Wintervoeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Wintervoeding is een algemeen woord dat naar voeding van mens of dier tijdens de winter verwijst.

Meer specifiek wordt hier vaak het bijvoederen van vogels tijdens de winter mee bedoeld.

Wintervoeding van vogels[bewerken]

Vogelsporen in de sneeuw bij een foerageerplaats.
Vetbolletjes aan een vogelhuis.

Vooral als het vriest en er sneeuw is gevallen, kan het moeilijk zijn voor vogels om voldoende voedsel te vinden. Veel mensen helpen deze dieren hierom te overleven, door het strooien van strooivoer en het ophangen van vetbolletjes en pindanetjes en dergelijke, en het geven van brood aan watervogels zoals eendjes.

In veel winkels zijn in de winter vogelhuisjes, vetbolletjes en pindanetjes in de aanbieding.

Wetenschappers zijn het er niet over eens of bijvoederen enkel in de winter verstandig is. Volgens sommigen kan het hele jaar door probleemloos bijgevoerd worden, volgens velen is het echter onverstandig dit te doen tijdens zachtere weersomstandigheden. Bijvoederen tijdens gunstige weersomstandigheden maakt vogels onnodig afhankelijk van de mens. Bovendien krijgen zij zo minder gevarieerde voeding binnen. Het is immers gemakkelijker om een pindanetje leeg te eten dan om zelf zaden te zoeken. Een eenzijdig voedselpatroon komt de gezondheid van de vogels niet ten goede.

Behalve vetbollen en pindanetjes zijn de volgende voeders zeer geschikt voor verschillende soorten vogels: strooizaad, bruin brood, fruit, hazelnoten, kaaskorsten (zonder plastic!) krenten en rozijnen. Spechten zullen graag eten van een stuk spekzwoerd dat aan een boom is bevestigd.

Beslist ongeschikt zijn: boter en margarine (dit werkt laxerend) en gezouten, gekruid of suikerhoudend voedsel. Vet in oliebollen die als voedsel in het water worden gegooid, schaadt het verenkleed van watervogels ernstig.

Bij het verstrekken van voedsel is het belangrijk om rekening te houden met de veiligheid van de etende vogels. Voederen op en langs autowegen is onverstandig. Voedertafels en huisjes dienen buiten bereik van katten te worden geplaatst. Voedsel voor vogels die bij voorkeur van de grond eten kan op een plaats vlakbij struiken worden gestrooid, zodat de vogels de gelegenheid hebben om voor katten te schuilen.

Naast het op bovengenoemde manieren kunstmatig bijvoeren, is het ook mogelijk dit op een natuurlijke manier te doen, door het aanplanten van besdragende struiken in de tuin.

Drinkwater[bewerken]

Vogels eten sneeuw en rijp om in hun behoefte aan vocht te voorzien. Dit is volkomen normaal. Bij droge vorst zijn vogels in gecultiveerde gebieden gebaat met verstrekking van drinkwater. Water dient te worden gegeven in een ondiep schaaltje met gaas eroverheen gespannen. Dit voorkomt dat de vogels gaan baden en bevriezen. Er mag niets aan het drinkwater worden toegevoegd om bevriezing te voorkomen. Suiker, zout, glycerine en dergelijke vormen een grote bedreiging voor de gezondheid van vogels. Plaats ook geen vlam onder het drinkschaaltje, vogels uit koude streken kennen het fenomeen van warm water niet en ze zouden zich verbranden.