Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wolter Adriaan Joan Jozef van Hellenberg Hubar (Den Haag, 19 maart 1916 - Tilburg, 12 juli 1996) was Engelandvaarder.

Wolter Hubar groeide op in het Statenkwartier in Den Haag. Na zijn HTS-Examen wilde hij in Delft gaan studeren, maar daar kwam weinig van terecht omdat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Toen er geen colleges meer werden gegeven, ging hij werken bij de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) in Hilversum.

Oorlogsjaren[bewerken]

Op 18 mei 1942 probeerde hij met Jan Cornelis de Bruijn, Karel Glaser, Sjef de Groot, Willem Hendrik 't Hart, Anton Kortlandt, Gerardus Adrianus Lablans, ir Klaas de Munter, Bram Nol, Mozes Nol, Lex van Os, Cosmo Rooske en Arie Schotsman aan boord van een logger naar Engeland uit te wijken. Ze werden verraden door een collega van NSF, gearresteerd en naar het Oranjehotel in Scheveningen gebracht. Daarna werd hij overgeplaatst naar de Kamp Haaren en ten slotte naar de gevangenis op het Wolvenplein in Utrecht, net als Lex van Os. Daar werden ze wegens ‘unerlaubte Ausreise’ in 1943 vrijgelaten. Wolter ging toen wonen bij zijn moeder, die na de evacuatie uit het Statenkwartier naar Villa Blanca in Goirle was verhuisd.

Na de oorlog[bewerken]

Na de oorlog trouwde Wolter Hubar met Wilhelmina 'Mimi' Vogels. Ze kregen vijf kinderen, Monica (1952), Wolter (1954), de tweeling Petrus (1956) Bernadette (1956) en Clemence (1957).

Zie ook[bewerken]