Witte Kaproenen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Witte Kaproenen (14e en 15e eeuw) was een soort politiekorps te Gent, waarvan de leden een wit hoofddeksel als herkenningsteken (kaproen) droegen. Zij hielden booswichten aan, ordenden het verkeer bij plechtigheden en waren de lijfwacht van de ambachtsdeken.

Tijdens de aanvang van de Gentse opstand in 1379, waren het de Witte Kaproenen onder Jan Hyoens, die de Bruggelingen beletten het Kanaal Gent-Brugge naar de Leie te graven.

Door hertog Filips de Goede na de slag bij Gavere (23 juli 1453) ontslagen, werden zij opnieuw aangesteld in 1476 door de stad Gent, maar verdwenen definitief in 1492 (Vrede van Kadzand)

Ter vergelijking: het korps in de stad Brugge en Ieper werd aldaar respectievelijk de 'Rode' en de 'Blauwe Kaproenen' genoemd.


De Brugse vaart [1]

De Witte Kaproenen werd tegen de Brugse delvers, die aan het werk waren tussen St.-Joris en Aalter, ingezet. Enkelen werden, o.m. aan de Nieuwendam, gedood en anderen werden verjaagd. Vrij vlug na het treffen hield de graaf persoonlijk parlement'* met de beide partijen te Knesselare. Hierop werden de delfwerken in '"t Gentsche" stil gelegd, maar de Gentse eis, de delfwerken in hun gebied te vullen, werd niet ingewilligd. Het Brugse gedeelte en ook de Hoge Kale, vanaf het Woestijnegoed, werden verder bevaren. Hiermee was echter de strijd tegen de graaf niet gedaan. De Gentenaars spaarden niets wat "graafs" was. Lodewijk van Vlaanderen (+1396), ook genoemd de Fries, was toen "heer" van het Land van de Woestijne. Het omwalde "huus ter Woestinen" en andere kastelen uit de omgeving werden bezet (1381). Het jaar nadien ondergingen echter de Gentenaars de verschrikkelijke nederlaag te Westrozebeke, wat het einde betekende van de macht van de Gemeenten.

Hernieuwing van het plan in 1585

In 1584 deden de Bruggelingen een nieuwe poging om hun twee eeuwen oude plan te verwezenlijken. Voor de derde maal kregen zij de toelating, nu van Filips II , om hun Zuidleie met de Leie, tussen Grammene en Gottem, te verbinden. De vaart zou volgende weg volgen : vanaf St.-Joris naar de Nieuwendam, over de Sterrewijk (toen Loofstraete) nabij de "Vijf Ringen" neLSLV de Poekebeek en de Leie. Wellicht werd deze richting gekozen omdat de heuvelrug die ze moesten doorkruisen daar amper 500 m. breed was en ongeveer 21 m. boven de zeespiegel lag, d.i. juist ten noorden van de Sterrewijk. Men begon op meerdere plaatsen te delven, o.m. op de zuidkant van Aalter, daar waar nu de Oude Leikenbeek stroomt. Toen noemde men het de "Nieuwe Leie".

"Vaert gemaect anno 1585" op de zuidkant van Aalter (Flandria Illuslraia ll-l)


De Witte Kaproenen vanuit Aalters oogpunt

Aalter als knooppunt voor de Brugse waterwegen [2]

Louis II of Flanders-Lodewijk van Male (1330-1384)

In de middeleeuwen kende Brugge dankzij de verbinding met de zee een enorme bloei. Toen vanaf de 13de eeuw het Zwin begon te verzanden, rees het plan om zoveel mogelijk water te brengen naar de waterwegen rond de stand. Een mogelijkheid in oostelijke richting was het uitdiepen van de ‘Zuutleye’ of ‘Brugse Leie’. Deze waterloop ontsprong in Beernem en liep zo af naar het westen. De Bruggelingen probeerden echter meerdere malen een verbinding te leggen met het riviertje de Hoge Kale of Durme, dat ergens ten oosten van St.-Joris ontsprong en zo naar het oosten liep. Het landschap besliste er echter anders over: de natuurlijke loop kon niet zomaar naar het westen worden afgeleid.

Brugge bleef echter hunkeren naar meer water en ook naar meer hinterland. In de 14de eeuw kreeg de stad toelating van graaf Lodewijk van Male om verbinding te maken met de Leie in Deinze. Dit verbindingskanaal begon aan de bovenloop van de ‘Zuutleye’ en dus op grondgebied Aalter. In gespannen verhouding met de graaf en uit vrees voor financieel-economisch verlies zag Gent dit met lede ogen aan. Zouden de schepen die op de Leie voeren niet eerder kiezen voor Brugge dan voor Gent eenmaal de nieuwe verbinding er was? De stad ondernam actie en stuurde de stadsmilitie van de Witte Kaproenen om de Bruggelingen mores te leren. De Brugse plannen vielen letterlijk in het water…

Naar het einde van de 16de eeuw kregen de Bruggelingen een nieuwe toelating (van Filips II) om verbinding te maken met de Leie in Deinze. Het tracé liep over de huidige Sterrewijk naar de Poekebeek. Er werden graafwerken opgestart en sommige van die werken bleven nog lang zichtbaar in het landschap. Maar ook nu weer kwam er Gents protest en konden de plannen niet worden voltooid. In 1613 zetten de vorsten Albrecht en Isabella de werken in gang om Gent met Brugge te verbinden en enkele jaren later was dit kanaal een feit. Brugge was intussen reeds lang zijn grandeur als ‘zeehaven’ kwijt.

Meer lezen: R. DEFRUYT, De Brugse vaart naar aanleiding van de 600ste verjaardag van de Slag van de Witte Kaproenen (1379-1979) in Land van de Woestijne, 1979, 1, 3-19


De ‘slag’ der Witte Kaproenen [3]

In het collectieve geheugen van Aalter leeft sinds enkele decennia het idee dat er op het grondgebied van de gemeente in 1379 een ‘slag’ plaatsvond tussen Bruggelingen, die een kanaal aan het graven waren, en de Gentse stadsmilitie, de Witte Kaproenen. Op de officiële site van de gemeente [4] wordt dit verder toegelicht. Bij wat wellicht het grootste Aalterse herdenkingsevenement met historische inslag was in de 20ste eeuw (de stoet ter herdenking van 1000 jaar Aalter in 1974), bleek de uitbeelding van dit gevecht bijzonder tot de verbeelding te spreken. Het is misschien toch aangewezen om daar even een paar kanttekeningen bij te maken.

Om te beginnen ging het niet om een veldslag zoals wij ons dat meestal voorstellen. Er was niet echt sprake van twee legers. Het betrof de Gentse stadsmilitie (vermoedelijk een paar honderd man sterk) die arbeiders die voor Brugge een waterweg aan het graven waren (voor de context: klik hier) te lijf ging. Deze laatste kozen vlug het hazenpad maar wellicht vielen een paar onfortuinlijke kerels in Gentse handen. In de brede loop van de geschiedenis was dit maar een van de aanleidingen in wat uiteindelijk later zou beschouwd worden als 'de Gentse oorlog' tegen de graaf van Vlaanderen (1379-1385). Maar stellen dat dit ‘een belangrijke slag’ was, lijkt ons toch wel sterk overdreven.

Bovendien spreken de verschillende bronnen elkaar sterk tegen. Deze bronnen zijn overigens meestal kronieken, de een al betrouwbaarder dan de andere. Er is alvast flink wat onduidelijkheid over de plaats waar de schermutseling zich afspeelde. Was het in St.-Joris? Of was het in Knesselare (zoals bijvoorbeeld ook De Potter en Broeckaert dachten)? Of was het dan toch maar in Aalter? Het ‘gevecht’ (dat er waarschijnlijk geen was) zal zich wel in de streek hebben afgespeeld, maar verder is er zeker grote onduidelijkheid.

Wie heeft dit dan ooit zo gelanceerd? Waarschijnlijk zijn het de eerste heemkundigen die zowat per toeval op dit feit zijn gebotst. Zo is deze ‘slag’ zijn eigen gaan leven gaan leiden. Door een aantal populariseringen (er was reeds in 1964 een ‘grootse historische stoet’ waarin Aalter de ‘Witte Kaproenen’ herdacht) is dit historische feit verder geïnterpreteerd.

 Maar zelfs een groot wetenschappelijk colloquium ter gelegenheid van de 600ste(!)-verjaardag van dit gevecht, kon vanuit historisch standpunt maar weinig nieuws aanbrengen. Wat andermaal doet vermoeden dat dit herinneringsbeeld een constructie is, ergens uit de jaren 1960. ‘Wij herdenken, dus wij bestaan,’ zo noemt de Nederlandse historicus Jos Perry dit in zijn gelijknamig boek. Een historisch feit gebruikt om een gemeenschappelijk gevoel rond te creëren: het lijkt ons een interessant uitgangspunt, ook voor de ‘Slag der Witte Kaproenen’…

Meer lezen: J. PERRY, Wij herdenken, dus wij bestaan, Nijmegen, 1999

  1. Roger Defruyt De Brugse vaart naar aanleiding van de 600ste verjaardag van de Slag van de Witte Kaproenen (1379-1979) in Land van de Woestijne, 1979, 1, 3-19.
  2. Peter Laroy; 9 februari 2011; http://geschiedenisvanaalter.blogspot.be/2011/02/aalter-als-knooppunt-voor-de-brugse.html
  3. Peter Laroy; 9 februari 2011; http://geschiedenisvanaalter.blogspot.be/2011/02/de-slag-der-witte-kaproenen.html
  4. http://www.aalter.be/