Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ondergrondse kabels en leidingen

De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION), ook wel grondroerdersregeling genoemd, is een Nederlandse wet die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Sinds 1 oktober 2008 is het verplicht om bij elke ‘mechanische grondroering’ een graafmelding bij het Kadaster te doen.

De wet verplicht gravers tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’, grondbewerking, waaronder het leggen van kabels. Kabel- en leidingbeheerders moeten al hun (ondergrondse) kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheid digitaal beschikbaar hebben en melden bij het Kadaster. De uitwisseling van die digitale informatie verloopt conform het verplichte Informatiemodel Kabels en Leidingen (IMKL).

Vanaf 2015 vindt evaluatie en aanscherping van de wet plaats, mede ook om via het KLIC-systeem invulling te geven aan de Europese INSPIRE verplichtingen, waarbij liggingsgegevens continu en openbaar beschikbaar gesteld moeten zijn.

Doel van de wet[bewerken]

De wet beoogt gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. Jaarlijks vinden in Nederland ongeveer 35.000 incidenten[1] plaats waarbij kabels of leidingen beschadigd raken bij mechanische graafwerkzaamheden. Als extreem voorbeeld van graafrisico's geldt de gasexplosie Gellingen, waar in 2004 een explosie vanuit een gasleiding in het Belgische Gellingen 24 mensenlevens eiste.

De wet vervangt de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC). Dit is in 2008 opgegaan in het Kadaster.

Verplichtingen netbeheerder[bewerken]

De netbeheerder is verplicht alle "belangen", zaken die het bedrijf in bezit of beheer heeft, te registreren bij het Kadaster. Ook heeft de beheerder de verplichting om te zorgen voor actueel betrouwbaar kaartmateriaal en tekeningen van de leidingen.

De wet verplicht de netbeheerder informatie over ondergrondse kabels en leidingen binnen 1 werkdag beschikbaar te stellen aan iedere partij die van plan is om op mechanische wijze (dus machinaal) te gaan graven of bijvoorbeeld heien, boren, sonderen enz.

Beheerders van leidingen met gevaarlijke inhoud (zoals aardgas of nafta) of leidingen met een grote economische waarde (zoals belangrijke communicatieverbindingen) zijn verplicht om voorzorgsmaatregelen te treffen om schade te voorkomen. Zo moet de beheerder de locatie van de leiding ter plaatse aanwijzen aan de grondroerder.

Verplichtingen grondroerder[bewerken]

De gravende partij, in de wet grondroerder genoemd, is verplicht om minstens 3 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden, maar maximaal 20 dagen van tevoren, een melding te doen. Daarnaast moet de grondroerder voorzichtig te werk gaan, hij is verplicht om de tekeningen van de kabels en leidingen op locatie beschikbaar te hebben.

Weeskabels en -leidingen[bewerken]

Van sommige kabels of leidingen is niet bekend wie de eigenaar of beheerder is. Een grondroerder is verplicht deze bij het Kadaster te melden. Het kadaster meldt de vondst van de onbekende leiding aan alle beheerders van leidingen in het betrokken gebied. Als het kadaster niet binnen tien werkdagen kan achterhalen van wie de leiding is, dan krijgt de gemeente de verplichting om (het gevonden deel van) de leiding te registreren als weesleiding. De gemeente is verplicht om deze informatie bij een melding beschikbaar te stellen.

Loze leidingen[bewerken]

Leidingen die buiten gebruik gesteld zijn, moeten door de eigenaar op tekening aangegeven worden tenzij ze verwijderd zijn.

Toezicht[bewerken]

Het Agentschap Telecom, onderdeel van het ministerie van Economische Zaken ziet toe op de handhaving van de wet.

Referenties[bewerken]

  1. Kabels en Leidingen Informatie Centrum bij het Kadaster

Externe links[bewerken]