Watervorkje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Watervorkje
RicciaFluitansAgg.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Viridiplantae
Onderrijk:Embryophyta
Klasse:Marchantiophyta (Levermossen)
Orde:Ricciales
Familie:Ricciaceae
Geslacht:Riccia
Soort
Riccia fluitans
L. emend. Lorb. (1753)
Afbeeldingen Watervorkje op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Watervorkje op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Het watervorkje (Riccia fluitans) is een op het water drijvend of onder water zwevend levermos met een dichotoom vertakt thallus. In de herfst zinkt het naar de bodem. Uit de overwinterende thallustoppen ontwikkelen zich in het voorjaar nieuwe individuen. Het tweehuizige watervorkje draagt zelden "vruchten" (sporogonen). De vermeerdering vindt hoofdzakelijk plaats door knopvorming.

Beschrijving[bewerken]

Het watervorkje vormt geen rizoïden. De tot 4 cm lange thalli zijn lichtgroen, bandvormig en meervoudig onregelmatig gevorkt. De thalli van de drijvende vorm zijn smal bandvormig en 1 - 1,2 mm breed. De landvorm is donkerder, minder gevorkt en de thalli kunnen tot 1,5 mm breed worden. De top van het thallus is afgerond en iets verbreed met een of twee inkepingen, waaronder doorzichtige luchtkamers liggen met een netvormige structuur (aerenchym). Niet zelden zijn ademopeningen aanwezig. Er zijn slechts enkele, kleurloze, halvemaanvormige schubben aan de buikzijde van de middenlijn.

Het watervorkje kan meer dan zes maanden uitdroging goed doorstaan (poikilohydrisch) en loopt na bevochtiging in ongeveer een tot twee weken weer uit. Zelfs jong herbariummateriaal kan weer uitlopen.

Het watervorkje wordt als zuurstofplant gebruikt in aquaria.