Wilhelminapark (Tilburg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het standbeeld van Peerke Donders staat sinds 1926 op de noordwesthoek van het park
Het rijksmonument Wilhelminapark 124 is een voormalige artsenpraktijk aan de noordkant, vlakbij het Smidspad

Het Wilhelminapark is een van de oudste parken van Tilburg en is onderdeel van een rijksbeschermd stadsgezicht. Het park in Engelse landschapsstijl is geopend in 1898, ter ere van de troonsbestijging van koningin Wilhelmina. In het ontwerp is de befaamde dendrologische kennis van Leonard Springer terug te zien in de vele soorten en variëteiten aan bomen. Het park is aangelegd op een eeuwenoude Kempische driehoek van vijf hectare en ligt aan een kruispunt van verbindingswegen, destijds aan de noordrand van de stadsbebouwing, maar nu vrij centraal. Het is in 1996 gerenoveerd. Het wordt omzoomd door monumentale bebouwing uit de bloeitijd van de Tilburgse textielindustrie, van de tweede helft van de 19e eeuw tot aan de Tweede Wereldoorlog.

Geschiedenis[bewerken]

Van de drie ontwerpen die Springer maakte, werd een romantische variant in Engelse landschapsstijl gekozen, met een halvemaanvormige waterpartij, open weiden, slingerende lanen en verspreide boomgroepen. In de Tweede Wereldoorlog werd het park op last van de bezetter Noorderpark genoemd. In 1996 werd het park gerenoveerd, waarbij vooral een restauratie van het idee van Springer werd uitgevoerd. Daartoe behoorden composities van loofbomen, treurbomen en coniferen. Ook kwam er een fontein in de vijver, mede om botulisme tegen te gaan. Hoewel het park nog altijd omzoomd is door bomen en struikpartijen is het bij de restauratie meer open gemaakt, om het veiligheidsgevoel van de bezoekers te vergroten. Met een hardstenen rand, zo hoog als een traptrede, is het park visueel enigszins losgemaakt van de omliggende wegen. Verder gaat de rand het ontstaan van olifantenpaadjes tegen en vermindert hij bij zware regen de uitspoeling van grond naar de lager liggende wegen. In het loopvlak is rondom het park het gedicht Roeien (’s middags) van Martinus Nijhoff gegraveerd, met enkele gegevens.[1]

Ligging en wegen[bewerken]

Het park in de voormalige herdgang Veldhoven heeft de driehoeksvorm van het plein dat er vroeger lag, een zogenaamde Kempische driehoek, kenmerkend voor Brabantse buurtschappen. Het vormt het zuidelijkste deel van het Rijksbeschermd gezicht Wilhelminapark/Goirkestraat en ligt volgens de tegenwoordige wijkindeling in Oud-Noord, in Goirke-Hasselt.

De aanduiding Noorderpark tijdens de bezettingsjaren is bij een blik op een hedendaagse kaart niet voor de hand liggend: het ligt vrij centraal in Tilburg. Destijds lag het echter aan de noordkant van de aaneengesloten stadsbebouwing. Verder naar het noorden was er van oudsher vooral lintbebouwing naar de herdgangen Hasselt en Heikant. Vanaf de eerste helft van de 19e eeuw werden ook de Goirkestraat en het Smidspad bebouwd, linten waarlangs zich industrie en nijverheid in 't Goirke ontwikkelden.

De straten rondom het park dragen de naam van het park en hebben alleen aan de overkant bebouwing, zodat het eigenlijke park rondom vrij ligt. De weg aan de westkant, de kortste kant van de driehoek, is het verlengde van de Gasthuisring. De doorlopende noordelijke weg behoudt de naam Wilhelminapark tot aan Museum De Pont (huisnummer 1), op 150 meter ten westen van de driehoek.

Historisch en huidig stratenplan[bewerken]

De weg langs de noordkant van het park is tegenwoordig van plaatselijk belang. Hij loopt over een lengte van zeven kilometer onder verschillende namen van west naar oost door Tilburg, vanaf winkelcentrum Heyhoef in de Reeshof naar Ringbaan Oost. Bij het Wandelbos is een verspringing bij de aansluiting naar de Wandelboslaan. Historisch vormde het geheel een route die buiten Tilburg naar het noordoosten boog, richting 's-Hertogenbosch. Op een kaart uit 1880 loopt de weg grotendeels hetzelfde als nu, alleen bestond de Wandelboslaan nog niet. Er lag toen zuidelijker een verbinding, waardoor men tweemaal de in 1863 aangelegde spoorlijn Breda – Eindhoven over moest steken. In het westen begon de weg ook toen al bij de Reeshof, destijds een landgoed. Naar het oosten, waar nu het Wilhelminakanaal de wegen afsnijdt, staat op de oude kaart de aantekening naar 's Bosch ('s-Hertogenbosch). Een kaart uit 1794 geeft hetzelfde beeld als die uit 1880, zij het dat de weg toen in het westen pas bij het huidige Wandelbos begon.

Iets ten oosten van het Wilhelminapark was een noordelijke aftakking naar de herdgang Groeseind. Het deel ten oosten van die aftakking, tot aan de Veldhovensche Molen, is tegenwoordig bekend als Molenstraat en had nog wat lintbebouwing, maar voorbij de molen ontbrak die en diende de weg vrij strikt als doorgaande route. Aan de zuidkant ervan lag boerenland, dat al direct ten oosten van het Wilhelminapark begon en waar enkel voetpaden en mogelijk karrensporen door liepen. Aan de oostkant van dit gebied lag de Koestraat, die de Molenstraat kruiste bij de Veldhovensche Molen, waar tegenwoordig het Rosmolenplein ligt. Nog verder naar het oosten volgde de route nagenoeg de huidige Enschotsebaan naar Berkel-Enschot.[2][3]

De Gasthuisring, vroeger de Gasthuisstraat, is de spil van een aantal plaatselijke noord-zuidverbindingen. Benoorden het Wilhelminapark kon men via Smidspad of Goirkestraat naar het Goirke en de Heikant en via de Hasseltstraat naar Hasselt en Loon op Zand. Aan de zuidkant splitste de Gasthuisstraat zich anno 1835 in tweeën naar verschillende herdgangen. Rechtdoor naar het zuiden, waar tegenwoordig de drukke Noordhoekring ligt, ging het verder over een smalle weg die aansloot op de Korvelseweg, richting de Korvel. Naar het zuidoosten ging het verder over de Noordstraat en de Nieuwlandstraat naar 't Heike en was er verbinding met de oostelijker gelegen Kerk en Heuvel, de omgeving van de tegenwoordige Heuvel, toen en nu beschouwd als het centrum, hoewel het tegenwoordig ver aan de oostkant van de stad ligt.

Bebouwing[bewerken]

Langs de noordkant van het park staan luxueuze laat-negentiende-eeuwse en vroeg-twintigste-eeuwse woonhuizen, klassieke herenhuizen. Aan de zuidkant en de westkant stonden eveneens woningen voor gegoede burgers, maar die waren gemiddeld smaller en minder opgesmukt. Een groot deel is intact gebleven, vooral langs de Gasthuisring, maar aan de zuidkant hebben veel panden plaatsgemaakt voor naoorlogse bebouwing. Wel staat daar de voormalige Coöperatieve Tilburgsche Melkinrichting en Zuivelfabriek, een „Melksalon met terras en directiewoning” uit 1913, naar ontwerp van Tilburgse architect Jos Donders. Dit monumentale Jugendstilpand is in 1994 en 1995 nauwgezet gerestaureerd en daarbij verbouwd tot restaurant.

Een groot deel van de oorspronkelijke woonhuizen is in gebruik als kantoor. In de textielstad Tilburg werden veel van de huizen bewoond door textielbaronnen, die vaak de fabrieken op wandelafstand hadden. De twee bekendste musea van Tilburg, De Pont en het TextielMuseum zijn in zulke fabrieken gevestigd, dicht bij het park.

Rijksbeschermd gezicht Wilhelminapark/Goirkestraat. Het Wilhelminapark is de driehoek aan de zuidkant.
Coöperatieve Tilburgsche Melkinrichting en Zuivelfabriek in 1996, een jaar na de restauratie