Welgevallen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Welgevallen was een koffieplantage aan de Commewijnerivier in het district Commewijne in Suriname. Zij lag links bij het opvaren, stroomafwaarts naast plantage Picardië en stroomopwaarts naast plantage Purmerend.

In 1747 werd het Fort Nieuw-Amsterdam opengesteld. Hierdoor werd het moerasgebied aan de beneden-Commewijne beschermd tegen vijandelijke invallen, en werd het uitgegeven voor de aanleg van plantages. Hiervan werd 500 akkers uitgegeven aan Jean DuPeyrou. Hij was een broer van de eigenaar van de vlakbijgelegen plantage Guadeloupe. Spoedig daarna werd de plantage uitgebreid tot 950 akkers.

In 1793 was Welgevallen in het bezit van het fonds van 14 tonnen goud, waarmee werd bedoeld dat dit fonds een kapitaal van 1,4 miljoen gulden aan plantagehypotheken had uitstaan. Het was uitgegeven door de firma Coopstad en Rochussen uit Rotterdam. Dit handelshuis was de op één na grootste slavenhandelaar van Nederland. De twee belangrijkste door Coopstad en Rochussen uitgeschreven leningen staan bekend als de negotiatie van 650 duizend gulden op tien plantages uit 1765, en de negotiatie van 14 tonnen gouds op twintig plantages uit 1767, gedateerd 1768.

Dit fonds werd overgenomen door de firma Pieter Wachter die ook uit Rotterdam kwam. Later werd dit Pieter Wachter en Zonen. Doordat een aantal eigenaren hun schulden niet meer konden betalen werd het fonds eigenaar van de plantages Maagdenburg, La Ressource (Surinamerivier), Suinigheid en Maria's Hoop (Cotticarivier), Toevlucht (Motkreek), L'Embarras en Venlo (Commewijnerivier), en Anna Maria (Saramaccarivier). Van deze plantages bleef Maagdenburg het langst in bezit van het fonds Wachter. In 1831 was Welgevallen al verlaten.