Willem Kes

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem Kes

Willem Kes (Dordrecht, 16 februari 1856München, 22 februari 1934) was een Nederlands violist, dirigent en componist. Hij was de eerste dirigent van het Concertgebouworkest.

Levensloop en betekenis[bewerken]

Kes ontving zijn opleiding als violist en componist aanvankelijk in Dordrecht bij violist-(koor)dirigent Ferdinand Böhme en vervolgens in Leipzig bij solisten-componisten Ferdinand David en Carl Reinecke. Hij voltooide zijn studie in Brussel bij violist-componist Wieniawski.

In 1877 werd hij benoemd als eerste concertmeester van het Parkorkest in Amsterdam. Een jaar later, in 1878 werd hij directeur van de afdeling Dordrecht van Toonkunst en in 1883 dirigent van de toen nieuwe Parkschouwburg in Amsterdam. In 1888 volgde zijn benoeming bij het Concertgebouworkest. Bij zijn aantreden aldaar stelde het muziekleven in Nederland nog niet veel voor. Johannes Brahms schijnt in 1879 gezegd te hebben dat je in Amsterdam goed kon eten en drinken, maar slechte muzikanten hebt.[1]

Kes bracht zijn muzikanten een strenge discipline bij. Wie te laat kwam op de repetities, kon rekenen op een boete en muzikanten die slecht speelden, moesten nablijven en in de directiekamer hun partijen instuderen. Ook eiste hij van het -doorgaans pratende- publiek stilte tijdens uitvoeringen. Hij verbood het nuttigen van versnaperingen tijdens repetities en concerten, wat tot die tijd nog gangbaar was.

Onder leiding van Kes groeide het Concertgebouworkest uit tot internationale bekendheid. Hij introduceerde symfonische gedichten van Richard Strauss in Nederland: in 1891 Don Juan en een jaar later Macbeth. Ook vernieuwend was het organiseren van een themaconcert in 1893 met louter moderne Franse componisten (bijgewoond door Vincent d'Indy en Ernest Chausson). De Nederlandse première van Antonín Dvořáks symfonie Uit de nieuwe wereld vond plaats onder Kes in mei 1895. Onder Kes als dirigent speelden met het Concertgebouworkest vele internationale solisten, zoals de violisten Pablo de Sarasate, Eugène Ysaÿe, Joseph Joachim en Leopold Auer, de pianisten Eugen d'Albert en Teresa Carreño, en soleerde de Portugese bariton Francisco d'Andrade.

Zijn salaris bij het Concertgebouworkest bedroeg slechts vijfduizend gulden per jaar, waarmee hij ver onder het niveau van buitenlandse collegae werkte. Ook de orkestleden verdienden relatief weinig, namelijk tussen de vijfhonderd en twaalfhonderd gulden per jaar. Dat was mede de reden dat Kes in Schotland ging solliciteren voor een beter betaalde baan.[2]

Toen Kes in 1895 afscheid nam om bij het Scottish Orchestra in Glasgow in dienst te treden, speelde zijn opvolger Willem Mengelberg tijdens het afscheidsconcert als solist het pianoconcert in Es groot van Franz Liszt. Mengelberg (24) kreeg zo de leiding over een zeer gedisciplineerd orkest, dat onder zijn leiding uitgroeide tot een van de beste orkesten ter wereld.

Na zijn tijd in Schotland vertrok hij in 1898 naar Moskou. Kes sloot zijn muzikale carrière af in Koblenz, waar hij van 1905 tot 1926 directeur van het conservatorium en dirigent van de Musikverein was. Hij overleed op 78-jarige leeftijd in München.

Composities[bewerken]

Kes schreef voornamelijk werken voor orkest, kamermuziek (waaronder een lijvige vioolsonate) en liederen. Het door Kes gehanteerde idioom is voornamelijk laat-romantisch. Naast eigen composities is van zijn hand ook een aantal manuscripten overgeleverd met bewerkingen en transcripties van werk van andere componisten.[3]

Literatuur[bewerken]

  • Rob Landman: Willem Kes - Toonkunstenaar uit Dordrecht. Uitg. de Nwe Bengel, Dordrecht, 2017, 416 blz. ISBN 978-94-629-9712-7