Wikipedia:Review/Kandidaten voor de Etalage

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Kandidaten voor de Etalage[bewerken | bron bewerken]

Een review is een belangrijke stap op weg naar een etalageartikel. Na een succesvolle review is een artikel aanmerkelijk verbeterd en wellicht klaar om als etalagekandidaat te worden voorgesteld.

Als een artikel wordt voorgesteld voor de etalage en er voor wordt gekozen om het artikel nog in de review te houden wordt het Sjabloon:Naar etalage gebruikt. Zet {{Naar etalage|Naam van artikel}} onder het kopje en verander "Naam van artikel" in de naam van het artikel.

Een artikel voorstellen voor een review:

  • Voeg een sectie toe voor het artikel (nieuwe artikels bovenin) en licht je nominatie toe met een kort commentaar. Daaronder zal de evaluatie van en de discussie over het artikel plaatsvinden.
  • Voeg bovenaan het artikel het {{RV}}-sjabloon in.
  • Pas het volglijstkader aan. (Klik hier)

Nomineer een nieuw artikel

Beleg van Leiden (1573-1574)[bewerken | bron bewerken]

Afgelopen half jaar heb ik dit artikel over een van de bekendste belegeringen tijdens de Tachtigjarige Oorlog sterk uitgebreid en ik ben benieuwd naar jullie opmerkingen. Pas gerust ook kleine wijzingen zelf aan. Later zou ik het willen voordragen voor de etalage. Druifkes (overleg) 27 jan 2021 12:24 (CET)

  1. Beste Druifkes, een indrukwekkend en interessant artikel. Ik heb alleen nog echt gekeken naar de Mookerheide ('wat heeft dat met Leiden te maken' dacht ik) en enkele kleinigheden gecorrigeerd. De komende weken ga ik er verder naar kijken. Groet, Sylhouet contact 27 jan 2021 20:50 (CET)
    Misschien vind je me te brutaal, maar ik ben zo vrij geweest de inleiding te herschrijven. Dat werkt sneller dan over elk punt te discussiëren; je kunt het altijd nog terugdraaien respectievelijk aanpassen. De belangrijkste van mijn aanpassingen zijn: doublure corrigeren (afbreken van de belegering), de stijl (oa van passief naar actief), de achtergrond van de Opstand (het begin en tegen wie die gericht was), de urgentie (verhongering ipv verslechterende voedselsituatie) en de link naar Zuid-Holland (bestond toen nog niet). Sylhouet contact 28 jan 2021 16:15 (CET)
    Bedankt, duidelijk een verbetering! Druifkes (overleg) 30 jan 2021 10:49 (CET)
    Hopelijk vind je dat ook van mijn aanpassingen in het hoofdstuk over de situering van Leiden. Een ding is me niet duidelijk: je schrijft over 'vrijwilligers of vrijbuiters'. Zijn dat een of twee groepen? Waarom heetten de vrijbuiters zo, en niet geus? Sylhouet contact 2 feb 2021 15:48 (CET)
    De vrijbuiters en vrijwilligers zijn een en dezelfde groep die door Marsilje wordt omschreven als: enkele honderden vrijwilligers onder de burgers geworven. En: Namens de Staten van Holland werden die geleid door Andries Allertsz. Huizinga heeft het over vrijbuiters: Niettemin heeft het Leiden aan krijgsvolk niet ontbroken; daar waren de schuttersvendels en bovendien de scharen van vrijbuiters, behoorlijk aangevoerd. Andries Allertsz. wordt hier omschreven als de hopman van de Leidsche vrijbuiters. Groet Druifkes (overleg) 13 feb 2021 16:39 (CET)
  2. Beste Druifkes Mijn eerste reacties staan op de OP van het lemma. mvg. HT (overleg) 27 jan 2021 22:16 (CET)
  3. Beste Druifkes, een uitvoerig en goed gedocumenteerd artikel over een spannend onderwerp. Ik heb het gedeeltelijk doorgenomen en kom tot enkele algemene opmerkingen:
    - een klassiek verbeterpunt dat hier zeer ter zake is: het artikel kan op eenvoudige wijze aan levendigheid winnen door zinnen om te zetten van de lijdende vorm naar de bedrijvende vorm, dan wordt het ook compacter.
    - de afgrenzing: wat hoort echt in dit artikel te staan en wat hoort in Geschiedenis van Leiden, of in een meer algemeen lemma over de Tachtigjarige oorlog? Om een voorbeeld te geven: de informatie over de lakenweverij en het gebrekkig inspelen op de veranderende vraag lijkt mij iets voor het lemma over de geschiedenis van de stad. Naar mijn smaak wordt het beleg van Leiden wel erg vaak vergeleken met de belegeringen van Alkmaar en Haarlem, een dergelijke 'helicopter-view' is misschien meer iets voor de Tachtigjarige Oorlog in het algemeen.
    - Hiermee samenhangend: de ene belegering is de andere niet, maar toch: het Beleg van 's-Hertogenbosch duurde ook een jaar en dat etalage-artikel telt 73k bytes, 21k minder dan dat over Leiden. Om van Leiden een Etalage-artikel te maken zal eerder bekorting dan uitbreiding nodig zijn. Groet MackyBeth (overleg) 27 jan 2021 22:43 (CET)
    Beste MackyBeth, dank voor je reactie. Ik zal proberen de tekst wat levendiger te maken en het her en der inkorten. Over de grootte van het artikel: ik denk dat het vooral met het aantal referenties te maken heeft. Een referentie is al gauw 160 bytes en dit artikel heeft er ruim 100 meer dan 's-Hertogenbosch dus dat is al 16k. Wat tekst betreft zijn de lemma's ongeveer gelijk. groet Druifkes (overleg) 28 jan 2021 11:34 (CET)
    O, dat de extra lengte in de referenties zit had ik niet gezien. Voor je gaat snoeien zou ik wel andere reacties ook afwachten. Want snoeien kan altijd nog. MackyBeth (overleg) 28 jan 2021 20:57 (CET)
    Wat betreft de lengte van die referenties. Je kan er ook voor kiezen om sommige referentie verkort weer te geven, d.w.z. alleen auteur + hoofdtitel. Eerste maal de hele titel voluit en daarna verkort. Dus eerst: Lof zij den Helden! Vier eeuwen Leidse stedentrots op het toneel en bij de volgende referenties naar het boek Lof zij den Helden!. Daarnaast valt mij bij de referenties ook op dat je de ene keer wel en de andere keer niet de voornaam van de schrijver afkort tot diens initialen. Misschien een idee om hier consistent in te zijn? Ik zal binnenkort het artikel ook nog eens inhoudelijk nalezen. Mathijsloo (overleg) 28 jan 2021 21:46 (CET)
  4. Ik zie dat je bezig bent passieve formuleringen te veranderen in actieve. Dat komt de leesbaarheid idd ten goede. Je hebt dat ook gedaan in het hoofdstuk 'Voorgeschiedenis'. Dat is een van de hoofdstukken waarvan in de review wordt gesuggereerd dat het heel wat korter zou kunnen. Naar aanleiding van de betreffende opmerking van HT hierover heb ik – als vingeroefening – geprobeerd hoe dat zou kunnen. Ik heb het hier bewaard. Misschien heb je er wat aan. Sylhouet contact 15 mrt 2021 16:04 (CET)
    Goede eerste poging. Ik heb jou voorstel een beetje aangevuld omdat ik die informatie toch te belangrijk vind om onvermeld te laten. Druifkes (overleg) 21 mrt 2021 17:35 (CET)
    Ik heb nog wat kleinigheden veranderd. Wat mij betreft kun je een en ander overnemen in het artikel. Sylhouet contact 21 mrt 2021 21:26 (CET)
  5. Hallo, prima inhoud. Onder kopje 'Nasleep' goede link met de Zuidelijke Nederlanden en onder kopje 'In de cultuur' ook goed gedocumenteerd. Philemonbaucis (overleg) 28 mrt 2021 17:03 (CEST)
  6. Ik ben zo vrij geweest de tekst van de paragraaf 'Omsingeling en verloop' te bewerken. Als je me te rigoureus vindt, corrigeer me maar. Een zin begrijp ik niet, wat bedoel je met Willem van Oranje, die in Delft zat, gaf op 17 november aan, dat hij niet wist wat de Spaanse bedoelingen waren omdat hij geheel omsingeld en omringd was door vijanden. Sylhouet contact 12 mei 2021 13:09 (CEST)
    Hi Sylhouet, bedankt, ziet er goed uit. Met deze zin bedoel ik dat het voor WvO niet duidelijk was wat het doel was van de Spanjaarden. Op welke stad hadden zij het voorzien? Druifkes (overleg) 13 mei 2021 11:30 (CEST)
    Zo begrijp ik het; ik heb de tekst verduidelijkt. Sylhouet contact 13 mei 2021 16:32 (CEST)
  7. Twee vragen over de paragraaf 'Noodmunten'. Hoe kon Leiden koperen munten slaan zonder te beschikken over een munthuis? En wat betekent het laatste deel van de zin Vanaf 28 maart, toen de eerste belegering voorbij was, konden de papieren guldens en kwart guldens ingewisseld worden tegen zilverstukken of tegen betaling in natura. Bedoel je dat men ze toch als betaalmiddel kon gebruiken? Sylhouet contact 16 mei 2021 17:58 (CEST)
    Mijn vragen zijn beantwoord. De eerste door @Happytravels: zie hier. Het antwoord op de tweede vraag heb ik gevonden in de bron waarnaar verwezen werd. Ik heb het stukje over noodmunten overeenkomstig aangepast en enigszins herschreven. Sylhouet contact 20 mei 2021 21:40 (CEST)
    Hoe Leiden de noodmunten heeft kunnen slaan wordt niet helemaal duidelijk uit het boekje van Arent Pol, Het noodgeld van Leiden, waarheid en verdichting. Mogelijk had men gereedschap uit Dordrecht betrokken voor de productie. Ik ben niet zo gelukkig met je toevoegingen over de koperen munten en het slaan van de koperen en zilveren munten in Dordrecht. De tekst van het rijksmuseum beschrijft een munt en, als het klopt wat er staat, dan kan je het nog niet meteen doortrekken naar alle koperen en zilveren munten. Het is ook in tegenspraak met wat Arent schrijft. Bijvoorbeeld de zin: Toen de Spanjaarden zich in het voorjaar terugtrokken, liet de stad in de Hollandse Munt in Dordrecht zilveren en koperen munten slaan. Pol schrijft op blz. 11 dat ten tijde van het omzetten van papier naar zilver, een koperen noodmunt wordt genoemd die geslagen en gangbaar was geweest tijdens het eerste beleg. Daarnaast was het muntteken dat in Dordrecht gebruikt werd niet dezelfde als die op deze munten staat, zie blz 9. Een andere zin waar ik twijfels bij heb: Inwoners die een groot bedrag wilden inwisselen, werden contant uitbetaald in koperen en zilveren munten. Pol schrijft op blz. 11 en 12 dat het onwaarschijnlijk is dat koperen munten gebruikt werden voor de inwisseling. Hij schrijft wel dat zo'n 123.500 koperen munten zijn ingeleverd. De oplage was te groot om die in een korte tijd te slaan (tussen het vertrek van de Spanjaarden en het intrekken van de munten op 30 maart), en de waarde was te laag om de papieren munten te vervangen. Dan Bij de tweede belegering liet het stadsbestuur in Dordrecht nieuwe zilveren munten slaan. Dit blijkt nergens uit en het klinkt mij onwaarschijnlijk dat een kist met zilveren munten is afgeleverd bij de belegerde stad. Groet Druifkes (overleg) 22 mei 2021 11:24 (CEST)
    Tijdens mijn zoektocht op de website van het Rijksmuseum vond ik naast de afbeelding van de koperen munt die op 27 maart 1574 in Dordrecht geslagen was (objectnummer NG-VG-4-90, klik op Meer objectgegevens), ook nog zes afbeeldingen van zilveren munten met Dordrecht als muntplaats. Een daarvan is eveneens gedateerd 27 maart 1574 (nummer NG-VG-4-88), de vijf andere hebben als datum 10 juli 1574 (NG-VG-4-80, 81, 82, 84 en 85). Op die laatste datum zou ook een gouden munt van 28 stuivers zijn geslagen (NG-VG-4-79). Die informatie was voor mij aanleiding ervan uit te gaan dat alle metalen munten in Dordrecht zijn geslagen, zowel aan het eind van de eerste belegering (maart) als tijdens de tweede belegering (juli). Maar misschien heb jij – net als @Happytravels: zie de OP van het artikel – gelijk met je twijfel. Wellicht kan het standaardwerk over Nederlandse munten uit de Tachtigjarige Oorlog van H. E. van Gelder uit 1955 uitsluitsel geven, of anders een recentere publicatie. Mogelijk zijn er via De Kroeg deskundigen te vinden. Groet, Sylhouet contact 22 mei 2021 19:53 (CEST)
    Hi Sylhouet, zonder het werk gezien te hebben, vermoed ik dat de herkomst vermeld op de website van het rijksmuseum uit het werk van Van Gelder uit 1955 afkomstig is, omdat die bron onderaan staat. Ik zou voorzichtig zijn met conclusies uit dat werk omdat het zo oud is en er nadien veel aanvullende bronnen zijn ontdekt die een nieuw licht op dit onderwerp schijnen, zoals hierin te lezen valt op blz. 30, noot 1. Volgens mij geeft het werk van Arent Pol en Bouke Jan van der Veen een prima overzicht van de huidige stand van zaken weer en alhoewel een aantal vragen onbeantwoord blijven, lijkt het mij sterk dat die wel beantwoord worden in Van Gelder. Groet Druifkes (overleg) 23 mei 2021 12:47 (CEST)
    Het ziet er niet naar uit dat het snel helemaal duidelijk zal worden hoe en waar de metalen munten zijn geslagen. Ik heb verwijzingen naar Dordrecht als muntplaats verwijderd. Sylhouet contact 24 mei 2021 14:38 (CEST)
  8. Een vraag over Andries Allertsz. Ik vond in het Biografisch Portaal van Nederland (zie hier) twee beschrijvingen van hem waaruit zou blijken dat hij, samen met vier der zijnen, sneuvelde op 26 mei 1574 bij een uitval naar Leiderdorp. Zijn deze bronnen, en de bronnen waarnaar zij verwijzen, betrouwbaar? Sylhouet contact 14 jun 2021 21:43 (CEST)
    Hi Sylhouet, de bronnen zijn wat gedateerd maar het kan best betrouwbaar zijn. Sicking zegt op blz 13 dat hij in de eerste dagen van het beleg in het harnas omkwam. Druifkes (overleg) 16 jun 2021 20:41 (CEST)
    Hey Sylhouet. Je geeft twee bronnen. Van der Aa gaat op WP:NL standaard door als onbetrouwbaar. Al heeft hij natuurlijk ook vaak het gelijk aan zijn zijde, zou ik hem nimmer als bron opvoeren. De andere bron in dat biografieënboek verwijst naar P.J. Blok (1916) Geschiedenis eener Hollandsche stad. Eene Hollandsche stad onder de republiek. Dl. 3. Ik kan dat boek via internet niet inzien, maar Blok gaat door als een van de twee (met Huizinga) beste historici van Nederland. Mocht in een bron verwezen worden naar Blok, dan zou ik het boek van Blok proberen te achterhalen en dit als bron gebruiken. Dat is voor nu - voor mij dan - niet mogelijk. Diverse andere bronnen raadplegend, kom ik tot de conclusie dat Andries Allertsz. inderdaad sneuvelde op 26 mei. Hij sneuvelde echter niet bij een "uitval", maar op een verkenningstocht. De Spanjaarden keerden terug naar Leiden in de nacht van 25 op 26 mei en Andries Allertsz. ging met een aantal vrijwilligers op verkenningstocht om dit nader te onderzoeken. Hij en vier anderen werden daarbij gedood bij Leiderdorp. Maar het was geen uitval (= gewapende aanval) op die plaats. Daar hadden ze ook het aantal manschappen niet voor. Bronnen spreken over 25 of 30 vrijwilligers. Een goede bron hiervoor is onder meer Robert Fruin (1874) Het beleg en ontzet der stad Leiden, p. 16-17 (hier). Dit verslag werd in 2011 door hoogleraar geschiedenis en cultuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden Judith Pollmann van de Universiteit Leiden aanbevolen als "een prima beschrijving van de gebeurtenissen". De dag van 26 mei komt ook terug bij Johan van Vloten, in zijn uit liefst 1853 stammende Leidens belegering en ontzet in 1573 en 1574, naar de oorspronkelijke stukken en bescheiden, p. 102-103 (hier). Van Vloten baseerde zich daarbij op de oorspronkelijke bronnen en nam die ook vaak letterlijk over. Zijn werk behoort om die reden tot het beste dat over het "Beleg van Leiden" geschreven is. Andries Allertszn. werd op 29 mei opgevolgd door Jan van der Does (Fruin, p. 165). Andries Allertszn was voor Leiden dusdanig belangrijk dat de dag van overlijden zeker vermeld mag worden, en al helemaal in een beoogd etalageartikel. Het was een van de volgens mij omissies die ik nog niet gemeld had. HT (overleg) 18 jun 2021 11:35 (CEST)
    Dag HT, dank voor je uitzoekwerk. Ik heb het sneuvelen van AA aan het artikel toegevoegd, met Fruin als bron. Sylhouet contact 18 jun 2021 15:43 (CEST)
    Zijn werk behoort om die reden tot het beste dat over het "Beleg van Leiden" geschreven is. Is dit jouw mening? Andries Allertszn was voor Leiden dusdanig belangrijk dat de dag van overlijden zeker vermeld mag worden Zo belangrijk was hij niet geweest anders was hij wel meer en uitgebreider genoemd in recente publicaties. Van der Lem bijvoorbeeld rept met geen woord over hem... Dat je 150 jaar terug in de tijd moet gaan om iets over hem te vinden, zegt iets over de relevantie. Van mij had de toevoeging niet gehoeven. Druifkes (overleg) 18 jun 2021 15:52 (CEST)
    Zijn overlijden vind ik nog terug in het boek ‘’Leidens ontzet. Vrijheidsstrijd & volksfeest’’ van Jori Zijlmans uit 2011. Hij komt voor in de in het boek afgedrukte kroniek, maar die is geschreven door een amateur-historicus (dus niet door Zijlmans die museumconservator is) en de overlijdensdatum van 25 mei wordt genoemd. In 2003 schrijft hoogleraar Johan Koppenol over hem in zijn boek ‘’Het Leids ontzet. 3 oktober 1574. door de ogen van tijdgenoten’’. Hij noemt de juiste overlijdensdatum, maar schrijft over een “uitval”. In 1974 komt het boek ‘’Leiden ‘74. leven in oorlogstijd in de tweede helft van de 16de eeuw’’ uit dat 25/26 mei als zijn overlijdensdatum geeft. Waarschijnlijk wordt hier de nacht van 25 op 26 mei bedoeld. Kortom, hij komt wel degelijk terug in latere literatuur. Begin deze eeuw bracht de Oudheidkamer Leiderdorp een boekje uit over Leiderdorp tijdens het “Beleg van Leiden”. Wellicht dat ook daarin melding wordt gemaakt van zijn overlijden. Het werk van Van Vloten is van belang omdat diverse archiefstukken door hem letterlijk worden weergegeven. Belangrijk vanwege de vele verschillende weergaven over van alles en nog wat over het “Beleg van Leiden” door de eeuwen heen. Ik bezit aardig wat literatuur over het “Beleg van Leiden” en concludeer op basis daarvan dat zijn werk belangrijk is, voor navorsers, zonder dat je zelf in de archieven hoeft te duiken. HT (overleg) 18 jun 2021 18:10 (CEST)
    Dat slechts een of twee regels aan hem besteed wordt is wel een beetje mager voor iemand die dusdanig belangrijk was voor Leiden. Wat Van Vloten betreft: ik baseer mij liever op recente bronnen, zoals je in de bronnenlijst kan zien, en laat interpretatie van historische bronnen over aan experts. Zoals je zag met de noodmunten kan je verouderde inzichten introduceren als je je op oude bronnen baseert. Druifkes (overleg) 18 jun 2021 21:37 (CEST)
    Je bent zelf degene die het in het lemma twee keer over zijn dood heeft. Het lijkt mij dan sowieso dat je dan meldt wanneer hij stierf. HT (overleg) 19 jun 2021 09:55 (CEST)
    Klopt, en verdere detaillering vond ik voor het verhaal niet nodig. Het is een onnodige uitweiding. Druifkes (overleg) 19 jun 2021 10:40 (CEST)