Warschaupact

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De landen van het Warschaupact tot 1968

Het Warschaupact was een militair bondgenootschap van communistische landen in Oost-Europa, dat tussen 1955 en 1991 heeft bestaan. Het werd op voorstel van Sovjetpartijleider Nikita Chroesjtsjov opgericht als tegenhanger van de NAVO.[1] Officieel spraken de lidstaten van het Verdrag van Warschau.

Het verdrag werd op 14 mei 1955 in de Poolse hoofdstad Warschau als reactie op het toetreden van de Bondsrepubliek Duitsland tot de NAVO ondertekend door de Sovjet-Unie, Albanië, Bulgarije, Roemenië, de DDR, Hongarije, Polen en Tsjecho-Slowakije.[2] Daarmee waren op een na alle communistische staten in Oost-Europa lid: alleen Joegoslavië bleef erbuiten. Dat land had in april 1955 deelgenomen aan de Bandungconferentie, die in 1961 zou leiden tot de Beweging van Niet-Gebonden Landen. De leden van het pact beloofden elkaar te verdedigen indien een of meer leden zouden worden aangevallen. Volgens het verdrag was de relatie tussen de ondertekenaars gebaseerd op onderlinge onafhankelijkheid en respect voor nationale soevereiniteit. Later zou uit de interventies in Hongarije en Tsjecho-Slowakije echter anders blijken.

Albanië stapte in 1968 uit het Warschaupact, nadat Sovjettroepen in Tsjechoslowakije de Praagse Lente hadden beëindigd. Vanaf 1961 was Albanië nog slechts op papier lid geweest, nadat dat land partij had gekozen voor China in de ideologische strijd tegen de hervormingen en destalinisatie in de Sovjet-Unie. Ook de DDR maakte het einde van het Warschaupact niet mee: dat land had op 3 oktober 1990 opgehouden te bestaan.

Geschiedenis[bewerken]

Tijdens de Hongaarse Opstand van 1956 raakte de Hongaarse overheid verdeeld in twee fracties, één geleid door Imre Nagy, en de ander door János Kádár. Om de spanningen te verminderen trokken Warschaupact-troepen zich terug uit Hongarije. Toen Nagy's fractie echter aankondigde dat Hongarije zich terugtrok uit het Warschaupact, vielen de troepen opnieuw het land binnen in oktober, op uitnodiging van Kádár. De troepen onderdrukten het verzet in twee weken.

Troepen van het Warschaupact werden ook tijdens de Praagse Lente van 1968 ingezet. De troepen vielen Tsjecho-Slowakije binnen om de hervormingen uitgevoerd door Alexander Dubček's regering ongedaan te maken. Deze interventie werd officieel gelegitimeerd door de Brezjnevdoctrine, die luidt dat wanneer krachten die vijandig zijn aan het socialisme een socialistisch land naar het kapitalisme willen brengen, het niet alleen een probleem wordt voor het betrokken land, maar voor alle socialistische landen.

De politieke organisatie van het Warschaupact was in handen van een "Politiek Consultatief Comité". De militaire organisatie was formeel in handen van het "Gecombineerd Commando van de Strijdkrachten" in Warschau. Deze laatste instelling was een façade voor een militaire organisatie die geheel door de strijdkrachten van de Sovjet-Unie werd beheerst. De functie van "Chef van het Gecombineerd Commando" in Warschau was in handen van een Russische maarschalk die ook Eerste Plaatsvervangend Chef-Staf van de Sovjet-Strijdkrachten was, maar deze had in die functie geen sleutelpositie in de organisatie. De werkelijke militaire bevelhebber was dezelfde Eerste Plaatsvervangende Chef Staf in zijn rol als "Hoofd van de Gezamenlijke Staf van het Warschapact".

De partijleiders van de lidstaten van het Warschaupact werden tijdens de voorbereiding van de inval in Tsjecho-Slowakije uitgebreid geconsulteerd. Het was de vrees van de partijtop van de DDR, buurland van Tsjecho-Slowakije, voor de eigen bevolking die een doorslaggevende rol speelde bij het besluit om Tsjecho-Slowakije binnen te vallen. Meer burgerlijke vrijheid en een liberalisering van de economie zouden vooral in de DDR de toch al gespannen politieke verhouding tussen partij en bevolking verder doen verslechteren.

Kort na de inval in Tsjecho-Slowakije, op 13 september 1968, trok Albanië zich formeel terug uit het pact, hoewel het land al in 1962 in feite de samenwerking beëindigd had en een pro-Maoïstische, Chinese koers ging varen. Het schafte ook Chinese wapens aan. Albanië lag ingeklemd tussen het niet-gebonden Joegoslavië en NAVO-lidstaat Griekenland, dus alleen al daarom werd Albanië niet op dezelfde wijze tot de orde geroepen als Hongarije. De Roemeense leider Nicolae Ceauşescu noemde de invasie van 1968 een schending van zowel de internationale wetten als de principes van nationale soevereiniteit waarop het Warschaupact was gebaseerd. Volgens hem was enkel collectieve zelfverdediging tegen externe agressie een rechtvaardiging voor het inzetten van Warschaupact-troepen. Er waren dan ook geen Roemeense troepen betrokken bij deze inval. Het machtsmonopolie van zijn eigen communistische partij stelde Ceauşescu echter niet ter discussie, daarom bleef zijn land gespaard voor een dergelijke invasie.

De NAVO en het Warschaupact hebben nooit een rechtstreeks militair conflict gehad, maar bestreden elkaar meer dan 35 jaar in de Koude Oorlog. In december 1988 schafte Michail Gorbatsjov de Brezjnevdoctrine echter af en verklaarde dat de Oost-Europese landen hun eigen koers konden varen. In 1989 begon daarop veel te veranderen in Oost-Europa. De nieuwe regeringen stonden niet meer achter het Warschaupact en in januari 1991 verkondigden Tsjecho-Slowakije, Polen en Hongarije dat ze vanaf de 1 juli het volgende jaar de organisatie niet meer zouden steunen. Bulgarije volgde hen in februari en het werd duidelijk dat het pact zijn langste tijd gehad had. Het pact werd officieel ontbonden in Praag op 1 juli 1991.[3]

Post-Warschaupact[bewerken]

Op 12 maart 1999 werden Tsjechië, Hongarije en Polen lid van de NAVO. Bulgarije, Estland, Letland, Litouwen, Roemenië en Slowakije volgden in maart 2004, samen met Slovenië. Op 1 april 2009 werd ook Albanië lid van de NAVO.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. V. Mastny - M. Byrne (edd.), A cardboard castle?: an inside history of the Warsaw Pact, 1955-1991, Budapest, 2005, pp. 2-5.
  2. V. Mastny - M. Byrne (edd.), A cardboard castle?: an inside history of the Warsaw Pact, 1955-1991, Budapest, 2005, pp. 77 ff.
  3. V. Mastny - M. Byrne (edd.), A cardboard castle?: an inside history of the Warsaw Pact, 1955-1991, Budapest, 2005, pp. 682 ff.