Willem die Madocke maecte

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beginregels van het Dyckse handschrift, ca. 1330-1360

Willem die Madocke maecte is de naam waarmee verwezen wordt naar de verder anonieme auteur van de Middelnederlandse satire Van den vos Reynaerde, geschreven omstreeks 1260. In de beginregel van het dierenepos maakt hij zichzelf met die woorden bekend en in de slotregels bevestigt hij zijn voornaam met een acrostichon (BI WILLEME). Over deze persoon is weinig bekend en veel gespeculeerd. Vermoedelijk leefde hij in het Noord-Oosten van Vlaanderen.[1] Hoewel stellige identificatie vooralsnog niet mogelijk is, zijn verschillende kandidaten naar voren geschoven, waaronder Willem Corthals van Boudelo, lekenbroeder in de abdij van Boudelo.[2][3][4]

Biografische elementen[bewerken]

Er is niets expliciet bekend over Willem, behalve de bewering dat hij Madocke maakte.[5] Op grond van de Reinaerttekst kan worden verondersteld dat hij het Frans goed beheerste, Latijn kende en ook vertrouwd was met het middeleeuwse recht. Taalkundige elementen en toponiemen wijzen op een persoon uit de streek tussen Gent en Hulst. In de eerste regels van zijn 3469 versregels tellende gedicht over de sluwe vos maakt hij bekend dat hij Madocke maakte, mogelijk een verwijzing naar een ander Middelnederlands verhaal. In de laatste regels van Van den vos Reynaerde verschijnt het acrostichon "BI WILLEME", waarmee de auteur nogmaals zijn naam bevestigt.

Madocke[bewerken]

Algemeen wordt ervan uitgegaan dat Madocke een eerder geschreven Middelnederlands werk van Willem is. Tot 1826 was de term eenvoudig onbekend wegens een rasuur in de openingsregel van het Comburgse handschrift, waar een 15e-eeuwse corrector het woord vervangen had door vele bouke. De ontdekking van een manuscript met Reynaerts historie maakte reconstructie mogelijk, in 1909 bevestigd door het Dyckse handschrift (spelling resp. Madock en Madocke). Op basis van de verbetering is gesteld dat Madocke mogelijk een in de vergetelheid geraakt of zelfs verboden verhaal is. Er bestaan enige verwijzingen naar Madocke in middeleeuwse en vroegmoderne teksten.[6] Met name uit Jacob van Maerlants Rijmbijbel valt op te maken dat Madoc een droomverhaal moet zijn geweest met een gelijknamige hoofdpersoon.[7] In de passage zet Van Maerlant overigens zijn eigen werk af tegen dat van Willem en anderen: Want dit nes niet madox droem. / Noch reinard noch arturs boerden.[8] Mogelijk had het verhaal een Brits-Keltische oorsprong (zie bv. De droom van Rhonabwy, een prozatekst in het Middelwelsh die zich afspeelt ten tijde van prins Madog ap Maredudd).[9]

Willem van Boudelo, alias Willem Corthals[bewerken]

Kerk van het voormalig Boudeloklooster te Gent

Een mogelijke Willem is Willem van Boudelo (of Corthals). Deze lekenbroeder beheerde voor de gravin van Vlaanderen een ziekenhuis in Rijsel. Voor haar kocht hij ook woeste gronden aan en bemiddelde hij in juridische conflicten. Vooral de streek rond Hulst kende Willem goed. Het minuscule plaatsje Absdale, tussen Hulst en Axel, neemt in Van den vos Reynaerde een grote plaats in. Willem van Boudelo was betrokken bij aankoop door de gravin van grond te Absdale; hij had er zelf een huis, zoals blijkt uit akten uit 1267 en 1280. In 1252 werd deze Willem door zijn kloosterorde berispt, omdat er veel klachten over hem kwamen.

Status[bewerken]

Willem die Madocke maecte wordt in het Nederlandstalig taalgebied gezien als een belangrijk auteur. Het verhaal rond Reynaert heeft namelijk buitenlandse auteurs beïnvloed en dat komt in de Nederlandse literatuurgeschiedenis niet zo heel vaak voor. Het werk werd rond 1278 in het Latijn vertaald door Balduinus Iuvenis.[10][11] De Britse middeleeuwse schrijver Geoffrey Chaucer gebruikte fragmenten uit het verhaal voor zijn eigen Canterbury Tales, met name het verhaal van Cantecleer de Haan en Reynaert. In 1485 vertaalde William Caxton het gehele verhaal als The Historie of Reynart the Foxe. William Shakespeare noemde het personage Tybalt in zijn toneelstuk Romeo en Julia naar Tybeert de Kater en Goethe schreef ook over de geslepen vos in zijn fabel Reineke Fuchs.

Inspiratiebronnen[bewerken]

Willem haalde de inspiratie voor zijn roman waarschijnlijk uit de Franse tekst Le Plaid (het pleidooi), een vroeg-13e-eeuws deel van een grotere verzameling vossenverhalen (de Roman de Renart), waarvan de oudste takken geschreven zijn door Perrout de Saint Cloude omstreeks 1174.[12] De Roman de Renart was zelf beïnvloed door de Ysengrimus, een in het Latijn geschreven verhaal dat de dieren hun oudst bekende eigennamen gaf. De auteur van Ysengrimus was vermoedelijk een clericus die zeer goed de situatie van de Sint-Pietersabdij én het religieuze leven in Gent en de wijde omgeving kende.[13] Andere mogelijke inspiratiebronnen voor het verhaal van Willem vormen de nog oudere dierenfabels van Aesopus en Phaedrus uit de Klassieke Oudheid.

Persiflage of realiteit?[bewerken]

Bij een satirisch gedicht als het episch dierdicht Van den vos Reynaerde zou volgens sommige geleerden de satire zo ver zijn doorgevoerd dat ook het gebruik van een acrostichon aan het begin en einde een parodie is op de conventies van middeleeuwse dichtwerken. Het zou een verder bewijs zijn van het meesterschap van de auteur achter dit werk.

Varia[bewerken]

  • In 1977 zorgde de Vlaamse medioneerlandicus Herman Vekeman[14] voor verwarring in literaire kringen door een gefingeerd, zogenaamd teruggevonden manuscript van de Kroniek van Madoc 'in prozavertaling' te publiceren.[15] Volgens Vekeman had hij het handschrift van de Kroniek van Madoc ontdekt in het West-Vlaamse Gistel. Vekemans schepping is een raamvertelling waarin diverse reizigers op een schip hun verhaal vertellen. Het schip vaart intussen naar allerlei wonderlijke oorden.
  • Door het ontbreken van onomstotelijk bewijs over de aard van Madocke zou het – hoewel niet in de literatuur verdedigd – ook kunnen gaan om bijvoorbeeld een muziekstuk, een dans of een voorwerp. In een Fokke en Sukke-cartoon wordt hier de draak mee gestoken. Monnik Fokke staat met een vreemd ding in zijn handen en zegt "Nu is onze Madocke weer kapot", monnik Sukke antwoordt "We brengen hem naar Willem, die kan hem wel maken".[16]
  • Willem die Madocke maecte werd in 2005 genomineerd voor de Vlaamse versie van De Grootste Belg, maar belandde op nr. 214, buiten de officiële nominatielijst.