Wetsvoorstel-Halsema

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het wetsvoorstel-Halsema constitutionele toetsing is een initiatiefwetsvoorstel van het GroenLinks-Kamerlid Femke Halsema dat beoogt de Nederlandse Grondwet zodanig te wijzigen dat grondwettelijke toetsing van formele wetten door de rechter in bepaalde gevallen mogelijk wordt.

Inhoud en strekking van het wetsvoorstel[bewerken]

Artikel 120 Grondwet luidt:

De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.

Met deze initiatiefwet wordt aan deze bepaling een tweede lid toegevoegd, dat luidt:

Wetten vinden evenwel geen toepassing indien deze toepassing niet verenigbaar is met de artikelen 1, 2, derde en vierde lid, 3 tot en met 9, 10, eerste lid, 11 tot en met 17, 18, eerste lid, 19, derde lid, 23, tweede, derde, vijfde, zesde en zevende lid, 54, 56, 99, 113, derde lid, 114, 121 en 129, eerste lid.

Deze bepaling zou toetsing aan de subjectieve grondrechten mogelijk maken, en bovendien aan het verbod op de doodstraf, de regeling van de dienstplicht, de wijze van verkiezing van de Tweede Kamer en nog enkele andere bepalingen.

Aanvaarding van het wetsvoorstel in eerste lezing[bewerken]

Het voorstel werd op 14 oktober 2004 in eerste lezing aangenomen door de Tweede Kamer. SP, GroenLinks, PvdA, Groep Wilders, D66, VVD, ChristenUnie, SGP en LPF stemden voor. Pas op 2 december 2008 werd het voorstel behandeld in de Eerste Kamer. Daar haalde het een nipte meerderheid. Bij hoofdelijke stemming waren er 36 stemmen tegen (de aanwezige leden van de fracties van het CDA, de VVD en de SGP) en 37 stemmen voor (de aanwezige leden van de overige fracties).

Voorstanders van de grondwettelijke toetsing menen dat dergelijke toetsing een goede waarborg vormt tegen machtsmisbruik door de overheid, tegenstanders vrezen dat een dergelijke toetsing de functie van het parlement uitholt om wetgeving te wegen in het algemeen belang.

Tweede lezing[bewerken]

Thans wacht het wetsvoorstel op een tweede lezing. In beide Kamers is een tweederdemeerderheid nodig om de grondwetswijziging door te voeren. Naar verluidt heeft de fractieleider van de VVD in de Tweede Kamer kenbaar gemaakt dat de VVD-fractie het voorstel in tweede lezing niet zal steunen, waarmee de VVD terugkeert naar de positie die zij voorheen en in eerste lezing in de Eerste Kamer innam. Een tweederdemeerderheid lijkt daarom onhaalbaar. GroenLinks-Kamerlid Liesbeth van Tongeren heeft de verdediging van het wetsvoorstel overgenomen.

De status van het wetsvoorstel kwam op 11 april 2017 in de Tweede Kamer aan de orde bij de behandeling van een ander voorstel tot wijziging van de Grondwet. Tijdens het debat verklaarde minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken dat hij het voorstel als feitelijk vervallen beschouwt, omdat een te lange periode verstreken is sinds de indiening ervan in tweede lezing in 2010. Het voorstel alsnog behandelen zou in strijd zijn met de Grondwet.[1] Op 31 mei 2017 besloot de Tweede Kamer hierover advies te vragen aan de Raad van State, nadat Kees van der Staaij (SGP) en Ronald van Raak (SP) een motie hadden ingediend, strekkende tot vaststelling dat het wetsvoorstel geacht moet worden te zijn verworpen.[2] Op 29 september 2017 oordeelde de Afdeling advisering van de Raad van State met de minister dat het wetsvoorstel geacht moet worden te zijn vervallen. De Afdeling voegde daaraan toe dat het aan de Tweede Kamer is om dit vast te stellen.[3]

Noten[bewerken]

  1. Plasterk: tweede lezingsvoorstel constitutionele toetsing is 'dood', parlement.com 12 april 2017, laatst geraadpleegd op 6 juni 2017.
  2. Raad van State gevraagd te adviseren over afhandeling toetsingsvoorstel-GroenLinks, parlement.com 1 juni 2017, laatst geraadpleegd op 6 juni 2017.
  3. Raad van State: voorstel constitutionele toetsing is feitelijk vervallen, parlement.com 2 oktober 2017, laatst geraadpleegd op 29 november 2017.