Wereldgezondheidsorganisatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
World Health Organization
Vlag van de WHO.
World Health Organization Executive Board Room.JPG
Bestuurscentrum Genève
Oprichting 7 april 1948
Werktaal Arabisch, Mandarijn, Engels, Frans, Russisch, Spaans
Lidmaatschap 193 leden
Directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus[1] (2017-)
Website www.who.int

De Wereldgezondheidsorganisatie (Engels: World Health Organization, WHO) is de gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties die een sturende en coördinerende rol heeft op het gebied van gezondheid en welzijn.[2] De WHO wil wereldwijde aspecten van de gezondheidszorg in kaart brengen, activiteiten op het gebied van de gezondheidszorg coördineren en de gezondheid van de wereldbevolking bevorderen. Tot de activiteiten behoort de classificatie van aandoeningen (ICD-10) en geneesmiddelen (ATC-codering).

De WHO werd op 7 april 1948 opgericht door de Verenigde Naties[3] en is sindsdien gevestigd in Genève. Jaarlijks wordt deze dag als Wereldgezondheidsdag met een thema in het nieuws gebracht.

Het logo van de WHO is gevormd uit het logo van de Verenigde Naties met daarin een esculaap verwerkt.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Voorgeschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Na de tweede cholerapandemie (1826–1837) organiseerde de Franse regering een reeks Internationale Sanitaire Conferenties om de quarantainevoorschriften, die nog van land tot land verschilden, te standaardiseren. De 14 conferenties (1851–1938) leidden tot internationale sanitaire afspraken, die de basis vormden voor de latere WHO.

Oprichting[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de oprichtingsconferentie van de Verenigde Naties in 1945 in San Francisco werd onder impuls van Szeming Sze, een afgevaardigde uit de Republiek China, en met de steun van Alger Hiss, de Amerikaanse secretaris-generaal van de conferentie, een verklaring aangenomen waarin werd opgeroepen tot een internationale conferentie over de gezondheidszorg.[4] Het gebruik van het woord "wereld" ("World"), in plaats van "internationaal", benadrukte het werkelijk mondiale karakter van wat de organisatie wilde bereiken.

Het Statuut van de Wereldgezondheidsorganisatie werd op 22 juli 1946 ondertekend door alle 51 toenmalige lidstaten van de Verenigde Naties en door 10 andere landen. De WHO was daarmee het eerste gespecialiseerde agentschap van de Verenigde Naties waar elk lid zich bij heeft aangesloten. Het handvest werd formeel van kracht op de eerste Wereldgezondheidsdag op 7 april 1948, toen het werd geratificeerd door de 26e lidstaat.[5][6] Het statuut bestaat uit een overeenkomst, een protocol en een statuut in engere zin. Deze zijn door de oprichtende leden ondertekend op 22 juli 1946, 20 oktober 1947 en 7 april 1948.[7] Met dit laatste bindt de lidstaat zich aan het statuut.

Lidstaten[bewerken | brontekst bewerken]

In Nederland kreeg het Statuut op 8 maart 1947 kracht van wet voor Europees Nederland en op 8 november 1949 voor de Nederlandse koloniën, waaronder Nederlands-Indië, dat toen de facto al onafhankelijk was. Als Indonesië werd dit land op 23 mei 1950 lid. Op 12 februari 1949 zegde de Sovjet-Unie het lidmaatschap op, twee dagen later gevolgd door twee vazalstaten: Oekraïne en Wit-Rusland. Op 29 november stapte Bulgarije op. In 1950 traden nog vijf andere communistische staten uit: Roemenië (20 februari), Albanië (25 februari), Tsjecho-Slowakije (14 april), Hongarije (19 mei) en Polen (15 oktober). Daartussenin, op 5 mei 1950, beëindigde ook de Republiek China (Taiwan) zijn lidmaatschap.[7]

In juli 2020 kondigde VS-president Donald Trump formeel het vertrek aan van de Verenigde Staten uit de organisatie, met ingang van 6 juli 2021.[8] De VS droegen in 2018–2019 zo’n 16% van het totale budget van de WHO bij.[9]

Activiteiten[bewerken | brontekst bewerken]

De jaren 1945-1949[bewerken | brontekst bewerken]

De eerste bijeenkomst van de Wereldgezondheidsvergadering eindigde op 24 juli 1948, toen een budget van 5 miljoen VS-dollar voor het jaar 1949 was verzekerd. De Kroatische medicus Andrija Štampar werd de eerste president van de Vergadering, en Brock Chisholm, die in de planningsfase uitvoerend secretaris was, werd benoemd tot directeur-generaal. De eerste prioriteiten waren het indijken van de verspreiding van malaria, tuberculose en seksueel overdraagbare aandoeningen, en het verbeteren van de gezondheid van moeder en kind, voeding en hygiëne. Voorts stelde de WHO de eerste richtlijnen op voor het opstellen van nauwkeurige statistieken over de verspreiding en de morbiditeit van ziekten. Ook werd een epidemiologische informatiedienst opgezet via telex.

De jaren 1950-1959[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 1950 kwam een massale inentingscampagne op gang tegen tuberculose, met gebruik van het BCG-vaccin. In 1955 werd een programma gelanceerd voor de uitroeiing van malaria, en een eerste rapport gepubliceerd over diabetes mellitus. Op verzoek van de Sovjet-Unie werd met Resolutie WHA11.54 een grootscheepse, en naar later bleek succesvolle, campagne opgestart om de pokken uit te roeien.[10] De eerste antibiotica verschenen op de markt en de WHO adviseerde landen in het gebruik ervan.[11]

De jaren 1960-1969[bewerken | brontekst bewerken]

De zuidgevel van het hoofdgebouw van de WHO in Genève, 2008

In de schoot van de WHO werd in 1965 het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek opgericht. De organisatie verplaatste in 1966 zijn hoofdkwartier van het Geneefse Palais des Nations naar een enkele honderden meters verder gelegen nieuw gebouwd hoofdkwartier aan de Avenue Appia nr. 20.

In 1967 intensiveerde de organisatie de pokkencampagne met een jaarlijks budget van 2,4 miljoen dollar. Ook werd een nieuwe methode voor het vaststellen van ziekte-incidentie gehanteerd. Belangrijke problemen daarbij waren het niet adequaat melden van pokken en het tekort aan kwalitatieve vaccins. De WHO zette een netwerk van consultants op die landen hielpen bij het opzetten van monitoring en campagnes.[12]

In 1967 aanvaardde de Algemene Vergadering een resolutie over de preventie van handicaps en revalidatie en de opname van gehandicapten in de gemeenschap.[(sinds) wanneer?][bron?]

In de Algemene Vergadering werd de eerste versie van de Internationale Gezondheidsvoorschriften aangenomen, aanvankelijk een overeenkomst van samenwerking tussen de WHO-lidstaten om 6 ernstige infectieziekten in te dijken: cholera, pest, gele koorts, pokken, terugkerende koorts en tyfus.[11]

De jaren 1970-1979[bewerken | brontekst bewerken]

De pokkencampagne werd voortgezet: de WHO hielp bij de pokkenepidemie van 1972 in Joegoslavië, en in 1979 verklaarde de WHO dat de ziekte na ruim twintig jaar bestrijding eindelijk was uitgeroeid – de eerste ziekte in de geschiedenis die door menselijke inspanningen werd geëlimineerd.[13] 1974 was het startjaar van een uitgebreid programma voor kindervaccinatie,[14] en de beheersing van rivierblindheid (onchocerciase), in samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO), het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) en de Wereldbank.

Een onderzoeksprogramma inzake gezinsplanning en zelfbeschikking en gezondheid bij de voortplanting[15] dateert uit 1972.[11] In 1975 ging een speciaal programma voor onderzoek en opleiding in tropische ziekten (TDR) van start.[11] Een eerste lijst van onmisbare geneesmiddelen werd in 1977 opgesteld.

Op de Internationale Conferentie over de primaire gezondheidszorg in Alma-Ata, Kazachstan (6-12 september 1978) werd het principe vastgelegd van de "universele gezondheidszorg", waar de WHO aandacht voor blijft vragen.[11]

De jaren 1980-1989[bewerken | brontekst bewerken]

Het eerste decennium van HIV/AIDS: WHO startte een wereldwijd programma in 1986, twee jaar later gevolgd door een anti-discriminatiecampagne. In 1988 kwam het Global Polio Eradication Initiative tot stand, een samenwerking met Rotary International, het Centers for Disease Control and Prevention, UNICEF en de Gates Foundation voor het uitroeien van kinderverlamming (polio) in de wereld.

De jaren 1990-1999[bewerken | brontekst bewerken]

Voor de behandeling van tuberculose wordt een nieuwe "DOTS-strategie" ingezet (DOTS=directly observed treatment). Het AIDS-programma van de jaren tachtig leidde in 1996 tot de oprichting van UNAIDS. Naar aanleiding van de 50e verjaardag van de WHO in 1998 verwees directeur-generaal Brundtland naar de geboekte successen op het gebied van kindersterfte, de hogere levensverwachting en het terugdringen van plagen zoals pokken en polio, maar gaf zij toe dat op andere terreinen meer moest worden gedaan, bijvoorbeeld voor de gezondheid van moeders.[16]

De jaren 2000-2009[bewerken | brontekst bewerken]

Eind de jaren ‘90 was een breed internationaal overleg op gang gekomen om tuberculose uit de wereld te helpen. De inspanning werd opgenomen in de millenniumdoelstellingen, en na ondersteuning door de Wereldgezondheidsorganisatie werd het Stop TB Partnership[17] opgezet, dat sedert 2015 wordt beheerd door UNOPS.

Een programma tegen de mazelen werd in 2001 opgesteld, met als doel de ziekte met 68% terug te dringen tegen 2007.

In 2002 werd een fonds tegen AIDS, tuberculose en malaria (The Global Fund to Fight AIDS, Tuberculosis and Malaria) opgericht om meer middelen vrij te maken in de strijd tegen deze aandoeningen. Met de hulp van de WHO werd een eerste officiële HIV/AIDS Toolkit opgemaakt voor Zimbabwe, een primeur in de preventie, behandeling en ondersteuning van de strijd tegen AIDS.[18]

Het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging werd in 2003 aangenomen, het eerste mondiale verdrag op het gebied van de volksgezondheid. De Internationale Gezondheidsvoorschriften uit 1967 werden herzien in 2005.[11]

Naar aanleiding van de uitbraak van het H1N1-griepvirus in 2009 werkt de WHO samen met partners in de ontwikkeling van griepvaccins.[11]

De jaren 2010-2019[bewerken | brontekst bewerken]

In 2012 stelden de lidstaten van de WHO voor het eerst mondiale doelstellingen op om hartziekten, diabetes, kanker en andere niet-besmettelijke ziekten te voorkomen en te genezen. Bij de Ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 stuurde de WHO duizenden technische experts, ondersteunend personeel en medische apparatuur.[11]

Na een uitbraak van gele koorts in 2016 in Congo (DRC), met uitlopers in andere landen waaronder China, ontwikkelde de WHO in 2017 de EYE-strategie voor preventieve vaccinatieprogramma’s, in samenwerking met UNICEF. Door de ingreep werd de gele koorts effectief ingedijkt.[19]

In 2018 kon de WHO aankondigen dat Ebola in West-Afrika onder controle is, maar rond het zikavirus blijft een internationaal zorgwekkende noodsituatie bestaan.[11]

Organisatie[bewerken | brontekst bewerken]

Algemene Vergadering[bewerken | brontekst bewerken]

Het hoogste orgaan in de WHO is de Algemene Vergadering (World Health Assembly). Alle VN-lidstaten maken er deel van uit. De Vergadering bespreekt de agenda, opgesteld door de Raad van bestuur, verkiest de directeur-generaal, en stemt de begroting. De Vergadering komt jaarlijks bijeen in Genève, Zwitserland.

Raad van Bestuur[bewerken | brontekst bewerken]

De Raad van Bestuur is samengesteld uit 34 technisch gekwalificeerde leden, verkozen voor drie jaar. De Raad stelt jaarlijks de agenda en resoluties op voor de komende Algemene Vergadering, en vergadert nadien over de uitvoering van de besluiten van de Vergadering.

Directie & secretariaat[bewerken | brontekst bewerken]

De WHO wordt geleid door een directeur-generaal, verkozen door de Algemene Vergadering. Daarnaast telt de WHO een zestal regionale directeuren, voor Afrika, Amerika, Zuidoost-Azië, Europa, Midden-Oosten (Eastern Mediterranean), en de Grote Oceaan (Western Pacific). Het secretariaat is gevestigd in Genève, Zwitserland.

De WHO telt ruim 7.000[20] medewerkers, waarvan ruim de helft in de 6 regionale kantoren en 149[20] agentschappen.

Directeuren-generaal[bewerken | brontekst bewerken]

Naam Jaren actief
Vlag van Canada Brock Chisholm 1948-1953
Vlag van Brazilië Marcolino Gomes Candau 1953-1973
Vlag van Denemarken Halfdan Mahler 1973-1988
Vlag van Japan Hiroshi Nakajima 1988-1998
Vlag van Noorwegen Gro Harlem Brundtland 1998-2003
Vlag van Zuid-Korea Lee Jong-wook 2003-2006
Vlag van Zweden Anders Nordström* 2006
Vlag van Hongkong Margaret Chan 2006-2017
Vlag van Ethiopië Tedros Adhanom Ghebreyesus 2017-
*Ad interim na het plotselinge overlijden van Lee Jong-wook.

In mei 2006 overleed de Koreaanse directeur-generaal van de WHO, Jong-wook, en werd enkele maanden door de Zweedse waarnemer Nordström vervangen. Van november 2006 tot mei 2017 was Chan uit Hongkong directeur-generaal van de organisatie. In mei 2017 werd de Ethiopiër Ghebreyesus haar opvolger. Hij was minister van Gezondheidszorg en Buitenlandse Zaken van het Oost-Afrikaanse land.[1] Tegen zijn benoeming werd geprotesteerd, omdat hij verdacht werd van corruptie en behoorde tot de kring vertrouwelingen van een repressief regime.[1]

Budget en bijdragen[bewerken | brontekst bewerken]

De WHO wordt gefinancierd door vastgestelde en vrijwillige bijdragen van lidstaten, en door donaties van onder meer NGO’s. De vrijwillige bijdragen van lidstaten zijn echter dubbel zo groot als hun vastgestelde bijdragen, die berekend worden volgens het inkomen en de bevolking van elke lidstaat. Vrijwillige bijdragen en donaties kunnen door de schenker specifiek toegewezen worden aan bepaalde projecten,[21] en dat was in 2019 het geval voor bijna 70% van de financiële middelen.[9]

Het jaarbudget van de WHO past binnen het actieprogramma (vijfjarenplan), en bedroeg in 2020 zo’n 2,5 miljard dollar, plus 1 miljard dollar voor noodhulp. De fondsen worden verdeeld over de zes regiokantoren en de hoofdzetel, en ingedeeld in een zestal categorieën. WHO-budgetten worden zelden rechtstreeks besteed aan gezondheidszorg of -programma's, maar eerder aan wetenschappelijk en technisch advies voor lokale besturen. Bijna een derde van het budget gaat naar het hoofdkantoor, voor wetenschappelijk onderzoek, coördinatie en compilatie gegevens. Van de regiokantoren ontvangt Afrika het grootste deel, gevolgd door het Midden-Oosten en Zuidoost-Azië.[9]

Actieprogramma’s[bewerken | brontekst bewerken]

De WHO stroomlijnt haar activiteiten in vijfjarenplannen. Deze worden opgesteld door de Raad van Bestuur, en daarna voorlgelegd aan de Algemene Vergadering.

Actieplan 2019-2023[bewerken | brontekst bewerken]

Het actieplan 2019-2023 (GPW13), opgesteld in overleg met de lidstaten, de regionale afdelingen, en een aantal internationale organisaties, werd in mei 2018 goedgekeurd, met volgende krachtlijnen:[22]

  • uitgangspunt: de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen 2030
  • impact van het plan wordt voortaan gemeten
  • drie prioriteiten: universele zorgverzekering, het behandelen van internationale noodtoestanden en het bevorderen van de volksgezondheid in het algemeen
  • het overheidsbeleid sturen in de richting van een verantwoord gezondheidsprogramma, op basis van evidence-based ervaringen (inclusief de bijdrage van traditionele en aanvullende geneeswijzen)[23]
  • het opvoeren van activiteiten in de diverse lidstaten, in overleg met nationale partners
  • het uitbreiden van het normatieve werk: standaarden, conventies en overeenkomsten, en het verzamelen en verspreiden van kennis ter zake
  • het zoeken naar flexibele ad hoc financiering, naast de gewone bijdragen van lidstaten.

Essentiële medicijnen[bewerken | brontekst bewerken]

De WHO heeft een lijst samengesteld met medicijnen die een dusdanige werking hebben dat ze voor iedereen beschikbaar zouden moeten zijn, terwijl de stoffen een dusdanige prijs hebben dat dat ook mogelijk is.

Medische noodsituatie[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Internationale gezondheidsvoorschriften voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Bij ernstige epidemieën kan de WHO een internationale medische noodsituatie uitroepen, in het jargon een Public Health Emergency of International Concern of PHEIC. Dat gebeurde reeds verschillende malen:

  • 2009 verklaring van de varkensgriep
  • 2014 polioverklaring
  • 2014 Ebola-verklaring
  • 2016 Zika-virusverklaring
  • 2018–20 Ebola-verklaring (Kivu)
  • 2019-20 COVID-19-verklaring.

Controverses[bewerken | brontekst bewerken]

Tsjernobyl en Fukushima[bewerken | brontekst bewerken]

De Wereldgezondheidsorganisatie zou zich om politieke redenen aanvankelijk terughoudend hebben opgesteld na de kernramp van Tsjernobyl. Volgens critici zou dit terug te voeren zijn op een omstreden[24] akkoord met het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA),[25] waarin beide organisaties afspraken te overleggen wanneer ze in elkaars vaarwater dreigden te verzeilen. De WHO stelt echter onafhankelijk te staan tegenover de IAEA.[26] Volgens de Zweedse chemicus Foreman is deze kritiek onterecht, en zou ze berusten op een te selectieve lezing van de overeenkomst.[27] Hoe dan ook werd de WHO pas in 1991 voor het eerst om assistentie verzocht.[26] In 2006 publiceerde de WHO een uitgebreid rapport.

Verontruste burgers bleven echter meermaals betogen voor het hoofdkwartier van de WHO. Zij zagen eenzelfde terughoudendheid na Fukushima.[28]

Rooms-Katholieke Kerk en HIV/AIDS[bewerken | brontekst bewerken]

In 2003 veroordeelde de WHO uitspraken van het Vaticaan als zouden condooms niet veilig zijn in de strijd tegen HIV/AIDS.[29] Aanslepende meningsverschillen met Rome over het gebruik van condooms in de strijd tegen HIV/AIDS leidden in mei 2009 tot scherpe kritiek van WHO-voorzitter Leslie Ramsammy op het standpunt van de toenmalige Paus Benedictus XVI: De uitspraak van de paus is inconsistent met de wetenschap, inconsistent met onze ervaringen en niet in overeenstemming met wat katholieken hebben ervaren en geloven.[30]

Mexicaanse griep (2009)[bewerken | brontekst bewerken]

In 2007 organiseerde de WHO klinisch onderzoek bij de ontwikkeling van een griepvaccin, in samenwerking met een groep experten en gezondheidsfunctionarissen. Toen in april 2009 de Mexicaanse griep om zich heen greep, riep de WHO die uit tot een pandemie (niveau 6). Critici verweten de WHO paniek te hebben gezaaid, omdat het Mexicaanse griepvirus uiteindelijk milder bleek dan gevreesd. Regeringen hadden nodeloos massaal vaccins ingeslagen, en alleen bedrijven als GlaxoSmithKline en Sanofi-Aventis waren daar beter van geworden.[31] Deskundigen uit de farmaceutische industrie waren echter enthousiast: de pandemie van 2009 had geleid tot een "nooit geziene samenwerking tussen gezondheidsautoriteiten, wetenschappers en fabrikanten wereldwijd, wat resulteerde in de meest uitgebreide pandemierespons ooit. Vaccins werden na amper drie maanden voor gebruik goedgekeurd. Een dergelijke reactie was alleen mogelijk dankzij de uitgebreide voorbereidingen van de afgelopen tien jaar.”[32]

Ebola-epidemie (2013-2016)[bewerken | brontekst bewerken]

Na de ebola-uitbraak in West-Afrika in 2014 werd de organisatie bekritiseerd voor haar late reactie: Guinee meldde op 22 maart 2014 de epidemie, Artsen zonder Grenzen waarschuwde op 31 maart, maar het duurde tot augustus voor de WHO een mondiale noodsituatie afkondigde.[33]

Een ander verwijt betrof de bureaucratie, de ontoereikende financiering, de regionale structuur en het personeelsprofiel tijdens die crisis. De oplossing zou bestaan in een splitsing van de organisatie in een operationele vleugel en een politiek platform.[34] Een intern WHO-rapport over de ebola-reactie noemde als zwakheden de onderfinanciering, en anderzijds het gebrek aan basiscapaciteit in de gezondheidszorgsystemen in ontwikkelingslanden. Op de Algemene Vergadering in 2015 kondigde directeur-generaal Margaret Chan een noodfonds aan van 100 miljoen dollar voor een snelle respons op toekomstige noodsituaties. Daarvan was in april 2016 26,9 miljoen dollar volgestort. Voor 2016-2017 werd nog eens 494 miljoen dollar uitgetrokken.[35][33]

Het programma was bedoeld om binnen de WHO ruimte te scheppen voor directe actie, die volgens critici was verloren gegaan als gevolg van bezuinigingen in het voorgaande decennium. Daardoor was de organisatie herleid tot een adviesorgaan, dat voor activiteiten ter plaatse volledig afhankelijk was van de lidstaten en telkens van nul moest beginnen. En terwijl de ontwikkelde landen miljarden dollars spendeerden aan de ebola-epidemie van 2013–2016, en de Zikavirus-epidemie van 2015–2016, vreesden gezondheidsexperts dat de WHO zelfs met de hervormingen niet klaar was voor een pandemie.[36]

WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging[bewerken | brontekst bewerken]

Het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging (FCTC) is een van de weinige mechanismen waarmee de WHO de naleving van gemaakte afspraken inzake de beteugeling van tabaksgebruik kan afdwingen. Toch werden talrijke tekortkomingen vastgesteld in de database met nationale uitvoeringsverslagen, hetgeen de geloofwaardigheid van het programma ondermijnt.[37]

Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek[bewerken | brontekst bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), een deelorganisatie van de WHO, kreeg kritiek voor zijn analyse en indeling van kankerverwekkende stoffen. Die zou in bepaalde gevallen politiek gemotiveerd geweest zijn of het publiek misleiden.

Lidmaatschap en deelname van Taiwan[bewerken | brontekst bewerken]

Tussen 2009 en 2016 mocht Taiwan als waarnemer de bijeenkomsten van de WHO bijwonen, maar na het aantreden van de naar onafhankelijkheid neigende president Tsai Ing-wen werd het land als gevolg van de hernieuwde druk van China de toegang ontzegd, ondanks pleidooien van meerdere landen. Zelfs Taiwanese media die verslag wilden uitbrengen over de Algemene Vergadering van de WHO, werd de deur gewezen.[38] Het negeren van Taiwan kwam de WHO op heel wat kritiek te staan tijdens de coronapandemie van 2020, vooral omdat de Taiwanese aanpak in de praktijk succesvol bleek, en dus een beter voorbeeld was geweest voor de wereld.[39]

Reiskosten[bewerken | brontekst bewerken]

De reiskosten voor de bijna 7.000 medewerkers van de WHO lagen in 2016 op 201 miljoen dollar – op eenzelfde niveau als het totaal van de programma’s voor AIDS, hepatitis, malaria, tuberculose, mentale gezondheid en drugsverslavingen samen – 213,5 miljoen dollar.[40][41]

Robert Mugabe als goodwill-ambassadeur[bewerken | brontekst bewerken]

Op 21 oktober 2017 benoemde directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus de voormalige Zimbabwaanse president Robert Mugabe tot goodwill-ambassadeur van de WHO in de strijd tegen niet-overdraagbare ziekten. De aanstelling prees Mugabe voor zijn toewijding aan de volksgezondheid in Zimbabwe. Na heftige kritiek werd de benoeming ‘s anderendaags ongedaan gemaakt.[42]

Traditionele geneeskunde[bewerken | brontekst bewerken]

De WHO is enigszins geëvolueerd in de richting van acceptatie en integratie van volksgeneeskunde en traditionele Chinese geneeskunde (TCM). In de ICD-11 classificatie van 2022 zal gepoogd worden classificaties van traditionele geneeskunde te integreren met classificaties van op bewijsmateriaal gebaseerde geneeskunde. Hoewel de Chinese autoriteiten hebben aangedrongen op meer begrip voor traditionele geneeskunde, kwam binnen de WHO kritiek uit de medische en wetenschappelijke gemeenschap, vanwege het gebrek aan bewijsmateriaal, en het risico voor bedreigde soorten, die bejaagd worden om traditionele middelen te gebruiken.[43]

Coronapandemie[bewerken | brontekst bewerken]

Zie artikel Zie voor de officiële handelingen van de WHO het artikel coronapandemie.

Reeds vrij vroeg in het verloop van de coronapandemie kreeg de WHO van verschillende zijden kritiek te verduren.

Laattijdige waarschuwingen[bewerken | brontekst bewerken]

De WHO reageerde reeds op 1 januari op de eerste officiële mededeling uit China van de dag voordien.[44][45] Critici wijzen er echter op dat die snelle reactie vooral intern gericht was, en dat de WHO nog tot ver in januari in haar officiële mededelingen de mogelijke ziekte-overdracht van COVID-19 tussen mensen bagatelliseerde,[44] hoewel Taiwan al op 31 december 2019 op deze mogelijkheid wees. De WHO gaf deze waarschuwing echter niet internationaal door, zodat hij veelal om politieke redenen genegeerd werd, aldus de critici.[46] De WHO voert aan dat Taiwan toen geen mens-tot-mens besmetting meldde en enkel om opheldering vroeg, waarop Taiwan countert dat op die datum nog geen diagnose kon vastgesteld worden, maar dat het in zijn boodschap uitdrukkelijk sprak over het risico van “atypische pneumonie”,[46] een aandoening die wel degelijk besmettelijk is van mens-tot-mens. Volgens Remco van de Pas, onderzoeker bij het Tropisch Instituut te Antwerpen is dit het gevolg van een interne regel bij de WHO: “de lidstaat die een uitbraak aanmeldt, is ook leidend in de berichtgeving. Daarom heeft de WHO dat technische besmettingsgevaar niet formeel gesignaleerd. Ze gaven er liever een diplomatieke draai aan.”[47] Pas op 30 januari kwam er een algemeen internationaal alarm.

Kritiek van de regering-Trump[bewerken | brontekst bewerken]

De Amerikaanse president Trump verwijt de WHO niet tijdig te hebben gewaarschuwd, beschikbare informatie niet direct te hebben gedeeld en te inschikkelijk te zijn tegenover China.[48]

Successen en erkenning[bewerken | brontekst bewerken]

De Wereldgezondheidsorganisatie wordt door velen beschouwd als de belangrijkste organisatie op het gebied van internationale gezondheidssamenwerking, en die is broodnodig, zeker bij de epidemieën en pandemieën van de laatste decennia.[47] Algemeen worden als succesverhalen van de organisatie onder meer genoemd:

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Geschiedenis van de WHO[bewerken | brontekst bewerken]