Wetenschap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Natuurkundigen tijdens de Solvayconferentie in 1911. Met presentaties en debatten tijdens conferenties en symposia en met peer review bij wetenschappelijke publicaties werkt de wetenschappelijke gemeenschap aan het waarborgen van de kwaliteit van de wetenschap, haar methodes en interpretatie van resultaten. Op de foto onder meer Hendrik Lorentz, Ernest Solvay, Marie Curie, Henri Poincaré, Ernest Rutherford, Heike Kamerlingh Onnes en Albert Einstein

Wetenschap is zowel systematisch verkregen en geordende objectieve menselijke kennis, als het proces van kennisverwerving en de gemeenschap waarin deze kennis wordt vergaard. Deze gemeenschap heeft haar eigen wetenschappelijke methodes en conventies. Wetenschap en technologie zijn belangrijke elementen van de moderne geïndustrialiseerde samenleving.[1] Men onderscheidt vaak zuivere wetenschap, die streeft naar fundamentele kennis en begrip van de werkelijkheid van toegepaste wetenschap die nadrukkelijk is gericht op toepassing van kennis en beïnvloeding van de werkelijkheid.

Algemeen[bewerken]

Er bestaan vele verschillende betekenissen en interpretaties van wetenschap. In het dagelijks leven wordt wetenschap veelal gezien als een vorm van kennis of weten. De Van Dale (2005) stelt, dat we de volgende vijf betekenissen onderkennen.[2]

  1. het weten omtrent, de kennis en de bekendheid met iets.
  2. wat men omtrent iets moet weten.
  3. het systematisch geordende geheel van het weten en van de regels, wetmatigheden, theorieën, hypotheses en systemen waarmee verdere kennis verkregen kan worden.
  4. het weten op een speciaal vakgebied.
  5. de beoefenaars van de wetenschap.

Het begrip "wetenschap" is in bepaalde samenhang ook als synoniem van denkvermogen, bewustzijn, medeweten, toestemming, mededeling, kennisgeving en rechterlijke aanzetting. Dit maakt het begrip wetenschap veelomvattend. In het dagelijks spraakgebruik gaat het meestal om betekenis 3.

Kenmerken[bewerken]

Moderne wetenschap heeft verschillende kenmerken, die min of meer gelden in uiteenlopende vakgebieden.[3] [4] [5] [6] [7] [8] Wetenschap, althans veel natuurwetenschappelijk academisch onderzoek, volgt doorgaans de wetenschappelijke methode en:

  1. wil diepgaande algemene verbanden ontdekken die een veelheid van verschijnselen verklaren (theorie).
  2. wordt ondersteund door empirische gegevens verkregen door bijvoorbeeld experimenten, bronnenonderzoek, veldonderzoek of andere manieren en zo nauwkeurig mogelijke beschrijvingen daarvan. De (zuivere) wiskunde vormt een belangrijke uitzondering op deze regel.[9], hoewel soms computerexperimenten gedaan kunnen worden.
  3. kan vaak voorspellingen doen en stelt zich daarmee bloot aan eventuele weerlegging (falsificeerbaarheid, falsificatie).
  4. geeft aan welke beperkingen er zijn aan de geldigheid van veronderstellingen, methoden en resultaten.
  5. maakt gegevens openbaar en geeft inzicht in de gebruikte methoden zodat anderen het onderzoek kunnen controleren en eventueel herhalen (reproduceerbaarheid). Methoden, resultaten en conclusies worden beargumenteerd, en discussie wordt met argumenten gevoerd.
  6. publiceert uitkomsten veelal in een overzichtelijk wetenschappelijk artikel in een wetenschappelijk tijdschrift of presenteert deze op congressen. Wetenschappelijk tijdschriften laten ingestuurde artikelen beoordelen door collega-onderzoekers (deze referees voeren de collegiale toetsing of peer-review uit). Zij adviseren de redactie van het tijdschrift over verbetering, aanvaarding of afwijzing van de artikelen. Wetenschappelijke tijdschriften zorgen voor regelmatige samenvattingen en beoordelingen (reviews) van de voortgang in een vakgebied, geschreven door vooraanstaande onderzoekers. Ook organisatoren van congressen selecteren bijdragen en geven overzichten van het vakgebied.
  7. bouwt voort op werk van anderen en citeert met bronvermelding.
  8. is neutraal en objectief en niet gebonden aan een bepaalde ideologie, commerciële onderneming, politiek of godsdienst. Streeft niet in eerste instantie naar geldelijk gewin.
  9. is een sociale en rationele activiteit: resultaten worden vaak in groepsverband verkregen, en altijd in overleg beoordeeld, aanvaard of afgewezen. Onderzoekers in een vakgebied zijn doorgaans georganiseerd in nationale en internationale gemeenschappen of beroepsverenigingen[10], die regelmatig wetenschappelijke congressen organiseren ter bespreking van onderzoek.

Beroepspraktijk[bewerken]

In de wetenschappelijke - academische - beroepspraktijk ziet men de wetenschap als een onderdeel van de maatschappij, dat zich ten doel heeft gesteld kennis te vergaren. Dit onderdeel heeft een heel eigen karakter, en de beoefening ervan is onderworpen aan eigen wetten, methoden en conventies. In deze praktijk worden met het begrip wetenschap echter weer meer dingen aangeduid. Bergsma & Van Petersen onderscheiden hier[11]:

  • Het instituut der wetenschap: de universiteiten, de hoogleraren, de organisatie, enz. Wetenschap in deze zin heet ook wel wetenschapbedrijf.
  • De wetenschappelijke activiteit; elke wetenschapper houdt zich in meerdere of mindere mate bezig met meten, registreren, waarnemen, en experimenteren, ordenen en interpreteren, begripsvorming en verwoording, afleiding en voorspellen, hypothesevorming en -toetsing, evaluatie en planning. Wetenschap in deze zin heet ook wel wetenschapsbeoefening.
  • De wetenschappelijke producten van deze activiteit, de wetenschappelijke kennis. De wetenschappelijke kennis vormt een reconstructie van een deel van de werkelijkheid, opgebouwd met een bepaalde methodiek. Deze reconstructie is systematisch in de zin dat men steeds tracht series gelijkvormige vragen te beantwoorden en lacunes in de kennis op te vullen.

De beroepspraktijk van wetenschappers zoals deze hierboven is omschreven is meer een ideaal dan werkelijkheid. De huidige beroepspraktijk omvat veel meer dan de academische instituten. Veel wetenschap wordt beoefend aan industriële laboratoria, militaire instituten, ziekenhuizen en dergelijke. Verreweg de meeste wetenschappers zijn niet actief binnen academische instituten. Bovendien werken veel wetenschappers binnen organisaties die een brug slaan tussen beleid en de academische, fundamentele wetenschap.

De buiten de Academie beoefende wetenschap heeft deels andere karakteristieken dan de boven beschreven - academische - wetenschap. Naast hoogleraren zijn het vooral onderzoekers aan Research & Development instituten die de koers uitzetten binnen het wetenschappelijke bedrijf. Naast meten en interpreteren houdt wetenschap zich ook bezig met ontwikkelen van bijvoorbeeld producten in de militaire, farmaceutische of voedingssector of van concepten waarmee de wereld of een onderdeel daarvan in een ander perspectief komt te staan. Het gaat dan niet alleen om het reconstrueren van de werkelijkheid maar ook om de constructie ervan.

Eigenschappen[bewerken]

Het begrip wetenschap is dus in de wetenschappelijke praktijk de benaming van zowel het instituut, als het werk en het product van het wetenschapsbedrijf. Hiernaast is in de wetenschappelijke theorie al eeuwen een discussie gaande over de vraag: Wat zou wetenschap moeten inhouden?. Deze discussie wordt gevoerd door natuurwetenschappers, filosofen, geschiedkundigen en andere belanghebbenden over de aard van de wetenschap. Volgens Lindberg (1995) zijn hierbij diverse opvattingen over de wetenschap naar voren gekomen:[12]

  • Wetenschap wordt beschouwd als gedragspatroon waarmee de mens zich controle over zijn omgeving verschaft.
  • Wetenschap wordt gezien als zowel theoretische kennis en technologie als de toepassing van theoretische kennis bij het oplossen van praktische problemen.
  • Wetenschap wordt gekenmerkt door de vorm van haar beweringen - universele wetmatige beweringen, bij voorkeur in wiskundige taal gesteld.
  • Wetenschap kan worden gedefinieerd aan de hand van haar methodenleer: in het geval van een empirische wetenschap door middel van experimentele procedures, die tot doel hebben de geheimen van de natuur te onderzoeken en theorieën over haar gedragingen te bevestigen of te ontkennen.
  • Wetenschap kan men herkennen aan haar epistemologische status, ofwel de zekerheden die haar stellingen geacht worden te geven.
  • Wetenschap bestaat uit een specifieke reeks overtuigingen over de natuur - min of meer wat de hedendaagse natuurwetenschappen zoals natuurkunde, scheikunde, biologie en geologie leren.
  • Wetenschap en wetenschappelijk zijn termen die kunnen worden toegepast op iedere werkwijze en overtuiging, die gekenmerkt wordt door geldigheid, precisie en objectiviteit. Sherlock Holmes gebruikte aldus, bij het bestuderen van misdaden een wetenschappelijke methode.

Deze opvattingen hebben enerzijds betrekking op het wetenschappelijk werk en anderzijds op het wetenschappelijk product. In de verdere bespreking zal blijken dat de studie naar deze zaken op vele punten is verdiept. Wetenschap heeft zo allerlei specifieke betekenissen. In de praktijk ten slotte worden "wetenschap" en "wetenschappelijk" ook vaak gewoonweg gebruikt als algemene termen van goedkeuring - als benamingen die wij verbinden aan alles wat we willen aanprijzen.[12]

Geschiedenis[bewerken]

Bij wetenschap gaat het om opzettelijk en doelgericht onderzoek en verwerving van kennis op een bepaald terrein of vakgebied of vakwetenschap. Deze vorm heeft in de Westerse wereld sinds Plato maar vooral in de loop van de Middeleeuwen een geïnstitutionaliseerde vorm gekregen in academies of universiteiten en in speciale onderzoeksinstituten of -laboratoria.[13]

Eerste beschavingen[bewerken]

Mesopotamisch kleitablet
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschapsgeschiedenis in vroege culturen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wetenschap in vroege culturen vond plaats van Mesopotamië, India, het Oude Egypte, Perzië, China tot bij de Maya's in Mexico. De oudste overleveringen uit het Nabije Oosten stammen uit Sumerië, het huidige Irak. Rond 3500 v.Chr. begonnen de Mesopotamische volkeren, die in contact stonden met de Indusbeschaving, waarnemingen van de wereld vast te leggen met kwantitatieve en getalsmatige gegevens. Hun waarnemingen en metingen werden om andere dan wetenschappelijke redenen gedaan. Een concreet voorbeeld van de stelling van Pythagoras werd in de 18e eeuw v.Chr. vastgelegd: het Mesopotamisch kleitablet met spijkerschrift Plimpton 232 legt een aantal Pythagorese drietallen (3,4,5) (5,12,13). Dit kleitablet, gedateerd 1900 v.Chr., bevatte echter geen abstracte formulering van de stelling. In de oude beschavingen was er nog geen geïnstitutionaliseerde vorm van wetenschap; dit is een verschijnsel dat pas vanaf de dertiende eeuw ontstond aan de Europese universiteiten. De eerste beschavingen kenden immers nog geen kennisleer waarbij het empirisch denken werd gecombineerd met het rationele inzichtelijke denken. Het waren pas de middeleeuwse filosofen die aan de kathedraaluniversiteiten een alomvattende kennisleer ontwikkelden waarmee de basis werd gelegd voor het moderne, experimentele denken.

Klassieke oudheid[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschap in de Klassieke Oudheid voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wetenschap richtte zich in de Klassieke Oudheid primair op het verklaren van de werking van de kosmos. Aldus ontstond de natuurfilosofie en vervolgens de klassieke filosofie. Meer praktisch gericht waren de geneeskunde, de astronomie voor het opstellen van kalenders, en astrologie om de toekomst te voorspellen. De geleerden uit de Oudheid zullen zichzelf niet als zodanig hebben gezien, eerder zullen ze zich als natuurfilosofen, vaklieden (artsen of onderwijzers) of priesters (astrologen of geneeskundigen) hebben beschouwd.

Zo was ook de Griekse natuurwetenschap eigenlijk vooral natuurfilosofie. Er werd vooral nagedacht over hoe de natuur in elkaar zat, aangevuld door natuurfilosofische discussies. Er werden weinig experimenten uitgevoerd om de gevonden beweringen te testen, in tegenstelling tot later in de West-Europese ontwikkeling van de (natuur)wetenschap, waar dit een standaardmethode zou worden. De Griekse filosofen minachtten immers elke poging om kennis op te doen door middel van de zintuigen en experimenten. Het gebruik van werktuigen vond men in de hellenistische cultuur het werk van slaven, terwijl de filosofen enkel het verstand als een betrouwbare kennisbron evalueerden (rationalisme). Vanuit het platonisme geloofden de Grieken in a-priori kennis, waardoor ze kwamen tot foute wetenschappelijke denkbeelden (zoals het geocentrische wereldbeeld). De zintuigen bedriegen ons, terwijl de rede de ware kennisbron is, zo redeneerde de Griekse geleerden. Pas in de middeleeuwen zou men vanuit de scholastische, christelijke filosofie radicaal breken met het Griekse rationalisme, waardoor experimentele wetenschap in Europa mogelijk werd (dit vond plaats vanaf 1200, de periode waarin de Universiteiten ontstonden).

Middeleeuwen[bewerken]

De mens en de wereld als sfeer van aarde, lucht en water, 1400 AD.
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschap in de Middeleeuwen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

A. Vroege middeleeuwen: Wetenschap was in het Latijnse deel van het Romeinse Rijk geen sterk punt, vergeleken met haar Grieks/Hellenistische tegenhanger. Door de invallen van vreemde volkeren in het Romeinse Rijk viel de Romeinse beschaving in West-Europa weg. Oorlogen en volksverhuizingen weerhielden intellectuele productie tijdens deze periode. De meeste klassieke wetenschappelijke verhandelingen gingen hier verloren. Onder Karel de Grote werden scholen opgebouwd waar kennis werd overgedragen. De kloosters en abdijen speelden een belangrijke rol in onderwijs en cultuur.

B. Hoge en Late middeleeuwen: Pas met de Renaissance van de 12e eeuw werd de interesse in het onderzoek naar de natuur hernieuwd. Aan kloosters en kathedralen ontstonden christelijke denkcentra die rond 1200 uitgroeiden tot de universiteiten. De universiteiten zullen een essentiële rol spelen in het ontstaan van het moderne denken en de theologie heeft hier een belangrijk aandeel in gehad. Aan de Europese universiteiten (zoals in Bologna, Oxford, Parijs) ontwikkelde zich met name de Scholastische filosofie, die zich op de logica richtte en het empirisme bepleitte. Aan deze universiteiten werd er vanuit het christelijke, scholastische denken (vooral het nominalisme en het voluntarisme) de filosofische basis gelegd voor het moderne wetenschappelijke denken waarbij de natuur verklaard wordt d.m.v. experimenten (rationeel-empirisme of inductief denken). Met deze blik gingen de middeleeuwse wetenschappers op zoek naar verklaringen voor fenomenen en boekten belangrijke methodische en inhoudelijke vooruitgang in gebieden als de fysica.

Renaissance[bewerken]

Da Vinci's Vitruviusman: Een voorbeeld van de samenkomst van kunst en onderzoek. Maar omdat Da Vinci zijn bevindingen niet publiceerde, droeg hij niet bij aan de wetenschap.
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschap in de Renaissance voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De Renaissance was in de Europese geschiedenis een periode van opbloei van kunsten en wetenschappen die haar grondslag had in de "wedergeboorte" van de verworvenheden van de Klassieke Oudheid. De wetenschap in de Renaissance kwam in een stroomversnelling, onder andere door de herontdekking van klassieke wetenschappelijke teksten als gevolg van de val van Constantinopel in 1453 en door de uitvinding van de boekdrukkunst rond dezelfde tijd. Dit laatste stimuleerde de democratisering van het onderwijs en onderzoek en de verspreiding van ideeën. Echter, met name de beginperiode wordt door historici wel gezien als een periode van wetenschappelijke teruggang. Humanisten hadden vooral interesse in sociale onderwerpen als de politiek en geschiedenis, ten koste van de natuurwetenschap en toegepaste wiskunde.

Wetenschappelijke revolutie[bewerken]

Copernicus' heliocentrisch systeem.
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijke revolutie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Hoewel het begin van de zogenaamde wetenschappelijke revolutie niet precies aangegeven kan worden, wordt hiervoor wel het jaar 1543 genoemd. Dit is het jaar waarin Nicolaus Copernicus zijn De revolutionibus orbium coelestium (Over de omwenteling der hemellichamen) publiceerde, en Andreas Vesalius het eerste complete boek over de menselijke anatomie, De humani corporis fabrica libri septem deed verschijnen. In de daarop volgende periode wordt een fundamentele transformatie zichtbaar van wetenschappelijk gedachtegoed in natuurkunde, astronomie en de biologie, in de instituten die het wetenschappelijk onderzoek ondersteunen, en meer algemeen in het gangbare wereldbeeld. Mede hierdoor wordt deze periode gezien als de fundering van de moderne wetenschap.

Huidige wetenschap[bewerken]

De derde wet van Newton in de praktijk gedemonstreerd met een newtonpendel

De basis voor de moderne wetenschap is in de 17e eeuw gelegd, mede vanuit een groeiend besef bij wetenschappers dat eigen observaties en experimenten de sleutel vormen tot kennis. Volgens Dijksterhuis (1950) leidde dit modernisme tot een „mechanisering van het wereldbeeld”, die zijn hoogtepunt beleefde in de klassieke mechanica van Newton.[14]

Vanaf de 18e eeuw leidde een differentiatie in de traditionele terreinen van de natuurwetenschap en wiskunde tot de opkomst van een hele verzameling natuurwetenschappen, zoals de biologie, en later ook tot andere wetenschappen, zoals de sociologie en de psychologie. De wetenschap kenmerkte zich in de 19e eeuw door grotere professionalisering en institutionalisering en door steeds verder gaande specialisatie in het begin van de 20e eeuw. Gedurende de 20e eeuw nam het maatschappelijk belang van wetenschap toe in onder meer de economie, de productie en het bestuur.

Onderwerpen[bewerken]

Classificatie[bewerken]

Linnaeus' tabel van het dierenrijk uit de Systema Naturae (1735).
Nuvola single chevron right.svg Zie Classificatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het begrip "classificatie van de wetenschap", "wetenschapsclassificatie" of "wetenschappelijke classificatie" heeft twee verschillende betekenissen:[15]

  • De indeling van de afzonderlijke wetenschappelijke disciplines in een classificatiesysteem
  • De indeling van het kenobject van een wetenschap in een classificatiesysteem, wat ook wel taxonomie genoemd.

De classificatie der wetenschappen is een speciaal aspect van de meer omvattende vraag naar de wederzijdse betrekkingen, die tussen de wetenschapsgebieden bestaan. Volgens Beth (1959) kunnen we in dit verband drie tendensen onderscheiden:[15]

  • Ten eerste bestaat er een streven, tussen de verschillende wetenschappen een hiërarchische rangorde tot stand te brengen;
  • Hiertegenover staat de leer van de autonomie der afzonderlijke wetenschappen;
  • Volgens een derde opvatting zijn de afzonderlijke wetenschappen niet als onderscheidbare eenheden aan te merken, doch veeleer als delen van één samenhangend geheel.

Naast deze indeling naar inhoud zijn ook wel indelingen gemaakt naar methode (bijvoorbeeld al dan niet experimenteel) en naar functie of context. Zo wordt academische wetenschap wel tegenover industriële of geïndustrialiseerde wetenschap geplaatst, 'zuiver wetenschappelijk' onderzoek tegenover toegepast.

De aanvaarding van één der gezichtspunten zal uiteraard van grote invloed zijn op de classificatie van de wetenschap.

De geschiedenis van het classificeren van de wetenschap gaat terug naar de klassieke oudheid. Elke classificatie heeft sindsdien echter slechts gedurende een bepaalde culturele periode stand gehouden. In elk cultureel tijdvak is kennis voorgesteld in uniforme structuren uitgedrukt in classificaties. Maar nieuwe culturele periodes brachten nieuwe samenhang en nieuwe classificaties.[16]

Experiment[bewerken]

Op de Nationale Wetenschap Olympiade in Houston (VS) in 2004 tonen scholieren hun kennis met enige experimenten.
Nuvola single chevron right.svg Zie Experiment voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een experiment, ook wel proef genoemd, wordt uitgevoerd om een wetenschappelijke hypothese te toetsen. Ingewikkelde experimenten met nauwkeurig meetgereedschap worden meestal in speciale laboratoria uitgevoerd. Experimenten vergroten het inzicht in en begrip van natuurwetten.

Paradigma[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Paradigma (wetenschapsfilosofie) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De wetenschapsfilosoof Thomas Kuhn beschreef de voortschrijdende ontwikkeling van wetenschappelijke kennis in de vorm van paradigma's[17]. Bij het toepassen van de wetenschappelijke methode, komen steeds opnieuw waarnemingen naar boven die niet in de bestaande modellen of paradigma's passen. Kuhn noemde deze anomalieën.

Een sprekend voorbeeld van een paradigmaverschuiving is de Copernicaanse revolutie in het wereldbeeld vanaf de 16e eeuw onder invloed van het werk van astronomen als Nicolaus Copernicus, Tycho Brahe, Johannes Kepler, Galileo Galilei en Newton: hun keuze voor de empirie boven religieuze opvattingen doorbrak het eerdere op autoriteit berustende wereldbeeld.

Theorie[bewerken]

Atoommodel van Bohr van een element met atoomnummer Z (met kernlading Ze) waarin een elektron terugvalt van niveau 3 naar 2 en een foton uitzendt.
Nuvola single chevron right.svg Zie Theorie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Een theorie is een wetenschappelijk model of uitspraak over waarnemingen in de empirie (werkelijkheid). Het doel van een theorie is daarbij de onderlinge samenhang van de waarnemingen te kunnen beschrijven en te verklaren.

Over betekenis en functie van de theorievorming zijn nog steeds diepgaande discussies gaande, m.n. naar aanleiding van de aanval van Karl R. Popper op de verificatietheorie, de nog steeds het meest aanvaarde en laatstelijk nog door Rudolf Carnap empirisch gefundeerde theorie, waartegenover Popper op scherpzinnige wijze telkens opnieuw z’n falsificatietheorie stelt.[13]

De juistheid van een theorie kan althans volgens Popper (1934/1959) nooit geverifieerd worden[18]. Dit komt doordat ongeacht het aantal bevestigende waarnemingen dat wordt gedaan, er nimmer kan worden uitgesloten dat de volgende waarneming een andere uitkomst zal geven. Als meerdere onafhankelijke waarnemers dezelfde waarneming doen, kan er overeenstemming worden bereikt over de juistheid van een dergelijke waarneming. Inductivisten meenden uit een eindig aantal van dergelijke waarnemingen universeel geldige uitspraken over de werkelijkheid te kunnen doen.

Vormen van wetenschap[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Vakwetenschap voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Men kan een onderscheid maken tussen fundamentele wetenschap gepaard gaand met fundamenteel onderzoek en toegepaste wetenschap waaraan toegepast onderzoek is gekoppeld. Wanneer wetenschappers hun kennis ter beschikking stellen aan de maatschappij in het algemeen, of aan het bedrijfsleven in het bijzonder, noemt men dit valorisatie.

Ook wordt wetenschap wel onderverdeeld in geestes-, natuur-, sociale - en formele wetenschap:

  • Geesteswetenschappen: ook wel alfawetenschappen genoemd, zijn wetenschappen die zich bezighouden met producten van de menselijke geest, zoals geschiedenis, letteren en filosofie.
  • Natuurwetenschappen: ook exacte wetenschappen, bètawetenschappen of positieve wetenschappen genoemd, zijn gebaseerd op natuurwetten en theorieën, die falsifieerbaar zijn door experimentele toetsing, de wetenschappelijke methode. Voorbeelden zijn biologie, natuurkunde, technische wetenschappen en vaak ook de formele wetenschappen.
  • Sociale wetenschappen: ook gammawetenschappen genoemd, zijn maatschappij- en gedragswetenschappen zoals sociologie, economie en rechtsgeleerdheid.
  • Formele wetenschappen: dit zijn de wetenschappen over grondvormen van kennisopbouw en kennisverwerving. Hiertoe rekent men de logica, wiskunde, methodologie en systeemtheorie. Meestal echter worden formele wetenschappen als onderdeel van de natuurwetenschappen beschouwd.

Wetenschappelijke kennis[bewerken]

Personificatie van kennis in de Bibliotheek van Celsus in Efeze
Nuvola single chevron right.svg Zie Kennis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wetenschap is geordende kennis van de werkelijkheid. Haar ideaal is objectiviteit en algemene geldigheid. Er is een voortdurend streven om meningen en hypothesen door toetsing tot wetenschap te verheffen.[19]

In de wetenschappen wordt gestreefd naar het opbouwen van een bestand van kennis, een zgn. "body of knowledge". Wetenschap heeft de opdracht om nieuwe kennis te produceren, en in het bijzonder fundamentele kennis. Behalve de taak om nieuwe samenhangen in de wereld te ontdekken en te ontwikkelen in de zogenoemde context of discovery, moet de wetenschap ook aantonen dat men werkelijk op zo’n fundament kan bouwen. Beweringen waarin die samenhangen worden weergegeven, moeten worden gerechtvaardigd in de context of justification: gelegitimeerd als "wetenschappelijk waar", en dus geschikt voor opname in het desbetreffende kennisbestand.[20]

Wetenschappelijke methode[bewerken]

Voorblad van René Descartes Discours de la Méthode uit 1637.
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijke methode voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Elke wetenschap ontwikkelt haar eigen theorieën en methoden en technieken. Met de wetenschappelijke methode wordt de algemene werkwijze in de wetenschap aangeduid. Deze methode is m.a.w. de wetenschappelijk verantwoorde weg om kennis te verwerven. Er wordt wel beweerd dat er één wetenschappelijke methode bestaat, die is gebaseerd op waarneming, meting, voorspelling, experiment, verificatie en falsificatie. Deze methode wordt voorgesteld als een "empirische cyclus", ofwel een cyclische interactie van het opstellen van hypothesen, het doen van voorspellingen, het toetsen door waarneming en het evalueren van hypothese en resultaten.[21]

In de wetenschapsfilosofie wordt echter al sinds de Klassieke oudheid nagedacht over de kennisverwerving, en talloze filosofen hebben allerlei methodes voorgesteld. Zo beschreef Plato de Socratische methode om via een schijnweten en onderzoek en weerlegging eerst te komen tot een erkenning van het niet weten, om vervolgens door heropname van de vraag over te gaan tot een zoeken naar de waarheid.[22] Aristoteles beschreef de deductie en inductie. René Descartes kwam met een analytische methode en leidde het rationalisme in. Filosofen als Berkeley, Locke en Hume predikten hier tegenover het empirisme, Kant een criticisme, Hegel de dialectiek, Comte het positivisme, Popper de empirische cyclus, Bertalanffy het systeemdenken en Thomas Kuhn de structuur van wetenschappelijke revoluties.

Wetenschappelijk resultaat[bewerken]

Wetenschap en technologie kennen een breed scala aan directe en indirecte opbrengsten. Vele daarvan worden pas na geruime tijd zichtbaar. De omvang, gebruikswaarde en effectiviteit van die resultaten zijn bovendien vaak niet of nauwelijks op systematische wijze te kwantificeren. Dit geldt echter niet voor tastbare kennisdragers in de vorm van publicaties zoals wetenschappelijke artikelen en octrooien. Deze omvangrijke bron van algemeen toegankelijke informatie biedt, via de zogeheten ‘bibliometrische’ methode, de mogelijkheid tot een internationaal vergelijkbare meting van bijvoorbeeld Nederlandse kennisproductie. Daarvoor wordt een tweetal typen internationale bibliografische informatiebronnen aangeboord:[23]

  • Internationale technische en wetenschappelijk tijdschriften waarin uitkomsten van kwalitatief hoogwaardig fundamenteel en toepassingsgericht wetenschappelijk onderzoek doorgaans worden gedocumenteerd
  • Octrooien, waarmee commercieel en strategisch belangrijke technologische innovaties worden geregistreerd en beschermd.

Hoewel het streven steeds gericht is op definitieve resultaten, blijkt desondanks wetenschap volgens Kuyper (1977) nooit een definitieve vorm of inhoud aan te nemen, maar steeds vatbaar te zijn voor verbreding, uitbreiding, verdieping, correctie, ja zelfs voor radicale keerpunten en revoluties. De wijze van onderzoek en de controle der resultaten alsook de vorm die aan de resultaten wordt gegeven dragen een methodisch karakter, zozeer dat wetenschap in de grond van de zaak sinds de Grieken als een kwestie van methoden (inductieve, deductieve en experimentele methode) wordt beschouwd en eventueel van theoretisch verantwoorde technieken, zoals statistiek en tests, maar ook van redenering en bewijsvorm.[13]

Studie en grondslag[bewerken]

Er zijn enkele wetenschapsgebieden die ofwel als grondslag van de rest van de wetenschap kunnen worden gezien, ofwel de rest van de wetenschap als object van studie hebben. Logica vormt de grondslag voor wetenschap, wiskunde is voor veel wetenschappen onmisbaar. Wetenschap is object van studie voor de wetenschapsgeschiedenis en wetenschapssociologie. Wetenschapsfilosofie valt in beide categorieën. Methodologie wortelt in de wetenschapsfilosofie, maar ook in logica en wiskunde.

Logica[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Logica (wetenschap) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De logica is van origine de wetenschap, die zich bezighoudt met de studie van het correct redeneren. Reeds in de Oudheid werd opgemerkt dat menselijk redeneren systematisch valt te ontleden in combinaties van vaste patronen, zogenaamde gevolgtrekkingen.[24] De centrale vraag van de formele logica luidt: onder welke voorwaarde een gegeven bewering een geldige gevolgtrekking (oordeel) is uit een of meer andere beweringen (premissen)? Een volledige behandeling van deze vraag veronderstelt:[25]

In de logica wordt verondersteld, dat de formele logica (logica minor) de grondslag kan vormen van de wetenschapsleer (logica major), die onderzoekt, op welke wijze in de verschillende wetenschappen gevolgtrekkingen worden gemaakt. Men onderscheidt hierbij de algemene en bijzondere wetenschapsleer. In ruime zin rekent men tot de logica de kennistheorie, die de oorsprong, kenniskritiek, en realiteitswaarde van de kennis onderzoekt en soms ook nog de metafysica der rede, die zich bezighoudt met het onderzoek van de rede als determinerende factor in het wereldgebeuren.[25]

Methodologie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Methodologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De methodologie is de studie van de wetenschappelijke methoden, de procedures en werkwijzen, die moeten worden gebruikt om kennis te verwerven en om de wetenschap vooruit te helpen. Elke vakdiscipline heeft eigen methoden en technieken en vaak ook een specifieke organisatie met onderzoekers, leerstoelen en vakliteratuur, waar deze specifieke methodologie wordt bestudeerd.

Het begrip "Methodologie" wordt vaak geassocieerd met het maken van een onderzoeksopzet. Door de semantische verwarring rond dit begrip worden noties van "methodologie", "methode" en "methodiek" vaak door elkaar gebruikt. Als vakgebied heeft de methodologie te maken met het structureren van het handelen om op grond daarvan zoekgedrag te verantwoorden. Methodologie wordt hierbij opgevat als handelingsleer.[26] Belangrijke vormen van methodologie in de wetenschap zijn de onderzoeksmethodologie en de ontwerpmethodologie.

Wetenschapsfilosofie[bewerken]

In de Atheense school van Rafaël (1509) debatteren Plato en Aristoteles over de bron van alle kennis. Plato verwijst hierbij omhoog naar de hemelse sferen, en Aristoteles omlaag naar de aardse bestaan, als de bron van alle kennis.
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschapsfilosofie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de wetenschapsfilosofie wordt volgens Koningsveld (1987) de vraag gesteld "wat is wetenschap?". Volgens hem zijn er verschillende benaderingen van het verschijnsel wetenschap mogelijk:[27]

  • Cultuurhistorische benadering: binnen deze benadering wordt wetenschap onderzocht als een cultureel verschijnsel dat de vrucht is van een historisch proces.[27]
  • Economische benadering: van een "wetenschapseconomie", waarin het verschijnsel wetenschap door de bril van de econoom wordt bekeken, kan men nauwelijks spreken.[27]
  • Psychologische benadering: wetenschap kan vanuit psychologisch gezichtspunt worden onderzocht door de aandacht te richten op het proces van wetenschappelijke begripsvorming.[27]
  • Sociologische benadering: wetenschap wordt in de wetenschapssociologie onderzocht als een activiteit van een groep mensen. Welke normen en waarden constitueren de "wetenschappelijke" groep? Welke instituties treffen we aan? Welke statussymbolen.[27]
  • Wetenschapshistorisch benadering: hier betreft het de geschiedschrijving van de wetenschap zelf.[27]

De "filosofische benadering" van het verschijnsel wetenschap bestaat volgens Herman Koningsveld (1987) zowel uit een analyse als uit een waardering van dit verschijnsel, zowel in de zin van onderzoek als in de zin van theorie. In de wetenschapsfilosofische analyse wordt getracht de veronderstellingen van wetenschap als activiteit bloot te leggen en opheldering te krijgen over de weg waarlangs dat onderzoek verloopt, over de methodes dus en over de logica achter dat onderzoek. Tevens is de wetenschapsfilosofie erop uit om de vragen over structuur, status en waarheidspretentie van theorieën te beantwoorden. Bij de waardering staat de vraag naar de rechtvaardiging centraal: Hoe kunnen de veronderstellingen, de methodes van onderzoek en de waarheidsaanspraken van theorieën worden gerechtvaardigd?[27]

Wetenschapsgeschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschapsgeschiedenis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Wetenschapsgeschiedenis is het vakgebied waarin de geschiedenis van de wetenschap als geheel of van afzonderlijke wetenschapsgebieden wordt onderzocht. Het is een specialisme binnen de historische wetenschap, maar vertoont ook verwantschap met de wetenschapsfilosofie en wetenschapssociologie.

Wetenschapsgeschiedenis is net als andere vormen van geschiedenis meer dan een opsomming van historische feiten. Elke wetenschapsgeschiedenis bevat volgens Horsten (2007) onvermijdelijk een interpretatie van de historische feiten die ze beschrijft. Ook hier geldt immers dat elke observatie bepaald wordt door een bepaalde theorie. Alleen al het selecteren van de relevante historische feiten brengt een bepaalde interpretatie met zich mee.[28]

Wetenschapssociologie[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschapssociologie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De wetenschapssociologie, een onderdeel van de sociologie, bestudeert de maatschappelijke processen waarin wetenschappelijke informatie wordt geproduceerd, als geldig wordt erkend door de wetenschappelijke gemeenschap, en ten slotte aan het groter geheel van de samenleving wordt doorgegeven.[29]

Door wetenschapssociologisch onderzoek groeit sinds 1945 en vooral na 1970 het inzicht in het complex "wetenschap en techniek" als onderdeel van maatschappelijke processen en structuren. De wederzijdse beïnvloeding tussen wetenschap en maatschappij is niet van recente datum maar vooral sinds 1945 is dit proces versneld en in omvang en betekenis toegenomen. Dit is karakteristiek voor iedere samenleving met een hoge of stijgende graad van industrialisatie. De ontwikkeling van wetenschap en technologie als onderdeel van het maatschappelijke ontwikkleings proces, wordt in toenmende mate als een zelfstandig onderdeel van studie erkend[1]

Een belangrijk wetenschapssociologisch discussiepunt vormt de vraag of er iets als waardevrije wetenschap bestaat. Wetenschap is waardevrij als de kennis die wetenschap oplevert niet wordt beïnvloed door waarden, waarbij zowel aan persoonlijke voorkeuren of belangen kan worden gedacht als aan maatschappelijke waarden.[30]

Wiskunde[bewerken]

Wiskundecollege over lineaire algebra (matrices) aan de Technische Universiteit van Helsinki in 2005.
Nuvola single chevron right.svg Zie Wiskunde voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Of de wiskunde zelf als een wetenschap geclassificeerd kan worden, is met name in de Angelsaksische landen nogal een twistpunt. Sommigen zien wiskundigen als wetenschapsmensen, en beschouwen het wetenschappelijk bewijs als conditio sine qua non voor de natuurwetenschappelijke experimenten. Anderen zien wiskunde slechts als een hulpwetenschap, daar het zelf geen gebruik maakt van experimenten om theorie en hypothesen te testen. (Nu moet hierbij ook vermeld worden dat het Angelsaksische begrip "science" doorgaans de betekenis heeft van het continentale begrip "natuurwetenschap". Sociale wetenschap en geesteswetenschap worden veelal aangeduid als "humanities".) Wiskundige stellingen en formules worden verkregen met wiskundige logica of uit afleidingen van axioma's. Om dezelfde reden classificeert men wiskunde als formele wetenschap, natuurkunde en sociale wetenschap als empirische wetenschap.

In ieder geval is wiskunde geen empirische wetenschap. Zij is nauw verwant aan de logica, zij het dat de rol van de logica in de wiskunde een belangrijk punt is geweest in de grondslagenstrijd die de jaren 20 en 30 van de 20e eeuw woedde tussen vooraanstaande wiskundigen. Binnen de wiskunde hebben veel subdisciplines hun toepassingen, zelfs de 'zuivere' takken als getaltheorie en topologie. Wiskunde is onmisbaar voor alle natuurwetenschappen en voor veel sociale wetenschappen. Bij de geesteswetenschappen, zoals beschouwende filosofie, geschiedenis en theologie niet of nauwelijks.
De wiskunde vervult drie belangrijke rollen. In de eerste plaats verschaft het een abstracte taal met symbolen, algebraïsche relaties, vergelijkingen en wetenschappelijke modellen. In de tweede plaats kan mede hierdoor onderzoek beter worden vormgegeven. Het maken van hypothesen en het bedenken van experimenten en andere waarnemingen wordt systematischer. Tenslotte kan men met behulp van statistiek een hoog niveau van statistische betrouwbaarheid in de bewijsvoering bij uiteenlopende experimenten proberen te bereiken. In de studies van veel menswetenschappen, zoals psychologie en pedagogie is statistische analyse dan ook verplichte kost.

Organisatie[bewerken]

De organisatie van de - academische - wetenschap is uitgestrekt van universiteit, laboratoria, onderzoeksinstituten en academies tot wetenschappelijke uitgeverijen en bibliotheken. Daarnaast vindt veel wetenschap plaats binnen laboratoria die verbonden zijn met industrieën, zoals de farmaceutische en voedingsindustrie, of overheidsinstanties, zoals defensie-, milieu- of waterstaatsinsituten. In onderstaande is gekozen om alleen enkele karakteristieken van academische wetenschap te beschrijven.

Lodewijk XIV van Frankrijk brengt een bezoek aan de Académie des Sciences in 1671.
Academie
Nuvola single chevron right.svg Zie Academie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een academie is, in de ruimste zin, een instelling voor hoger onderwijs, een universiteit of hogeschool, 'ter beoefening van wetenschappen, letteren of kunst'. Iemand die een academische opleiding heeft afgerond, mag een academische titel gebruiken.
Onderzoeksinstituut
Nuvola single chevron right.svg Zie Onderzoeksinstituut voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een onderzoeksinstituut is een organisatie gericht op de ontwikkeling van wetenschap en of de uitvoering van toegepast onderzoek. Zo'n organisatie wordt ook wel aangeduid als centrum, expertisecentrum, kenniscentrum, kennisinstituut, onderzoekscentrum, instituut, research instelling en alle mogelijke Engelstalige varianten. Een onderzoeksinstituut is in de regel een organisatie van wetenschappers, wetenschappelijke medewerkers en administratief personeel. De grootte van zo'n instituut kan verschillen van enkele tot honderden medewerkers. Het onderzoeksgebied met de doelen, wegen en middelen wordt vastgelegd in het beleid van het instituut. Sommige instituten zijn opgezet rond een onderzoeksprogramma.
Universiteit
Nuvola single chevron right.svg Zie Universiteit voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een universiteit is een instelling voor hoger onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en dienstverlening. Universiteiten zijn in de regel onderverdeeld in een aantal faculteiten of departementen, voorzien van een wetenschappelijke bibliotheek en meerdere gerelateerde onderzoeksinstituten. Faculteiten en verschillende universiteiten werken tegenwoordig samen in gespecialiseerde onderzoeksscholen.
Vereniging van wetenschappers
Vereniging van wetenschappers zijn er in allerlei soorten. Bekende verenigingen zijn:
Het besneeuwde grasdak van de bibliotheek van de TU Delft
Wetenschappelijke bibliotheek
Nuvola single chevron right.svg Zie Universiteitsbibliotheek voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Aan elke universiteit of ander hoger opleidingsinstituut is een wetenschappelijke bibliotheek of universiteitsbibliotheek met specialistische vakliteratuur verbonden. De producten en diensten van een universiteitsbibliotheek staan ter beschikking van de staf en de studenten van de universiteit. Zij ondersteunen daarmee onderwijs en onderzoek. Vaak fungeert een universiteitsbibliotheek als een koepelorganisatie voor de aan de universiteit verbonden faculteitsbibliotheken. In tegenstelling tot een openbare bibliotheek heeft een universiteitsbibliotheek een bewaarfunctie: wat eenmaal is aangeschaft verlaat in beginsel de collectie niet weer.
Wetenschappelijke gemeenschap
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijke gemeenschap voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Met de wetenschappelijke gemeenschap worden alle wetenschappers op de wereld en hun onderlinge relaties en interacties bedoeld. De gemeenschap is onder te verdelen in vakgebieden, die als subgemeenschappen fungeren. In de wetenschap wordt objectiviteit van wetenschappelijk onderzoek bereikt door de wetenschappelijke methode te gebruiken. Via peer review tijdens debatten, conferenties, symposia en bij publicaties in wetenschappelijke tijdschriften helpt de wetenschappelijke gemeenschap bij het bereiken van die objectiviteit waardoor de kwaliteit van de wetenschappelijke methode en de interpretatie van resultaten gewaarborgd wordt.
Het KNAW in het Trippenhuis in Amsterdam, sinds 1877.
Wetenschappelijk genootschap
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijk genootschap voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een wetenschappelijk genootschap is een organisatie dat als doel heeft een wetenschappelijke discipline te promoten en de kennis erover te verspreiden en populariseren. Lidmaatschap van dergelijke genootschappen kan in sommige gevallen open voor iedereen zijn, maar meestal is een bepaalde academische graad nodig of worden nieuwe leden gevraagd lid te worden na een interne verkiezing. Dit laatste is vooral het geval met de oudste wetenschappelijke genootschappen, lidmaatschap wordt dan als een eer gezien die slechts gereputeerde geleerden ten deel valt.
Wetenschappelijke literatuur
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijke literatuur voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
De wetenschappelijke literatuur is het geheel van serieuze publicaties die over empirisch en theoretisch werk in de wetenschap rapporteren of hebben gerapporteerd, in zowel alfa-, beta- als gammawetenschappen. Vaak wordt er kortweg gesproken over "de literatuur".
Wetenschappelijke symposia
Nuvola single chevron right.svg Zie Symposium (wetenschap) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een wetenschappelijke symposium, ook wel congres of conferentie, is een bijeenkomst voor onderzoekers en belangstellenden voor de presentatie en discussie van hun werk. Samen met wetenschappelijke tijdschriften voorzien symposia in een belangrijk kanaal om ideeën en informatie uit te wisselen tussen wetenschappers.
Paleis der Academiën, in Brussel
Wetenschappelijk tijdschrift
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschappelijk tijdschrift voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een wetenschappelijk tijdschrift is een tijdschrift waarin wetenschappers hun bevindingen publiceren. Acceptatie voor een publicatie vindt meestal plaats op basis van peer review: een inzending wordt beoordeeld door collega-wetenschappers en op basis daarvan geaccepteerd of geweigerd door de redacteur.
Wetenschapper
Nuvola single chevron right.svg Zie Wetenschapper voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Een wetenschapper of ook wel geleerde is iemand die veelal gestudeerd heeft aan een universiteit of andere instelling voor hoger wetenschappelijk onderwijs. Door middel van onderzoek of daarmee verwante activiteiten draagt de wetenschapper bij aan de ontwikkeling van nieuwe kennis of toepassingen daarvan. Wetenschappers presenteren hun nieuwe inzichten doorgaans eerst voor vakgenoten via lezingen, discussies en publicaties, maar in toenemende mate ook meteen voor opdrachtgevers zoals de industrie.

Zie ook[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  1. a b A.L. van Schelven, "Ontwikkelingen in wetenschap en techniek", in: Sociale problemen, L. Rademaker (red.), Utrecht, Het Spectrum, 1978.
  2. Van Dale, Groot Woordenboek der Nederlandse taal, Van Dale Lexicografie, Utrecht, 142005.
  3. Karl Popper, The Logic of Scientific Discovery, 1959 en later (Engelse vertaling van Logik der Forschung, 1934), ISBN 0-415-27844-9.
  4. Peter Medawar, Advice to a young scientist.
  5. Verberk, F.A.E., Wat is wetenschap, Baarn, 1992.
  6. Vermij, Rienk, Kleine geschiedenis van de wetenschap, Amsterdam, Nieuwezijds, 2005.
  7. Lagendijk, Ad, Survival Guide for Scientists, Amsterdam University Press, 2008, ISBN 9053565124.
  8. Squires, G.L., Fysisch experimenteren, Het Spectrum, Utrecht, 1972 (vertaling van Practical Physics, Mc Graw-Hill, 1968).
  9. Harry Willemsen (red.), Woordenboek filosofie, Van Gorcum, Assen, 1992, p. 488
  10. Rienk Vermeij, Kleine geschiedenis van de wetenschap, Amsterdam, Nieuwezijds, 2005, p. 60.
  11. A. Bergsma & K. van Petersen, Psychologie van A tot Z, Utrecht, Het Spectrum, 6e druk 2004.
  12. a b David C. Lindberg, Pioniers van de westerse wetenschap, Meppel-Amsterdam, Boom, 1995, p.15-16.
  13. a b c Karel Kuypers, Encyclopedie van de filosofie, lemma: Wetenschapsleer, Elsevier Amsterdam 1977, p.718-719.
  14. E.J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld, Meulenhoff, Amsterdam, 1950.
  15. a b Evert W. Beth, Wetenschap en classificatie, 's-Gravenhage: Nider, 1959, p.3.
  16. Brian Vickery, Classification and Indexing in Science, Butterworths London, 1958, p.147.
  17. Thomas S. Kuhn, The structure of scientific revolutions, Chicago: Univ. of Chicago Press, 1962, 2nd rev. ed. 1970.
  18. Karl Popper, The Logic of Scientific Discovery, 1959 en later (Engelse vertaling van Logik der Forschung, 1934).
  19. J.J. Poortman, Encyclopaedisch Handboek van het moderne denken, W. Banning (red) ea., Van Loghum Slaterus N.V. Arnhem, 3e druk 1950, p.812.
  20. Adriaan de Groot & Henk Visser, Het forumwaarmerk van de wetenschap, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Amsterdam, 2003, p.2.
  21. Jan van Eijck), Filosofie een inleiding, Meppel: Boom, 1982, p.94.
  22. Peter Kunzmann, Sesam Atlas van de filosofie, Amsterdam: Sesam, 1996, p.36.
  23. Nederlands Observatorium van Wetenschap en Technologie, Wetenschaps- en Technologie-Indicatoren 1998, 1998.
  24. Johan van Benthem, Logica Voor Informatica, 2003, p.3.
  25. a b Evert W. Beth, Geschiedenis van de logica, Den Haag: Service, 1944, p.7.
  26. J. Jonker & Bartjan Pennink, De kern van methodologie: een inleiding, Van Gorcum, 2000, p.17-18.
  27. a b c d e f g Herman Koningsveld, Het verschijnsel wetenschap: een inleiding tot de wetenschapsfilosofie, Boom Amsterdam, 11e druk 1987, p.9-13.
  28. Leon Horsten (2007), Wetenschapsfilosofie, Van Gorcum, p.148.
  29. Greetje Desnerck e.a., Praktisch basisboek sociologie: De sociologische verbeelding: visie en vizier, 2005, p. 52.
  30. Jo Segers, Methoden voor de maatschappijwetenschappen, 1999, p. 440.
Icoontje WikiWoordenboek Zoek wetenschap op in het WikiWoordenboek.
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Wetenschap.
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 27 december 2007 in deze versie opgenomen in de etalage.
Zoek dit woord op in WikiWoordenboek