Wettig betaalmiddel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een wettig betaalmiddel is volgens het Nederlandse ministerie van Financiën een middel waarmee je kunt betalen, zoals geld en chipknip. De wet verplicht niemand om alle soorten wettige betaalmiddelen altijd te accepteren. Zo mag een winkelier munten van 1 en 2 eurocent en biljetten van 100 euro en hoger weigeren, bijvoorbeeld als wisselgeld een probleem is of men niet het risico van vervalsingen wil lopen. Dit moet dan wel duidelijk aangegeven zijn. Ook mag een gemeente bepalen dat parkeerautomaten alleen met een chipknip kunnen worden betaald. Ook dan betaalt de parkeerder echter in euro's. Ook is niemand verplicht, munten aan te nemen die vervalst of vermoedelijk vervalst zijn (Muntwet art. 8 lid 1, Wet geldstelsel BES art. 6 lid 1).

In de Eurozone zijn munten een wettig betaalmiddel, waarbij een partij echter niet verplicht is meer dan 50 munten per betaling te accepteren.[1]. In Caribisch Nederland geldt dit ook voor dollarmunten.[2]

Gelegenheidsmunten[bewerken]

Een bijzonder geval zijn de gelegenheidsmunten. Veel eurolanden hebben zulke munten, die afwijken van de gewone circulatiemunten, in omloop gebracht. Het soort gelegenheidsmunt bepaalt waar hij wettig betaalmiddel is:

  • Gelegenheidsmunten met een van gewone circulatiemunten afwijkende waarde, zoals 5 of 10 euro, en een gelegenheidsafbeelding worden door de Nederlandsche Bank verzamelaarsmunten, ze worden ook vaak aangeduid als herdenkingsmunten. Deze munten zijn uitsluitend in eigen land wettig betaalmiddel.
  • Gelegenheidsmunten die er aan de muntzijde uitzien als een gewone circulatiemunt van 2 euro, maar waar de nationale zijde is vervangen door een gelegenheidsafbeelding staan bekend als herdenkingsmunten van € 2. Ze zijn wettig betaalmiddel in de hele eurozone.
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Council of the European Union, The. Council Regulation (EC) No 974/98 of 3 May 1998: on the introduction of the euro (3 May 1998) Geraadpleegd op 14 Apr 2011 (zie p5, art. 11)
  2. Artikel 5, eerste lid, van de Wet Geldstelsel BES