Naar inhoud springen

Wim van Dinten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Wim van Dinten
Wim van Dinten
Persoonsgegevens
Geboortedatum Leiden, 24 november 1940
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep Emeritus hoogleraar, epistemoloog, organisatiekundige, wiskundige
Werken
Genre(s) epistemologie, culturele antropologie, sociologie, antropologie, organisatiekunde, politieke filosofie
Bekende werken Met Gevoel Voor Realiteit (2002)
Links
sezen
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Wim L. van Dinten (Leiden, 1940) is een epistemoloog, Nederlands organisatiekundige, cultureel antropoloog en politiek-filosoof. Hij was directeur strategie van de Rabobank en bijzonder hoogleraar bedrijfskundige analyse en synthese aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is vooral bekend door zijn werk over wat hij betekenisgeving noemt: de patronen volgens welke mensen, culturen en organisaties betekenis verlenen aan wat zij waarnemen en daarnaar handelen. In 2002 richtte hij samen met Imelda Schouten de Stichting Sezen op, waarin deze ideeën verder worden ontwikkeld.

Van Dinten volgde de mulo en bij de HTS Den Haag elektrotechniek. Hij studeerde daarna wiskunde aan de Technische Universiteit Delft.

Vanaf 1968 ontwikkelde hij voor Philips in het Klinisch Chemisch Laboratorium van het Rotterdamse Dijkzigtziekenhuis de eerste versie van een laboratorium systeem in Nederland en werd aansluitend hoofd van de groep Systeem-markt-ontwikkeling in de Gezondheidszorg.

Na de fusie tussen de Raïffeisen- en Boerenleenbank kreeg hij eind 1973 de leiding over de automatisering van de Rabobank.[1] In 1982 werd hij voorzitter van het Europese platform Bank Operations voor directeuren van automatiseringsdivisies van de grote West-Europese banken. Via dit platform werd overeenstemming bereikt over het gebruik van de open architectuur voor communicatie en werd marktleider IBM gedwongen deze voor Europa te accepteren, naast haar eigen SNA-architectuur.[2] Hij is een van de twee statutaire oprichters van Het Expertise Centrum, dat de overheid adviseert op het terrein van informatievoorziening.

In 1984 werd hij directeur strategie van de Rabobank waar hij o.a. samenwerkte met Pierre Lardinois, Herman Wijffels, Otto W.A. baron van Verschuer, Wim Meijer. In seminars van de Rabobankacademie nodigde hij sprekers uit over ontwikkelingen in de samenleving, politiek en organisaties.[3][4] Hij was sterk voorstander de Rabobank coöperatief te houden en slaagde erin dat over te brengen op de hele organisatie.

In 1987 werd hij bijzonder hoogleraar Bedrijfskundige Analyse en Synthese aan de Erasmus Universiteit. Hij werd vanaf het begin door Uri Rosenthal en Roel in 't Veld gevraagd als docent aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) die door hen in 1988 werd opgericht. Hij was er 12 jaar kerndocent.

De rede waarmee hij als bijzonder hoogleraar in 1989 aantrad[5] stond aan het begin van de zoektocht: hoe staan mensen in de wereld en hoe brengen ze dat in hun manier van organiseren tot uitdrukking?[6] In het internationale banknetwerk werd hij geconfronteerd met vragen van managers[7] die merkten dat de leerstof van westerse universiteiten niet werkte of spanningsvol uitpakte in culturen van niet-westerse landen. De probleemstelling in zijn werk is te omschrijven als: welke patronen in betekenisgeving zijn in het gedrag van mensen te herkennen en onder welke invloeden veranderen die?[8]

In 1999 schreef hij met Alexander Rinnooy Kan en Rijkman Groenink over de gevolgen van internet voor het Nederlands bankbedrijf, waarin zij als uitgangspunt de samenleving kiezen en hoe mensen daarin acteren. In dat zelfde jaar verliet hij de Rabobank.

In 2002 richtte Van Dinten samen met Imelda Schouten de Stichting Sezen op, waarin zijn ideeën over betekenisgeving verder worden uitgewerkt en uitgegeven.

Het centrale begrip in het werk van Van Dinten is betekenisgeving: volgens hem de meestal impliciete patronen waarmee mensen in hun denken, oordelen en handelen samenhang aanbrengen. Hij stelt dat deze patronen niet alleen bij individuen herkenbaar zijn, maar ook in culturen en in de manier waarop organisaties zijn ingericht.[9]

Van Dinten gebruikt het begrip oriëntatie, dat hij omschrijft als de vooringenomenheid waarmee iemand betekenis geeft aan zichzelf en aan de wereld. Hij onderscheidt vier patronen van betekenisgeving: zelfreferentieel, rationeel, sociaal en open (In zijn latere werk wordt de term open vervangen door evolutionair). Die patronen noemt hij de referentiestelsels voor betekenisgeving. Volgens Van Dinten vormt ieder mens hiervan een eigen combinatie, waarbij doorgaans één of twee patronen overheersen. Hij betoogt dat in de westerse samenleving de rationele vorm domineert en introduceert het begrip rationaliteitswig: volgens hem het duiden van andere vormen van betekenisgeving in rationele vorm van betekenisgeving.[10] [11]

In latere publicaties, geschreven met Imelda Schouten, werken zij het begrip definitie van de situatie uit: de vorm van betekenisgeving die in een bepaalde situatie overheerst. Volgens de auteurs ontstaat spanning ("mismatch") wanneer iemands oriëntatie botst met de definitie van de situatie, en gaat machtsstrijd in de kern over de vraag wie die definitie mag bepalen. Daarnaast introduceert Van Dinten het begrip contextgedreven organiseren voor dienstverlening die naar zijn opvatting uitgaat van de vraag en de context van de cliënt in plaats van van de organisatie zelf.[12]

Het werk van Van Dinten wordt sociologisch, (rechts)filosofisch, politiek, bedrijfskundig en antropologisch geïnterpreteerd. Hij gebruikt het begrip betekenisgeving voor de patronen die mensen in het dagelijks leven - in hun denken, doen, besluiten en oordelen - vertonen.

In het werk van Van Dinten is een lijn zichtbaar van een theoretisch fundament (2003), via toepassing op organisaties (2008, 2013) en het brede publiek (2014) naar de maatschappij-analyse (2022, 2023) en de synthese (2025).

Met Gevoel voor Realiteit (2002)[13]

[bewerken | brontekst bewerken]

In dit grondleggende, wetenschappelijk opgezette boek ontvouwt Van Dinten zijn theorie van betekenisgeving: mensen kennen op vier manieren betekenis toe aan verschijnselen, hun oriëntatie (de mix van die vormen) bepaalt hoe ze waarnemen, oordelen en derhalve handelen of organiseren. De boodschap: er bestaat geen beste manier van organiseren; het gaat erom te herkennen welke vorm van betekenisgeving in een omgeving past en met 'gevoel voor realiteit' te organiseren in plaats van vanuit modellen en constructies. Het boek legde het fundament voor alle latere boeken van Van Dinten c.s.

Zijn zij gek of ben ik het? (2008)

[bewerken | brontekst bewerken]

Dit boek schreef hij samen met Imelda Schouten. Ze beschrijven oriëntaties van mensen en de verschillende manieren waarop die organiseren. De term ‘contextgedreven werken en organiseren’ wordt erin gelanceerd. Dat is wat een dienstverlenende organisatie doet waarin mensen met een open en sociale oriëntatie werken. Zo’n organisatie neemt de vragen en problemen van cliënten als uitgangspunt om hen zo goed mogelijk in hun eigen context te helpen. De organisatie bepaalt niet vanuit zichzelf wat voor een cliënt goed is, maar zoekt in contact met de cliënt uit waar die het meest mee is geholpen en hoe die daarna (zonder de organisatie) weer verder kan. In de politie, in gemeenten, in de zorg is deze term inmiddels in gebruik.[14][15][16] De titel van het boek kaart aan dat mensen een wereld van verschil ervaren tussen wat zij menen dat organisaties zouden moeten doen en wat die laten zien.

Passend werken en organiseren in gemeenten (2013)

[bewerken | brontekst bewerken]

Geschreven met Leonie van Dinten. Een praktische handreiking voor gemeenten die door de decentralisaties (o.a. jeugdzorg) taken krijgen toebedeeld, Het boek onderscheidt categorieën diensten: bij standaarddiensten past een systeemgedreven vorm, maar bij individuele diensten en diensten voor leefbaarheid staat context centraal en werkt de systeemgedreven vorm averechts. Voor bestuurders is de opgave te herkennen in welke vorm hun ambtelijke organisatie werkt, en die te corrigeren of te bevestigen al naar gelang wat past. De slotanalyse is kritisch: regeringen, departementen en toezichthouders drukken overal de contextloze systeemgedreven vorm door, ten koste van de kwaliteit van juist die diensten waarvoor gemeenten na de decentralisaties verantwoordelijk worden. Wie passend wil organiseren, begint bij betekenisgeving, niet bij schaalgrootte en systemen.[17]

Voorbij het Vanzelfsprekende (2014)

[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbij het vanzelsprekende is een casusrijk boek vandaar de ondertitel 'op safari in de wildernis van betekenisgeving'. Het leert de lezer de vier vormen van betekenisgeving bij zichzelf en anderen te herkennen, te zien hoe robuust de eigen oriëntatie is, en zo voorbij het vanzelfsprekende van het eigen wereldbeeld te komen.

Het boek is opgebouwd rond herkenning in het dagelijks leven, niet rond theorie. Ieder mens ontwikkelt een eigen mix van vormen, zijn oriëntatie, en die is robuust, "vanzelfsprekend". Je neemt waar vanuit je oriëntatie, zit erin vast en herkent nauwelijks wat erbuiten valt, vandaar naïeve opvattingen over veranderen.

In het laatste hoofdstuk wordt de persoonlijke lijn doorgetrokken naar de samenleving: maatschappelijke processen die niemand wil maar die toch gebeuren, ontstaan doordat we vormen van betekenisgeving niet serieus nemen en bijvoorbeeld zelfreferentialiteit met liberalisme of sociale betekenisgeving met ideologie verwarren. Wie betekenisgeving leert herkennen, krijgt overzicht en kan voorbij het vanzelfsprekende kijken, het is de opmaat voor de latere boeken over de toestand van de samenleving.

Hebben we hier nu voor gekozen? (2015)

[bewerken | brontekst bewerken]

Van Dinten bespreekt hoe betekenisgeving continu in ons leven aanwezig is, en een hoofdrol speelt in wie we zijn en hoe we kijken. Hij signaleert dat mensen er niet aan gewend zijn om dat onder woorden te brengen. In deze publicatie doet hij dat. Hij bespreekt hoe oriëntatieverschillen tot conflicten leiden, hoe strijd om de definitie van de situatie ontstaat. En hij laat zien wat er aan vraagstukken en aanpak van problemen (in de politiek, zorg, stadsontwikkeling) verandert, wanneer betrokkenen een breder spectrum van betekenisgeving als referentie in hun denken en doen gaan gebruiken.

Realiteit en werkelijkheid (2022)

[bewerken | brontekst bewerken]

Het boek volgt een gespreksgroep die het onderscheid tussen realiteit (wat in wisselwerking ontstaat) en werkelijkheid (ordeningen in ons hoofd) uitwerkt, historisch naloopt hoe werkelijkheden dominant werden, en eindigt met een visie op verandering via onderwijs, democratie en journalistiek.

Het boek is een verslag van negentien gespreksessies (ca. 2019–2022, deels tijdens de coronapandemie) van een vaste groep, de verteller (Van Dinten zelf), Anton, Merel, Peter, Ilse, Deniz en later Joost, over de vraag hoe mensen betekenis geven aan wat ze waarnemen.

Centraal staat het onderscheid tussen realiteit (wat in wisselwerking met de omgeving ontstaat en waarneembaar is) en werkelijkheid (de ordeningen, modellen en verhalen die in ons hoofd ontstaan). Mensen geven betekenis via vier vormen: evolutionaire en sociale betekenisgeving (extern georiënteerd, uitgaand van wisselwerking) en zelfreferentiële en rationele betekenisgeving (intern georiënteerd, uitgaand van jezelf of van ordeningen). Ons synthetisch vermogen (Kant), het vloeiend verbinden van beide, is essentieel voor oordeelsvermogen en handelen.

De eerste sessies (1-7) verkennen deze begrippen aan de hand van o.a. de Linda-case van Kahneman, religies als expressies van betekenisgeving, oriëntaties, vormen van pragmatisme en Nietzsches wil tot macht. De middelste sessies (8-14) traceren historisch hoe de huidige toestand ontstond: de grondslagen van de Amerikaanse en Europese democratieën, het in de knop breken van het evolutiebesef (Darwin), en hoe wetenschap, modellen, systemen en technologie ons synthetisch vermogen aftakelden en zelfreferentialiteit dominant maakten. Werkelijkheden zijn boven de realiteit komen te staan; alles wordt uitgedrukt in regels, systemen en geld, met vervreemding, bureaucratie en ecologische ontwrichting als gevolg.

De slotsessies (15-19) zoeken een uitweg: om de toestand te veranderen is een visie nodig, gedragen door mensen met een brede oriëntatie en overzicht. De snelste route loopt via ander primair onderwijs, waarin kinderen een groeimindset opbouwen en leren uitgaan van wisselwerking in de realiteit. Daarnaast zijn een vernieuwde democratie, een dienend rechtsstelsel en kritische journalistiek nodig. De conclusie is de omkering uit de titel: niet langer werkelijkheden vooropstellen, maar uitgaan van de realiteit, waarin werkelijkheden dienend zijn: de weg naar een hoopvolle toekomst voor al wat leeft.

Los het nou gewoon op!? (2023)

[bewerken | brontekst bewerken]

Hierin stelt Van Dinten dat de Nederlandse crises (stikstof, Groningen, toeslagenaffaire, klimaat) geen losse incidenten zijn, maar symptomen van één patroon: een overheid en samenleving die denken en handelen vanuit ordeningen, modellen en geld en zijn losgezongen van de realiteit; de uitweg is opnieuw uitgaan van wisselwerking.

Het boek eindigt met een pleidooi voor journalistiek en informatievoorziening die betekenisgeving zichtbaar maakt. Compact, actueel en polemisch: de toepassing van vormen van betekenisgeving en pragmatisme op de crises van nu.

Voor wie niet nar Mars wil verhuizen (2025)

[bewerken | brontekst bewerken]

Dit boek is een synthesewerk van Van Dinten's hele oeuvre: al het leven is ontstaan uit een uniek kosmisch samenspel: wisselwerking waarin de potentie tot evolutie huist. Wie daarop vertrouwt in plaats van op de rationaliteit waarmee we de aarde uitwonen, vindt de omslag naar een rechtvaardige, leefbare samenleving; verhuizen naar Mars is dan niet nodig.

De titel verwijst naar Elon Musk en de 'vrije jongens' die de aarde uitwonen en hun heil buiten de aarde zoeken. Het boek opent met gemiste signalen van wisselwerking (DNA, de val van de Muur) en beschrijft hoe het eeuwenoude denken in termen van oorzaak en gevolg, van godsbeeld tot technologie-explosie, zijn invloed kon houden, en het besef van wisselwerking blokkeerde.

De kernhoofdstukken behandelen systematisch de vormen van betekenisgeving mét hun bijbehorend pragmatisme: evolutionair (groeien in wisselwerking, Play), rationeel (wetenschap, modellering van rechtssystemen, Game), groepssociaal en individueel-sociaal (religie, verzorgingsstaat) en zelfreferentieel (van zelfbeeld tot dramaturgisch handelen). Met een brede oriëntatie is een mens in de verschillen tussen mensen, culturen en organisaties, en zie je hoe technologie en leiderschap interne oriëntaties uitnodigden. Vervolgens toont het boek hoe gebrek aan overzicht ons opbreekt: geloof dat spiritualiteit verhaspelde, een democratische rechtsstaat die wisselwerking aan de basis blokkeert, en neoliberalisme dat evolutionaire en sociale betekenisgeving verdringt.

Het slot schetst een 'kosmisch geïnspireerde rechtvaardige samenleving': ethiek en een rechtssysteem waarin evolutionaire betekenisgeving leidend is, leven als onafgebroken leren uit waarnemen en ervaren, het verbreden van je eigen oriëntatie, en zo een eind aan de gektes van deze tijd.

  • De betekenis van de automatisering voor de ontwikkeling van het Nederlands bankbedrijf (W.L. van Dinten, J.W. van Dijk, P.J.W. Friso) – NIBE pre-adviezen, jaardag 1978.
  • De coöperatie die Rabobank heet (H.R. van Gunsteren, G. Broekstra, B. Kee, E.A. Rinnooij Kan, P. Kuypers, W.L. van Dinten)– SMO-notitie 1998, ISBN 90-6962-146-0.
  • Democratie, dimensies en divergenties – Van Descartes via Darwin naar Guéhenno (J.K.M. Gevers, C.J.M. Schuyt, H.R. van Gunsteren, W.L. van Dinten) – VUGA/Rabobank 1996, ISBN 90-5250-553-5.
  • De invloed van e-commerce op het bankbedrijf (W.L. van Dinten, R.W.J. Groenink, A. Rinnooij Kan)- NIBE-SVV, ISBN 978-90-5516-143-0.
  • Landbouw en samenleving: Etalage van maatschappelijke vraagstukken – essay voor de verkenning ‘veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015’. – NRLO-rapport 197/41, ISBN 90-5059-052-7.
  • Maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties – over invloed op sociale cohesie en levensgeluk (W.L. van Dinten, F. Trompenaars, J.C.M. Leijten, R. Scheerens, T. Beckers), SMO-notitie 1997, ISBN 90-6962-138-X.
  • Met gevoel voor realiteit – over herkennen van betekenis bij organiseren, 2002 Eburon, stichting Sezen, ISBN 90-5166-850-3.
  • Zijn zij gek of ben ik het? – Hoe je oriëntaties gebruikt bij organiseren (W.L. van Dinten, I.F.M. Schouten), 2008 Eburon, stichting Sezen, ISBN 978-90-79768-01-1.
  • Voorbij het vanzelfsprekende – Op safari in de wildernis van betekenisgeving (W.L. van Dinten en I.F.M. Schouten), 2014 Prometheus – Bert Bakker, ISBN 978-90-351-4124-7.
  • "Hebben we hier nu voor gekozen?", 2015 Eburon, Stichting Sezen, ISBN 978-90-79768-028.
  • Realiteit en Werkelijkheid, vooruitgave (W.L. van Dinten, I.F.M. Schouten), 2022 Eburon, Stichting Sezen, ISBN 978-907-976-8035.
  • Realiteit en Werkelijkheid – Naar een hoopvolle toekomst (W.L. van Dinten, I.F.M. Schouten), 2022 Eburon, Stichting Sezen, ISBN 978-907-976-8035.
[bewerken | brontekst bewerken]