Wegmier

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wegmier
Wegmierennest
Wegmierennest
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderstam: Hexapoda (Zespotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Hymenoptera (Vliesvleugeligen)
Familie: Formicidae (Mieren)
Onderfamilie: Formicinae (Schubmieren)
Geslacht: Lasius
Soort
Lasius niger
(Linnaeus, 1758)
Koningin, 6 werksters, 1 pop (rechts), 3 larven (links) en eitjes in het midden
Koningin, 6 werksters, 1 pop (rechts), 3 larven (links) en eitjes in het midden
Afbeeldingen Wegmier op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Wegmier op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De wegmier (Lasius niger), ook wel gewone wegmier, zwarte wegmier of zwartbruine wegmier, is een mierensoort uit de onderfamilie van de schubmieren (Formicinae).

Uiterlijk[bewerken]

De wegmier is zwartbruin tot zwart met een fijne beharing. De werksters zijn zo'n 3-5 mm lang. De koningin wordt zo'n 9 millimeter lang. De geslachtsmieren zijn donkerbruin en de vleugels zijn doorzichtig.

Indeling van het mierennest[bewerken]

In het mierennest is er één functionele koningin. Tijdens de stichtingsfase van een nieuwe kolonie kan het voorkomen dat enkele pas bevruchte wijfjes samen de eerste eitjes leggen - men spreekt dan van pleometrose. Wanneer echter de eerste werksters verschijnen, worden alle koninginnen gedood behalve één - dit noemt men dan secundaire monogynie. In eind juli en begin augustus zijn de bruidsvluchten; de mannetjes en de koninginnen stijgen dan op. Alleen de sterkste mannetjes kunnen de koninginnen bijhouden en haar boven in de lucht bevruchten. De werksters worden 2-3 jaar oud, met uitzondering van de eerste werksters. Deze bereiken een leeftijd van ongeveer 2 maanden. Dit komt omdat in de stichtingsfase de koningin de gehele fase in haar nest blijft. Tijdens deze tijd eet ze niet, en breekt ze haar vliegspieren af. Dit creëert een substantie van eiwitten die word gevoerd aan de eerste larven. Dit is echter minder voedzaam. Ook worden ze niet veel gevoerd ermee, omdat er een gelimiteerde hoeveelheid is. Na het uitkomen van de eerste mieren word er voedsel van buiten gehaald. Hierdoor kan er meer worden gevoerd, en wordt de levensverwachting verlengd.

De nesten bevinden zich vaak onder tegels of onder boomschors. Soms worden ook zandhopen gemaakt. De mieren leven van de uitscheiding van bladluizen die ze melken. De koningin en larves hebben proteïnen nodig om te groeien en eieren te leggen.

Voorkomen[bewerken]

De wegmier komt voor in een groot deel van het Palearctisch gebied. De soort leeft in vele biotopen, mits niet te droog. Ze is ook in tuinen te vinden, en 's zomers soms binnenshuis. In Nederland en België is de soort zeer algemeen.

Externe links[bewerken]