Naar inhoud springen

Westelijke Dvina

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Westelijke Dvina
Westelijke Dvina
Lengte 1003 km
Hoogte (bron) 221 m
Stroomgebied 87.900 km²
Bron Waldajhoogte
Monding Golf van Riga
Stroomt door Rusland, Wit-Rusland, Letland
Zonsondergang boven de rivier
Zonsondergang boven de rivier
Portaal  Portaalicoon   Geografie
Het Zweedse leger bombardeert de vesting van Daugavgriva aan de monding van de Dvina in Letland.

De Daugava, (Lets en Nederlands: Daugava; Duits: Düna; Russisch: Западная Двина, Zapadnaja Dvina; Wit-Russisch: Заходняя Дзьвіна, Zachodnaja Dzjvina) voorheen ook wel Westelijke Dvina genoemd is met een lengte van 1020 kilometer de langste rivier van de Baltische staten.

De rivier ontspringt in Rusland op de Waldajhoogte, ten westen van de stad Tver. Dit heuvelland vormt de waterscheiding met de Dnjepr, waarvan de bron vlak bij die van de Dvina ligt, daarmee ook de scheiding tussen het stroomgebied naar de Oostzee en de Zwarte Zee vormend.

Na 323 kilometer bereikt de Daugava Wit-Rusland en na nog 328 kilometer Letland, waarna ze 352 kilometer westelijker de Golf van Riga, onderdeel van de Oostzee, bereikt.

Het stroomgebied van de rivier (87.900 km²) strekt zich behalve over deze drie landen ook uit over delen van Estland en Litouwen. De rivier wordt overwegend gevoed door smeltwater: de helft van de waterafvoer wordt in het voorjaar verwerkt.

De bevolkingsdichtheid van het stroomgebied neemt in westelijke richting toe. De grootste steden langs de Daugava zijn Vitebsk in Wit-Rusland en de Letse hoofdstad Riga. Na de Daugava is de Gauja de tweede grootste river in Letland.

De rivieren Gauja en Daugava in Letland zijn geografisch met elkaar verbonden door hun nabijheid tot de Golf van Riga en historisch door een 22,3 km lange waterweg die tussen 1899 en 1903 werd aangelegd. Dit project, inclusief het Gauja-Baltezers-kanaal, verbond de Gauja met het stroomgebied van de Daugava via het Mazais Baltezers-meer. Beide zijn belangrijke rivieren die in de Oostzee uitmonden en een kustgebied met opvallende duinen delen.

De Daugava was al een belangrijke handelsroute voordat de Duitse ridderorde de rivier en het omliggende gebied in de dertiende eeuw onder controle kreeg.

Daugava en Letland

[bewerken | brontekst bewerken]

Mensen hebben zich al millennia gevestigd aan de monding van de Daugava en langs de oevers van de Golf van Riga. Aanvankelijk leefden ze van de jacht en het verzamelen van voedsel, waarbij ze de wateren van de Daugava-monding gebruikten voor visserij en het verzamelen van grondstoffen.

Lijven. Het gebied rond Riga, bewoond door de Fins sprekende Lijven, ontwikkelde zich al in de middeleeuwen tot een belangrijke nederzetting en verdedigingslocatie aan de monding van de Daugava, zoals blijkt uit het nu verwoeste fort Torņakalns aan de westoever van de Daugava in het huidige Riga.[1]

Handelsroutes. Vanaf ongeveer de zesde eeuw na Christus staken Vikingen de Oostzee over en voeren de Daugava op, stroomopwaarts het binnenland van de Oostzee in[2]. Zoals de Varangianen naar de Grieken, een belangrijke route voor het transport van bont uit het noorden en Byzantijns zilver uit het zuiden.

Na het einde van de Lijflandse Oorlog vormde een groot deel van de Daugava de noordoostelijke grens van het hertogdom Koerland en Semigallië, waardoor het aanvankelijk gescheiden werd van het koninkrijk Lijfland, later Zweeds Lijfland en het gouvernement Riga. Na de latere annexatie door het Russische Rijk vormde de rivier de grens tussen de gouvernementen Koerland aan de westoever en Lijfland en Vitebsk aan de oostoever.

Waterkrachtcentrales. Tussen 1936 en 1939 werd de waterkrachtcentrale Ķegums gebouwd aan de Daugava in Letland. De waterkrachtcentrale Pļaviņas werd in 1968 in gebruik genomen en de waterkrachtcentrale Riga in 1974. Het was in de Sovjet tijd ook de bedoeling dat er een grotere vierde waterkrachtcentrale bij Daugavpils gebouwd zou gaan worden. De val van de Sovjetunie en active burgerlijke initiatieven van natuurorganisaties hebben deze ontwikkeling tegen kunnen houden. Dit leidde ondermeer tot het oprichten van het natuurpark Daugavas Loki.

Natuurpark "Daugavas Loki" is opgericht om de unieke natuurlijke complexen, de natuurlijke, culturele en historische waarden en de nauwelijks veranderde landschappen van de oude Daugava-vallei, gelegen tussen Naujene en Kraslava, te behouden. De bochten van de oude Daugava-vallei worden beschouwd als de oudste geologische formaties van Letland. Natuurpark "Daugavas Loki", onderdeel van het beschermde landschapsgebied Augsdaugava, werd in 2004 erkend als NATURA 2000-gebied en in 2011 opgenomen (tentatief) in de Letse nationale UNESCO-werelderfgoedlijst[3].

Staburags of Staburadze was een ongeveer 18,5 meter hoge travertijnklif die zich gedurende millennia op de linkeroever van de Daugava had gevormd. In 1966 werd Staburags overstroomd en bevindt zich nu op de bodem van het Pļaviņas-stuwmeer. In het Vīgante Park in de huidige parochie Staburags is een podium gebouwd, vlakbij de locatie van Staburags. Precies op de plek van de klif werd in 2003 een gedenkteken met de tekst "Oor van God" gemaakt door beeldhouwster Solveiga Vasiļeva. Aan de oevers van de Daugava staat een kopie van Aleksandra Briede's granieten sculptuur "Lied" (1939).

De Westelijke Dvina in Riga
Zie de categorie Daugava van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.