Whataboutism

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zowel Vladimir Poetin als Donald Trump zijn veelvuldig beschuldigd van whataboutism

Whataboutism, soms vernederlandst tot whataboutisme, soms ook onder de vorm whataboutery, is een drogreden waarmee kritiek afgewimpeld wordt door verwijzingen naar totaal andere situaties zonder dat daarbij de kritiek zelf wordt ontkracht. Het woord is gevormd door het Engelse what about ('hoe zit het met ... ').

Het gaat om retorische technieken van het type tu quoque, een jij-bak waarmee op kritiek wordt gereageerd zonder er inhoudelijk op te antwoorden.

In het verleden werd dit in de Engelstalige wereld verbonden aan de communicatie van de Sovjet-Unie en aan de Noord-Ierse Kwestie. In Noord-Ierland verwezen de twee strijdende partijen op die manier naar de gewelddaden van de andere kant tijdens The Troubles.

De Russen hadden de neiging om westerse kritiek op schendingen van mensenrechten in de Sovjet-Unie te beantwoorden met verwijzingen naar schendingen van mensenrechten in de Verenigde Staten. Met name de Amerikaanse rassenkwestie, waartegen de Afro-Amerikaanse burgerrechtenbeweging streed, werd hierbij sinds de jaren 1930 aangehaald met de woorden And you are lynching Negroes. De tactiek kwam opnieuw in de aandacht sinds de annexatie van de Krim in 2014 en de oorlog in Oost-Oekraïne door Rusland, dat kritiek op deze handelingen pareerde met verwijzingen naar de houding van het Westen tijdens de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo in 2008 en het Schots onafhankelijkheidsreferendum 2014. Journalist Jill Dougherty noemde het een sacred Russian tactic en vergeleek het met de uitdrukking de pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.

De tactiek wordt ook toegeschreven aan president Donald Trump. Trump pareert kritiek veelal met aanvallen op onder meer Hillary Clinton, Barack Obama en Obamacare, zonder de kritiek zelf te ontkennen.