in seriebouw opgetrokken, om ook Walcheren te kunnen inschakelen bij de voedselvoorziening van Nederland. Van de oude infrastructuur was weinig over en van de nood werd een deugd gemaakt: een ruilverkaveling en de aanleg van rechte wegen tussen de dorpen maakte een moderne bedrijfsvoering mogelijk. Walcheren richtte zich weer op.[3]

In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 werd Zeeland getroffen door de watersnood. Walcheren bleef nu goeddeels gevrijwaard van overstromingen. Om een dergelijke ramp in de toekomst te voorkomen, werden vanaf 1958 de Deltawerken uitgevoerd. Een neveneffect hiervan was dat de verbindingen met de rest van Nederland aanzienlijk werden verbeterd.

De Deltawerken[bewerken]

De Veerse Gatdam uit 1961, een onderdeel van de Deltawerken, verbindt Walcheren met Noord-Beveland. Het vroegere Veerse Gat heet tegenwoordig Veerse Meer en is een populair watersportgebied dat veel toeristen trekt.

De haven van de stad Veere is door de aanleg van de Veerse Gatdam niet meer met de zee verbonden, waardoor de vissersvloot van Veere moest uitwijken. De kustlijn is echter door de aanleg van de dam aanzienlijk verkort, wat het gevaar voor overstroming van Walcheren flink vermindert.

Buitenplaatsen[bewerken]

Deelkaart 5 van een Manuscriptkaart van Walcheren van de gebroeders Hattinga uit 1750. Te zien is het centrale deel van het eiland tussen Aagtekerke, Gapinge, Biggekerke en Middelburg met een groot aantal buitenplaatsen

Walcheren stond van de 17e tot 19 eeuw vanwege de vele buitenplaatsen met hun kenmerkende grote tuinen bekend als de 'Tuin van Zeeland'. In totaal zijn er ongeveer 270 grotere en kleinere buitenplaatsen geweest. De Zeeuwse buitenplaatsen verschillen van de Hollandse buitenplaatsen doordat hier een grotere Vlaamse invloed was aangezien het vroeger kon worden gezien als een voorland van Vlaanderen.[4]

Ontstaan[bewerken]

De oorsprong van deze buitenplaatsen lag net als elders bij de stedelijke elite. Burgemeesters, schepenen, patriciërs en kooplieden zochten een manier om zomers aan de stinkende steden Middelburg en Vlissingen te kunnen ontsnappen. In Zeeland zorgde de economische bloei van Middelburg en Vlissingen voor toenemende rijkdom en schiep daarmee ook de mogelijkheid voor de stedelijke elite om naast een winterhuis in de stad ook een zomerhuis op het platteland te kopen. Tevens vormden de buitenplaatsen een veilige geldbelegging.[5]

De gronden kwamen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en masse beschikbaar door de secularisatie van de kloosters. Deze gronden bestonden op Walcheren uit de Munnikenhof ten zuiden van Grijpskerke (uithof van de abdij van Middelburg), Zoetendaal van de norbertessen bij Serooskerke, Waterlooswerve van de cisterciënserinnen bij Aagtekerke, Poppendamme (buitenverblijf van de abt van Middelburg) en Nieuwenhove ten noorden van Middelburg (eveneens van de abdij van Middelburg). Deze landerijen kwamen aanvankelijk in handen van de gewesten, de steden en de hervormde kerk, maar kwamen rond 1600 steeds meer in handen van rijke stedelingen, hetgeen terug te zien is in de vestiging van buitens op deze plekken. Ook kwamen er buitenplaatsen voort uit voormalige lust- en speeltuinen (lusthoven) nabij de stad of uit agrarische hofsteden.[5]

Halverwege de 16e eeuw waren er nog nauwelijks buitenplaatsen. Kasteel Westhove, de vroegere uithof van de abt van Middelburg, was destijds de enige met een renaissancetuin. Daarnaast waren er enkele kleine tuinen rond de kloosters en de kastelen Ter Hooge, Popkensburg en Zandenburg.

Bloeiperiode[bewerken]

Rond 1650 verschijnen echter verschillende kleinere buitenplaatsen rond en tussen de steden Middelburg en Vlissingen en langs een smalle strook langs de noordwestzijde van het eiland, zoals terug te zien op de Roman-Visscherkaart. Rond 1700 begon de bloeiperiode. In zijn tweedelige boek Walchersche Arkadia uit 1715-17 schrijft Mattheus Gargon bijvoorbeeld dat men "als in een gedurig bosch en wellustige dreeve langs een opgeschoten dijk wandelen kan, of rijden tot Domburg toe" en dat men zich verbaasde over "wat dit voor Plaatzen waren, en of het gantsche Land hier in Lusthoven en Heeren-huizen bestond".[6] Veel buitenplaatsen uit die tijd zijn terug te zien op de negendelige kaart van Walcheren van David Willem Coutry en Anthony Hattinga uit 1750 (zie kaartblad van Midden-Walcheren hiernaast). Hierop is te zien dat het aantal buitenplaatsen met name toenam tussen Middelburg en de noordwestkust en de grootste clustering van buitens zich voordeed in het gebied tussen Oostkapelle en Vrouwenpolder. Veel kleinere buitenplaatsen lagen op de kreekruggen langs de noordelijke, noordwestelijke en zuidelijke uitvalswegen van Middelburg (de Noordweg, Seisweg en Segeersweg), terwijl de grotere buitenplaatsen meer willekeurig over het eiland verspreid lagen, maar ook voor zover mogelijk op kreekruggen omdat de lager gelegen venige poelgebieden te onvruchtbaar waren. Met deze poelgronden werd bij de tuinaanleg wel rekening gehouden in verband met het uitzicht eroverheen, maar om er een buitenplaats op te kunnen aanleggen moesten eerst dure grondverbeteringsmaatregelen worden genomen. De buitens werden doorgaans tegen de zeewind en ongewenste pottenkijkers omringd met dichte omheinigen van bomen en andere plantages. De verspreid gelegen grotere buitenplaatsen lieten soms op eigen kosten wegen verbeteren om de bereikbaarheid vanuit de stad te verbeteren, zoals de weg tussen West- en Oost-Souburg, waar verschillende buitenplaatsen lagen. Ook lieten invloedrijke eigenaren van grote buitenplaatsen met een beroep op het plantrecht soms bomen planten langs de wegen naar hun buitens toe om deze zo meer aanzien te geven. Zo liet de heer van Popkensburg vanaf 1679 de Noordweg beplanten tussen de Noordpoort van Middelburg en Serooskerke, waartussen halverwege zijn uitgestrekte buitenplaats lag. Rond 1750 bestond ongeveer een achtste van het eiland (ruim 2500 hectare) uit tuinen en plantsoenen van buitenplaatsen. Een aantal buitenplaatsen werd getekend door Jan Arends. In de tweede helft van de 18e eeuw werden veel tuinen naar de mode van die tijd omgezet van een strakke Franse baroktuin naar een weelderige Engelse tuin.[5]

Neergang[bewerken]

Met de Franse Tijd zette echter het verval snel in. Franse inkwartieringen en oorlogshandelingen zorgden voor veel schade bij de buitenplaatsen. De economische recessie deed de rest. Veel buitens werden afgebroken of omgevormd tot boerderijen. Bij de resterende buitens ontbrak vaak het geld voor tuinonderhoud en de tuinen werden daarop op grote schaal weer omgezet in boerenland. In 1824 was het aantal buitenplaatsen teruggelopen naar ongeveer 45. In de 19e eeuw werden in de Manteling bij Oostkapelle nog wel enkele nieuwe buitens aangelegd, zoals Schoonoord in 1839, Iepenoord tussen 1842 en 1843 en Eikenoord in 1857, maar deze konden het tij niet keren. Het definitieve einde kwam in 1944, toen de inundatie van Walcheren alle resterende tuinen definitief verwoeste. De veranderde tijdgeest maakte dat men niet aan financieel kostbaar herstel van de tuinen dacht, maar aan economische vooruitgang: Ook de resterende landerijen werden toen al dan niet bij ruilverkavelingen omgezet naar boerengrond. Het kostbare onderhoud van de grote buitenhuizen werd uitgesteld, waardoor deze soms verpauperden en later werden omgezet naar kantoren of andere functies, zoals bij Ter Hooge, dat omgebouwd werd tot een appartementencomplex. Van de ongeveer 270 buitenplaatsen zijn er tegenwoordig nog ongeveer 15 over. Daarnaast zijn van nog eens 100 buitenplaatsen nog restanten aanwezig. Tegenwoordig wordt op kleine schaal soms weer een restant van een buitenplaats zichtbaar gemaakt in het landschap.

Transport[bewerken]

De belangrijkste verbindingsweg is de A58 van Eindhoven naar Vlissingen. Vlissingen is tevens het eindpunt van de spoorlijn RoosendaalVlissingen (Zeeuwse Lijn).

De veerpont (fiets/voetveer) die naar Breskens vaart, vervoert sinds 2003 geen auto's meer. De verbinding naar Zeeuws-Vlaanderen verloopt nu via de Westerscheldetunnel.

Sinds 2011 ligt de N57 niet meer dwars door Middelburg, maar om die plaats heen. Het verlegde traject van de N57 loopt vanaf Knooppunt De Roode Leeuw bij Nieuw- en Sint Joosland tot de Veerse Gatdam, de lengte van het verlegde traject is 13,4 km. Ten oosten van Middelburg kruist de weg het Kanaal door Walcheren met een aquaduct. De weg is grotendeels aangelegd met 2×2 rijstroken.

Lokale omroep[bewerken]

Sinds 2013 heeft Walcheren een eigen radio-omroep, WFM96, wat staat voor Walcheren FM.

Referenties[bewerken]

  1. L.v.d.Tuuk (2015), Vikingen, Omniboek, Utrecht, 2016, pp 134, 169-173
  2. http://www.bunkerbehoud.com/
  3. Johan den Hollander, De Walcherse noodboerderijen en gedenkstenen in wederopbouwboerderijen, 2016, uitg. Ruimzicht
  4. Buitenplaatsen. Encyclopedie van Zeeland. Planbureau en Bibliotheek van Zeeland/Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1982-84). Geraadpleegd op 26-12-2019.
  5. a b c Heslinga, M.W. et al.. "Walcheren, een tuin vol tuinen: Buitenplaatsen in de 17e en 18e eeuw", Nederland in kaarten. Verandering van stad en land in vier eeuwen cartografie, 1985, p. 80-81.
  6. Gorgon schreef zijn werk naar voorbeeld van het boek Inleydinghe tot het ontwerp van een Batavische Arcadia van Johan van Heemskerck uit 1637.