Wet ruimtelijke ordening

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet ruimtelijke ordening (Wro, voorheen Wet op de Ruimtelijke Ordening, WRO) is een Nederlandse wet die regelt hoe ruimtelijke plannen in Nederland tot stand komen en gewijzigd worden.

Zowel het Rijk, de provincies als de gemeente hebben de bevoegdheid om ruimtelijke plannen op te stellen. Hiervan is het bestemmingsplan het belangrijkste instrument, dat ook juridisch bindend is. Hoe de ruimtelijke plannen tot stand komen en gewijzigd worden, is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening, die vanaf 1 juli 2008 van kracht is. Deze wet bepaalt de taken van de overheid en de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen. Indien er sprake is van meerdere samenhangende besluiten en plannen is het mogelijk de procedure te vereenvoudigen door middel van een coördinatieregeling.

De wet stamt, onder de naam Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO), uit 1965 en is sindsdien al vele malen herzien. In mei 2003 is bij de Tweede Kamer een herzien wetsvoorstel ingediend.

Eind februari 2006 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel voor de huidige Wet ruimtelijke ordening, waarna het ook is goedgekeurd door de eerste kamer. De centrale gedachte erbij was "Decentraal wat kan, centraal wat moet". Provincies en gemeenten hebben met de huidige wet meer verantwoordelijkheden ten opzichte van de oude wet. De bestemmingsplanprocedure wordt in de nieuwe wet teruggebracht van ruim een jaar naar 26 weken. Rijk en provincies kunnen kaders stellen waarbinnen de gemeentes kunnen opereren, met zogenoemde proactieve aanwijzingen.

Veranderingen[bewerken]

In plaats van Planologische kernbeslissingen, streekplannen en structuurplannen wordt nu door de gemeente, de provincie en het rijk een structuurvisie opgesteld. Het Rijk beschrijft in de structuurvisie waar er gebouwd kan worden, waar het groen moet blijven en wie beslissingsbevoegdheid heeft. Verder legt het Rijk weinig beperkingen op en legt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke ordening bij de provincies en gemeenten neer. Provincies geven in hun structuurvisie (voorheen in het streekplan) een strategisch beleid voor de gemeenten aan. Een gemeente kan daar alleen van afwijken indien er een goede motivering voor is. Ook kunnen gemeenten besluiten een structuurvisie (gedeeltelijk) te herzien. De provincie gebruikt de eigen structuurvisie om de plannen van de gemeente daaraan te toetsen, net zoals het Rijk de plannen van de provincie aan hun structuurvisie toetst. Het is de bedoeling dat de structuurvisies op elkaar worden afgestemd en als uitgangspunt gelden voor bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten.

Digitalisering[bewerken]

Onder de naam Digitale uitwisseling in Ruimtelijke Processen (afgekort tot DURP) heeft het toenmalige ministerie van VROM met diverse partners in de periode 2003-2010 samengewerkt aan het realiseren van een digitale ruimtelijke ordening. Onder de nieuwe Wet ruimtelijke ordening is het voor gemeentes, provincies en het Rijk sinds 1 januari 2010 verplicht om ruimtelijke plannen digitaal vast te leggen en elektronisch als Open Data beschikbaar te stellen. Hiervoor zijn binnen DURP landelijk geldende open standaarden ontwikkeld, de RO Standaarden. De verplichte toepassing van de RO Standaarden is vastgelegd in de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Het beheer van de RO Standaarden wordt uitgevoerd door de Stichting Geonovum.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]