Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), in het Engelstalig internationaal verkeer Dutch Anti-Money Laundering and Anti-Terrorist Financing Act, is een Nederlandse wet ter uitvoering van de derde Europese witwasrichtlijn. De wet, die van kracht is geworden per 1 augustus 2008, heeft de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) en de Wet melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT) samengevoegd. Hierdoor is het voor instellingen die te maken hebben met de anti-witwaswetgeving gemakkelijker geworden om inzicht te krijgen in de verplichtingen waaraan zij moeten voldoen.

Er is een internetconsultatie geweest over de voorgestelde Wijziging van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en de Wet op de economische delicten in verband met het verbod op contante betalingen voor goederen vanaf 3.000 euro en het uitbreiden van de mogelijkheden voor informatie-uitwisseling ten behoeve van de poortwachtersfunctie (Wet plan van aanpak witwassen).[1] Voorgesteld wordt onder meer een nieuw artikel 1f in de Wwft dat luidt:

Het is verboden voor natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen die beroeps- of bedrijfsmatig handelen als koper of verkoper van goederen, betaling van deze goederen in contanten voor een bedrag van € 3.000 of meer te verrichten of te accepteren, ongeacht of de transactie plaatsvindt in een handeling of door middel van meer handelingen waartussen een verband bestaat.

Het gaat dus niet om betalingen voor diensten, en ook niet om betalingen tussen particulieren.

Sinds juli 2018 zijn financiële instelling daarnaast onder meer verplicht om:[2]

  • De risico’s op witwassen en financieren van terrorisme vast te stellen en te beoordelen
  • Pas na voldoende gegevens te hebben verzameld over de klant alleen een vereenvoudigd cliëntenonderzoek te doen.

Gedeeltelijke doorberekening van kosten[bewerken | brontekst bewerken]

Sommige banken rekenen hogere kosten voor bepaalde zakelijke rekeningen om zo hogere kosten van het voldoen aan de eisen van onder meer de Wwft gedeeltelijk door te berekenen aan de betreffende categorieën rekeninghouders. Bij de ABN AMRO geldt dit bijvoorbeeld voor rekeningen van bedrijven en bedrijfsonderdelen buiten Nederland en van coffeeshops.[3][4]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]