Wijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
White Wine Glas.jpg Red Wine Glas.jpg
Een glas witte wijn en een glas rode wijn.

Wijn is een drank die ontstaat door het vergisten van het sap van druiven. Het volledige proces van wijnbereiding noemt men vinificatie. Er zijn verschillende soorten wijn: rode wijn, witte wijn, rosé en mousserende wijn zoals champagne en lambrusco. In chemische zin bestaat wijn uit water, suikers, alcohol, resveratrol, quercetine, tannine, sulfiet (tijdens de wijnbereiding in kleine hoeveelheid in de vorm van zwavel toegevoegd), koolzuurgas (in mousserende wijnsoorten), hars (in retsina) en andere stoffen in kleinere hoeveelheden.

Er zijn ook met wijnalcohol versterkte wijnen, zoals madeira, port en sherry. Soms worden er ook kruiden aan toegevoegd zoals bij vermout.

Volgens een Frans decreet uit 1907 moet wijn uit het sap van verse of gedroogde druiven bereid worden. Wanneer men het sap van andere vruchten dan druiven laat vergisten, heet het product vruchtenwijn.

Veel wijnbouwlanden in de wereld classificeren hun wijn middels wetgeving. Hiermee worden een aantal minimum eisen en de herkomst vastgelegd. Om meer over een wijn te kunnen vertellen in de zin van smaakbeleving, kan deze aan een smaakproef worden onderworpen. Hiervoor zijn verschillende wijnbeoordelingssystemen in gebruik.

Geschiedenis[bewerken]

Mozaïek van de Griekse wijngod Dionysos (2e-3e eeuw n.Chr., Antiochië, Turkije).
De Romeinse wijngod Bacchus (Grieks: Dionysos), geschilderd door Leonardo da Vinci.

De wilde wijnstok Vitis vinifera is de wingerdsoort die druiven produceert. Deze wingerd komt uit de Kaukasus. Door deze centrale ligging verspreidde de druif zich snel. In Mesopotamië (het huidige Iran en Irak) zijn bij archeologische opgravingen kruiken van 7000 jaar geleden aangetroffen met sporen van wijn. Wijn werd daar verbouwd in het vruchtbare Tweestromenland (Mesopotamië) van de Tigris en de Eufraat. Door handel met de Levant (Libanon en Palestina) verspreidde de kennis van de wijnbouw zich. Zodoende kwam deze in het oude Egypte terecht. Al vanaf 3000 v.Chr. zijn er vele afbeeldingen en wijnsporen van Egyptische wijnbouw nagelaten.

Circa 2000 jaar v.Chr. bereikte de druivenstok Griekenland. Op Kreta zijn amforen en een wijnpers gevonden die dateren van 1500 jaar voor onze jaartelling. De kunst van het wijn maken heeft zich daarna vanuit Griekenland verder verspreid naar Zuid-Italië, toentertijd ook wel Oenotria (land van de wijn) genoemd. In Midden-Italië vanaf circa 1000 v.Chr. waren de Etrusken actief in het maken van wijn. De Romeinen (Latijnen) namen later de kennis over. Zij ontwikkelden en verspreidden het verder naar de rest van Europa.

Amforen waren kruiken in aardewerk die gebruikt werden om graan of vloeistoffen in te bewaren. Omdat een amfora te poreus was om wijn in te bewaren werd er hars aan de wijn toegevoegd. Omdat hars de houdbaarheid van wijn kennelijk verbeterde bleven de Griekse wijnbouwers hars aan hun wijnen toevoegen: de retsina was de meest bekende Griekse wijn en wordt nog altijd gemaakt. Een andere reden voor de toevoeging van hars die genoemd wordt, is dat mensen aan de harssmaak gewend zouden zijn geraakt, en deze anders zouden missen. Vanaf 1980 werden moderne vinificatiemethoden in Griekenland geïntroduceerd en appellations contrôlées ingevoerd.

De oude Grieken dronken hun wijn verdund met water, en gebruikten daarvoor een drinkschaal.

De meeste wijngebieden in het huidige Frankrijk (de Elzas uitgezonderd) dateren uit de Romeinse tijd. De wijnbouw kende onder de Romeinen een periode van grote bloei, echter in de vijfde eeuw na Christus stortte het Romeinse Rijk ineen en de meeste wijngaarden werden vernietigd door Germanen en Moren. In het begin van de Middeleeuwen raakte de wijncultuur in verval. Hij kwam weer tot bloei dankzij het christendom: elk klooster had een eigen wijngaard om miswijn te maken. In de streek van Doornik tot Luik werd in de 10e eeuw wijn gemaakt.

Tot in de 17e eeuw werd hoofdzakelijk jonge wijn gedronken. Door het gebruik van kurk werd het daarna mogelijk wijn langer in flessen te bewaren.

In de periode vanaf 1864 werden duizenden hectare wijngaarden in Frankrijk vernield door de druifluis (Phylloxera vastatrix). Het onderzoek van Pasteur naar de oorzaken van ziekten van wijn en de methode om wijn te bewaren legde de grondslag voor de oenologie. De Franse wijnbouw werd gered door Europese druivensoorten te enten op Amerikaanse stammen die resistent waren voor de vraatzucht van de druifluis. De Amerikaanse variant bleek namelijk in staat om opnieuw wortelpunten aan te groeien.

Soorten wijn[bewerken]

Wijn kan zowel naar kleur als naar type worden ingedeeld. Het eindresultaat wordt door de vinificatie bepaald.

Volgens kleur[bewerken]

  • Rode wijn: wordt gemaakt van blauwe druiven. Na kneuzing van de druiven vergist het druivensap samen met de schillen, steeltjes en pitten tot wijn. In de schil zit de natuurlijke rode kleurstof. De intensiteit van de kleur wordt mede bepaald door de tijd waarin de schil in die most aanwezig is.
  • Witte wijn: kan worden gemaakt van witte en/of blauwe druiven. Alleen het druivensap, waarin geen kleurstoffen zitten, wordt vergist.
  • Roséwijn: wordt, net als rode wijn, gemaakt van blauwe druiven, met als verschil dat de schillen na een bepaald aantal uren, meestal binnen 24 uur, van de most worden gescheiden: zo kan de schil maar een beperkte hoeveelheid kleurstof afgeven. In Frankrijk mogen alleen in de champagne bepaalde witte en rode wijnen gemengd worden om een rosé-wijn te maken.
Variaties in kleur
  • Gele wijn: specifieke wijnen zoals de vin jaune uit de Franse Jura en soortgelijke wijnen uit de Jurançon of Sauternes.
  • Grijze wijn (vin gris): vaak gemaakt van rode druiven, met name Pinot Noir.
  • Oranje wijn: Georgische Qvevri, een van de oudste manieren van het maken van wijn.
  • Taan (goudbruin): als in tawny port. Gemaakt van rode druiven, die langdurig worden gerijpt in houten vaten.

Volgens type[bewerken]

  • Stille wijn: volledig uitgegiste en tot rust gekomen wijn.
  • Mousserende of schuimende wijn: dit is wijn waarbij het koolzuur van de tweede gisting in de wijn achterblijft. Het kan ook (goedkope) “stille” wijn zijn waaraan later koolzuur is toegevoegd.
  • Versterkte wijn: de gisting van de most is gestopt door toevoeging van wijnalcohol of geconcentreerd druivensap. Bijvoorbeeld: port, sherry, madeira, banyuls.

Naar gehalte aan restsuiker[bewerken]

De normen voor de aanduidingen kunnen verschillen per land of per wijnstreek. Deze hangen in eerste instantie af van de hoeveelheid restsuikers in de wijn, maar zijn in sommige gevallen mede afhankelijk van het gehalte aan zuren. Vaak is er een onderverdeling als volgt:

  • Droge wijn: wijn met een laag gehalte aan restsuikers (of met een relatief hoog gehalte aan zuren).
  • Halfdroge wijn: tussenliggende waarden, maar droger dan de volgende categorie.
  • Halfzoete wijn: tussenliggende waarden, maar zoeter dan de vorige categorie.
  • Zoete wijn: wijn met een hoog gehalte aan restsuikers (en vaak met weinig zuren).

Wijn tegenwoordig[bewerken]

Wijnbouw vindt plaats in wijnstreken verspreid over de wereld in gematigde klimaatzones. Men spreekt vaak van de Oude Wereld (Europa) versus de Nieuwe Wereld (vooral Noord- en Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Australië en Nieuw-Zeeland).

Steeds meer landen gaan zich met wijnbouw bezighouden of breiden hun wijngaardareaal uit. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk een enorme groei gerealiseerd: van 300 ha in de jaren tachtig van de 20e eeuw tot 785 ha in 2008, oftewel een productie van 2,2 miljoen hectoliter wijn per jaar. Ook in Nederland neemt de wijnbouw toe. De meeste wijngaarden liggen in de provincie Gelderland. Wijnbouw is mogelijk door het ontwikkelen van zogenoemde hybride rassen die geschikt zijn voor koele en vochtige klimaten. Ze zijn vroegrijpend en meeldauwresistent. Succesvolle rassen zijn Regent, Johanitter en Solaris. In Zweden en Denemarken worden ook al wijngaarden aangelegd, zij het nog niet op commerciële basis.

Duitse wijnstokken aan de Moezel.
Een modern wijnbedrijf.

In onderstaande tabel worden de tien grootste wijnproducerende landen weergegeven met hun productie.

Wijnproductie per land in 2007[1]
Nr Land Productie
(in hectoliters)
1 Italië 50.500.000
2 Frankrijk 47.116.000
3 Spanje 36.450.000
4 Verenigde Staten 23.000.000
5 Argentinië 15.500.000
6 China 14.500.000
7 Zuid-Afrika 10.500.000
8 Australië 9.619.720
9 Duitsland 8.916.000
10 Chili 8.277.460

Zie de lijst van wijnen voor meer informatie.

Wijndeskundigen[bewerken]

  • De slijter is verkoper van onder andere wijn. Basiskennis, opgedaan in bijvoorbeeld een cursus Vakbekwaamheid Slijtersbedrijf, stelt de slijter in staat relevante informatie over wijn, wijnsoorten en wijntypen aan de consument te geven.
  • Een sommelier is een kelner/gastheer die zich bekwaamd heeft in combinaties van wijn en spijzen. In restaurants wordt dit vak uitgeoefend om gasten hierover te kunnen adviseren.
  • Master of Wine is een Engelse opleiding in de wijnindustrie op hoog niveau. Na afronding levert dit de titel MW op. De opleiding wordt georganiseerd door de WSET (Wine and Spirit Education Trust) in Londen. Om MW te worden moeten eerst het Advanced Certificate en daarna de Diploma Course gevolgd worden. Deze diploma's zijn internationaal erkend.
  • Een vinoloog is iemand die studie heeft gedaan naar wijn. Het is een typische Nederlandse term. Buitenlandse tegenhangers zijn er niet. De opleiding kent geen officiële status.[2]
  • Magister Vini is de Nederlandse variant op de Engelse titel Master of Wine (MW). Na afronding van de opleiding levert dit de titel MV op.[2]

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Food and Agriculture Organization of the United Nations Productiestatistieken van de FAO
  2. a b c http://www.wijninfo.nl/site/wetenswaardigheden_over_wijn/titels_in_wijnland.php