Wolseley Motor Company

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Wolseley (automerk))
Ga naar: navigatie, zoeken
Het karakteristieke verlichte radiator ornament van Wolseley .

De Wolseley Motor Company was één van de oudste Britse automerken en is opgericht in 1901.

In 1895 werd het eerste voertuig gebouwd. Sinds 1927 onderdeel van het Nuffield Concern van William Morris en vanaf 1952, na de fusie tussen Nuffield en Austin, onderdeel van het BMC concern. In 1975 werd de laatste Wolseley geproduceerd, de Wolseley 2200, welke als twee druppels water op de Austin Princess lijkt. Van het BMC concern zijn inmiddels na diverse wijzigingen in naam, BLMC, BL en het avontuur van BMW, alleen Rover en MG nog overgebleven.

Aanvankelijk was Wolseley een merk dat zijn klantenkring zag in de "Upper Class". Na de Eerste Wereldoorlog deed men pogingen om de klantenkring te verbreden door goedkopere auto's te maken. Dit bracht niet het succes wat men hoopte en in 1927 werd de fabriek noodgedwongen overgenomen door Morris. Wolseley construeerde in het begin van de jaren dertig zeer geavanceerde, kleine en snelle sportwagens. Beleidswijzigingen bij Nuffield en het imago van Wolseley, namelijk een luxe-auto, leidde ertoe dat de technische knowhow van Wolseley naar MG ging en tot 1939 hadden MG's Wolseley motoren.
Karakteristiek voor Wolseley was het verlichte radiator ornament.

Wolseley werd duidelijk gepositioneerd als merk voor de hogere middenklasse en is dat tot de laatste Wolseley zo gebleven. Het leverprogramma was tot in de jaren 60 vrij groot, van Wolseley Hornet (Mini), via Wolseley Wasp (1100/1300 Glider), Wolseley 1500 (gedeeltelijk Minor), Wolseley 16/60 (A60) tot de Wolseley 6/110. Deze laatste zou naar huidige maatstaven te vergelijken zijn met BMW 7-serie of Mercedes-Benz S-Klasse.

In 1973 waren nog maar twee modellen te verkrijgen, de 18/85 en de Six en in 1975 was er alleen nog gedurende een korte periode de Wolseley 2200 te krijgen, de laatste voor bijna 100% gebaseerd op de wigvormige Princess. Hiervan werd geen exportversie meer gemaakt (lees linksgestuurde auto's) en in 1975 werd het merk definitief beëindigd.

Modellen[bewerken]

  • 4 cilinder modellen.
  • 6 cilinder modellen.
    • 1920–1924 Wolseley 20
    • 1930–1936 Wolseley Hornet (Bovenliggend nokkenas.)
    • 1927–1932 Wolseley Viper
    • 1928–1930 Wolseley 12/32
    • 1930–1935 Wolseley 21/60
    • 1933–1935 Wolseley Sixteen
    • 1935–1936 Wolseley Fourteen
    • 1935-1935 Wolseley Eighteen
    • 1936–1938 Wolseley 14/56
    • 1937–1938 Wolseley 18/80
    • 1935–1937 Wolseley Super Six 16 PK, 21 PK, 25 PK.
    • 1938–1941 Wolseley 14/60
    • 1938–1941 Wolseley 16/65
    • 1938–1941 Wolseley 18/85 (In 1944 geproduceerd voor militair gebruik)
    • 1937–1940 Wolseley 16 PK, 21 PK, 25 PK.
  • 8 cilinder
    • 1928–1931 Wolseley 21/60 Straight Eight Overhead Cam 2700cc (536 stuks geproduceerd.)

Naoorlogse modellen:

  • Afwijkende modellen:

Wolseley "motorfiets"[bewerken]

Wolseley Gyrocar, het onderschrift luidt: "Tweewielig automobielsysteem van P. Sjilovski in de straten van Londen."

De autofabrikant Wolseley bouwde ooit een zespersoons tweewieler die zelfs bij stilstand rechtop bleef door een ingebouwde gyroscoop. Deze Wolseley Gyrocar klapte de zijwielen pas uit als de motor werd afgezet. De gyroscoop werd elektrisch aangedreven. De Gyrocar was in 1912 uitgevonden door de Russische graaf Peter Schilovsky. Hij werd aangedreven door een 20 pk Wolseley-motor. Na een aantal testritten in 1914 liet de graaf de machine bij Wolselsey staan omdat hij bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog naar Rusland ging. Na de oorlog stond de machine in de weg en men besloot de Gyrocar te begraven. De vergeten machine werd bij toeval opgegraven aan het einde van de jaren dertig, gerestaureerd en in het bedrijfsmuseum gezet. Aan het einde van de jaren veertig werd besloten de Gyrocar alsnog te slopen. Graaf Schilovsky was in de jaren twintig teruggekeerd naar het Verenigd Koninkrijk, maar had nooit meer contact opgenomen met Wolseley. De Gyrocar interesseerde hem kennelijk niet meer, maar de gyroscoop wél, want in 1924 schreef hij een boek over de toepassing van gyroscopen in voertuigen.