Willem van Konijnenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willem van Konijnenburg
Zelfportret  1886 (Privé-collectie)
Zelfportret 1886 (Privé-collectie)
Persoonsgegevens
Volledige naam Willem Adriaan van Konijnenburg
Geboren Den Haag, 11 februari 1868
Overleden Den Haag, 28 februari 1943
Beroep(en) kunstenaar
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Willem Adriaan van Konijnenburg (Den Haag, 11 februari 1868 – aldaar, 28 februari 1943) was een Nederlands kunstenaar.

Familie[bewerken]

Van Konijnenburg was een lid van het patriciaatsgeslacht Van Konijnenburg. Hij was een zoon van Willem van Konijnenburg (1836-1894), hoofdinspecteur der directe belastingen en later: raadadviseur, en jkvr. Sara Louise Vrijthoff (1841-1918), lid van de familie Vrijthoff. Van Konijnenburg trouwde op 30 september 1897 met Johanna Petronella Kempers (1872-1963). Dit huwelijk bleef kinderloos.

Opleiding[bewerken]

Zomerzegels 1935 ontworpen door W.A. van Konijnenburg

Willem van Konijnenburg verliet in maart 1884 op 16-jarige leeftijd voortijdig het gymnasium van Den Haag. Hij had daar anderhalve klas doorlopen.

Het eerste teken- en schilderonderricht kreeg hij van zijn moeder, waarna hij verderging in een zomercursus aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (1881); ook kreeg hij lessen van de tekenleraar J.C. d'Arnaud Gerkens (1882-1892). Vanaf mei 1884 volgde Van Konijnenburg de opleiding voor de MO-akte tekenen aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten en slaagde daar in oktober 1886. Daarna ging hij lesgeven aan privé-leerlingen. Tot zijn leerlingen behoorden onder anderen de illustratrice Rie Cramer, en de schilderes Jeanne Bieruma Oosting. In 1921/1922 ging hij ook lesgeven aan koningin Wilhelmina. De vorstin wilde realistische landschappen schilderen in de traditie van de Haagse School.

De relatie met de koningin leverde hem in 1923 de opdracht een serie postzegels bij haar zilveren regeringsjubileum te vervaardigen en later, in 1940, een definitieve serie postzegels met haar beeltenis. In de tussentijd was hij verantwoordelijk voor de allereerste serie Zomerzegels, in 1935.

Loopbaan[bewerken]

Zijn geringe erkenning als kunstenaar compenseerde Van Konijnenburg door actief deel te nemen aan het culturele leven in de hofstad, waarin het Schilderkundig Genootschap Pulchri Studio en de Haagsche Kunstkring een belangrijke plaats innamen. Om zijn inkomen te vergroten ging Van Konijnenburg in opdracht werken. Zo maakte hij spotprenten voor de weekbladen De Kroniek (1895-1897) en De Nederlandsche Spectator (1896-1901) en affiches voor dienstregelingen van de 'Rotterdamse Stoomboot Reederij Fop Smit & Co. (1896-1904). Na 1900 begon hij zich uitvoerig te verdiepen in een breed scala van onderwerpen zoals filosofie, ethiek, logica en esthetica.

Opdrachten[bewerken]

Portret van P.C. Boutens (1914) door Van Konijnenburg

Waartoe dit zoeken had geleid, liet Van Konijnenburg zien in De apotheose van het landschap, een geheel van zeventien geschilderde taferelen die hij in 1905/1906 maakte voor de vakken tussen de ramen in de eerste-klasse salon van raderstoomboot W.F. Leemans van rederij Fop Smit & Co. Hij ontwierp in 1909 de gevelbeelden van het kantoor van uitgeverij Martinus Nijhoff aan het Lange Voorhout in Den Haag en ontwierp ook boekbanden. In zijn religieuze werk - dat van na 1915 dateert - spreekt bovendien de invloed van de Vlaamse Primitieven. Met nieuwe vrienden als de kunstcriticus Albert Plasschaert en de dichter P.C. Boutens versterkte hij het beeld van zijn eruditie, intelligentie en beschaving.

Van Konijnenburgs doorbraak volgde in 1917, toen hij dertig werken uit de periode 1910-1917 liet zien - bijna alle uit de collectie-Van Kooten Kok - in een tentoonstelling in Kunstzaal Kleykamp in Den Haag. Van nu af werd Van Konijnenburg in één adem genoemd met kunstenaars als Jan Toorop, Johan Thorn-Prikker, Antoon Derkinderen en Richard Roland Holst. Het aantal tentoonstellingen van zijn werk nam toe. Ook werd hij regelmatig gevraagd zitting te nemen in jury's van prijsvragen.

Monumentale kunstwerken[bewerken]

In de jaren twintig kreeg Van Konijnenburg de gelegenheid zich op een ander terrein van de kunst te bewijzen: hij kreeg opdrachten voor grote monumentale kunstwerken. In de periode 1924-1936 werkte hij samen met Joan Collette aan de beglazing van het koor van de Nieuwe Kerk in Delft en ontwierp hij tussen 1933 en 1941 een reeks wandtapijten voor de aula van de Universiteit te Utrecht. Hij ontwierp ook de Gedenkramen ter gelegenheid van het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina voor de Nieuwe Kerk in Amsterdam (1938), die werden uitgevoerd door Joep Nicolas.

Laatste jaren[bewerken]

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stelde Van Konijnenburg zich op het standpunt dat een kunstenaar zich buiten de politiek moet houden. Toen hij de keus kreeg om al dan niet lid te worden van de Kultuurkamer koos hij voor het lidmaatschap. Kort daarna overleed hij aan een griepaanval.

Literatuur[bewerken]

  • H. de Boer et al., ingeleid door Dr. H.E. van Gelder, Willem van Konijnenburg, Uitgever J.A.A.M. van Es, Wassenaar, 1928.
  • Mieke Rijnders, Willem van Konijnenburg, 1868-1943 ('s-Gravenhage, 1990). Daarin: 'Literatuur over Willem van Konijnenburg', p. 261-263.
  • Albert Roelofs, Herinneringen van Herman Teirlinck, E.F. Roelofs-Bleckmann en J. Verspyck-van der Elst. Ingeleid door T. Koolhaas ('s-Gravenhage, 1951)
  • Jan de Vries, Gemeenschap en wereld-ik, geheel op de wijze der Kunst. Nederlandse kunstkritiek en moderne kunst circa 1900-1920 (Amsterdam, 1990)
  • Sanne van Smoorenburg, Willem van Konijnenburg, in De schilders van Tachtig. Nederlandse schilderkunst, 1880-1895.
  • Onder redactie van Richard Bionda en Carel Blotkamp, Tentoonstellingscatalogus Rijksmuseum Vincent van Gogh te Amsterdam, (Zwolle, 1991) pp. 215-217;
  • Christiaan de Moor, Willem van Konijnenburg, in idem, De eeuw is mooi begonnen maar niet uitgegroeid. Herinneringen. Van commentaar voorzien door H.P.S. de Groot (Amsterdam, 1994) pp. 106-111.
  • Mieke Rijnders, Willem van Konijnenburg. Leonardo van de Lage Landen (Zwolle, 2008; ook verschenen als proefschrift Amsterdam)
  • Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdredactie van H.P. van den Aardweg (Amsterdam, 1938) p. 835.

Externe links[bewerken]