Weerstandspunten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Weerstandspunten worden in bepaalde toernooisystemen bij bijvoorbeeld schaken en dammen, in het bijzonder het Zwitsers systeem, gebruikt om een rangorde te bepalen wanneer het aantal gescoorde punten van twee of meer spelers gelijk is. De weerstandspunten van een speler worden bepaald door de punten van diens tegenstanders op te tellen. Het idee hierachter is dat iemand die veel weerstandspunten heeft, dan dus sterke (of in elk geval goed spelende) tegenstanders heeft gehad, en de prestatie van het scoren van een bepaald aantal overwinningen dus groter is.

Bij een volledige competitie, waar iedereen tegen iedereen speelt, zijn weerstandspunten niet geschikt om de uitslag te bepalen, omdat spelers met hetzelfde aantal punten ook evenveel weerstandspunten hebben. In dit geval, maar ook anderszins als weerstandspunten geen oplossing opleveren, worden wel de Sonneborn-Berger punten gebruikt. Deze zijn aan het eind van de negentiende eeuw bedacht door de heren Sonneborn en Berger. Hierbij worden, net als bij weerstandspunten, de wedstrijdpunten van de tegenstanders bekeken, maar dit keer gelden alleen de tegenstanders die men verslagen heeft. Tegenstanders tegen wie de speler remise heeft gespeeld, tellen half.