Willem van Konijnenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Willem van Konijnenburg
Zelfportret met ringbaard 1886, Drents Museum Assen
Persoonsgegevens
Volledige naam Willem Adriaan van Konijnenburg
Bijnaam 'Konijn', 'Het Konijn' of 'De baron'
Geboren Den Haag, 11 februari 1868
Overleden Den Haag, 28 februari 1943
Beroep(en) kunstenaar
RKD-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
De visser 1889, particulier bezit. Schilderij (100 x 56) uit de Limburgse periode. De man vist in rivier de Geul.
Zonnewagen 1924, Kunstmuseum Den Haag.
Spotprent Motie VAN KOL, 27 november 1897 voor het weekblad De Kroniek. Rijksmuseum Amsterdam (foto).
Affiche Stoombootrederij Fop Smit & Co., 1900. Regionaal Archief Dordrecht (collectie Dordracum Illustratum).
Sint Joris en de draak 1916, Museum Catharijneconvent Utrecht. Foto: Ruben de Heer

Willem Adriaan van Konijnenburg (Den Haag, 11 februari 1868 - aldaar, 28 februari 1943) was een Nederlands beeldend kunstenaar. Tijdens het interbellum (1919-1939) behoorde Willem van Konijnenburg samen met Jan Toorop en Jan Sluijters tot de nationale en internationale boegbeelden van de moderne Nederlandse kunst.

Familie[bewerken | brontekst bewerken]

Willem van Konijnenburg maakte deel uit van het patriciaatsgeslacht Van Konijnenburg. Hij was de oudste zoon van Willem van Konijnenburg senior (1836-1894), hoofdinspecteur directe belastingen, en jonkvrouw Sara Louise Vrijthoff (1841-1918). Op 30 september 1897 trouwde Van Konijnenburg met Johanna Petronella "Netty" Kempers (1872-1963). Dit huwelijk bleef kinderloos.

Leven en werk[bewerken | brontekst bewerken]

Opleiding[bewerken | brontekst bewerken]

Portret van een jonge vrouw, particulier bezit (herkomst Kunsthandel Studio 2000 Blaricum).

Willem kreeg zijn eerste teken- en schilderonderricht van zijn moeder Sara Louise van Konijnenburg-Vrijthoff. Vanaf 1884 volgde hij de MO-opleiding tekenen aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag waar hij op 16 oktober 1886 de akte behaalde.

Vrouw met witte kat 1916, Drents Museum Assen.

Limburgse periode[bewerken | brontekst bewerken]

Willem van Konijnenburg begon zijn loopbaan als landschapsschilder. Inspiratie voor zijn landschappen vond hij in- en rondom Meerssen in Zuid-Limburg. Invloed van de kunstenaarsbewegingen de School van Barbizon en de Haagse School zijn in de landschappen zichtbaar. Tegelijkertijd geeft Van Konijnenburg een eigen draai aan zijn landschapskunst door te kiezen voor het Zuid-Limburgse landschap, monumentaliteit, duidelijke lijnen, grote formaten en een eigenzinnig kleurenpalet van vaak genuanceerde oker- en bruinkleuren. Genoemde kenmerken worden in de 20e eeuw verder uitgewerkt tot zijn typische en eigenzinnige beeldtaal. Naast landschappen schilderde Van Konijnenburg onder andere portretten en stadsgezichten van Maastricht.

Als beginnend kunstenaar had Van Konijnenburg weinig commercieel succes waardoor veel schilderijen terecht zijn gekomen bij familie, vrienden en kennissen. Zijn geringe erkenning als kunstenaar werd gecompenseerd doordat hij actief deelnam aan het culturele leven in Den Haag, waarin Pulchri Studio en Haagsche Kunstkring belangrijke plaatsen innamen. Van beide kunstenaarsverenigingen was hij lid. Zijn hele leven verbleef Van Konijnenburg veel en langdurig in Zuid-Limburg. Gerard Knuttel, toen directeur van het Gemeentemuseum, schreef: 'Tussen zijn geboortestad en het Geuldal verdeelt zich zijn leven'.

Toegepaste kunst[bewerken | brontekst bewerken]

Voor het vergroten van zijn inkomen ging Van Konijnenburg, naast het les geven, in opdracht werken. Hij maakte spotprenten voor de weekbladen De Kroniek (1895-1897) en De Nederlandsche Spectator (1896-1901). Van 1896 tot en met 1904 ontwierp hij affiches voor de 'Stoomboot-Reederij Fop Smit & Co. Daarnaast verdiende Van Konijnenburg geld met muurschilderingen, ontwerpen van plafondornamenten, boekdecoraties, tijdschriftcovers- en illustraties. In een interview noemde Van Konijnenburg deze werkzaamheden 'toegepaste kunst'.

Invloeden[bewerken | brontekst bewerken]

Na 1900 begon Willem van Konijnenburg zich uitvoerig te verdiepen in een breed scala aan onderwerpen zoals filosofie, ethiek, logica en esthetica. Daarnaast liet hij zich sterk inspireren door renaissance- en Egyptische kunst. Uit zijn religieuze werk - dat van na 1915 dateert - spreekt de invloed van de Vlaamse Primitieven. Met nieuwe vrienden als kunstcriticus Albert Plasschaert en de dichter P.C. Boutens versterkte hij het beeld van zijn eruditie, intelligentie en beschaving.

Doorbraak[bewerken | brontekst bewerken]

De dans van het noodlot (praedestinatie) 1918, Jack Kilgore & Co. Inc. New York. De lijst heeft Willem van Konijnenburg zelf ontworpen.
De Krijgsdans 1919, particulier bezit. De lijst heeft Willem van Konijnenburg zelf ontworpen.

Willem van Konijnenburg brak door in 1917 toen hij dertig werken uit de periode 1910-1917 toonde in Kunstzaal Kleykamp te Den Haag. Bijna alle werken waren afkomstig uit de verzameling van G.F.H. van Kooten Kok, de belangrijkste verzamelaar tijdens het leven van de kunstenaar. Vanaf deze doorbraak-tentoonstelling werd Van Konijnenburg in een adem genoemd met Jan Toorop, Johan Thorn-Prikker, Antoon Derkinderen en Richard Roland Holst. Dankzij de indruk die de portretten van dichter P.C. Boutens, kunstcriticus Albert Plasschaert en zijn moeder tijdens de genoemde tentoonstelling maakte, werd Van Konijnenburg een veelgevraagd portrettist. Het aantal nationale- en internationale tentoonstellingen van zijn werk nam toe. Tevens werd hij regelmatig gevraagd zitting te nemen in diverse commissies en jury's van prijsvragen zoals de Prix de Rome.

Monumentale werken[bewerken | brontekst bewerken]

Troonzegel 1923, ter herdenking van het 25-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina.

In de jaren twintig kreeg Willem van Konijnenburg gelegenheid zich te bewijzen met grote monumentale werken. Eén van die opdrachten was onder meer Zacharia uit 1920-1921 voor de Nederlandsche Israëlitische Gemeente. In de grondgedachte achter dit kunstwerk toonde Van Konijnenburg zich sterk verwant met het denken van J.A. dèr Mouw.[1] De grote tekening (254 x 228) in waterverf, krijt en potlood bevindt zich in de collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam.

Van 1924 tot en met 1936 werkte Van Konijnenburg samen met onder anderen Joan Collette, Antoon Molkenboer, Georg Rueter en Henri van der Stok aan elf glas- in loodramen voor de Nieuwe Kerk in Delft. Het bekendste raam, het Wilhelminaraam, werd in 1927 onthuld.[2] Van 1924 tot en met 1938 werkte de kunstenaar aan De triomf van Thomas van Aquino, een schilderij (335 x 430) voor de Dominicanenkloosterkerk in Zwolle. Op de vraag waarom dit proces vijftien jaar duurde antwoorde Van Konijnenburg droogjes: 'ik deug niet voor haastwerk'. In 2017 is er een boek verschenen over de ontstaansgeschiedenis van dit werk: De triomf van Thomas van Aquino. Een schilderij van Willem van Konijnenburg

Tussen 1933 en 1941 ontwierp hij zeven wandtapijten voor de aula van de Universiteit te Utrecht. Tegelijkertijd ontwierp hij twee Gedenkramen ter gelegenheid van het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina voor de Nieuwe Kerk in Amsterdam (1938). Deze ramen werden uitgevoerd door Joep Nicolas. In september 1940 vond de overdracht plaats van het reliëf Eer het God'lijk licht in d'openbaringen van de kunst in de hal van Kunstmuseum Den Haag. Het reliëf is ontworpen door Van Konijnenburg en uitgevoerd door Dirk Bus.

Postzegels[bewerken | brontekst bewerken]

In 1923 kreeg Willem van Konijnenburg de opdracht twee postzegels te ontwerpen voor het zilveren regeringsjubileum van koningin Wilhelmina: Koninginnezegel en Troonzegel. In 1935 was Van Konijnenburg verantwoordelijk voor de allereerste serie zomerzegels, hierna bleef hij tot en met 1941 als adviseur-ontwerper bij de zomerzegels betrokken. In 1940 maakt Van Konijnenburg de beroemde serie gebruikspostzegels van koningin Wilhelmina.

Leraar[bewerken | brontekst bewerken]

Bewening (Piëta) 1942, Museum Catharijneconvent Utrecht (foto Ruben de Heer)

Willem van Konijnenburg was zijn hele loopbaan actief als privéleraar. In de twintigste eeuw behoorden onder anderen Jeanne Bieruma Oosting, Ru Parè, Willem van den Berg, J.F.E. ten Klooster, David Bautz, Hein von Essen, Henri van der Stok en de illustratrice Rie Cramer tot zijn leerlingen. Werk van zijn leerlingen was te zien op nationale- en internationale tentoonstellingen. In de pers kreeg Van Konijnenburg vaak kritiek dat hij als leraar te dominant was. Invloed van Van Konijnenburg is inderdaad dikwijls in het werk van zijn leerlingen terug te zien, vooral bij David Bautz. Jeanne Bieruma Oosting heeft in een interview gezegd dat je als leerling van Willem van Konijnenburg stevig in je schoenen moest staan. Zijn bekendste leerling was koningin Wilhelmina in de jaren 1921-1922.[3] In 1931 stelde Van Konijnenburg een overzichtstentoonstelling van haar werk samen die in vrijwel elke provinciehoofdstad te zien was. In aangepaste vorm was de tentoonstelling ook in het buitenland te zien.

Verzameling Van Kooten Kok[bewerken | brontekst bewerken]

Eer het God'lijk in d'openbaringen van de kunst, 1940, in de hal van Kunstmuseum Den Haag

G.F.H. van Kooten Kok (1869-1936) was de grootste Van Konijnenburg-verzamelaar tijdens het leven van de kunstenaar. Vanaf circa 1910 tot en met 1928 verwierf de verzamelaar ongeveer 180 werken. Uit de periode voor 1910 kocht Van Kooten Kok ook een groot aantal werken aan; voornamelijk grote en kleine Zuid-Limburgse landschappen. Door de vele aankopen van Van Kooten Kok was Van Konijnenburg gegarandeerd van een jaarinkomen, waardoor er geen economische noodzaak was om zich op de kunstmarkt te begeven. Dit had als gevolg dat zijn werk beperkt onder de aandacht kwam en tegelijkertijd won aan exclusiviteit.

In 1928, het jaar van de zestigste verjaardag van de kunstenaar, wilde Van Kooten Kok een monumentale driedelige catalogus van zijn verzameling uitgeven. Door de enorme omvang van dit project liep de publicatie vertraging op en verscheen de catalogus in 1929. De uitgave markeert, waarschijnlijk door financiële problemen, het einde van Van Kooten Koks interesse als verzamelaar. De verzameling Van Kooten Kok is langzaam uiteen gevallen. De grootste delen van de verzameling zijn terecht gekomen in het Kunstmuseum Den Haag en het Drents Museum in Assen. Het overige deel is bij andere musea en particuliere verzamelaars terecht gekomen. De hier afgebeelde werken Zelfportret met ringbaard, Zonnewagen, Vrouw met witte kat, De dans van het noodlot (praedestinatie) en De krijgsdans zijn afkomstig uit de verzameling Van Kooten Kok.

Laatste jaren[bewerken | brontekst bewerken]

Roofvogel circa 1941, particuliere collectie (herkomst Kunsthandel Studio 2000 Blaricum).
Wilhelminaraam 1925-1927, Nieuwe Kerk Delft.

Vanaf 1940 vervaardigde Van Konijnenburg onder andere piëta's. Deze bevinden zich in het Kunstmuseum Den Haag, het Museum Catharijneconvent en particulier bezit. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stelde Van Konijnenburg zich op het standpunt, zoals hij altijd had gedaan, dat een kunstenaar zich buiten de politiek moet houden. Uit de cartotheek van de Kultuurkamer blijkt dat Van Konijnenburg zich heeft laten registreren. Het registratiedossier is opgemaakt op 7 oktober 1942. Aanmelding geschiedde op vrijwillige basis, maar aan degenen die zich niet hadden aangemeld werd verboden hun beroep nog uit te oefenen. Deze maatregel was voor velen aanleiding zich te laten registreren om niet brodeloos te worden. In de praktijk was er dus lang niet altijd sprake van een idealistische motivatie om lid te worden van de Kultuurkamer, wel van een praktische of opportunistische (informatie afkomstig van NIOD).

Op 28 februari 1943 is Willem van Konijnenburg overleden.[4] Hij werd begraven op Nieuw Eykenduynen in Den Haag. Zijn weduwe Netty veranderde niets aan de laat negentiende-eeuwse woning aan de Jan van Riebeekstraat in het Bezuidenhout en het atelier in het Hofje van Nieuwkoop aan de Prinsegracht. Ze leidde er af en toe belangstellenden rond om de herinnering aan haar echtgenoot gaande te houden, maar toen ze in 1967 stierf was Van Konijnenburg grotendeels vergeten.

Museaal bezit[bewerken | brontekst bewerken]

De grootste verzamelingen Van Konijnenburg bevinden zich in:

Daarnaast hebben onder meer de volgende musea werk van Willem van Konijnenburg in de collecties:

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

  • Willem van Konijnenburg, De aesthetische idee, Den Haag 1916.
  • Willem van Konijnenburg, Karakter der eenheid in de schilderkunst, Den Haag 1910
  • Willem van Konijnenburg, De waarde der impressionistische schilderkunst. Ethiek en aesthetiek, Den Haag 1908
  • Willem van Konijnenburg, Het wezen der schoonheid, Den Haag 1908

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Bas van de Klundert-van der Hof. Willem van Konijnenburg. Schilder van zijn geliefde Geuldal, de kiem van zijn kunstenaarschap. Stichting Historische en Heemkundige Studies in en rond het Geuldal (jaarboek 2021), p. 90-118.
  • Kees van Dooren e.a., De triomf van Thomas van Aquino. Een schilderij van Willem van Konijnenburg, Valkhof Pers 2017
  • Jaap Versteegh, Rondom Tachtig, Pygmalion Beeldende Kunst 2011, p. 41–44
  • Mieke Rijnders, Willem van Konijnenburg. Leonardo van de Lage Landen, Zwolle 2008
  • Christiaan de Moor, De eeuw is mooi begonnen maar niet uitgegroeid, Amsterdam University Press 1994, p. 106–111
  • Sanne van Smoorenburg, De schilders van Tachtig. Nederlandse schilderkunst 1880-1895, wbooks 1994, p. 215–217.
  • Ben Peperkamp en Redbad Fokkema, Ik heb iets bijna schoons aanschouwd. Over leven en werk van P.C. Boutens 1870-1943. 'Vroom priesterschap in heiligen eeredienst', Den Haag 1993, p. 70–87
  • Mieke Rijnders, Willem van Konijnenburg, 1868-1943, Rijksdienst Beeldende Kunst 1990.
  • Jan de Vries, Gemeenschap en wereld-ik, geheel op de wijze der Kunst. Nederlandse kunstkritiek en moderne kunst circa 1900-1920, Amsterdam 1990
  • Carel Blotkamp e.a., Kunstenaren der idee. Symbolistische tendenzen in Nederland, ca. 1880-1930, Den Haag 1978, pp. 102, 113, 137, 147, 149, 158 en 183.
  • E.F. Roelofs-Bleckmann, Albert Roelofs, Den Haag 1951.
  • Gerard Knuttel Wzn., Willem van Konijnenburg, Paletserie Amsterdam 1941
  • H.P van den Aardweg, Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld, Amsterdam 1938, pagina 835
  • Albert Plasschaert, Gerard Knuttel e.v.a., Willem A. van Konijnenburg. Schilderijen en teekeningen in de verzameling G.F.H. van Kooten Kok, Deel 1 t/m 3, Den Haag 1929 (verschenen in het Nederlands, Duits en Engels)
  • H. de Boer, Willem A. van Konijnenburg, Wassenaar 1928

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Willem van Konijnenburg van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.