Wilde Jacht

De Wilde Jacht (ook wel Wilde Heir of Heer genoemd) is een folkloristisch motief dat voorkomt in diverse Noord-, West- en Oost-Europese samenlevingen en stamt uit de religies van de Germanen, Kelten en Slaven. De oorsprong van dit fenomeen zou liggen in de christelijke degradatie van de oude heidense goden.
Het is een bovennatuurlijk verschijnsel, waarbij een spookachtige jachtgroep (vaak te paard) door de nachtelijke lucht raasde, vergezeld door jachthonden. In sommige versies neemt een vrouw deel aan de jacht, terwijl ze in andere de prooi is. Soms gaat de stoet juist over de grond of is er niets te zien[1][2] en gaat het alleen om een onverklaarbaar en/of onheilspellend geluid[3][4][5][6][7] en/of muziek.[8][9][10][11] De wilde jacht veroorzaakte een sterke wind.[12][13]
De Wilde Jacht werd gezien als voorbode van naderend onheil, zoals onweer, oorlog, ziekte of de dood voor degene die het aanschouwde. Als het fenomeen in de buurt was geweest, kon men gevechten, moord en zelfmoord verwachten
Andere benamingen
[bewerken | brontekst bewerken]


De term "Wilde Jacht" werd bedacht op basis van Jacob Grimms Duitse Mythologie (1835). De legende is in veel landen aanwezig, met name in Centraal- en Noord-Europa en in de meeste regio's van Frankrijk, waaronder het westen, zuidwesten, midden en oosten. De legendes, die hun oorsprong vinden in een gemeenschappelijke bron, dragen een grote verscheidenheid aan namen. Deze syncretische verhalen zijn onderhevig geweest aan opeenvolgende reorganisaties en integraties door de dominante religieuze dogma's.
- In Nederland komt het verschijnsel onder verschillende benamingen voor. In Drente en Groningen was de ‘vurigen’ of ‘gloeienden’ wagen, met vier of zes honden bespannen. Tussen Nijkerk en Lettelbert reed een ‘ijzeren’ wagen onder vreselijk geraas, gemend door een voerman van ontzettende gedaante. In de Overbetuwe kende men den Helwagen en te Zwartewaal in Zuid-Holland den Oogstwagen. In Brabant kent men de Helsche Jacht of Rebelsche Jacht[14][15] Ook komen Helse Jacht[16], Rebelse Jacht, Jacht van de eeuwige Jödde (een combinatie van twee thema's: de Wilde Jacht en de Wandelende Jood), Knuppeljacht, Jacht van Scholten Joost, de Höllekerjacht, Stuethünekesjacht, Juulkesjacht, Telmsjacht, Jifferkesjacht, Seduumkesjacht en Kiefkesjacht voor.
- In Belgisch Limburg is het de Tilkesjacht, Tillekesjacht[17] of Tieltjesjacht[18], Helsche Jacht, Wilj Jaach, Helsche Wagel, Turkusjacht, Malbroek[19] of Kluppeljacht.
- In Duitsland werd het fenomeen Wuotanes Her, Die Wilde Jagd, Wilde Fahrt of Das Wilde Heer genoemd. De connectie met Wodan/Odin is ook duidelijk in de Zwabische en Alemannische dialecten: Wüetisheer (met talrijke variaties). Nabij Nordhorn wordt Kifkesjach genoemd[20]
- In Scandinavië spreekt men van Vilda Jakten ('Wilde Jacht'), Odens jakt ("Odins Jacht"), Oensjægeren ('Odins Jagers'), Odens hundar ('Odins Honden'). Het wordt ook wel Julereia, Jolareidi, Jolereia, Joleskreia (van het Joelfeest, in het Samisch joulogadze), Imberkulludn, Oskorei, Oskoreien, Aaskereia, Åsgardsreia, Åsgårdsreia, Aasgaardsreiden, Asgaardsreien , Aaskureien of kortweg Reia genoemd. Er bestaat onenigheid over de etymologie van het woord oskorei. Het eerste element heeft verschillende voorgestelde bronnen: Åsgård en de Asen (de volgelingen van Odin), oska ('donder') of Oudnoors ǫskurligr ('vreselijk'). Alleen het tweede element, rei ('rit') van het Oudnoorse reið is onomstreden, "rej" is ook een oud woord voor tumult, lawaai, ruzie, opschudding, leven en beweging.
- In het Engelse taalgebied staat het bekend als Wild Hunt, Herlaþing (Oudengels: Herla's vergadering'), Woden's Hunt, Herod's Hunt of Cain's Hunt. In bepaalde delen van Groot-Brittannië wordt de jacht beschreven als die van hellehonden die zondaars of ongedoopten achtervolgen. In Devon staan ze bekend als Yeth (Heath) of Wisht Hounds, in Cornwall als Dando and his Dogs, Devil's Dandy Dogs of de Devil and his Dandy Dogs, in Wales als de Cwn Annwn, de Hounds of Hell, en in Somerset als Gabriel Ratchets of Retchets (honden). In in Noord-Engeland staan ze bekend als Gabriel's Hounds.
- In Frankrijk kent men Menée Hellequin, Mesnie Hellequin, Chasse Fantastique, Chasse Aérienne of Chasse Sauvage. In Normandië wordt het Chéserquine genoemd. In het Oudfrans was het Maisnie Hellequin (het "huishouden of gevolg van Hellequin").
- In Oostenrijk gaat het om Wilde Gjoad.
- In Zwitserland spreekt men over Wuotis Heer.
- In de Alpen wordt het ook wel Gratzug genoemd.
- In het Italiaans wordt het fenomeen Caccia Selvaggia ("Wilde Jacht") of Caccia Morta ("Dode Jacht") of Caccia Infernale ("helse jacht") genoemd.
- In Spanje wordt deze mythe tenminste sinds de 13e eeuw gedocumenteerd onder de naam hueste antigua ("Oud leger"). In het Galicisch staat het bekend als Estantiga (van Hoste Antiga; "het oude leger"), Compaña en Santa Compaña ("troep, compagnie"). Het is ook bekend als Güestia in Asturië, Hueste de Ánimas ("troep geesten") in León en Hueste de Guerra ("oorlogsbedrijf") of Cortejo de Gente de Muerte ("dodelijk gevolg") in Extremadura.
- Onder West-Slaven staat het bekend als divoký hon of divonký štvaní (Tsjechisch: "wilde jacht", "aasjacht") of nebeská honba (hemelse jacht), dzëwô/dzëkô jachta (Kasjoebisch: "wilde jacht"), Dziki Gon of Dziki Łów (Pools). Het is ook bekend onder de Sorben en onder de Zuid-Slavische Slovenen als Divja Jaga (Sloveens: "het wilde jachtgezelschap" of "wilde jacht"). Geleerden van Slavische folklore hebben echter opgemerkt dat het een motief van buitenlandse, met name Duitse, oorsprong is.
- In het Wit-Russisch wordt het Дзiкае Паляванне ("wilde jacht") genoemd. Aangezien Wit-Rusland vroeger deel uitmaakte van Polen, is de aanwezigheid van het motief waarschijnlijk via Polen daar terechtgekomen.
In Canada versmolt de Franse legende met motieven van de inheemse Amerikanen. Daar reizen de jagers in een kano door de lucht: de Chasse-galerie. In Noord-Amerika staat het bekend als Ghost Riders.
De ewiger Jäger ("eeuwige jager") is een lokale variant van de spookachtige wilde jager die kan worden gevonden in de Duitse, Belgische en Amerikaanse folklore. Andere namen voor de eeuwige jager zijn Weltsjäger, Ruprecht, Hans en Riesenjäger (reuzenjager). De eeuwige jager is een Freischütz: een scherpschutter die, door een pact met de duivel, een bepaald aantal kogels heeft verkregen die gegarandeerd elk gewenst object zullen raken. Zoals de legende gewoonlijk wordt verteld, zijn zes van de magische kogels (Duits:Freikugeln) ondergeschikt aan de wil van de schutter, maar de zevende staat volledig ter beschikking van de duivel zelf. De eeuwige jager zou, om de onfeilbare magische kogels te verkrijgen, op kerstavond en Goede Vrijdag in de naam van de duivel in de zon geschoten hebben. Als straf voor zijn heiligschennis is hij gedoemd om eeuwig 's nachts te jagen. Hij is te horen terwijl hij achter zijn honden aan jaagt.
Verklaringen
[bewerken | brontekst bewerken]

De oudere natuurmythische interpretatie zag de Wilde Jacht als een product van angsten, omdat mensen bang waren voor de nachtelijke winterstormen en de nauwere verbondenheid met de doden tijdens de donkere midwinterperiode. Odins jacht in de Zweedse provincie Skåne werd toegeschreven aan de geluiden die zeevogels maakten in de donkere winternachten. In een Berner dichtbundel werd de Dürstig Gjäg verklaard door “ooruilen” die 's nachts in grote aantallen uitvliegen om te jagen en te roepen. In Vlaanderen verklaart men het geheimzinnige gerucht als de muziek van heksen of vrijmetselaars, die zich naar hun vergaderplaats begeven.[21]
De germanist Otto Höfler, die onderscheid maakte tussen de Wilde Jacht en het Wilde Leger, week af van deze interpretaties en plaatste de Wilde Jacht in nauwere verbanden met de dodencultus, maar herleidde deze tot oude culten en suggereerde “dat de gemaskerde processies van oude jeugdgroepen de Wilde Jacht vertegenwoordigden”. Hij verklaarde dat de Wilde Jacht voor een groot deel is terug te voeren op de verering van gestorven voorouders door krijgsmannen die zich in krijgersbonden aan Wodan verbonden hadden.[22] Ook de folkloriste Christine Eike heeft betoogd dat het motief zijn oorsprong zou kunnen hebben in Europese tradities waar jonge, ongehuwde mannen maskers dragen en in processies rondtrekken tijdens de kersttijd.
De Nederlandse germanist en volkskundige Jan de Vries meent dat de Wilde Jacht elementen uit de Noordse mythologie bevat, zoals de Einherjar: gesneuvelde krijgers die door de Walkuren uitverkoren waren om in het Walhalla te verblijven.[23] De Vries verwijst ook naar de Romeinse schrijver Tacitus, die in zijn De origine et situ Germanorum de Germaanse stam der Harii beschrijft: Tacitus noemt de zwartgeverfde Germaanse krijgers feralis exercitus: het dodenleger.[24] Volgens John Lindow, Andy Orchard en Rudolf Simek worden vaak verbanden gelegd tussen de Harii en de Einherjar uit de Noordse mythologie. De feralis exercitus in de Oudgriekse context werd gebruikt om spookachtige processies te beschrijven, vooral van met wit krijt beschilderde Phocische krijgers waarvan men geloofde dat het verschijningen van de doden waren.
De Ynglingasaga zegt dat de krijgers van Odin "zonder maliënkolders liepen en zij gingen tekeer als razende honden en wolven". De angstaanjagende 'berserkers' stortten zich in naakt bovenlijf en met luid kabaal in de strijd, het lichaam geheel zwart geverfd. De berserkers hebben ook nog andere Odinische eigenschappen, zoals het van vorm veranderen in een vogel, een vis of een wild dier (een wolf of een beer). Hilda Ellis-Davidson vermeld een huurlingendienst die door deze Noordse krijgers voor keizer Constantijn werd uitgevoerd. Haar boek vermeldt dat ze een traditie onderhielden waarbij ze gehuld in dierenvellen en maskers de "Gotische Dans" uitvoerden.
De Amerikaanse godsdienstwetenschapper Kris Kershaw plaatst de Wilde Jacht verder in verband met de Indiase Maruts en belicht de connectie met het Griekse gevolg van Hekate. Over Höfler schrijft ze: “…dat het onmogelijk is om Höflers bevindingen te blijven verwerpen. Al het onderzoek heeft ze niet alleen bevestigd, maar heeft ook dezelfde verschijnselen aangetoond in de hele Indo-Europese wereld, overal waar informatie over culten en mythen is overgeleverd.
- Odin en een berserker die op het punt staat een vijand te onthoofden. Een van de vier Torslunda-platen die in Zweden zijn opgegraven en gedateerd zijn op de 6e of 7e eeuw
- Detail van de rand van de latei en een Marut, god van stormen en wind, 7e eeuw. Musée Guimet, Parijs
Aanvoerder van de Wilde Jacht
[bewerken | brontekst bewerken]

In de Germaanse mythologie was de leider van de jachtgroep vaak Wodan, de woedende, maar andere mythologische of legendarische personen kwamen ook voor, zoals Odin (door Huldra vergezeld). De legende heeft zich ook verbonden aan individuele jagers die, als straf voor hun buitensporigheid of wreedheid in de jacht, of voor het jagen op zondag, voortaan 's nachts moesten jagen.
In de middeleeuwen werd de horde soms aangevoerd door een heilige, waaronder Nicolaas van Myra (Sinterklaas) en zijn knecht Ruprecht en Sint Maarten[25], zie ook de schimmelrijder. Ook Sint Hubertus en Sint Eustatius worden als aanvoerders van de Wilde Jacht genoemd. Daarnaast worden Gabriël, Kaïn, Koning David, koning Salomo, Herodes de Grote en Holofernes wel gezien als aanvoerder van de Wilde Jacht.
Andere personen die als aanvoerder van de jachtstoet werden genoemd, zijn onder andere Cernunnos "de gehoornde", Gwyn ap Nudd, Manannán mac Lir, Fionn mac Cumhaill, Manawyddan, de Deense koning Waldemar, Theodorik de Grote, Dietrich van Bern, Berchtold, Abel van Denemarken, Hellequin, Arlequin, een harlekijn, Karel de Grote, Karel V, Koning Arthur, Koning Radboud, Roland, Comte Arnau (graaf Arnau), Eadric Cild, Hereward the Wake, Guthlac of Crowland, Jan Tregeagle, Francis Drake en Satan. In Denemarken was Wojens Jeger de aanvoerder, op Funen was het de "Palle Jeger". Jarnik/Jarilo is de aanvoerder in Slovenië, ook bekend als de Wolvenherder (Volčji pastir).
Volgens theorieën verwijzen Hellequin, Hennequin en hun varianten naar een middeleeuwse Franse duivel. Hellequin, een zwartgeschilderde gezant van de duivel, zwierf vroeger met een groep demonen door het landschap en dreef de dolende zielen van goddeloze mensen naar de hel. Waarschijnlijk is dit afkomstig van Herla of Koning Herla uit de Germaanse folklore, deze figuur wordt geïdentificeerd met Wodan. In de geschriften van de twaalfde-eeuwse schrijver Walter Map wordt hij afgebeeld als een legendarische koning van de Britten die na een bezoek aan de Andere Wereld (waar hij lange tijd op een magisch huwelijksfeest doorbracht en bij terugkomst ontdekte dat er vele eeuwen waren verstreken) de leider van de Wilde Jacht werd. Herla ontmoet een naamloze dwergenkoning, met een grote rode baard en geitenhoeven, die op een geit rijdt. Map verwijst naar het hele leger als "de troep van Herlethingus" (familiaire Herlethingi). Het verhaal vertoont sterke overeenkomsten met het Welshe verhaal van Preiddeu Annwn ("Buit van de Andere Wereld) en Pwyll Pendefig Dyfed (met Rhiannon) uit de Mabinogion, waarbij Herla is vervangen door Pwyll.
Volgens Peter Christen Asbjørnsen werd de oskoreia in Sogn og Fjordane als volgt beschreven : " ...voorop rijdt Nøkken op zijn zwarte paard, achter hem komt de oude sheriff van Dalsøren, een grote lelijke man met een berenmuts die bekend is om zijn slechte daden tijdens zijn leven en om alle geesten die hem achtervolgden toen hij dood was en begraven werd." De meest voorkomende vormen van de Nøkken of Stromkarlen zijn een mens of een klein paard met een zeer lange staart. Het paard zou proberen een nietsvermoedende persoon te verleiden zijn staart aan te raken of op de rug van het paard te gaan zitten. Als je dat deed, zou je vast komen te zitten en zou je sterven. Nøkken kunnen de vorm aannemen van prachtige zeemeermin- of ondine-achtige figuren met lang haar, die prachtig zingen en dansen, en trucs gebruiken om mensen het water in te lokken. Ook worden in Noorwegen trollen en Tostein Langbein als aanvoerder genoemd
In Wales wordt de Wilde Jacht vooral geassocieerd met haar leider Arawn, zijn honden (de Cŵn Annwn) en de afschuwelijke Mallt-y-Nos („Matilda of the Night“). In Engeland wordt ook wel Herne the Hunter als aanvoerder genoemd. Sommige tradities noemen Gwyns belangrijkste jager Iolo ap Huw, die elk jaar met Halloween "te vinden is terwijl hij Cŵn Annwn aanmoedigt in zijn gevecht met Cader Idris."
In Noord-Duitsland is het ook wel Hanns von Hackelberg (Hakul-Berend, Hakkelberend of "manteldrager", een verwijzing naar Odin) die in legendes de aanvoerder is van de Wilde Jacht. De Saarlandse legende beschrijft de leider als de "wilde jager" Maltitz, die veroordeeld werd om voor eeuwig de Wilde Jacht te leiden vanwege de heiligschennis van het berijden van een paard op Goede Vrijdag.
Ook Türst wordt als leider van de Wilde Jacht gezien. Er zijn versies die Türst of Thurst identificeren met Thor of met Wodan, die in de Duitse folklore ook de Wilde Jacht leidt. Er bestaan vele varianten van de legendes over Türst waarin verschillende favoriete jachtgebieden worden genoemd, de tijdstippen waarop hij het vaakst verschijnt en details over zijn gevolg – bijvoorbeeld verhalen over honden met drie poten waarvan de leider een oog is uitgeslagen en over getuigen van wilde jachtpartijen die niet opzij stappen en zelf in honden veranderen. Er wordt gezegd dat er in de winter een raam in de stal open moet blijven staan, zodat Türst er ongehinderd doorheen kan jagen. In sommige verhalen verschijnt de heks Sträggele, die voor Kerstmis kinderen ontvoert, in het gevolg van Thurst als zijn dienstmeid of vrouw. De gebroeders Grimm vermelden Türst ook in Deutsche Sagen: "Als de storm 's nachts door het bos raast, zeggen de mensen in de regio Luzern: "De Türst, of de Dürst, is aan het jagen!" In Entlebuch daarentegen kennen ze de Posterli, een vrouwelijk monster wiens jacht de inwoners jaarlijks op de donderdag voor Kerstmis naspelen in een grote processie, met al het lawaai en de drukte. In de stad Luzern is de Sträggele de naam voor een heks die op Vastenavond, de woensdag voor Kerstavond, door de straten spookt en de meisjes op verschillende manieren scheert als ze haar dagwerk nog niet af heeft; vandaar dat deze nacht ook wel Sträggele-nacht wordt genoemd." In Horw wordt Türst gevolgd door kleine honden, aangevoerd door een eenogige hond. Tot zijn entourage behoren ook Sträggele, zijn vrouw, en de Pfaffenkellerin, een geest met gloeiende ogen. In Rickenbach verschijnt hij in groene jachtkleding en zijn gevolg bestaat niet uit kleine honden, maar uit dieren die half hond, half varken zijn. In Wolhusen wordt verteld dat de Türst, in de vorm van een grote zwarte hond, op jacht gaat en dat iedereen die niet op tijd uit zijn weg gaat, in een hond verandert en de rest van zijn leven zijn gevolg moet dienen. In de omgeving van de Pilatusberg wordt verteld dat de Türst een geest en een "helse jager" is die het vee van de boeren voor zich uit drijft, waardoor het bang en verward raakt en doelloos rondrent en lange tijd geen melk geeft.
Jarnik of Jarilo, ook wel Volčji pastir (Wolvenherder) genoemd, is de aanvoerder in Slovenië. Een nadere studie van de cultus van Jarilo heeft aangetoond dat hij met Kerstmis als zoon van Perun werd geboren, vervolgens ontvoerd door de wolvenheer Veles en tot zijn dienaar gemaakt als wolvenherder. In Belarus is er de legendarische koning Stakh, die door een verrader werd vermoord.
- Sagen und Märchen; Jäger auf einem Pferd, Esel oder Maultier, Ferdinand Fellner, Städel Museum
- Herne the Hunter, 1840, Windsor Castle
- Sculptuur van graaf Arnau in Sant Joan de les Abadesses, achter de kerk van Sant Pol
- Nøkken van Ernst Josephson uit 1882, Nationalmuseum
Nederland
[bewerken | brontekst bewerken]

In Aalten en Rekken heette de aanvoerder van de Wilde Jacht Beerneken van Galen (Bernhard von Galen, de rooms-katholieke bisschop van Münster en krijgsheer) en in Winterswijk Jagdbeeandekes Heer.[26] In Het verhaal van Schele Guurte arriveren Berend met de honden en Derk met de beer op kerstavond met de Wilde Jacht.
Volgens een oud verhaal komt Derk in die tijd met de beer mee om in de lucht te jagen en neemt hij alles mee wat niet vastzit. Je moet de hekken van de weilanden loslaten, zodat Derk de ruimte heeft, en witte strepen op bomen aanbrengen. Hij jaagt op everzwijnen (en rijdt ook op een gigantisch everzwijn; een beer) en zou afstammen van de godheid Fro. Zijn naam betekent heer, net zoals Freya's naam vrouwe betekent. Mogelijk ging het om een taboenaam voor een god waarvan de eigenlijke naam ons niet bekend is. Vanwege zijn positie als god van de vruchtbaarheid werd hij vooral door de boeren vereerd, die de grootste bevolkingsgroep vormden. De godheid werd een demon na de kerstening. Mensen durfden zelfs zijn naam niet uit te spreken, bang hem op te roepen, en noemden hem Derk. Fro's everzwijn Gullinbursti is een symbool van de zon. Daarom verschijnt Derk samen met de beer bij zonsondergang op 21 december (midwinter).
Er is een volksverhaal over een verdoemde monnik die als straf op een paard en met zijn honden door de lucht jaagt bij de Klinkenborg (Kantens), hier wordt Gait met de hunties (Gerrit met de hondjes) als boeman op het Lemelerveld genoemd en Grieze Gerrit in Yerseke. De Wilde Jager zou door de christelijke god verdoemd zijn omdat hij op zondag ging jagen en niet naar de kerk ging.[27]
In het Nedersaksisch zijn diverse benamingen bekend:
|
Verder zijn in Overijssel het gloeiende paard, het Hee-mannetje en Ronnekemère[28] bekend ("At ronnekemaere oet de loch dale vleegt, ronnekt ze as 'n peerd).
In Limburg kent men Henske met de hond of Henneske van de jaocht, ‘Henske’ of 'Hänske' is ook een duivelsnaam.
In Asten in Brabant kent men Jan d'n beer met 7 keffende honden die verscheen bij een wervelwind.[29]
Vrouwen
[bewerken | brontekst bewerken]

Ook vrouwelijke mythologische, legendarische of sagenfiguren als Holda, Vrouw Holle ('de vriendelijke'; ook Holle of Holt), Fru Waur of Fru Gode in Noord-Duitsland, Perchta (de heldere; ook Berchta, Berhta of Berta) in Zuid-Duitsland, Gudrun (als Guro Rysserova; "Gudrun Paardenstaart"), Herodias (rijdt met heksen op zee bij Guernsey), Satia, de Dame Blanche (Witte Dame) of Dame Abonde konden de Wilde Jacht aanvoeren. In een preek van de Dominicaanse monnik Johannes Heroltus werd de Romeinse godin van de jacht, Diana, genoemd als de leider van de Wilde Jacht. De la Dona del Zöch (de Vrouwe van het Spel) is in Lombardije de aanvoerster.
In Thüringen trok de processie, deels bestaande uit ongedoopte kinderen en aangevoerd door Frau Holle of Holda, jaarlijks op Witte Donderdag door het land.
Sommige Wilde Jachten bestaan voornamelijk uit vrouwen en worden geleid door domina's – vrouwelijke figuren die soms goed, soms kwaadaardig zijn. Deze door vrouwen geleide fantastische jachten waren gebaseerd op het geloof in alter ego's en het magische vermogen om dubbelgangers te creëren om misdaden te begaan. Net als de Benandanti uit de 16e eeuw, botsen deze heksachtige vrouwen in een bovennatuurlijke nachtelijke strijd, waarvan de uitkomst de vruchtbaarheid van de oogst bepaalt. De Benandanti beweerden tijdens hun slaap in geestelijke vorm te reizen om boze tovenaars te bestrijden en zo de oogst van het komende seizoen te beschermen. De Benandanti geloofden dat hun zielen hun lichaam verlieten in de nachten van de Quatertemperdonderdag, soms in dierlijke vorm. Uiteindelijk overtuigden de inquisiteurs de Benandanti ervan dat hun daden afgoderij waren en dat zijzelf de heksen waren. Hierdoor was de beweging in de 17e eeuw volledig verdwenen.
Hun nachtelijke jachten worden gekenmerkt door feesten en het nuttigen van eten en drinken in de huizen die ze 's nachts binnenvallen. Claude Lecouteux was een Franse filoloog en mediëvist, gespecialiseerd in Germaanse studies. Hij was emeritus hoogleraar en hoogleraar Literatuur en Beschaving van Middeleeuwse Germaanse Volkeren aan de Sorbonne Université. Volgens hem hebben deze mythische verhalen een kalender- en waarzegfunctie: in het middeleeuwse Westen worden er tafels en feesten georganiseerd om de gunsten van de Vrouwen van de Nacht te winnen, van wie de vruchtbaarheid van de grond, de kuddes en de mannen afhankelijk zal zijn.
In de regio Prignitz, tijdens de "Twölven" (Twaalf Dagen van Kerstmis), vliegen Frau Gauden en haar 24 hondachtige dochters door de lucht in een strijdwagen. Ook in Kempen[30] in Limburg kent men ook een groep heksen[31] die op bezemsteel voorbijvliegen[32][33][34][35] en in de lucht feestvieren[36] en dansen.[37] Dit gebeurt ook wel rond bomen of in de kruinen ervan.[38][39][40][41] Soms roepen ze "Ha-hoe.. Ha-hoe..."[42] en het komt ook voor dat ze in de vorm van katten[43][44][45][46][47] of vogels[48][49] (soms kievitten[50] of eksters[51]) verschijnen. Er werden ook wel andere dierengeluiden gehoord[52][53]
Lussinatta, de Lussi-nacht, werd in Zweden gevierd op 13 december. Ze wordt soms geïdentificeerd als Adams eerste vrouw (net als Lilith in de oude Joodse traditie). In Scandinavië was deze datum de langste nacht van het jaar, samenvallend met de winterzonnewende, omdat tot ver in het midden van de 18e eeuw de Juliaanse kalender werd gebruikt. Lussi, een vrouwelijk wezen met kwade trekken zoals een vrouwelijke demon of heks, zou door de lucht vliegen met de Lussiferda (haar volgelingen). Tussen Lussi-nacht en Yule zouden trollen en boze geesten, in sommige verhalen ook de geesten van de doden, buiten actief zijn. Het werd als bijzonder gevaarlijk beschouwd om tijdens Lussi-nacht buiten te zijn. Volgens de traditie moesten kinderen die kattenkwaad hadden uitgehaald extra voorzichtig zijn, omdat de Lussi door de schoorsteen naar beneden konden komen en hen konden meenemen. Bepaalde werkzaamheden ter voorbereiding op Yule moesten worden afgerond, anders zouden de Lussi het huishouden komen straffen. De traditie van Lussevaka – wakker blijven tijdens de Lussinatt om zichzelf en het huishouden te beschermen tegen het kwaad – heeft een moderne vorm gekregen door het geven van feesten tot de dageraad. Er werd gezegd dat een andere groep geesten rond Yule zelf door de nacht reed en door de lucht, over land en water reisde. Ook vandaag de dag wordt er in sommige plaatsen in Noorwegen nog steeds "Lossi" gevierd. Een Lossi doen betekent tegenwoordig verkleed langs de deuren gaan, liedjes zingen en snoep als beloning ontvangen. Tegenwoordig wordt het Luciafeest gevierd op 13 december.
Oorspronkelijk waren Walkuren grimmige doods- en oorlogsgodinnen, die op de rug van hellehonden de slagvelden afstroopten op zoek naar gevallen helden. Gro Steinsland (geboren 1945) is hoogleraar godsdienstgeschiedenis aan de Universiteit van Oslo. Haar onderzoeksgebied is religie en cultuur in de Vikingtijd en de Noordse middeleeuwen. De meer populaire opvattingen over deze Walkuren, zo meent ze, zijn mogelijk tot in onze tijden overgeleverd via de verhalen over de Wilde Jacht.
- De Hörselberge, een mythologische verwijzing naar Frau Hulla en de Wilde Jacht, Joseph Sattler, ca. 1926
- Benandanti op een dier dat tegen demonen vecht, The Encyclopedia of Witches and Witchcraft, 1989
- The Ride of the Valkyrs, John Charles Dollman, 1909
Beschrijving
[bewerken | brontekst bewerken]Processie in de lucht
[bewerken | brontekst bewerken]

De Wilde Jacht was een luidruchtige en razende jachtstoet van elfen, feeën, Walkuren of overledenen (de geesten van dronkaards, zelfmoordenaars en andere misdadigers, vaak zonder hoofd of anderszins verminkt), voorgegaan door de leider van de jacht. Dit was vaak Wodan "de woedende", de oppergod uit de Germaanse mythologie, of zijn Noordse tegenhanger Odin. Hij reed met zijn speer in de hand op zijn achtbenige paard Sleipnir en werd gevolgd door een huilend, jammerend, joelend en schreeuwend dodenleger, vergezeld door jachthonden of andere jachtdieren (waarvan ook het geblaf te horen is[54]). In Zweden werd Odins jachthond wel gehoord, maar zelden gezien. Een kenmerkend verschijnsel was dat een van Odins honden heel hard blafte, terwijl een andere tegelijkertijd heel zachtjes blafte. Afgezien van het af en toe opduiken van de donder waren dit de enige duidelijk herkenbare geluiden.
Wanneer Odins jacht te horen was, betekende dit in veel regio's een verandering in het weer, maar het kon ook oorlog en onrust betekenen. Volgens sommige verslagen werd het bos stil en waren alleen een jankend geluid en hondengeblaf te horen. Soms imiteerden de mensen het kabaal van de stoet door onder andere het ossenhoornblazen, om zo hun steun aan de jagers te betuigen en de Wilde Jacht te versterken. Maar meestal zocht men beschutting, omdat het zien van de Wilde Jacht ongeluk zou brengen voor de toeschouwer.
De processie bestaat uit mannen, vrouwen en kinderen, voornamelijk mensen die een vroegtijdige, gewelddadige of ongelukkige dood zijn gestorven. De processie vertegenwoordigt de zielen van mensen die "voor hun tijd" zijn gestorven, dat wil zeggen, door omstandigheden die zich voordeden vóór hun natuurlijke dood op hoge leeftijd. Het huilen van honden of wolven wordt in verband gebracht met de Wilde Jacht.[55]
Soms was ook muziek te horen[56], die soms wordt beschreven als mooie[57][58][59][60][61][62] hemels muziek[63] of kerliederen[64] en het geluid van vogels bevat.[65] Het brengt mensen in vervoering. Anderen worden er juist heel bang van.[66] Men dwaalt soms lange tijd rond, in de war gebracht door het geluid. Soms zingt de Wilde Jacht[67] of worden muziekinstrumenten genoemd, zoals harmonika's[68], trompetten en fluiten[69][70], of gaat het om een rammelend geluid.[71] Ook wordt het beschreven als geruis.[72] In alle gevallen is het zeer luid, zoals het geluid van een vliegtuig.[73]
Sommige mensen zien de Wilde Jacht[74], maar niet iedereen kon de Wilde Jacht zien.[75] Dan werd het waargenomen door luchtverplaatsing of geluid. Mensen die de Jacht tegenkwamen, konden ook ontvoerd worden naar de onderwereld of het elfenrijk. In sommige gevallen werd ook geloofd dat de geesten van mensen tijdens hun slaap weggetrokken konden worden om zich bij de stoet aan te sluiten. Volgens de legende worden mensen die de processie gadeslaan meegetrokken en moeten ze jarenlang met de processie meereizen totdat ze worden bevrijd.
Over het algemeen is de Wilde Jacht niet vijandig tegenover mensen; het is echter raadzaam om je neer te buigen of jezelf in huis op te sluiten en te bidden. Iedereen die de jacht provoceert of bespot, zal onvermijdelijk schade ondervinden. Het was beter niet te reageren op de Wilde Jacht.[76] Je moest in ieder geval nooit roepen of fluiten[77][78], want dan zou de Wilde Jacht zich wreken.[79] Wanneer men floot naar de Wilde Jacht, stond er de volgende dag een hand in de poort gebrand.[80] De wilde jacht kwam 's nachts de tenen van de mensen tellen[81] of ze trokken er aan.[82]


- De processie wordt soms aangevoerd door een voorhoede of waarschuwer die waarschuwt voor de spookachtige processie met kreten als "Ho ho ho! Uit de weg, uit de weg, zodat niemand te schande wordt gemaakt!". Hij draagt namen als Hassjäger, Helljäger, Tolljäger, Schimmelreiter of Türst. In Thüringen wordt hij ook Elbel genoemd en in Zwaben is het de witgeklede Berchtold, vergezeld door witte honden, die voor de Wilde Jacht uitrijdt op een wit paard. Ook The Faithful Eckhart, een oude man met wit haar, kondigt de komst van de Wilde Jacht aan en het effent het pad voor de wilde stoet.
- De Wilde Jacht joeg op de wolf Fenrir die de zon verslond, waardoor de nacht kwam.
- Het verschijnsel openbaarde zich voornamelijk tijdens de joelfeesten: de Germaanse zonnewendefeesten rond de kortste dag van het jaar. Mogelijk waren er ook nog verschijningen later in de winter, tot aan de Germaanse lentefeesten. Sinds christelijke tijden was dit dan ruwweg de periode tussen Kerstmis en Pasen, maar het komt ook voor bij de Vastentijd, Allerheiligen, Allerzielen, Pinksteren, de Quatertemperdagen, Carnaval en Goede Vrijdag. In Groningen komt de Wilde Heer langs rond Halloween.[83]
- Lokale legendes variëren; in Aabenraa wordt het verhaal verteld van "Gynters wilde jacht" met windhonden; anders werd de man Gynteroth genoemd en zou hij in het kasteel van Aabenraa hebben gewoond. In Bevtoft werd gesproken over "Koning Abels wilde jacht". Een boer beweerde op een avond, toen hij van zijn werk naar huis liep, de wilde jacht van Koning Valdemar op de velden van Menstrup te zijn tegengekomen. Hij zou de koning "Suu!" hebben horen roepen en toen kwamen de honden met vuur uit de opening tevoorschijn, gevolgd door de rest van het jachtgezelschap - maar in een oogwenk waren ze allemaal verdwenen.
- Volgens sommige verhalen rijdt Odin niet op een paard, maar reist hij in een voertuig op wielen (met name een eenwielige kar, of een strijdwagen) dat niet door zichzelf, maar door Thor werd bestuurd.
- In sommige delen van Småland geloofde men blijkbaar dat Odin met grote vogels jaagde wanneer zijn honden moe werden. Indien nodig kon hij een kleine groep van deze vogels omvormen tot een gewapend leger.
- Als er huizen op voormalige wegen werden gebouwd, konden die worden afgebrand, omdat Odin zijn plannen niet wijzigde als hij daar vroeger over een weg had gereisd. In sommige streken bestaat tot op de dag van vandaag nog steeds het geloof dat het onverstandig is om tussen Kerst en Nieuwjaar de was te doen of op te hangen, omdat dit de dood zou kunnen brengen. Dit geloof komt voort uit de gedachte dat de Wilde Jacht in de was verstrikt zou kunnen raken of deze zou kunnen stelen en later als lijkwade zou kunnen gebruiken.
- Volgens sommige versies van de legende straffen geesten de goddelozen en luie mensen.
- Leden van de Jacht nemen soms voedseloffers aan. In sommige verhalen werd brood aan de jachthonden geofferd om te voorkomen dat ze de getuige kwaad zouden doen.
- Afgezien van de eigenlijke jacht (het achtervolgen van wild) is er een stoet van verdoemde zwervers, ofwel zij die naar de hel worden geleid, ofwel kinderen die zonder doop zijn gestorven en het paradijs werd ontzegd, en die eindeloos ronddwalen en jammeren. Wanneer kinderen achter elkaar liepen, zei men: "Jullie lopen net zoals de wilde jacht".[84]
- Volgens sommige verhalen konden mensen die op het pad van de Wilde Jacht terechtkwamen hun geest of ziel verliezen doordat deze van hen werd afgerukt om zich bij de jachtpartij aan te sluiten.
- Volgens het volksgeloof zouden mensen zich voor de Wilde Jacht moeten verbergen om niet meegesleurd te worden of om te voorkomen dat ze de leider in de ogen kijken. Een jong meisje dat een oude Angelsaksische leider zag, werd door haar vader gewaarschuwd haar ogen te bedekken om het schouwspel te vermijden.[85]
- Mensen die toevallig op de weg waren en de jacht tegenkwamen, hadden twee opties: zich op de grond werpen en de ijskoude poten van de dieren op hun rug voelen, of meegesleurd worden door de jacht (met het risico ver van huis te worden achtergelaten of te sterven in de woeste aanval van de boze wezens en zelf een van hen te worden).
- In het Limburgs Sagenboek (1925) worden in het hoofdstuk 'Van wilde jachten en spookwagens' diverse kenmerken beschreven: "In het vroegere Spaansche Limburg bidt men bij de nadering van de Wilde Jacht bet Sint-Jans Evangelie en doet men dat bij voorkeur op de kruiswegen. Op deze wijze behoedt men zich voor de nadeelige gevolgen, die tot den nasleep van bet voorbij razen der Wilde Jacht kunnen behooren". Er worden specifieke plaatsen genoemd: "Als de Wilde Jacht van de Maas uit de Meijerij over de zandige vlakte van de Afferdsche heide komt gevaren, eindigt zij meestal in de Blijenbeeker bosschen." Elke dag komt de Wilde Jacht voorbij het "Paviljoen van de IJzeren Juffrouw" in Maastricht.[86] 's Nachts moest je niet door 'de Pas' gaan, want dan zou je den droeven stoet kunnen tegenkomen die in sommige nachten optrekt van den Averput naar het ,,Doodlager" (het moeras bij Drommelen).[87] Ook Herk wordt genoemd[88] en ook in Rummen was een waarneming.[89] Soms kwam het voor in een leeg huis[90], een schuur[91] of op zolder.[92]
- Soms waren de taken binnen de Wilde Jacht verdeeld: een moest zingen, een andere janken en een derde muziek maken.[93] De groep wordt soms ook specifiek beschreven, zoals een bosklopper, jager en hond[94]
- In Het verhaal van Schele Guurte worden Berend met de honden en Derk met de beer genoemd. De Wilde Jacht op de Osselker Esch in Twente wordt beschreven in een volksverhaal.[95] In een Twentse variant komt de Wilde Jacht vanaf de top van de Haeckenberg op bepaalde tijdstippen met een hoge snelheid en veel lawaai naar beneden razen. Deze 'Wilde Jacht' wordt Tüpisjacht of Küpisjacht genoemd.[96] In een volksverhaal uit Gelderland gaat het om een zoon die liever ging jagen dan zijn vader op het doodsbed bijstaan[97]
- In Nuland reed een hellewagen met vurige paarden met enorme snelheid door de velden, heggen en sloten waren geen obstakel. In Veghel reed een vurige wagen over de toppen van bomen, het maakte een geluid alsof er met een ijzeren ketting werd gerammeld. Het wordt de helse jacht genoemd.[98] Een wagen met vurige paarden wordt beschreven bij Maaseik[99] en bij Dilsen leek het op een vuurman.[100] In de omgeving van de Mookerheide doen verhalen de ronde over het Wilde Heir van Lodewijk van Nassau.[101]
- De woedende en jammerende roedel gevallen krijgers zou volgens sommige verhalen niet zichtbaar zijn, omdat ze gehuld waren in wolken.
- Soms werd de Wilde Jacht aangeduid als Bokkerijders.[102][103]
- Soms werd een persoon in de lucht getrokken en kon daar feeste met de vrouwen, dit zou een straf zijn omdat de persoon niet naar de kerk wilde gaan.[104]

- Bij een brug over de Geul werden door de heer van kasteel Schaloen op advies van een kluizenaar (van de Kluis op de Schaelsberg) beeldjes van Maria, Jezus en Johannes (de Drei Beeldjes) geplaatst om de Wilde Jacht te verdrijven.[105]
- In Bretagne bestaan legendes die niets met de jacht te maken hebben, zoals die van de doortocht van de Ankou op zijn kar. Nabij de Baai van de Doden proberen de honden van de equinoxen (Chas an Geidell) tevergeefs de hemel vanuit de hel te bereiken.
- Jachtpartijen waarbij uitsluitend honden deelnemen komen vaak voor. Bij de Briquet-jacht in Poitou moet de huishond vastgebonden worden, anders zou hij zich bij zijn soortgenoten voegen. Een vergelijkbaar verhaal gaat over Le Grand-Veneur, een jager die met honden jaagde in het bos van Fontainebleau.
- George Sand vertelt over een variant in Berry: "Een van de meest wijdverbreide taferelen van de nacht is de fantastische jacht: die heeft evenveel namen als er kantons in het universum zijn. In onze regio noemen we het de ezelsjacht en die wordt gekenmerkt door de schelle en groteske geluiden van een onmetelijke kudde balkende ezels."
- Bij Cadbury Castle in Somerset werd een oude laan in de buurt van het kasteel King Arthur's Lane genoemd en zelfs in de 19e eeuw bleef het idee bestaan dat men op wilde winternachten de koning en zijn honden eroverheen hoorde rennen.
- In Devon wordt de jacht in het bijzonder geassocieerd met Wistman's Wood.

- De Zuid-Slavische folklore van de Balkan kent een bovennatuurlijke processie van ruiters, de Todorci, die plaatsvindt in de eerste week van de Grote Vasten (ook wel de Todor- of Sint-Theodorusweek genoemd) en mensen aanvalt die vlees en zuivelproducten eten of bereiden. Soms worden deze ruiters afgebeeld als monsterlijke centaurachtige wezens waarvan de torso's uit de ruggen van de paarden groeien, niet geheel ongelijk aan de traditionele afbeelding van de Nuckelavee. De hoefijzervormige wonden die door de hoeven van hun paarden worden toegebracht, genezen niet vanzelf. Het slachtoffer moet een jaar later de plaats van de aanval bezoeken, waar de wonden ofwel onmiddellijk op magische wijze genezen als hij het voorgaande jaar vroom heeft geleefd, ofwel hem doden als hij zondig heeft geleefd. Men kan zich tegen hen verdedigen met knoflook of een geïmproviseerd kruis gemaakt van vorken of messen. In Servië komen verhalen over de Todorci over het algemeen vooral voor in het noordwesten van het land. Ze worden traditioneel afgebeeld als een processie van ruiters van wie de paarden geen staart hebben. Ze verschijnen gewoonlijk in de nacht tussen maandag en dinsdag van de Todorweek. Ze worden aangevoerd door een oudere man genaamd Grote Todor, die een witte mantel draagt en op een kreupel wit paard rijdt. Sommige versies van het verhaal beweren dat hij Sint Theodorus zelf is.
Processie op de grond
[bewerken | brontekst bewerken]Er is nog een ander thema van de vervloekte jacht. Dit is geen 'vliegende' jager', maar de jacht vindt plaats in de bossen, altijd met veel lawaai en onzichtbaar. Het is nooit wenselijk om in het pad van deze jacht te komen. Het is over het algemeen het gevolg van een pact met de duivel, die de onoplettende persoon veroordeelt om op bepaalde vaste tijden en data door het bos te zwerven en te jagen. Het zijn vaak priesters of monniken die in deze val trappen: bijvoorbeeld een monnik van de abdij van Laval-Dieu, die dol was op jagen, zag een dier en riep: "Moge de duivel me grijpen als het geen wolf is!" Maar het was een vos. De duivel verscheen en dreigde de monnik te grijpen, waarna hij aanbood zijn ziel pas op de dag van zijn dood te nemen. In ruil daarvoor moest hij dertien keer rond het bos cirkelen en "Tally-ho!" roepen, alsof hij aan het jagen was. En dat is wat hij doet. Op het platteland hoor je hem, maar je ziet hem nooit. Hij kreeg de naam Ouyeu: "de Roeproeper".

Een andere onzichtbare stoet is de Santa Compaña-processie op het Iberisch schiereiland. De folklorist Xesús Rodríguez López beschreef het in zijn Supersticiones de Galicia (Bijgeloof van Galicië, 1895) als een bijeenkomst van zielen uit het vagevuur met een specifiek doel. Om middernacht staan de overledenen op en trekken ze door de hoofdpoort (van het kerkhof) naar buiten. Een levende persoon loopt voorop, draagt het kruis en de ketel met wijwater, en mag onder geen enkele omstandigheid zijn of haar hoofd afwenden. Elke overledene draagt een onzichtbaar licht, maar de geur van brandende was is duidelijk waarneembaar. De processie zelf is ook onzichtbaar, maar de zachte bries die ze veroorzaakt is voelbaar. De ongelukkige leider kan alleen van deze grimmige taak worden verlost door iemand anders te vinden en hem of haar het kruis en de ketel te overhandigen, waarna hij of zij een cirkel op de grond trekt en zich zo bevrijdt van het leiden van de processie.
Ze lopen al biddend (bijna altijd een rozenkrans), zingen treurliederen en luiden een belletje. Hun aanwezigheid overstemt alle dierengeluiden in het bos; alleen het geluid van de klokken is te horen. Honden kondigen de komst van de Santa Compaña aan door wild te huilen, en katten vluchten in paniek, doodsbang. Hoewel alle versies van de legende het erover eens zijn dat het een voorbode van de dood is, net als de Ierse Keltische Banshee, bestaan er verschillende varianten.
Elisardo Becoña Iglesias legt in zijn werk La Santa Compaña, el Urco y los Muertos uit dat volgens de traditie slechts bepaalde "begaafde" individuen het vermogen bezitten om haar te zien: alleen kinderen die door de priester per vergissing met dodenolie zijn gedoopt, bezitten als volwassenen het vermogen om de verschijning te zien. Ze kunnen op verschillende plaatsen verschijnen, maar komen het meest voor op kruispunten. Er zijn specifieke data waarop de kans op waarnemingen groter zou zijn. Bijvoorbeeld Allerheiligen (tussen 31 oktober en 1 november) of Sint-Jansavond (24 juni).
Hoewel het uiterlijk van de Compaña verschilt afhankelijk van de tradities in verschillende gebieden, stelt de meest gangbare versie dat het een processie is van verloren zielen gekleed in zwarte, gemaskerde gewaden die 's nachts ronddwalen. Deze stoet van zielen vormt twee rijen, gehuld in lijkwaden en op blote voeten. De persoon die de processie leidt, kan een man of een vrouw zijn, afhankelijk van of de patroonheilige van de parochie mannelijk of vrouwelijk is. Er wordt ook geloofd dat degene die deze 'rol' vervult, zich overdag niets herinnert van wat er 's nachts is gebeurd. Daarnaast zouden degenen die met deze straf zijn getroffen alleen te herkennen zijn aan hun extreme magerheid en bleekheid. Elke nacht wordt hun licht feller en elke dag neemt hun bleekheid toe. Ze mogen 's nachts niet rusten, waardoor hun gezondheid achteruitgaat totdat ze ziek worden, waarvan de oorzaak voor niemand bekend is. Op deze manier zijn ze veroordeeld om nacht na nacht rond te dwalen totdat ze sterven of totdat een andere nietsvermoedende persoon wordt gevangen (aan wie de processieleider het kruis dat hij of zij draagt, moet doorgeven).
In het Castilliaans wordt het Estantigua of "Oude Leger" genoemd. In León heet het La hueste de ánimas ("De gastheer van zielen"). In Las Hurdes (Extremadura) verschijnt een Corteju de Genti de Muerti, bestaande uit twee spookachtige ruiters die bij zonsopgang paniek zaaien in de dorpen (omdat wie hen ziet, wel eens zou kunnen sterven). In Asturië wordt het de Güestia genoemd. Daarnaast wordt het ook wel aangeduid met de apotropaische (kwaadaardige) term bona xente, oftewel "goede mensen". Het bestaat uit een processie van gemaskerde figuren die het huis van een stervende naderen en, na er drie keer omheen te zijn gelopen, sterft de persoon. In Zamora wordt ze La Estadea genoemd, een vrouw die over de wegen en begraafplaatsen dwaalt. Ze heeft geen gezicht en ruikt naar de vochtigheid van graven. Ze verschijnt alleen aan mensen die op sterven liggen. In de stad Ayamonte spreekt de traditie van een processie van verloren zielen die eens per maand op een vroege ochtend door de straten zwerft. De processie wordt aangevoerd door een oproeper, de enige die voor de rest zichtbaar is, die de andere stervelingen met zijn kleding, gebeden en het dragen van een wierookvat waarschuwt dat de Santa Compaña eraan komt. De enige manier om aan de kwelling te ontsnappen was binnen te blijven of, als men zich op straat bevond, een heilige plaats binnen te gaan, zoals een kerk, begraafplaats of klooster.
In Granada zijn diverse plekken bekend. In Fonelas vindt een processie plaats die sterk lijkt op die van de Santa Compaña. Het zou een processie van dolende zielen zijn, die de GR-5103 oversteken om de "Cuesta de las Ánimas" ("Heuvel van de Zielen") af te dalen. De lokale bevolking vermijdt het om deze heuvel af te rijden, en als ze dat toch moeten doen, doen ze dat met gebogen hoofd en zonder te remmen. Anderen beweren dat de beste plek om de processie te zien de "Puente de los Enamorados" ("Brug van de Geliefden") is. Sporen van deze legende zijn ook te vinden in Motril. Er wordt gezegd dat op 1 november de processie haar spookachtige reis begon vanuit de Ermita de la Aurora ("Hermitage van het Noorderlicht") naar de oude plaatselijke begraafplaats. De stadsbewoners verlichtten de straten met olielampen zodat de processie niet onderbroken zou worden. In Adra staat het bekend als de Ánimas Benditas del Purgatorio ("Processie van de Heilige Zielen in het Vagevuur"). Deze zielen vertrekken vanuit de kluis aan de Rambla de las Cruces en trekken door de belangrijkste straten van de stad. In Torrox vindt een processie plaats, bestaande uit de zielen van moren en christenen die daar tijdens de Reconquista hun leven verloren. Deze processie begint bij de Puente de las Ánimas ("Brug der Zielen") en eindigt bij het geliefde Convento de la Virgen de las Nieves (klooster van Onze-Lieve-Vrouw van de Sneeuw"").
Processies van jonge, ongehuwde mannen
[bewerken | brontekst bewerken]


- In Untersberg, aan de zuidelijke rand van Salzburg, trekt de "Wilde Jacht" op de tweede donderdag van de advent over de besneeuwde velden. De "Habergeiß", de "Heks", de "Beer" en andere gemaskerde figuren zwerven van boerderij tot boerderij, joelend en schreeuwend. Daar kloppen ze op de ramen en roepen ze naar de bewoners: „Glück hinein, Unglück heraus, es geht das Wilde Gjoad ums Haus." Op het hoogtepunt van het bezoek vormen de gemaskerde figuren een kring. Na de "Perchtenmuziek", gespeeld op de zogenaamde "Schwegelpfeife" (een soort fluit), voeren ze een springdans uit. Het ritme wordt bepaald door "De Dood" met zijn trommel. Aan het einde van de dans betuigen allen eer aan de bewoner door zich voor hem neer te buigen. Net zo plotseling als ze verschenen, verdwijnen ze weer. De Wilde Jacht was lange tijd strafbaar. Het was verboden. Tegenwoordig wordt deze traditie nauwgezet in stand gehouden door de groep "Jung Alpenland".
- In de deelstaat Stiermarken, in het zuidoosten van Oostenrijk, werden alle Perchtln-rollen tot ver in de 19e eeuw door vrouwen gespeeld. Daarbij maakten ze hun gezicht zwart, droegen ze hun haar lang en ontblootten ze soms hun borsten. In januari 1977 bezocht de Duitse antropoloog Hans Peter Duerr de Perchtenlaufen in Stiermarken en merkte op dat er tegen die tijd geen vrouwelijke Perchtln meer waren, maar dat alle rollen door jongeren waren overgenomen. De Perchtenlaufen werden met argwaan bekeken door de katholieke kerk en door sommige burgerlijke autoriteiten verboden.
- De Italiaanse historicus Carlo Ginzburg verwees naar de Perchtenlaufen in zijn boek I Benandanti: Stregoneria e culti agrari tra Cinquecento e Seicento (1966). Hij merkte overeenkomsten op tussen de Perchtenlaufen en de Benandanti. Hij merkte op dat de Perchtenlaufen "ongetwijfeld een overblijfsel was van de oude rituele gevechten" waarvan hij geloofde dat ze oorspronkelijk gebaseerd waren op de vruchtbaarheid van de gewassen. Ginzburgs vergelijking tussen de Perchtenlaufen en de Benandanti werd overgenomen door de Duitse antropoloog Hans Peter Duerr in zijn boek Traumzeit: Über die Grenze zwischen Wildnis und Zivilisation (1978).
- Drie jongemannen vermommen zich in de Bohemen: de een als engel, de ander als de duivel en de derde als een bok. Deze laatste vangt en houdt stoute kinderen, die hun gebeden niet opzeggen, vast op zijn hoorns, zodat de duivel hen met zijn roede kan slaan. In het Boheemse Woud was ook Sint-Lucia, in de gedaante van een geit bedekt met een laken waar de hoorns doorheen steken, de schrik van luie of ongehoorzame kinderen.
- Op het eiland Usedom behoren ook drie figuren tot de processie. Een in stro gewikkelde figuur draagt de staf en een aszak. De tweede verschijnt als de ruiter van de "Spaanse hengst" en de derde draagt de Klapperbock. Deze bestaat uit een stok waarover een hertenvel is gespannen. Aan het uiteinde van de stok is een ramskop bevestigd, waarvan een koord door de bovenkaak en vervolgens de keel loopt, zodat wanneer de toehoorder aan het koord trekt, de kaken rammelen of klapperen. In de Harz bestaat een soortgelijke vogelverschrikker, de Habersack, uit een hooivork waartussen een bezem is bevestigd, zodat het de vorm van een hoofd met hoorns aanneemt, terwijl het lichaam is gemaakt van een laken met daaronder een man.
- In 1572 werd de 'Riding of Yule' afgeschaft op bevel van Edmund Grindal, de aartsbisschop van York (ambtstermijn 1570-1576), die klaagde over de "onfatsoenlijke en onaantrekkelijke vermomming" van Father Christmas die grote menigten mensen van de kerkdienst weglokte.
- Ook tijdens het Chlausjagen, Koleduvane, Klausjagen, Kukeri, Sunderum, Sint-Knoetsdag, Klozum, Klaasohm, Ouwe Sunderklaas, Sinterklaaslopen, Sunneklaas, Chlauschlöpfen, Opkleden, Koleduvane en Kolyada trekken groepen mensen langs de huizen. Er wordt vaak veel lawaai gemaakt en woordspellen spelen soms een rol, in sommige gevallen jagen ze de mensen angst aan. In het Verenigd Koninkrijk kent men Mari Lwyd. Bewoners die de bezoekers niet verwelkomden en beloonden, zouden een "llond y tŷ o fwg" (een huis vol rook) krijgen, wat een jaar van pech betekent. Daarnaast is er Hoodening dat in Christmas Throughout Christendom in Harper's Magazine van 1873 als volgt omschreven: "De "hooden", die een kruising lijkt te zijn tussen het "witte paard" en de Duitse Klapperbock, wordt begeleid door een aantal jongeren in fantastische kostuums, die van deur tot deur gaan om met bellen te rinkelen en kerstliederen te zingen."). Vergelijkbaar is de Old Tup-, Old Horse- en Broad-viering. In Ierland kent men Láir Bhán.
- De figuren van de Wilde Jacht uit het Harzgebergte op het Schlossfest in Merseburg, 2023
- Wild Hunt, Hastings
- Wild Hunt, Croydon
- Knecht Ruprecht, Wepelrot (een wiel gemaakt van wilgentakken), de Schimmelrijder met Klapperbock en Beer, Das festliche Jahr, 1863
Oudste schriftelijke verslagen
[bewerken | brontekst bewerken]

Een van de oudste verslagen komt van een Normandische priester genaamd Gauchelin in 1091. Hij hoorde een geluid als dat van een enorm leger en zag vervolgens een reusachtige man met een knots, gevolgd door krijgers, priesters, vrouwen en dwergen, waaronder enkele overledenen. Hij noemde de verschijning "de familie van Harlekijn" (familia Harlechini).
Jean-Claude Schmitt wijdt een hoofdstuk van zijn boek Les Revenants aan het thema van de Mesnie Hellequin. Hij geeft aan dat deze term in de 12e eeuw in teksten begint op te duiken en dat de oudste bekende vermelding wordt toegeschreven aan de Anglo-Normandische monnik Ordericus Vitalis. Orderic Vitalis vertelt het verhaal van een jonge priester, Walchelin, die naar verluidt in de nacht van 1 januari 1091 in de regio Courcy een angstaanjagende menigte tegenkwam. Walchelin beschreef eerst een troep voetsoldaten die door demonen werden gemarteld, vervolgens een leger van geestelijken (waaronder bisschoppen en abten) en ten slotte een leger ridders. Hij herkende verschillende overleden personen in elk van deze drie groepen. Hij herkende deze processie als behorend tot de Mesnie Hellequin (familia Herlechini) waarover hij al eerder had gehoord. Hijzelf was naar verluidt aangevallen door een revenant (een dode ridder) en droeg nog steeds een brandwond.
Het oudste betrouwbare bewijs van de Wilde Jacht in Duitstalige gebieden dateert uit de 13e eeuw. In de roman Reinfried von Braunschweig (circa 1300) wordt een groep ridders beschreven die naar voren stormen als "daz Wuotez her" (de Wilde Jacht). De Münchner Nachtsegen (14e eeuw) is explicieter en noemt verschillende geesten en spoken, waaronder "Wûtanes her und alle sîne man" (de Wilde Jacht en al zijn mannen). Hoewel oudere teksten ook de uitdrukking "wütendes Heer" (woedend leger) gebruiken, is de legende mogelijk niet het definitieve model geweest, zoals het geval is wanneer het leger van de farao wordt beschreven als "wôtigez her" (woedend leger) in het Chanson de Roland (circa 1100).
In de Peterborough Chronicle (14e eeuw) staat de Wilde Jacht ook beschreven: Þa jaagt op waeron zwart en micele en reuzelluizen, en hier hondes ealle zwart en bradegede en reuzelluizen, en hi ridone op zwart hors en op zwart bucces... ("Toen waren de jagers zwart, groot en angstaanjagend, en hun honden waren allemaal zwart, met grote ogen en eveneens angstaanjagend, en ze reden op zwarte paarden en zwarte herten...").
Vanaf de 15e eeuw worden de meldingen frequenter. De stadssecretaris van Luzern, Renward Cysat (1545-1614), geeft een uitgebreid verslag van de heersende opvattingen over de Guotisheer of Wuotinshör. In 1519 werd een vrouw uit het Emmental verbannen omdat ze getuigde dat ze met Frow Selden en de Wúetisher had gereisd. De Zimmerische Chronik beschrijft verschillende verschijningen van de “Wuteshere” zeer gedetailleerd.
Syncretisme
[bewerken | brontekst bewerken]


Gebaseerd op het oude sjamanisme stelt het geloof in de Wilde Jacht dat op de nachten rondom de zonnewende voorouderlijke geesten en goddelijke figuren, die in feite orde en verlichting vertegenwoordigen, strijden tegen duistere entiteiten die het kwaad verspreiden in de hemel of in de grensgebieden tussen werelden. In deze strijd staan, naast paarden, wolven en honden, ook dieren zoals herten en rammen, en boodschappers zoals raven deze goddelijke figuren bij. Deze figuren fungeren ook als psychopomp (geestendragers) die de geesten en spoken van recent overleden personen naar het hiernamaals brengen.
Oude sjamanen droegen soms angstaanjagende kostuums op de zonnewendes om boze geesten te verjagen en voerden ceremoniële dansen uit. Er wordt gezegd dat sommige sjamanen, in trance, hun lichaam verlieten en deelnamen aan de Wilde Jacht, waarbij ze te paard boven de wolken reden. De legende bleef voortleven na de verspreiding van het christendom, maar werd door de kerk verguisd en gelijkgesteld aan de duivel en demonen. De ruiters werden afgebeeld als zondige en vervloekte geesten. figuren als Kaïn en Herodes werden daarom aan deze jacht toegevoegd en men probeerde het te combineren met het symbool van de Vier ruiters van de Apocalyps (Openbaring van Johannes hoofdstuk 6 vers 1: "En ik zag, toen het Lam een van de zegels opende, en ik hoorde als het ware een geluid als van de donder, een van de vier levende wezens zeggen: 'Kom en zie.'"). Een stiltemoment van een half uur en daarna de zeven engelen met de zeven bazuinen en zeven donderslagen zijn ook onderdeel van de Openbaring. Desondanks overleefde een gedeelte van de oorspronkelijke versie van de legende en figuren zoals de aartsengel Gabriël en Sint Nicolaas werden ook aan de jacht toegevoegd.
Vooral wanneer de jacht door geestelijken werd beschreven, kreeg de weergave van de deelnemers een duivelse bijklank. Terwijl ze in teksten die voor een seculier publiek waren geschreven, vertegenwoordigers konden zijn van een bovennatuurlijke geestenwereld buiten het gangbare christelijke wereldbeeld.
In de meeste gevallen overtreedt een personage een heilige wet: een groot jager woont de mis bij wanneer hij een signaal hoort dat zijn dienaren wild hebben opgejaagd. Geleid door zijn jagersinstinct verlaat het personage de mis, gevolgd door zijn hele gevolg, om op zijn paard te springen en de achtervolging in te zetten. De straf voor deze heiligschennis volgt meteen: het personage, zijn metgezellen, hun dienaren, paarden en honden worden meegesleurd door een krachtige, eindeloze storm, vaak op jacht naar wild dat ze nooit vangen, in een kwelling die vergelijkbaar is met die van Tantalus. Het is dit huilende jachtgeluid dat 's nachts, wanneer de storm woedt, voorbijtrekt. Elke versie werkt vervolgens verschillende details uit.
Het lot van de aanwezigen tijdens de jacht wordt soms genoemd, samen met manieren om aan een zekere dood te ontsnappen: door met een stok of arm boven het hoofd te zwaaien, een cirkel op de grond te tekenen, een kruis te maken, enzovoort. Degenen die onverstandig genoeg zijn om een deel van de buit (een deel van de jacht!) op te eisen, zien menselijke lijken, geheel of gedeeltelijk, op de grond vallen.
Het is aannemelijk dat elementen uit de Wilde Jacht later in de Sinterklaaslegende zijn verwerkt.[106] De zak van Sinterklaas voor de stoute kindertjes heeft veel overeenkomsten met het zogenaamde berispingsrecht van de Germaanse krijgersbonden, die een opvoedende en corrigerende taak in de gemeenschap hadden. Het dodenleger van zwarte krijgers staat model voor de Zwarte Pieten. Deze Pieten worden ook in verband gebracht met Magere Hein of Pietje de Dood en ook met de Latijnse Pietas die tevens verwant zijn aan het woord piëteit. In antieke tijden waren de de dood en vruchtbaarheid (herleving) direct met elkaar verbonden. Pieten strooien dan ook met vruchtbaarheid (pepernoten). Het zou tevens verklaren waarom Sinterklaas over de daken rijdt en pakjes in de schoorsteen gooit, wat in de winter met een loeiend haardvuur toch niet de meest voor de hand liggende plaats is. Offers werden in een vuur gegooid, dit vuur werd later vervangen door een open haard en in de tegenwoordige tijd zetten kinderen hun "offer" zelfs voor de centrale verwarming.
De Kerstman, o.a. gebaseerd op Sinterklaas en Father Christmas, rijdt in zijn vliegende arrenslee, getrokken door rendieren, op kerstavond door de lucht om cadeautjes te brengen. Dit heeft overeenkomsten met de Wilde Jacht. De Kerstman is een van Father Christmas en Sinterklaas met daarnaast elementen uit de Duitse folklore. Ook Sinterklaas rijdt op zijn schimmel over de daken en gaat via de schoorsteen de huizen binnen (of gooit de cadeaus naar beneden via de schoorsteen).
- Sinterklaas (op een schimmel strooit lekkers, Zwarte Piet (op een muilezel) houdt een tuchtroede vast. Linksboven rijdt de Sint op de daken en rechtsboven vangen kinderen noten bij de schoorsteenmantel, 1856 - 1871
- Sinterklaas op zijn ezel en Zwarte Piet vliegen hoog boven de daken in de lucht, 1926
- Santa Claus gaat naar beneden via de schoorsteen, ca. 1870
- Old Father Christmas met hond en kinderen, 1909
- De afbeelding toont de Kerstman in een slee met vier rendieren, die kerstpuddingen komen bezorgen. In een ingevoegd detail draagt een dienstmeisje een bord met brandende pruimenpudding, versierd met hulst. Rechts staat het St. George-logo, waarop het gevecht tussen Sint-Joris en de draak te zien is. Bliketiket, jaren 1890-1940
- Krakonoš in Špindlerův Mlýn, deze berggeest lijkt op de Wilde Jager
Referenties in populaire cultuur
[bewerken | brontekst bewerken]Literatuur en strips
[bewerken | brontekst bewerken]
- In J.R.R. Tolkiens De Hobbit komen de dwergen en Bilbo, tijdens hun reis door het Demsterwoud, een hert tegen dat door het bos rent en Bombur in de betoverde rivier stoot. Nadat ze hem eruit hebben getrokken, horen ze in de verte het geluid van een "grote jacht" en het geblaf van honden die langs hen heen rennen.
- In 1823, beschreef Felicia Hemans deze legende in haar gedicht De Wilde Jager, waarin ze hem specifiek in verband bracht met de kastelen van Rodenstein en Schnellerts en met het Odenwald.
- De jacht speelt een belangrijke rol in vier van Jim Butchers The Dresden Files-romans: (Dead Beat uit 2005, Proven Guilty uit 2006, Cold Days uit 2012 en Battle Ground uit 2020). In Butchers universum zijn de Kerstman en Odin één en dezelfde persoon. Hij deelt de leiding over de jacht met de Koboldkoning.
- In The Riders (1994) van de Australische schrijver Tim Winton wordt een visioen van de Wilde Jacht genoemd dat de basis vormt voor de eigen 'wilde jacht' van de hoofdpersoon in het verhaal.
- De Wilde Jacht komt voor in de fantasyromanserie The Witcher van Andrzej Sapkowski. Ze vormden de basis voor computerspellen en The Witcher (televisieserie).
- Ook in Elfensprook en Kronieken van de Onderwereld speelt de Wilde Jacht een rol. Cassandra Clare beschrijft de Wilde Jacht en in deze versie vindt de jacht slechts één keer per jaar plaats en iedereen kan zich er dan voor eeuwig bij aansluiten. De Wilde Jacht wordt geleid door de Feeënkoningin en is verantwoordelijk voor het verzamelen van de lichamen na een veldslag.
- The Legend of Sleepy Hollow is gebaseerd op een volksverhaal van Duitse origine, dat zich afspeelt in de Nederlandse cultuur van de Pre-revolutieoorlog in de staat New York.
- William Butler Yeats riep de Wilde Jacht op in "The Hosting of the Sidhe", het openingsgedicht van zijn collectie geïnspireerd door de folklore van Ierland: The Celtic Twilight (1893-1903).
- Fred Vargas gebruikt deze legende om een nieuwe zaak van commissaris Adamsberg te vertellen in zijn roman L'armée furieuse (2011).
- Katarzyna Berenika Miszczuk neemt de "wilde jacht" op in haar roman Przesilenie (zonnewende) waarin Mieszko I van Polen nooit gedoopt is.
- In Mike Mignola's Hellboy-stripreeks komen twee versies van de jachtmythe voor. In The Wild Hunt ontvangt de held een uitnodiging van Britse edelen om deel te nemen aan een gigantische jacht, "The Wild Hunt", die zij volgens de legende "Herne, god van de jacht" noemen. In King Vold ontmoet Hellboy "King Vold, de vliegende jager" wiens figuur is gebaseerd op het Noorse volksverhaal "De vliegende jager (de onthoofde koning Volmer en zijn honden)", aldus Mignola.
- "De Wilde Jacht van Koning Stakh" is een historische novelle met mystieke elementen van de Wit-Russische schrijver Vladimir Karatkevich, die voor het eerst werd gepubliceerd in 1964. Het wordt beschouwd als een klassieker van de Wit-Russische literatuur. Het toneelstuk, gebaseerd op het verhaal, werd door verschillende Wit-Russische regisseurs meerdere malen opgevoerd in diverse theaters. De plot van het verhaal vertoont overeenkomsten met Arthur Conan Doyle's detectiveroman "The Hound of the Baskervilles": de gebeurtenissen zijn eveneens gebaseerd op een familielegende, een vloek die de familielijn dreigt te vernietigen en in de ontknoping blijkt de mystiek een crimineel complot te zijn. In 1989 werd de gelijknamige opera geschreven door componist Vladimir Soltan in nauwe samenwerking met het productieteam en de uitvoerders van de hoofdrollen.
Muziek
[bewerken | brontekst bewerken]
- Études d'Exécution Transcendante; de achtste etude heet Wilde Jagd.
- Joachim Raff pakt dit thema op in zijn Symfonie nr. 3 in f majeur, Op. 153, " Im Walde " (1869/1870. Het laatste deel is getiteld "Nachts" en beschrijft het stille weven van de nacht in het bos, de aankomst en het vertrek van de Wilde Jacht met Frau Holle (Hulda) en Wotan en het aanbreken van de dag.
- Het thema komt ook terug in Joseph Rheinbergers oratorium Christoforus (1880); hier wordt de jacht geleid door Satan zelf.
- Het westernlied Ghost riders in the sky van Stan Jones uit 1948 verplaatst de mythe van de Wilde Jacht naar het cowboymilieu. Daarna werd het nog tientallen malen opnieuw uitgebracht, variërend van bigbandmuziek en heavy metal tot surfrock. Verder lieten The Doors zich door het lied inspireren, toen zij het nummer Riders on the storm (1971) schreven.
- De Wilde Jacht, onder verschillende namen en in verschillende voorstellingen, wordt sterk ontvangen in metal-subculturen. Verwijzingen zijn vooral gebruikelijk in black metal en pagan metal en komen voor in bandnamen, album- en songtitels en albumhoezen. De Zweedse volksmuzikant The Tallest Man on Earth bracht in 2010 een album uit met de titel The Wild Hunt en in 2013 bracht de Zweedse black metalband Watain een album met dezelfde titel uit.
- In 2021 bracht Versengold het nummer "Die wilde Jagd" uit, waarin de wilde jacht begint vanaf de Hörselberg.
- Le Chasseur maudit (De vervloekte jager) is een symfonisch gedicht gecomponeerd door César Franck in 1882. Het stuk is geïnspireerd op de ballade Der wilde Jäger van de Duitse dichter Gottfried August Bürger. De tekst vertelt het verhaal van een Rijnlandse graaf die het waagt om op zondag te gaan jagen en daarmee de feestdagrust schendt. Aan het begin van het stuk blaast de graaf brutaal op zijn jachthoorn, ondanks de waarschuwingen van de klokken en de heilige gezangen die de gelovigen tot gebed oproepen. Diep in het bos wordt de graaf vervloekt door een angstaanjagende stem, die hem veroordeelt tot een leven vol demonen. De afsluiting van het stuk doet denken aan de macabere "Sabbatnachtdroom", het laatste deel van Hector Berlioz' Symfonie Fantastique (1830).
- Erlkönig is een ballade van Johann Wolfgang von Goethe en werd in 1815 door Franz Schubert.
- De Wilde Jacht is het hoofdthema van Franz Liszts Transcendente Studie nr. 8 in c mineur (1852).
- In Arnold Schönbergs oratorium Gurrelieder komt de Wilde Jacht voor in het derde deel. De Deense koning Valdemar is verliefd op Tove, die wordt vermoord door de jaloerse koningin. Valdemar vervloekt God en wordt vervolgens veroordeeld om samen met zijn dode metgezellen te rijden tot de Dag des Oordeels.
- De Wilde Jacht is het onderwerp van de opera Der Freischütz van Carl Maria von Weber.
Film
[bewerken | brontekst bewerken]
- In seizoen 6 van Teen Wolf speelt de Wilde Jacht een bijzondere rol. Ze worden afgebeeld als ruiters en heersers van de storm die mensen ontvoeren en hen uit de herinneringen van hun familie en vrienden wissen, waardoor ze hen ogenschijnlijk voorgoed kwijtraken (maar altijd een soort aandenken achterlaten). De Wilde Jacht heeft Stiles Stilinski (een van de hoofdpersonages) op mysterieuze wijze "uitgewist".
- De film The Wild Hunt is een Canadese horrorfilm uit 2009, geregisseerd door Alexandre Franchi
Spellen
[bewerken | brontekst bewerken]De Wilde Jacht komt voor in verschillende videogames, zoals The Witcher 3: Wild Hunt, The Elder Scrolls III: Morrowind, The Elder Scrolls V: Skyrim, Guild Wars 2, World of Warcraft, Darklands en sinds de 6.0-update in de Nod-Krai-regio van Genshin Impact. In Assassin's Creed Valhalla was het te zien in de seizoensgebonden thema-update "Oskoreia Festival". De "Wilde Jacht" wordt veroorzaakt door Erlking in het spel Limbus Company.
In de oorspronkelijke uitbreiding "Deities and Demigods" van Advanced Dungeons & Dragons (1e editie) wordt de Wilde Jacht in de secties over de Keltische mythologie vertegenwoordigd als de Meester van de Jacht en de Meute van de Wilde Jacht
Zie ook
[bewerken | brontekst bewerken]


- Kerstgebruiken wereldwijd
- Befana wordt gezien als een kerstheks of demon uit het volksgeloof, maar wordt tegenwoordig ook gezien als goede fee. Ze heeft veel overeenkomsten met Perchta en Vrouw Holle. Ze maakt deel uit van zowel de populaire nationale cultuur als de traditionele volkscultuur van Italië en is verwant aan andere figuren die ergens tijdens de Twaalf Dagen ronddwalen en de goeden belonen, de slechten straffen en offers ontvangen.
- De sage van Het glujende peerd en de Gloeiige.
- Het begrip naloop of naloperij is een vorm van volksgeloof en heeft betrekking op volksverhalen waarin rusteloze zielen terugkeren om een onvoltooide kwestie tot een goed einde te brengen. Voorloop is in het volksgeloof het gebeuren van dingen voordat ze daadwerkelijk plaatsvinden.
- Heerweg
- Bokkenrijders; personen of geesten die op bokken door de lucht zouden vliegen.
- Varende vrouw, Hé-mannetjes en Witte wieven.
- Lampaden (mythologie); deze vrouwelijke geesten uit de Griekse mythologie droegen toortsen om het pad van hun meesteres te verlichten.
- Hyakki Yagyō (百鬼夜行, "Nachtelijke parade van honderd demonen") is een idioom in de Japanse folklore. Soms is het een ordelijke processie, soms een oproer. Het is een parade van duizenden bovennatuurlijke wezens, bekend als oni en yōkai, die 's nachts door de straten van Japan marcheren. Iedereen die de processie tegenkomt, zal omkomen of door de yōkai worden meegenome (tenzij beschermd door exorcismerollen die met de hand zijn geschreven door Onmyōji-tovenaars). Volgens een verslag in de Shūgaishō (拾芥抄), een middeleeuwse Japanse encyclopedie, is de enige manier om veilig te blijven voor de nachtelijke parade, mocht die langs je huis komen, om binnen te blijven op de specifieke nachten die geassocieerd worden met de Chinese dierenriem. Een ander afweermiddel is om een specifiekemagische spreuk op te zeggen.
- ↑
- ↑
- ↑ The Encyclopedia Americana, 1920
- ↑
- ↑ M. Hermans, Leuven, 1966
- ↑
- ↑
- ↑ Wilj Jaach
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ Noord-Brabantsch Sagenboek, 1933
- ↑ Volksverhalen uit Noord Brabant, 1980
- ↑
- ↑ [https://www.verhalenbank.nl/items/show/200659
- ↑
- ↑
- ↑ https://www.verhalenbank.nl/items/show/13634]
- ↑ Nederlandsche volkskunde, 1977
- ↑ (de) Reallexikon der Germanischen Altertumskunde
- ↑ Jan de Vries - Altgermanische Religionsgeschichte I-II (Berlijn 1956, 1957)
- ↑ Publius Cornelius Tacitus - Germania I: 43 (Latijnse tekst en Engelse vertaling)
- ↑ Van wilde jachten en spookwagens: De Wilde Jacht
- ↑
- ↑ NORTIER03 - Het verhaal van de monnik op 't paard in de lucht.
- ↑ Dalfser muggen. Volksverhalen uit een Overijsselse gemeente. Mondelinge overlevering, volksgeloof en vertelcultuur in Dalfsen, Hoonhorst, Lemelerveld, Nieuwleusen, Oudleusen e.o., 2006
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ Limburgs Sagenboek, 1925
- ↑
- ↑ De Tieltjes jacht
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ M. Hermans, Leuven, 1966
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ Hexe als Vogel
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ De dolende peelridder
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ Volksverhalenbank Wilde Heer
- ↑ M. Hermans, Leuven, 1966
- ↑ A Dictionary of Fairies: Hobgoblins, Brownies, Bogies, and Other Supernatural Creatures, Katharine Mary Briggs, 1976
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ De tillekes jacht
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ De wilde jacht op den Osseler esch
- ↑
- ↑ De wilde jacht
- ↑ Oe toch, spookjes en sprookjes uit het Brabantse Maasland, Gerard Ulijn, ISBN 90 6486 010 6
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑
- ↑ Boppo Grimmsma - Is Sinterklaas de opvolger van Wodan