Warmteoverdrachtscoëfficiënt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De warmteoverdrachtscoëfficiënt is een maat voor de warmteoverdracht bij convectie (in tegenstelling tot warmteoverdracht door geleiding).

Voor de warmteoverdracht geldt:

waarin Q de warmtestroom is (in W), h de warmteoverdrachtscoëfficiënt (in W/(m²K)), A het oppervlak waardoor de warmteoverdracht plaatsvindt (in m²) en ΔT het temperatuurverschil (in K).

De waarde van h wordt bepaald door de stroming van lucht langs een warmte-afgevend of warmte-ontvangend oppervlak. Hoe sterker de stroming, des te hoger zal h zijn. Halverwege de vorige eeuw werd de volgende formule gebruikt voor het vaststellen van de warmteoverdrachtscoëfficiënt:

Waarbij 10 de warmte in kcal/(m².h.°C) en v de luchtsnelheid, getalsmatig, in meters per seconde is.[1] Voor die formule geldt nu:

in W/(m²K).

Bij een heet verwarmingselement is volgens TNO en de Gasunie de luchtsnelheid net boven een radiator ca. 0,5 m/s. De warmteoverdrachtscoëfficiënt is dan 8,5 W/(m²K). Aan de binnenkant van een buitenmuur is de luchtsnelheid bij koud weer ± ¼ m/s. De warmteoverdrachtscoëfficiënt is dan 6 W/(m².K). Aan de buitenkant van die muur is de luchtsnelheid door wind ongeveer 4 m/s. De warmteoverdrachtscoëfficiënt aldaar is 24 W/(m²K). In berekeningen wordt meestal uitgegaan van de omgekeerde waarde en die heet dan volgens de NEN 1068;2004 overgangsweerstand, die binnen de notatie Rsi en buiten Rse heeft gekregen.

  • Rsi = 1/(6 W/m².K) = 0,166 m².K/W ; volgens NEN 1068 Rsi = 0,13 m².K/W.
  • Rse = 1/(24 W/m².K) = 0,04 m².K/W ; volgens NEN 1068 Rse = 0,04 m².K/W.