Wilhelm Mohnke

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wilhelm Mohnke
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Geboren 15 maart 1911
Lübeck, Duitse Rijk
Overleden 6 augustus 2001
Damp, bij Eckernförde, Duitsland
Begraven Begraafplaats Ortsteil Rahlstedt, Hamburg, Duitsland[1]
Land/partij Flag of the German Reich (1935–1945).svg nazi-Duitsland
Onderdeel Flag of the Schutzstaffel.svg Waffen-SS
Dienstjaren 1931 - 1945
Rang HH-SS-Brigadefuhrer-Collar.png SS Brigadeführer.jpg
SS-Brigadeführer und Generalmajor der Waffen-SS
Leiding over 12. SS-Panzer-Division Hitlerjugend)

1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler
(20 augustus 1944 -
6 februari 1945)
Verdediging van de Rijkskanselarij in Berlijn (1945)
Kampfgruppe Mohnke

Slagen/oorlogen Tweede Wereldoorlog
Onderscheidingen Zie decoraties
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Wilhelm Mohnke (Lübeck, 15 maart 1911 - Damp, bij Eckernförde, 6 augustus 2001) was een Duitse SS-generaal. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was hij één van Hitlers laatst overgebleven generaals. Hij maakte diens laatste dagen in de Führerbunker van dichtbij mee en was aan het eind van de oorlog verantwoordelijk voor de verdediging van het regeringsdistrict in Berlijn.

Biografie[bewerken]

Mohnke werd in september 1931 lid van de NSDAP en sloot zich een paar maanden later ook aan bij de SS. Gedurende de Tweede Wereldoorlog dienden zijn brigades in de strijd op de Balkan en in Frankrijk. Mohnke raakte bij verschillende geallieerde aanvallen ernstig gewond, onder andere aan zijn voet en zijn gehoor.

Ondanks zijn verwondingen maakte de relatief jonge Mohnke snel carrière. In 1944 werd hij gepromoveerd tot SS-brigadeführer. Nadat hij bij acties van zijn brigade in Hongarije wederom gewond geraakt was, werd hij begin 1945 door Hitler benoemd tot commandant van de verdediging van de Rijkskanselarij in Berlijn.

Op 20 april 1945, de verjaardag van Hitler, kwam Berlijn voor het eerst onder artillerievuur te liggen. Generaal Helmuth Weidling was de commandant voor de verdediging van Berlijn en Mohnke was verantwoordelijk voor de verdediging van het regeringsdistrict. Samen beschikten ze naar schatting over 250.000 militairen, terwijl het Rode leger met meer dan twee miljoen man al voor de poorten van Berlijn stond. Ondanks de vooraf al kansloze missie verdedigde Mohnke zijn district met hand en tand. Zelfs nadat zijn district geheel omsingeld was door de Russen, volgde hij Hitlers bevel op nooit te capituleren en kwamen er bij langdurige straatgevechten enorm veel soldaten en burgers om het leven.

Na de zelfmoord van Hitler, op 30 april 1945, probeerde Mohnke Berlijn te ontvluchten. Terwijl een deel van zijn manschappen nog doorvocht, verliet hij op 1 mei de Führerbunker, samen met een aantal anderen, waaronder Hitlers secretaresse Traudl Junge. Op 2 mei werd de groep door het Rode leger opgepakt. Hij werd gevangengenomen en op 10 oktober 1955 vrijgelaten. Na zijn vrijlating werd hij autodealer. Wilhelm Mohnke overleed in 2001 op negentigjarige leeftijd.

Lange tijd is alsnog geprobeerd Mohnke te kunnen berechten voor oorlogsmisdaden maar deze pogingen zijn mislukt, waardoor hij een redelijk vredig leven wist te leiden. In de eerste jaren van de oorlog zou hij Britse en Canadese krijgsgevangenen hebben laten executeren. Wegens gebrek aan bewijs lukte het niet Mohnke daarvoor veroordeeld te krijgen.

Mohnke was volgens geruchten misschien ook wel de enige die uitsluitsel kon geven over het lot van Hermann Fegelein, de zwager van Eva Braun. Hitler gaf Mohnke in de laatste dagen van de oorlog de opdracht Fegelein te berechten wegens verraad. Betrokkenen beweren dat Mohnke degene was die Fegelein persoonlijk heeft geëxecuteerd. Mohnke is dat altijd blijven ontkennen.

Verklaring[bewerken]

Hij verklaarde na afloop van de oorlog tegenover journalist James O’Donnell het volgende:

Adolf Hitler gaf me de opdracht een tribunaal op te zetten dat ik zelf moest gaan voorzitten. Ik besloot dat de beschuldigde (Fegelein) het recht had berecht te worden door een tribunaal dat bestond uit hoge officieren. De leden waren de generaals Wilhelm Burgdorf, Hans Krebs, Johann Rattenhuber en ikzelf. Op dat moment hadden we de intentie een rechtszaak te gaan houden. Het tribunaal vond plaats in een kamer in de buurt van mijn commandopost. Wij, de militaire rechters, namen plaats aan de tafel met het Duitse handboek voor militaire tribunalen voor ons. Toen we wilden gaan zitten, begon aangeklaagde Fegelein zich op zo’n woeste manier te gedragen dat de rechtszaak niet plaats kon vinden. Hij was stomdronken en keek vreemd uit zijn ogen. Fegelein betwistte de rechtsgeldigheid van het tribunaal en bleef roepen dat hij alleen maar verantwoording schuldig was aan Heinrich Himmler, en aan niemand anders dan Himmler. Ook niet aan Hitler. Hij weigerde zichzelf te verdedigen, trilde enorm en bibberde terwijl hij constant schreeuwde en vloekte. Hij haalde zelfs zijn penis uit zijn broek en begon op de vloer te urineren.

De situatie was onmogelijk. Aan de ene kant was het – gebaseerd op het beschikbare bewijs, inclusief zijn eigen verklaring – duidelijk dat deze trieste officier gedeserteerd was. Aan de andere kant was het duidelijk voorgeschreven dat geen enkele Duitse soldaat berecht kon worden indien deze niet voldoende helder van geest en lichaam was, teneinde het aangevoerde bewijs te kunnen aanhoren. Ik bekeek de voorschriften nogmaals en overlegde met de andere rechters. Volgens ons was Hermann Fegelein niet in staat om voor het tribunaal te staan, hij kon letterlijk niet eens meer staan. Daarop sloot ik de procedure. Ik droeg Fegelein over aan SS Generaal Rattenhuber en zijn veiligheidsdienst. Ik heb de man daarna nooit meer gezien.” (O’Donnell, The Bunker, 1978)

Militaire loopbaan[bewerken]

Registratienummers[bewerken]

Decoraties[bewerken]

Externe link[bewerken]

Laatste bewoners van de Führerbunker op datum van vertrek (1945)
Rijksadelaar
20 april: Hermann Göring · Heinrich Himmler
21 april: Robert Ley · Karl-Jesko von Puttkamer
22 april: Karl Gebhardt · Julius Schaub · Christa Schroeder · Johanna Wolf · Eckhard Christian
23 april: Albert Bormann · Theodor Morell · Hugo Blaschke · Joachim von Ribbentrop · Albert Speer
24 april: Walter Frentz
28 april: Robert Ritter von Greim · Hanna Reitsch · Walter Wagner
29 april: Bernd Freytag von Loringhoven · Gerhard Boldt · Rudolf Weiss · Wilhelm Zander · Heinz Lorenz · Willy Johannmeyer
30 april: Nicolaus von Below
1 mei: Wilhelm Mohnke · Traudl Junge · Gerda Christian · Constanze Manziarly · Else Krüger · Otto Günsche · Walther Hewel · Ernst-Günther Schenck · Hans-Erich Voss · Johann Rattenhuber · Peter Högl · Werner Naumann · Martin Bormann · Heinz Linge · Erich Kempka · Heinrich Doose · Hans Baur · Georg Betz · Ludwig Stumpfegger · Artur Axmann · Günther Schwägermann · Ewald Lindloff · Hans Reisser · Armin D. Lehmann · Josef Ochs · Heinz Krüger · Werner Schwiedel · Gerhard Schach · Hans Fritzsche
2 mei: Helmuth Weidling · Hans Refior · Theodor von Dufving · Siegfried Knappe · Rochus Misch
Nog steeds aanwezig op 2 mei: Erna Flegel · Werner Haase · Helmut Kunz · Fritz Tornow · Johannes Hentschel · Liselotte Chervinska
Pleegde zelfmoord: Alwin-Broder Albrecht · Ernst-Robert Grawitz · Adolf Hitler · Eva Braun · Joseph Goebbels · Magda Goebbels · Wilhelm Burgdorf · Hans Krebs · Franz Schädle
Geëxecuteerd: Hermann Fegelein
Vermoord: kinderen van Goebbels · Blondi
Onbekend: Heinrich Müller