Wet onafhankelijk netbeheer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON), in de volksmond de 'Splitsingswet' genoemd, is een Nederlandse wet die in aanvulling op de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet nadere regels geeft omtrent onafhankelijk netbeheer. De wet is op 21 november 2006 aangenomen en op 23 november in het Staatsblad gepubliceerd.

De wet bevat drie hoofdelementen, te weten

  1. de overdracht van het beheer van de hoogspanningsnetten met een spanningsniveau 110-150 kV aan TenneT
  2. de creatie van zogenaamde "brede netbeheerders" die tevens over de economische eigendom van het net beschikken
  3. de invoering van het groepsverbod

De eerste twee elementen zijn per 16 januari 2007 in werking getreden. Hetzelfde geldt voor de reeds eerder [1] in de Elektriciteitswet 1998 en in de Gaswet opgenomen vereiste dat de netbeheerder over de economische eigendom van de infrastructuur moet beschikken. Het groepsverbod is op 1 juli 2008 in werking getreden. Tot 1 januari 2011 hebben de geïntegreerde energiebedrijven (energiebedrijven met zowel netbeheer als productie, handel en levering) de tijd om zich te splitsen.

Overdracht netten[bewerken]

Het beheer van de netten van 110 kV en hoger is per 1 januari 2008 overgedragen aan TenneT. De overheid heeft in de WON niet opgenomen dat de eigendom van de netwerken ook naar TenneT moet overgaan. Diverse netwerkbeheerders, zoals Enexis, DELTA en Liander, hebben overigens in 2009 wel hun netwerk verkocht aan TenneT. Netwerken die onderdeel uitmaken van een cross-border leaseconstructie zijn nog niet aan Tennet verkocht. De netwerkbedrijven die eigenaar blijven van de transportnetten ontvangen daarvoor een kapitaalvergoeding.

Brede netbeheerders[bewerken]

De WON regelt ook dat netwerkbedrijven zogenaamde "brede netbeheerders" moeten worden, wat inhoudt dat alle strategische taken, zoals het onderhoud van het netwerk, zelf uitgevoerd dienen te worden en niet mogen worden uitbesteed aan derden.

Groepsverbod[bewerken]

De WON bepaalt dat beheer en eigendom van energienetwerken (o.a. hoogspanningsnet) en levering van energie (aardgas en elektriciteit) via deze netwerken per 1 januari 2011 moeten zijn ondergebracht bij aparte ondernemingen.

Tot dusver waren de productie- en leveringsbedrijven van energie ook eigenaar van de netten via welke ze de energie aan hun klanten leverden. In de wet was opgenomen, dat het groepsverbod pas in werking zou treden wanneer de leveringszekerheid in gedrang zou komen omdat energiebedrijven bijvoorbeeld commerciële initiatieven zouden ontplooien of Europese joint ventures aan zouden gaan. De motie Doek/Silvester bevatte regels dit zouden afdwingen.

In 2007 heeft de minister van Economische Zaken in een Koninklijk Besluit bepaald dat dit ook daadwerkelijk het geval was, nadat Delta een bod gedaan had op een Belgisch afvalwerkingsbedrijf en Essent en Nuon hadden aangekondigd te gaan fuseren om uit te groeien tot een groot internationaal energiebedrijf. In het besluit werd bepaald dat het groepsverbod uit de WON voor bestaande netbeheerders in Nederland op 1 januari 2011 in werking zal treden.

De energiebedrijven in Nederland hebben voor zover nodig hun organisaties opgesplitst in productie- en leveringsbedrijven (PLB's) en netwerkbedrijven (NWB's). De netwerkbedrijven worden doorgaans aangeduid als netbeheerder.

Nutsbedrijven naar de rechter[bewerken]

Tegen deze wet bestond grote weerstand van de nutsbedrijven. Essent, DELTA en Eneco hebben een rechtszaak tegen de Nederlandse staat aangespannen. In eerste instantie gaf de rechter de Staat gelijk, maar in hoger beroep heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage op 22 juni 2010 anders besloten. Het Hof bepaalde dat de splitsingswet die de bedrijven verplicht tot volledige afsplitsing van hun netwerkbedrijf in strijd is met het Europees recht. Volgens deze laatste kunnen economische belangen geen inbreuk op het vrije kapitaalverkeer rechtvaardigen.[2]

Na de uitspraak van het Hof stelde de Staat cassatie in. De Hoge Raad heeft in februari 2012 prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Deze laatste moet eerst uitspreken of de splitsingswet verenigbaar is met het Europees recht.[3] De splitsing van Delta en ook Eneco in een afzonderlijk energie- en een netwerkbedrijf is daarmee voor enige jaren uitgesteld.

Externe links[bewerken]