Watertoren (Utrecht Lauwerhof)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Watertoren Lauwerhof
De watertoren aan de Lauwerhof, Utrecht
De watertoren aan de Lauwerhof, Utrecht
Plaats Utrecht
Bouwjaar 1895-1896
Hoogte 39 m
Inhoud 1500 m³
Architect(en) L.C. Dumont
Restauraties circa 1993
Monumentstatus rijksmonument
Monumentnummer 514252

De watertoren aan de Lauwerhof in de Utrechtse binnenstad is een rijksmonumentale watertoren die dateert uit het eind van de 19e eeuw. Ruim 25 jaar lang was het Waterleidingmuseum in deze watertoren gehuisvest.

Geschiedenis[bewerken]

In de voorgeschiedenis van deze watertoren fungeerden in Utrecht veelal de waterpompen, waterputten en waterwegen als bron voor (drink)water. Daarbij gebruikte men de grachten als loospunt voor de riolering. Gaandeweg de 19e eeuw braken in Utrecht meerdere cholera-epidemieën uit, die soms grote aantallen slachtoffers eisten.[1] Met de Engelse arts John Snow ontstond medio 19e eeuw het inzicht in een belangrijke oorzaak van de verspreiding van deze infectieziekte, en kwam de sanitaire revolutie op gang. De drinkwaterproblematiek in Utrecht leidde in 1855 tot de instelling van een Gezondheidscommissie binnen deze stad, tevens de eerste in Nederland. De in de stad woonachtige schrijver Nicolaas Beets dichtte in 1873 over het drinkwater onder meer:

Voert water aan, voert water aan,
Uit zilvren waterwellen!
Geen drab, waar ziekte en dood uit gist,
Maar zuivre bron, die ’t bloed verfrischt'.[2]
     

Het zou nog tot 1883 duren voor er in Utrecht een drinkwatervoorziening met waterleidingen in gebruik werd gesteld. De aanleg, financiering en exploitatie geschiedde door de Compagnie des Eaux d'Utrecht/ Utrechtsche Waterleiding Maatschappij (UWM). Het drinkwater werd vanuit Soestduinen door een leidingstelsel naar Utrecht getransporteerd over een afstand van ongeveer 15 kilometer. Het verval van zo'n 50 meter was in de beginjaren samen met een stoomaangedreven pompstation genoeg om voldoende waterdruk op de waterleiding te houden. Het aantal watergebruikers steeg echter snel. Om de druk in het waterleidingnet constant te houden, werd uiteindelijk besloten in de binnenstad van Utrecht de eerste watertoren te bouwen.

De bouw van de watertoren startte in 1895 naar een ontwerp in neorenaissancestijl van de UWM-architect L.C. Dumont. Als locatie voor dit bouwwerk diende de achtertuin van de UWM-directeur P.E. Rijk aan de huidige Lauwerhof. De Goudse aannemer Dessing voerde het werk uit voor een bedrag destijds van 46.800 gulden. Een jaar later werd de 39 meter hoge watertoren in gebruik genomen. Het op 30 meter hoogte aangebrachte waterreservoir heeft een inhoud van 1500 m³ en is het grootste dat in Nederland is toegepast. Het door de Duitse firma F.A. Neumann vervaardigde reservoir is van het type Intze IM.

In 1897 liet de UWM een tweede watertoren aan de Riouwstraat verrijzen. In de loop der decennia liet de UWM nog meerdere watertorens in Utrecht en omstreken bouwen. De watertorens in Zeist en Baarn van de UWM kregen een soortgelijke architectuur als de watertoren aan de Lauwerhof.

Van 1983 tot eind 2010 was het Waterleidingmuseum gehuisvest in deze watertoren. Het museum besteedde aandacht aan het verleden, heden en de toekomst van de drinkwatervoorziening in Nederland. Per 1 januari 2011 sloot het museum de deuren omdat waterleidingbedrijf Vitens, de grootste sponsor, haar bijdragen stopte. Sindsdien stond de watertoren leeg. In 2016 verkocht Vitens de watertoren voor 265.000 euro.[3][4]

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Onder meer de jaren 1848 en 1866 telden (ruim) 1700 dodelijke slachtoffers op een bevolking rond 1850 van zo'n 50.000 inwoners.
  2. Beets woonde in de Boothstraat op nummer 6. Toen de waterleiding beschikbaar kwam, weigerde hij zich te laten aansluiten. Pas na zijn dood in 1903 werd het pand aan de Boothstraat aangesloten
  3. Watertoren Lauwerhof in Utrecht gaat in de verkoop Nu.nl, 28 januari 2016
  4. Grote plannen voor de watertoren in Utrechtse binnenstad, AD.nl, 8 december 2016.