Wolfgang Amadeus Mozart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wolfgang Amadeus Mozart
componist
Mozart, portret door Johann Nepomuk della Croce, 1780
Mozart, portret door Johann Nepomuk della Croce, 1780
Volledige naam Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart
Bijnaam Amadé, Amadeo (zo noemde Mozart zichzelf vaak)
Geboren 27 januari 1756
Overleden 5 december 1791
Land Flag of the Habsburg Monarchy.svg Oostenrijk
Religie Rooms-katholiek
Jaren actief 32
Stijl Classicisme
Nevenberoep Pianist, dirigent, violist
Handtekening Handtekening
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Beluister

(info)

Wolfgang Amadeus Mozart[1] (Salzburg, 27 januari 1756Wenen, 5 december 1791), eigenlijk Joannes Chrysostomus Wolfgangus Theophilus Mozart, was een uit het prinsaartsbisdom Salzburg (in het tegenwoordige Oostenrijk) afkomstige componist, pianist, violist en dirigent. Mozart was een wonderkind, dat op uitzonderlijk jonge leeftijd viool, klavecimbel en orgel speelde en kwalitatief hoogstaand werk componeerde. Als veelzijdig componist presteerde Mozart in vele genres, waaronder vocale (opera, Singspiel, missen) en instrumentale orkestmuziek als de symfonie en concertante muziek (met name pianoconcerten, serenades en divertimenti). Ook componeerde hij voor kleinschaliger bezettingen, waaronder sonates voor diverse instrumentale bezettingen en strijkkwartetten en -kwintetten. Mozart wordt naast Johann Sebastian Bach en Ludwig van Beethoven gerekend tot de componisten die binnen een traditie nieuwe muzikale concepten bedachten en die diepgaande invloed uitoefenden op alle na hen komende componisten. Mozarts werk wordt gerekend tot de muziek van de klassieke periode. Samen met Joseph Haydn en Ludwig van Beethoven vormt hij, muziekhistorisch gezien, de Eerste Weense School.

Naam[bewerken]

Doopceel van Mozart

Mozart gebruikte de eerste twee voornamen (Joannes Chrysostomus) nooit. Als jongeman ondertekende hij zijn brieven bij voorkeur met Amadé.[2] Later gaf hij de voorkeur aan Wolfgang Amadé, soms Amade, maar slechts drie keer gebruikte hij in intieme familiebrieven de naam Amadeus, maar dan louter om humoristische redenen ('Amadeus Wolfgangus Mozartus'). In enkele gevallen gebruikte hij de naam Wolfgang Gottlieb of alleen Wolfgang, WA of eenvoudigweg Mozart, WMZT of MZT. In Italië schreef hij soms Wolfgango Amadeo. In officiële aankondigingen is de meest gebruikte vorm W.A. Mozart, Wolfgang Mozart en Wolfgang Amade Mozart. Zijn namen als kind waren Wolfgangerl en Wolferl. Zijn vrouw Constanze gebruikte de koosnaam Wolfi.[3]

Amadeus en Gottlieb zijn de Latijnse, respectievelijk de Duitse vorm van het Griekse Theophilus. Theophilus is de persoon aan wie het Evangelie volgens Lucas en de Handelingen van de apostelen zijn opgedragen.

Biografie[bewerken]

Jeugdjaren[bewerken]

Geboortehuis van Mozart, Getreidegasse 9, Salzburg

Mozart werd op 27 januari 1756 geboren in de Getreidegasse op nummer 9 in Salzburg, dat destijds tot het Heilige Roomse Rijk behoorde. Zijn ouders waren componist en violist Leopold Mozart en Anna Maria Pertl, die niet kon lezen.

De grand tour van de Mozarts[bewerken]

De jonge Mozart door Jean-Baptiste Greuze ca. (1764)
Portret van Mozart in Dresden door Doris Stock, 1789
Portret van Mozart door Joseph Lange (1751-1831). Detail van onvoltooid portret, 1790 (?)
Beeld van Mozart in Wenen. Foto 2003

In juni 1763 ving de familie Mozart een grand tour door Europa aan die meer dan drie jaar zou duren en die begon met een bezoek aan Beieren, Zwaben, Württemberg, de Palts en Rijnland. In september deden ze onder meer Luik, Tienen en Leuven aan. In oktober arriveerden ze in Brussel waar ze hoopten op een recital in de aanwezigheid van landvoogd Karel Alexander van Lotharingen (broer van keizer Frans I Stefan). De landvoogd bleek meer geïnteresseerd in de jacht dan in de muziek en stelde het geduld van vader Leopold zwaar op de proef. Uiteindelijk vertrok de familie naar Parijs waar ze een concert gaf voor koning Lodewijk XV. Hier werd Mozarts muziek voor het eerst gepubliceerd. Via de oversteek naar Dover ging het in april 1764 richting Londen, waar koning George III hen ontving. Tijdens hun verblijf werd vader Leopold zeven weken ziek. Aldaar ontmoette de jonge Mozart Johann Christian Bach, bijgenaamd de "Londense Bach". In augustus keerde de hele familie terug naar het vasteland. Ze overnachtten in Gent en reisden verder naar Antwerpen waar de jonge Mozart het orgel in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal bespeelde. Per trekschuit voeren ze van Rotterdam naar Den Haag, waar ze op 11 september 1765 aankwamen. Na een hof-concert voor Prinses Caroline van Nassau Weilburg en de Prins van Oranje, werd ook een concert op 30 september in de zaal van de Oude Doelen gegeven door Mozart. Zijn zus Nannerl en daarna Mozart werden ernstig ziek en het duurde tot 22 januari voor ze voldoende hersteld waren om recitals te geven. De familie Mozart reisde vervolgens naar Amsterdam voor twee concerten in de Manegezaal aan de Leidsegracht (1744-1881)[4][5] en weer retour naar 's Gravenhage. Op 11 maart 1766 woonden de Mozarts de plechtige inhuldiging bij van stadhouder Willem V in Den Haag. Voor die gelegenheid componeerde Mozart er een reeks variaties op het Wilhelmus (KV 25).[6][7] Ze reisden daarna naar Haarlem, waar Amadeus op het Müllerorgel van de Grote of Sint-Bavokerk speelde, Amsterdam, met een concert op 16 april in de Manegezaal, en naar Utrecht, waar Mozart en Nannerl op 21 april een concert gaven in het Bijlhouwersgildehuis (aan het Vredenburg).[8] In mei was de familie opnieuw in Parijs vanwaar ze via onder meer München naar Salzburg terugkeerden.

Italiaanse reis[bewerken]

In 1769 werd Mozart benoemd tot onbezoldigd concertmeester aan het hof van aartsbisschop Hieronymus von Colloredo van Salzburg. Vanaf dan reisden vader en zoon Mozart samen en trad Wolfgang solo op. Op 11 april hoorde de jonge Mozart in de Sint-Pietersbasiliek in Rome het Miserere van Gregorio Allegri dat nooit ter inzage werd gegeven en hij wist de compositie nadien feilloos op papier te zetten. In juli 1770 ontving hij in Rome uit handen van de paus de Orde van het Gulden Spoor. Kort daarna begon hij te werken aan zijn opera seria Mitridate (KV 87) die in december in première ging in het Teatro Ducal te Milaan. De opera oogste er veel succes. Op 5 januari 1771 behaalt hij het diploma van de Accademia Filarmonica in Verona nadat hij eerder al een soortgelijk getuigschrift had ontvangen van de Accademia te Bologna op 10 oktober 1770. In januari 1773 componeerde Mozart het motet Exsultate, jubilate (KV 165) voor de castraatzanger Venanzio Rauzzini als dank voor zijn verdiensten in Mitridate.

Reis naar Parijs[bewerken]

De reislust van Leopold Mozart is in 1777 de oorzaak van zowel zijn ontslag als dat van Wolfgang. Leopold vertrok met moeder Anna Maria Pertl en Wolfgang richting Parijs, in de hoop aldaar een aanstelling te krijgen voor zijn zoon. Eerst verbleven ze kort in München. Zonder succes reisden ze verder naar Leopolds familie in Augsburg. In oktober ontmoette Mozart hier zijn nichtje Maria Anna Thekla ('das Bäsle'), met wie hij een intieme relatie had en met wie hij een pikante correspondentie voerde, die latere biografen in verlegenheid heeft gebracht.[9] Tijdens hun verblijf in Mannheim nodigde Fridolin Weber hem uit. Mozart gaf bij de familie Weber zanglessen aan de oudste van vijf dochters Aloysia, op wie hij verliefd werd. Zijzelf had nauwelijks zangervaring, maar bezat een wondermooie stem, aldus Wolfgang. Na een boze brief van Leopold Mozart, reisde hij samen met zijn moeder tot in Parijs. Tijdens hun verblijf bij baron Friedrich Melchior Grimm te Parijs bracht de moeder haar dagen door in een slecht geluchte, kille en vuile kamer. Ze voelde zich eenzaam en werd ziek. Mozart verdiende nauwelijks geld, maar werd overal uitgenodigd om 'gratis' te spelen. In deze periode schreef Mozart zijn balletmuziek Les Petits Riens (KV 299b) en de Parijse symfonie in D groot (KV 297). De symfonie beleefde haar triomfantelijke openbare première tijdens de Concerts Spirituels op 18 juni.

Dood van moeder[bewerken]

Op 3 juli 1778, na een wekenlange ziekte, stierf Mozarts moeder. Na een verblijf van zes maanden in Parijs keerde Mozart alleen naar München terug. Daar bood de familie Weber, die kort daarvoor Mannheim had verlaten, hem onderdak. Aloysia negeerde Mozarts avances. Op dat moment besefte Wolfgang dat het nooit iets zou worden tussen hun beiden.

Terugkeer in Salzburg[bewerken]

Op aandringen van vader Leopold keerde Mozart uiteindelijk naar Salzburg terug waar hij voor een salaris van 450 gulden opnieuw werd aangesteld aan het bisschoppelijk hof. Zijn taken waren divers: musiceren, het knapenkoor onderrichten en zowel geestelijke als wereldlijke muziek componeren. In januari 1780 ging zijn opera Idomeneo (KV 366) in première in het Residenztheater te München, bijgewoond door vader Leopold en zus Nannerl.

Wenen en huwelijk[bewerken]

In zijn geboortestad Salzburg voelde Mozart zich weinig gewaardeerd. Het ongenoegen en de ergernis stapelden zich op. Het kwam tot een uitbarsting, waarbij de componist op staande voet ontslagen werd tijdens een bezoek aan het hof van keizer Jozef II in Wenen (1781). Graaf Georg Anton Felix Arco trapte hem de deur uit. Hij reisde naar Wenen en vond er onderdak bij de familie Weber (intussen verhuisd van Mannheim via München naar Wenen), waar hij ditmaal verliefd werd op de tweede dochter, de zangeres Constanze. De gevoelens waren wederzijds. Vader Leopold was boos dat Wolfgang bij de Webers verbleef en zag hierin een tweede poging van mevrouw Weber (intussen weduwe) om haar dochters uit te huwelijken. Hij schreef Wolfgang onmiddellijk zijn bevelen op te volgen en uit de buurt van de Webers te blijven.

Muzikaal ging het hem inmiddels voor de wind: de uitvoering op 16 juli 1782 van het Singspiel Die Entführung aus dem Serail (KV 384) in het Weense Burgtheater was een eclatant succes. In dezelfde maand componeerde Mozart zijn Haffner-symfonie in D groot (KV 385).

Mozarts gevoelens voor Constanze werden serieuzer. De smeekbedes konden Leopold niet vermurwen zodat uiteindelijk, zonder vaderlijke zegen, Mozart op 4 augustus 1782 huwde met Constanze in de Stephansdom te Wenen. Leopolds schriftelijke toestemming arriveerde uiteindelijk nadat het huwelijk al voltrokken was.

Het waren voor Mozart persoonlijk gelukkige jaren: hij gaf muzieklessen en zijn concerten werden door het publiek gesmaakt. De muziekuitgever Artaria overwoog zijn composities uit te geven en voor het eerst schreef een muziektijdschrift (Magazin der Musik) over een van zijn concerten. Mozart werd ondersteund en gestimuleerd door baron Gottfried van Swieten, die hem liet kennismaken met oude muziek van Bach en Händel.

1783 - 1785[bewerken]

In oktober 1783 werd de (onvoltooide) Mis in c klein (KV 427) in Salzburg opgevoerd. Constanze zong er een van de sopraanpartijen. Tijdens de terugtocht naar Wenen werd halt gehouden in Linz, waar Mozart een nieuwe symfonie in C-groot componeerde (KV 425, Linzer symfonie). In februari 1784 begon hij met het aanleggen van een chronologische catalogus van zijn werk, de Verzeichnüss, die hij tot zijn dood nauwgezet bijhield.

Drie maanden later trad Mozart toe als lid van de vrijmetselaarsloge Zur Wohltätigkeit. Enige tijd later ontmoette hij de componist Joseph Haydn, die hoog opgaf van Mozarts muzikale kwaliteiten. Die bewondering was wederzijds: Mozart zou later zes in die tijd gecomponeerde strijkkwartetten (KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465) aan Haydn opdragen. In april 1785, een maand na de eerste uitvoering van Mozarts oratorium Davidde penitente (KV 469), meldde ook vader Leopold zich aan bij de vrijmetselaars, op aandringen van Wolfgang. Kort daarna schreef Mozart de vijf minuten durende Maurerische Trauermusik in c-klein (KV 477) ter nagedachtenis van twee overleden logebroeders.

1786[bewerken]

In februari 1786 vond op het Schloss Schönbrunn in aanwezigheid van keizer Jozef II een bijzondere wedstrijd plaats: Mozarts Der Schauspieldirektor (KV 486) en Salieri's Prima la musica e poi le parole dongen er om de eerste prijs. Salieri won, Mozart kreeg de troostprijs van 50 dukaten.

In april speelde Mozart zijn pianoconcert in c-klein (KV 491, nr. 24), een werk dat door Ludwig van Beethoven bewonderd werd en waarvoor hij cadensen schreef. Op 1 mei van hetzelfde jaar vond in het Burgtheater te Wenen de eerste uitvoering plaats van de opera buffa Le nozze di Figaro (KV 492). Het libretto was van de hand van Lorenzo da Ponte die zich daarvoor baseerde op het Franse, door Jozef II verboden, toneelstuk Le mariage de Figaro van Pierre Beaumarchais. Ook in Praag werd Figaro enthousiast onthaald. Mozart, vergezeld van zijn vrouw Constanze, reisde in januari 1787 naar de stad om er persoonlijk een opvoering van de opera te dirigeren. Tijdens zijn verblijf aldaar beleefde de Praagse symfonie in D-groot (KV 504, Symfonie nr. 38) haar première.

1787 - 1791[bewerken]

In 1787 reisde Ludwig van Beethoven naar Wenen om les te krijgen van Mozart. Van een persoonlijke ontmoeting tussen beide componisten is echter niets bekend. Op 28 mei stierf vader Leopold Mozart. In datzelfde jaar verkreeg Mozart van de muziekminnende dubbelmonarch Jozef II de titel van königlich und kaiserlich of k.k. Kammerkompositeur. Hij was zodanig in de wolken, dat hij aan een vriend schreef: "Nu sta ik voor de poorten van het geluk". Deze keizerlijke benoeming betekende voor de componist een aanzienlijke statusverhoging. Deze betaalde aanstelling zonder al te veel verplichtingen met voldoende bewegingsvrijheid voorzag hem voor altijd van het officiële stempel van hofcomponist. Na deze aanstelling vond er een uitbarsting van creativiteit en vernieuwing plaats van Mozarts compositorisch kunnen. Mozartbiograaf Christoph Wolff stelt in dit verband dat men vanaf dan kan gewagen van een imperial style in zijn muziek.

In het najaar zijn de Mozarts opnieuw te Praag waar de opera Don Giovanni werd opgevoerd op 29 oktober. Voor het libretto had Mozart andermaal kunnen rekenen op het vakmanschap van Da Ponte. In december van dat jaar kreeg Wolfgang een aanstelling als kamermusicus aan het hof van keizer Jozef II, alweer tegen een mager salaris dat niet volstond om zijn schulden te voldoen. De opera Don Giovanni werd in Wenen maar matig gewaardeerd.

Op 26 januari 1790 — een dag voor Mozarts vierendertigste verjaardag — vond in Wenen met veel bijval de eerste uitvoering plaats van de opera Così fan tutte (KV 588). Dit is de derde (en laatste) Mozart-opera waarvoor Da Ponte het libretto schreef. In 1790 stierf Jozef II (13 maart 1741 – 20 februari 1790), keizer van het Heilige Roomse Rijk (van 1765 tot 1790). Hij werd opgevolgd door Leopold II die niet zo in muziek geïnteresseerd was als zijn voorganger.

Op 4 maart 1791 gaf Mozart zijn laatste publieke optreden in de Jahnsche Saal als componist en pianovirtuoos met een uitvoering van het pianoconcert in Bes-groot (KV 595, nr. 27). In zijn streven uiteindelijk kapelmeester te worden solliciteerde hij in april 1791 met succes voor het baantje als onbetaald assistent van Leopold Hofmann, de kapelmeester van de Stephansdom in Wenen met recht van opvolging. In juni schreef hij in Baden de muziek van het Ave Verum. Tijdens de zomer legde hij zich toe op de werken van Georg Friedrich Händel, waarvan hij bewerkingen maakte (onder meer Alexander's Feast en Ode for Saint Cecilia's day[bron?]).

Op 26 juli werd Mozarts vierde zoon, Franz Xaver Wolfgang Mozart, geboren, die later een bescheiden carrière zou maken als componist onder de naam van zijn vader (Wolfgang Mozart junior). In augustus reisde de familie Mozart naar Praag voor de kroning van Leopold II als koning van Bohemen. Voor die gelegenheid componeerde hij een bestelde opera: La clemenza di Tito. Mozart bezocht er de Praagse vrijmetselaarsloge Zur Wahrheit und Einigkeit waar zijn cantate Die Maurerfreude uitgevoerd werd. Medio september voltooide de componist de door Emanuel Schikaneder bestelde opera: Die Zauberflöte. Bij de première op 30 september dirigeerde hij zelf de opera die een groot succes kende en 20 uitvoeringen beleefde.

Ziekte en dood, eind 1791[bewerken]

Grafteken voor Mozart op de begraafplaats St. Marx in Wenen. Pas in 1855 werd de waarschijnlijke locatie van Mozarts graf vastgesteld, maar absolute zekerheid bestaat daarover nog steeds niet.

Hoewel hij uitgeput was door het vele werk, aanvaardde hij toch een geheime opdracht van graaf Franz von Walsegg: een Requiem (KV 626). Overwerkt werd Mozart gekweld door een depressie en door de waanvoorstelling dat hij vergiftigd is. Door het succes van zijn Kleine Freimaurer-Kantate (Laut verkünde unsre Freude, KV 623) die werd uitgevoerd bij de opening van de nieuwe Weense loge Zur gekrönten Hoffnung, raakt hij wat opgemonterd.

Aan zijn ziekbed gaat een repetitie door van vocale partijen van reeds voltooide delen van het grotelijks nog onvoltooide requiem. Daarbij vervullen de vrienden van het Freihaustheater de zangpartijen terwijl Mozart zelf de altpartij voor zich neemt. Vanaf 20 november werd hij ernstig ziek en blijft in bed. Daarna overlegden de artsen Closset en Sallaba over de toe te passen behandeling. Begin december was hij aan de beterende hand. De avond van de vierde december was hij zeer helder van geest. Mozart overleed om vijf minuten voor één uur op 5 december 1791. Het Requiem bleef daardoor onvoltooid. Mozart heeft dan nog veel muziek schetsmatig gecomponeerd maar niet volledig uitgeschreven.[10]

Na een korte uitvaartmis in de Stephansdom werd Mozart begraven op de Sankt Marxer Friedhof te Wenen in een eenvoudig, algemeen graf. Enkele dagen later, op 10 december 1791, werd in de Michaelerkirche een mis gezongen te zijner nagedachtenis, waarbij de door Mozart voltooide delen van het Requiem werden uitgevoerd.[11]

Doodsoorzaak[bewerken]

Over de doodsoorzaak wordt zelfs tot op heden gediscussieerd. Twee serieuze werken die dit onderwerp behandelen zijn: Mozarts Tod: ein Rätsel wird gelöst van Ludwig Köppen en Der Fall Mozart van Helmuth Perl. In 1823 vertelde Constanze, dat Mozart in de maanden voor zijn dood had gezegd dat hij "met Aqua Tofana vergiftigd zou zijn".[12] Daarvoor bestaan geen concrete aanwijzingen.

Mozarts doodsoorzaak is niet bekend; mogelijk stierf hij aan een nierziekte of aan een hitziges Friesel Fieber wat neerkomt op een zware infectie. In 2009 werd epidemiologisch onderzoek gepubliceerd dat als doodsoorzaak een infectie met streptokokken aanwijst. De onderzoekers bestudeerden alle beschrijvingen van Mozarts aandoening en keken in de Weense archieven waaraan jonge mannen dood gingen, in de jaren voor en na Mozarts dood. Deze gegevens wijzen erop dat ten tijde van Mozarts dood een streptokokepidemie heerste. De vermoedelijke haard was een militair hospitaal en omdat soldaten vaak bijverdienden als muzikant, is het waarschijnlijk dat Mozart de bacterie opliep "via een soldaat die speelde in het orkest dat hij twee dagen voor zijn ziekte nog dirigeerde." Onderzoeksleider Zegers benadrukt dat zekerheid na tweehonderd jaar niet meer te krijgen is. "Maar we hebben wel als eersten een doodsoorzaak op twee verschillende pijlers gebaseerd. Het zal heel wat jaren duren voor iemand met iets sterkers kan komen."[13]

Uiterlijk en persoonlijkheid[bewerken]

Postuum portret uit 1819 door Barbara Krafft

Mozarts uiterlijk en persoonlijkheid is al sinds zijn dood een onderwerp van discussie tussen historici en Mozartliefhebbers. Authentieke portretten van Mozart zijn gering in aantal en omdat bijna elk schilderij dat van hem gemaakt is duidelijke verschillen vertoont, kan niemand met zekerheid zeggen hoe Mozart eruit heeft gezien. Het bekendste schilderij van Mozart is gemaakt in 1819 door Barbara Krafft, dertig jaar na zijn dood. Hoewel Mozarts zus Nannerl gezegd heeft, dat het schilderij veel weg heeft van de echte Mozart, is het waarschijnlijk niet een heel betrouwbaar portret van Mozart, hoewel de afbeelding voor zowel cd-hoesjes, boeken en posters vaak gebruikt wordt. Ook bestaan er portretten van de componist waarvan niet zeker is of het wel echt om Mozart gaat, of om een ander persoon uit die tijd. Wat wel op elk schilderij terugkeert, is Mozarts grote neus en grote, uitpuilende ogen met dikke oogleden. Wat ook een feit is, is dat Mozart van zichzelf golvend, donkerblond haar had, en het elke morgen door een friseur naar achteren liet borstelen, over de oren gekapt. Mozart had blauwe ogen, toch is er ten minste één portret van hem bekend waarop hij bruine ogen heeft.

Het dodenmasker van Mozart is volgens zijn vrouw Constanze op de grond gebroken. Een later opgedoken dodenmasker wordt door wetenschappers niet als echt beschouwd. Het linkeroor van Mozart was misvormd, de bovenste rand van het oor ontbrak. In de medische wereld wordt tegenwoordig ook wel over het Mozart-oor gesproken. Toen Mozarts zuster Nannerl gevraagd werd hoe haar jongere broer eruit had gezien, omschreef ze hem als bleek, tenger en klein. Mozart zou tussen 1,54 m tot 1,65 m lang zijn geweest.

Ook Mozarts karakter was een onderwerp van discussie. Hoewel hij volwassen was, was hij nog altijd erg afhankelijk van zijn ouders. Uit de vele brieven die Mozart schreef is gebleken dat hij gevoel voor humor had, regelmatig iemand in de maling nam en het leven niet heel erg serieus nam. Mozart zou een kinderlijk, vulgair, bijdehand persoon zijn geweest, wat waarschijnlijk de reden was geweest dat hij in Salzburg niet erg gewaardeerd werd.

Voorbeelden zijn de werken Leck mir den Arsch fein recht schön sauber KV. 233/382d), Leck mich im Arsch, KV 382c, Beym Arsch ist’s finster, KV 441b en Difficile lectu mihi Mars, KV 559

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Constanze Weber links in 1840 met de familie Keller

Op 4 augustus 1782 trouwde hij met Constanze Weber (5 januari 1762 - 6 maart 1842). Ze kregen zes kinderen van wie er slechts twee volwassen werden, namelijk Carl en Franz:

Geldzorgen[bewerken]

Mozart werd bijna zijn hele leven gekweld door geldzorgen, niet zozeer door gebrek aan inkomsten, maar door een dure levensstijl.

Vanwege zijn snel ontdekte muzikale hoogbegaafdheid werd Mozart - samen met zijn zus - al vroeg door zijn vader voor de grootste hoven van de toenmalige Europese leiders gebracht. Zij werden in zowel geld als (waardevolle) natura (allerhande 'mooie' voorwerpen zoals snuifdozen en medailles) betaald.

Tijdens zijn laatste levensjaren, ten tijde van Le Nozze di Figaro en Die Zauberflöte, verdiende hij omgerekend zo'n 75.000 - 125.000 euro per jaar. Mozart was, naar men zei, de best betaalde musicus van de late 18e eeuw. De jaarlijkse keizerlijke toelage bedroeg 800 florijnen en hij verdiende daarnaast als pianist, componist en dirigent. Als pianist verdiende hij naar eigen zeggen minstens 1000 gulden per optreden. Per pianoles rekende hij twee gulden.

Zijn levensstijl kostte meer dan hij bezat. Hij woonde groot en met veel personeel. Hij speelde kaart en biljart om geld. Hij kleedde zich duur en bezat boeken, muziekinstrumenten en een eigen biljarttafel.

Hij leende geld bij zijn logebroeder Johann Michael Puchberg. Bij Anton Stadler had hij 500 gulden schuld. Zijn weduwe wist de leningen tot bepaalde hoogte te saneren. Zij heeft na zijn dood veel werken laten uitgeven en op die manier in haar onderhoud kunnen voorzien. Na haar huwelijk met de oud-ambassadeur Von Nissen gaven zij samen een Mozart-biografie uit.

De Köchel-Verzeichnis en andere catalogi[bewerken]

Mozart heeft een groot aantal composities nagelaten die gerangschikt zijn in de numerieke Köchel-Verzeichnis (KV). Deze lijst is genoemd naar de Oostenrijkse botanicus en muziekliefhebber Ludwig von Köchel (1800-1877). Een handzame samenvatting van Mozarts oeuvre werd in 1951 uitgegeven onder de titel Der kleine Köchel. Er wordt gewerkt aan een herziene versie van de Köchel.

Een onschatbare bron is de Verzeichnüss, wat staat voor Verzeichnüss aller meiner Werke (1784-1791), een overzicht dat de componist zelf bijhield. Op de rechterpagina noteerde Mozart de openingsmaten van elk nieuw werk (de incipit) en voegde op de linkerpagina verdere gegevens toe zoals datum, titel, voorgeschreven instrumenten, opdrachten, enzovoort. Deze catalogus wordt in de British Library bewaard.

Ook wordt soms het systeem van de AMA (Alte Mozart-Ausgabe) en de NMA (Neue Mozart-Ausgabe) gehanteerd. Dit geeft de plaats aan van een compositie in een van de boekdelen van het verzamelde werk.

Oeuvre van Mozart[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Oeuvre van Wolfgang Amadeus Mozart voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Pianoconcerten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Concerten voor een of meer klavierinstrumenten en orkest van Mozart voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mozart schreef in totaal 27 pianoconcerten.

Overige soloconcerten[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van concerten voor een of meer solo-instrumenten en orkest van Mozart (zonder de klavierconcerten) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
  • Vioolconcerten

Mozart heeft vijf vioolconcerten geschreven die zijn voltooid in een tijdspanne van twee jaar. Het gaat respectievelijk om het Vioolconcert in Bes majeur (nr. 1, KV 207), het concert in D majeur (nr. 2, KV 211), het concert in G majeur (nr. 3, KV 216), het concert in D majeur (nr. 4, KV 218) en het concert in A majeur (nr. 5, KV 219). Recent onderzoek heeft de ontstaansdatum van Vioolconcert nr. 1 verschoven van 1775 naar 1773, waarmee het meteen de status heeft verworven van Mozarts allereerste oorspronkelijke soloconcert. Van de vijf werken worden nr. 3 en nr. 5 het meest uitgevoerd. Verder is er nog de Sinfonia concertante voor viool, altviool en orkest in Es majeur, KV 364, geschreven in 1779.

  • Hoornconcerten

Symfonieën[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Lijst van symfonieën van Mozart voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Mozarts eerste symfonieën dateren van 1764 en werden in Londen gecomponeerd. Deze jeugdwerken zijn gemodelleerd naar de voorbeelden van Johann Christian Bach en Karl Friedrich Abel. In de periode december 1771 - zomer 1774 schreef Mozart 17 symfonieën, zeer verschillend van vorm en met zowel Italiaanse als Salzburgse en Mannheimer invloeden. Tot deze groep behoort de zogenaamde kleine Symfonie in g-klein (nr. 25, KV 183), met kenmerkende Sturm und Drang-elementen. De bekende Parijse Symfonie in D-groot (nr. 31, KV 297), die begint met de door de Parijzenaars gewaardeerde 'coup d'archet', dateert van vijf jaar later (juni 1778). Toen zijn Salzburgse vriend Siegmund Haffner in de adelstand werd verheven, componeerde Mozart de Haffner symfonie in D-groot (nr. 35, KV 385). Aan de drie laatste en bekendste symfonieën gaat de Praagse symfonie in D-groot vooraf (nr. 38, KV 504). Het werk opent met een donker, opstandig adagio dat herinnert aan de opera Don Giovanni die omstreeks die tijd gereed kwam. De reeks symfonieën die Mozarts bijdrage in dit genre afsluit wordt gerekend tot de hoogtepunten van deze muziekvorm. De meer pastorale Symfonie in Es-groot (nr. 39, KV 543), wordt gevolgd door de "grote" Symfonie in g-klein (nr. 40, KV 550), een van de bekendste werken uit de westerse muziek. De Jupiter-symfonie in C-groot (nr. 41, KV 551) combineert een classicistische stijl met streng en inventief contrapunt. Deze drie symfonieën, die onderling erg verschillen in stijl en karakter, werden in nog geen twee maanden tijd op papier gezet (zomer 1788).

Strijkkwartetten[bewerken]

Mozart schreef in totaal 25 strijkkwartetten die in diverse perioden ingedeeld kunnen worden. De Milanese kwartetten ontstonden tijdens zijn reizen naar Milaan, Bolzano en Verona en werden gecomponeerd tussen eind 1772 en begin 1773 (KV 155-160). Ze bestaan elk uit drie delen. Een nieuwe reeks van zes kwartetten volgde in het najaar van 1773 (KV 168-173). Ze ontstonden te Wenen en tellen ditmaal vier delen (zoals de kwartetten van Joseph Haydn). In de finale van het eerste (KV 168) en het laatste kwartet (KV 173) in deze reeks gebruikt Mozart voor het eerst de fugavorm buiten zijn kerkelijke composities.

Het hoogtepunt van Mozarts bijdragen aan dit genre zijn de zes kwartetten opgedragen aan Joseph Haydn (KV 387, 421, 428, 458, 464 en 465). Deze cyclus is het resultaat van een lang compositieproces, ongewoon voor Mozart. Bekende werken in deze serie zijn het Jagd-Quartett (KV 458) en het Dissonanzen-Quartett (KV 465), zo genoemd naar de zeer modern aandoende dissonanten in de openingsmaten.

Mozarts laatste drie kwartetten dragen de naam Pruisische kwartetten en zijn opgedragen aan de koning van Pruisen, Frederik Willem II (KV 575, 589 en 590) die zelf cello speelde.

Pianosonates[bewerken]

Mozarts pianosonate in A, KV 331

Mozart was zelf een uitstekend pianist en heeft 17 pianosonates nagelaten, geschreven tussen 1777 en 1789. Later zijn er nog twee sonates aan toegevoegd, gebaseerd op afzonderlijke delen. Deze twee laatste sonates zijn enkele van de meest bekende.

Mozart heeft twee soorten pianosonates geschreven: tot en met de 11e sonate werkt hij tamelijk sober en klassiek, vanaf de twaalfde wordt het duidelijk dat de romantiek er begon door te komen: er kwam ook plaats voor meer dissonante akkoorden (zoals de dominant-none).

De bekende elfde sonate in A groot, K. 331 was één van Mozarts lievelingssonates. Het eerste deel, een Andante con Varazioni (grazioso), klinkt alle muziekliefhebbers bekend in de oren. Vooral het derde deel is bekend: het Rondo Alla Turca.

Mozarts sonates zijn over het algemeen driedelig, al kunnen we hier en daar een tweedelige sonate ontdekken (bv. de 19e). Het eerste deel is meestal een Allegro, daarna volgt vaak een Adagio, en als derde deel wordt dikwijls het rondo gebruikt, al is het Allegretto ook populair. De klassieke vorm voor een sonate dus.

Requiem[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Requiem (Mozart) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de zomer van 1791 werd Mozart door een onbekende man benaderd die een requiem wilde bestellen. De reden en zijn identiteit wilde de man niet bekendmaken. Later bleek de mysterieuze man (misschien Franz Anton Leitgeb) in opdracht te handelen van graaf Franz von Walsegg. Deze graaf had de gewoonte van tijd tot tijd stukken te bestellen om deze vervolgens over te schrijven en als zijn eigen werk uit te geven. Graaf Von Walsegg wilde van Mozart een dodenmis ter nagedachtenis van zijn overleden echtgenote.

Op het moment dat Mozart de opdracht aannam, kampte hij al met gezondheidsproblemen. Door een aantal andere werkzaamheden (waaronder aan Die Zauberflöte) kon hij pas aan het requiem beginnen toen zijn gezondheidstoestand nog verder was verslechterd. Voor zijn dood gaf hij Franz Xaver Süssmayr aanwijzingen over hoe de nog niet afgewerkte delen dienden te worden ingevuld. Hoewel Constanze zich na het overlijden van Mozart in eerste instantie tot anderen wendde, was het uiteindelijk deze Süssmayr die het werk heeft voltooid zoals we het nu kennen. Of hij daarbij gebruik heeft kunnen maken van schetsen van Mozarts hand is nog steeds een onderwerp van discussie.[14]

De film Amadeus[bewerken]

In 1984 verscheen de bioscoopfilm Amadeus, geregisseerd door Miloš Forman. De film won acht Academy Awards, onder meer voor beste film. De film was gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Peter Shaffer uit 1980, geïnspireerd op een toneelstuk Mozart i Salieri (Моцарт и Сальери, 1830) van de Russische schrijver Aleksandr Poesjkin. In dit verhaal wordt gesuggereerd dat de jaloezie van zijn Italiaanse rivaal Antonio Salieri (1750-1825) zou hebben geleid tot Mozarts overlijden.

Mozartjaren[bewerken]

Mozart met zijn Orde van het Gulden Spoor op een portret waarvoor hij heeft geposeerd

Ter herdenking van Mozarts 200ste sterfjaar werd 1991 uitgeroepen tot internationaal Mozartjaar. Ook 2006 werd uitgeroepen tot internationaal Mozartjaar, deze keer omdat het 250 jaar geleden was dat Mozart werd geboren. Op de eerste dag van dit nieuwe Mozartjaar werd het Klarinetconcert in A (KV 622) door de luisteraars van de Britse Classic FM-zender gekozen tot zijn allerbeste compositie.

Trivia[bewerken]

Op de Oostenrijkse munt van 1 euro prijkt de beeltenis van Mozart.

Literatuur[bewerken]

Ondoenlijk is het om alle naslagwerken over Mozart te noemen. Al is geen enkele biografie als 'het' standaardwerk te noemen, toch worden bepaalde biografieën zeer frequent genoemd:

  • Einstein, Alfred (1947), MOZART, Sein Charakter Sein Werk (Fischer Verlag)
  • Hildesheimer, Wolfgang (1980), Mozart (Suhrkamp Taschenbuch)
  • Gutman, Robert W. (1999), Mozart. A Cultural Biography, New York, Harcourt Brace & Company
  • Niemetscheks, Frans Xavier (1798), Leben des k.k. Kapellmeisters Wolfgang Gottlieb Mozart (de eerste Mozartbiografie)
  • Robbins Landon, H.C. (2001, red.), Wolfgang Amadeus Mozart. Volledig overzicht van zijn leven en muziek, Baarn, Tirion
  • Sadie, Stanley (2006), Mozart. The Early Years 1756-1781, New York, Norton
  • Wolff, Christoph (2012), Mozart at the gateway to his fortune, W.W. Norton Co, 272 blz.[10]

Zie ook[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft meer mediabestanden op de pagina Wolfgang Amadeus Mozart.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Amadé, Amadeus en Amadeo zijn omzettingen van Mozarts 4e naam Theophilus (vertaling: vriend van God)
  2. Mozart haalde regelmatig grappen uit bij de ondertekening van brieven. Soms ondertekende hij met Amadeo of Wolfgango. Ook gebruikte hij eens "GNAGFLOW TRAZOM" (een kreeftgang van zijn naam). Zie de brieven van Mozart op Project Gutenberg.
  3. Sadie, p. 16 en Gutman, p. 53
  4. Anonieme tekening Manegezaal 1785 Rijksmuseum
  5. Hoek huidige Marnixstraat en Raamdwarsstraat. De Leidsegracht was toen nog niet doorgetrokken tot de Singelgracht.
  6. Een later aangebrachte gedenkplaat op de hoek van de Kalvermarkt herinnert aan het bezoek van de familie Mozart aan Den Haag
  7. Zie Koechelverzeichnis Jaar en plaats KV22-KV32-KV32a
  8. Henri Viotta met aanvulling op D.F. Scheurleer, 'Het muziekleven in Nederland in de tweede helft der 18e eeuw, in verband met Mozart's verblijf aldaar' in De Gids 1909 p.528
  9. https://de.wikisource.org/wiki/Die_B%C3%A4sle-Briefe
  10. a b Onafgemaakte partituren kamermuziek van Mozart
  11. (en) Culturecatch
  12. A Mozart Pilgrimage: being the Travel Diaris of Vincent and Mary Novello in the year 1829, transkribiert und zusammengestellt von Nerina Medici di Marignano, bearbeitet von Rosemary Hughes, London, Novello, 1955.
  13. Sander Becker, 'Voorlopig is Mozart bezweken aan streptokok.' In Trouw, 20 augustus 2009. Geraadpleegd op 24 april 2014.
  14. Meer over het Requiem