Westerkerk (Enkhuizen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Westerkerk
tekening:A.W. Weissman, 1885
tekening:A.W. Weissman, 1885
Plaats Enkhuizen
Coördinaten 52° 42′ NB, 5° 17′ OL
Architectuur
Bouwmateriaal baksteen (muren) en zandsteen (pilaren)
Stijlperiode gotiek
Afmeting ca. 30 × 70 m
Toren 20 m
Detailkaart
Westerkerk (Enkhuizen) (Enkhuizen-centrum)
Westerkerk (Enkhuizen)
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Het klokhuis van de Westerkerk.
De pilaren van de Westerkerk.
Zuidgevel van de Westerkerk met links een toegangsportaal en rechts de Librije.
Oostzijde van de Westerkerk met links het oostelijke toegangsportaal en rechts de voormalige kosterij uit 1600.

De Westerkerk of Sint Gommaruskerk[1] is een kerk in Enkhuizen uit de 15e eeuw. De kerk was oorspronkelijk, als katholieke kerk, gewijd aan de heilige Gummarus van Lier en werd in 1572 door de calvinisten overgenomen. Vanaf dat moment heette de kerk de Westerkerk. De kerk staat in de 'Top 100 van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg' uit 1990. Tot in de jaren negentig van de 20e eeuw was het de zomerkerk van de Hervormde gemeente in Enkhuizen. Tegenwoordig is het gebouw in beheer bij de Stichting Westerkerk te Enkhuizen.

Het exterieur[bewerken]

Het kerkgebouw bestaat uit drie beuken, ieder 10 m breed, en de kerk is 70 m lang.

De portalen[bewerken]

De as van de kerk ligt op de heilige oost-westlijn. Het westportaal was de oorspronkelijke toegang tot de kerk. Nu bevindt zich aan iedere kant van de kerk een toegangsportaal, deze drie werden in de 16e en 17e eeuw aangebouwd.

Het klokhuis[bewerken]

In de eerste tekeningen van de kerk komt een toren voor aan de westzijde, maar die werd nooit gebouwd. Het houten klokhuis aan de oostzijde is uit 1519 (mogelijk eerder) en is 20 m hoog. De binnenkant is gemaakt van afgekeurde scheepsmasten. Om de buitenkant is in 1877 een witgeschilderde, houten betimmering gemaakt waardoor niet opvalt dat het klokhuis scheef staat. Enkele jaren eerder wilde men het klokhuis slopen maar het is met een nieuwe (bredere) ommanteling tot op de dag van vandaag bewaard gebleven. Op de prent is de oude (smallere) situatie te zien. De grote Salvatorklok uit 1509 van Geert van Wou was te zwaar voor het klokhuis en werd in 1653 naar de Zuidertoren verplaatst. Op zijn plaats werd een van de grootste van Wou klokken uit 1524 afkomstig van de voorslag op de Zuidertoren in zijn plaats gehangen tot 1659 toen ze met de andere voorslag klokken die nog aanwezig waren naar de Drommedaris werd verplaatst. Deze van Wou klok werd verwijderd uit de Drommedaris in 1951, om ruimte te scheppen voor meer klokken. Tegenwoordig hangt deze klok met als opschrift IHESUS – MARIA – IOHANNES Gherardus de Wou me Fecit anno Domini MCCCCCXXIII, als door de gemeente Enkhuizen in 1961 uitgeleende luidklok in de Ontmoetingskerk aan de Klopperstraat waar tegenwoordig de Gereformeerde Gemeente samenkomt voor de eredienst. In het klokhuis kwam een nieuwe zwaardere klok die daar vandaag nog steeds aanwezig is. Deze grote luidklok (cis1) werd gegoten door Antony Wilkes in 1657 met als opschrift: ANTONY WILKES ME FECIT ENCHUSAE ANNO 1657 en op de flank worden vier burgemeesters uit die tijd vermeld: ROEMER KANT – PIETER SEMEINSZ – PIETER HILBRANTZ VIS – ADRIAEN JONGKNECHT. De klok werd gegoten in de stadsklokkengieterij die stond aan het donkerelaantje bij de Noorderweg en is in gebruik voor het luiden en de hele uurslag van het uurwerk. Daarboven achter de zuidelijke dakruiter hangt een kleinere zeer oude klok zonder teksten die de halve uren voluit slaat. Mogelijk werd deze klok ooit gebruikt als elevatie klokje in de verdwenen dakruiter op de middenkap van de Westerkerk waar dit tijdens de consecratie van de hostie werd geklept. Na de reformatie was dit overbodig. Het kan ook zo zijn dat het afkomstig is uit een van de omliggende kloosters. Beide klokken werden op 11 maart 1943 in opdracht van de Duitse bezetters uit de toren gehaald om te worden versmolten. Zover is het gelukkig niet gekomen. Na de oorlog werden ze teruggevonden. De grote klok van Wilkes in Groningen, de kleine in Ankeveen. Het klokhuis deed in het verleden ook dienst om brandslangen te drogen.

Het uurwerk[bewerken]

Het uurwerk is afkomstig van de Zuidertoren en dateert uit 1524. Het werd in 1603 in het klokhuis geplaatst dat in 1609 werd verhoogd en van wijzerplaten voorzien. In 1754 werd het uurwerk omgebouwd tot een slingeruurwerk met ankergang door Hartwig Munster, de stadsuurwerkmaker. Tot 1754 was er een waag of foliot boven het uurwerk waardoor dit niet zuiver genoeg op tijd liep. Na de komst van een uurwerk vlakbij op de RK toren in de jaren twintig van de vorige eeuw, raakte het uurwerk in onbruik en liet men het voor wat het was. In de jaren zeventig probeerde de koster van de Westerkerk de heer Ekkerman, bakker in ruste, het uurwerk weer op gang te krijgen. Uiteindelijk werd het tussen 1990 en 1993 grondig gerestaureerd door de stichting tot behoud van het torenuurwerk[2] en daarbij via een radiosignaal aangesloten op de atoomklok in Frankfurt zodat het altijd de juiste tijd aangeeft. Er is geen minutenwijzer op de wijzerplaten. Op de wijzerplaat in de kerk staat: 'Sic transit gloria mundi' (Zo gaat de grootheid van de wereld voorbij).

Onderzoek[bewerken]

In de 20e eeuw was men het niet eens wanneer de kerk werd gebouwd. In 2000 heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de jaarringen van het gebruikte hout. Men heeft vastgesteld dat de bouw rond 1470 moet hebben plaatsgevonden. Het klokhuis is op basis van een dergelijk onderzoek ook ouder dan 1519. Bovendien is de luidklok Salvator die nu in de Zuidertoren hangt oorspronkelijk gegoten voor het klokhuis in 1509 waar hij in 1653 door zijn enorme gewicht weer uit verwijderd is.

Het interieur[bewerken]

De kerk is een driebeukige hallenkerk. De kerkbeuken worden gescheiden door 22 pilaren, die het dak en de muren ondersteunen. Binnen is de kerk 17 m hoog.

Interieur, preekstoel en orgel omstreeks 1920.

De vloer[bewerken]

De vloer bestaat uit grafzerken waaronder 1600 graven liggen. In de napoleontische tijd moesten de titels en wapens worden weggehakt, dus daar is maar weinig van over. De oudste steen is gedateerd uit 1460.

Het koorhek[bewerken]

In de 16e eeuw werd het houten koorhek gemaakt in de vroegrenaissancistische stijl. Zeven beeldwerkers hebben het ontwerp van de kunstenaar uitgevoerd. Het wapen van keizer Karel V staat aan de oostkant. Op een van de panelen staat 1542, maar toen de kerk aan de hervormden werd overgedragen, in 1572, was het laatste paneel nog niet klaar. Tot 1673 had het koorhek koperen spijlen. In het begin van de 21e eeuw werd de houtworm in het koorhek en de preekstoel bestreden door middel van verhitting met hete lucht van 70 graden.

Het orgel[bewerken]

De orgelkas is uit 1547 en is in 2010/11 gerestaureerd. Oorspronkelijk gebouwd door Hendrik Niehoff en werd tussen 1679 en 1683 omgebouwd door Roelof Barentszn Duyschot en in 1837 nog weer aangepast door Lambertus van Dam en Zonen die het orgel toen in onderhoud had. Het binnenwerk van het orgel is in 1896 vernieuwd door Steenkuyl en Recourt uit Amsterdam met behoud van de kas en de oude frontpijpen van Duyschot. De klavieren werden door Steenkuyl in het lege rugwerk geschoven zodat de organist met zijn gezicht naar de kerk zat. De mechanische tractuur is hierbij vervangen door een pneumatisch vacuümsysteem. Het is sinds de jaren negentig, na aanvang van de kerkrestauratie, nooit meer bespeeld. Het Steenkuylorgel kan na de restauratie ook niet terugkeren wegens ruimtegebrek. Het orgel begon te zakken omdat bij het aanbrengen van de pneumatiek, balken waren weggenomen om ruimte te creëren in de kas voor meer pijpen. Deze balkenconstructie is nu hersteld waardoor er minder ruimte beschikbaar is in de kas. De restauratie van de orgelkas is in 2011 voltooid door Flentrop en het is nu wachten op fondsen om met de reeds gerestaureerde frontpijpen uit de 17e eeuw een nieuw orgel te realiseren voor zover mogelijk een reconstructie van het Duyschotorgel in een reine stemming. Tot die tijd wordt het orgel tot klinken gebracht met een elektronisch orgel met klavier op de begane grond. De luidsprekers staan in de orgel kas.

De preekstoel[bewerken]

De preekstoel is uit 1567. Op de zijpanelen staan de vier evangelisten, in het midden Johannes de Doper. Op het achterpaneel staat Mozes, die de tafelen met de tien geboden vasthoudt.

De librije[bewerken]

De librije is opgericht in 1627, volgens de overlevering door stadsgeneesheer Bernardus Paludanus.[3] Er zijn enkele incunabelen bij, boeken gedrukt in de 15e eeuw, en enkele handschriften, onder meer een bundel zelf geschreven preken van een pastoor uit circa 1550. Het grootste deel van de collectie bestaat uit naslagwerken op medisch, juridisch en theologisch gebied uit de 16e en 17e eeuw. Na een verblijf van 17 jaar in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag zijn alle boeken in mei 2014 in de Enkhuizer Librije teruggekeerd.

De kerkenraadskamer[bewerken]

Rond 1700 werd het goudleren behang van deze kamer gemaakt naar een patroon van Daniël Marot. Hetzelfde patroon is gebruikt in Huis ten Bosch. Bij de restauratie in de jaren vijftig is het op linnen geplakt. Achteraf was dit verkeerd, want het linnen en het leer rekken en trekken ongelijk en het begon te scheuren. In 2001 heeft de restauratie € 65.000 gekost. Er zijn ook 27 stoelen met leren bekleding, deze moeten nog worden gerestaureerd.

Cultureel centrum[bewerken]

De kerk wordt gebruikt als cultureel centrum. Er worden tentoonstellingen in de kerk gehouden, en ieder jaar is er een lentefair en een winterfair in en om de kerk in het eerste weekend van respectievelijk april en november. Voor kerkdiensten was het gebouw de laatste jaren vrijwel alleen in gebruik op kerstavond. De organisatie was hierbij in handen van de Vrije Baptisten Gemeente Enkhuizen, Levend Water (Christelijke Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt) en de Westfriese Evangelie Gemeente. De kerkenraadskamer wordt soms verhuurd voor kleine bijeenkomsten.

Noten[bewerken]

  1. Er komen verschillende andere spellingen voor van deze naam, waaronder 'Gomarus'.
  2. Foto's van het torenuurwerk op Torenuurwerk.nl
  3. Er zijn sterke aanwijzingen dat de collectie boeken al voor 1614 bestond, en dat Paludanus slechts het initiatief heeft genomen de boekerij te vestigen in deze aanbouw van de Westerkerk. Zie bijvoorbeeld Irene Schrier, ‘Stadts Bibliotheca ofte Librije’: Een analyse van het historisch en modern gebruik van de woorden ‘stadsbibliotheek’ en ‘librije’, scriptie, Universiteit van Amsterdam, 2008, en verwijzingen daarin.

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Bronnen[bewerken]