Woonbonus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

De woonbonus is een systeem van hypotheekrenteaftrek dat in 2005 in België is ingevoerd. Met de bonus kunnen de kapitaalaflossingen, de betaalde interesten en de schuldsaldoverzekering tot een bedrag van 2280 euro[1] (2017) van het belastbaar inkomen worden afgetrokken. Daarbovenop komt maximaal de eerste 10 jaar een extra aftrek van € 760. Gezinnen met drie of meer kinderen krijgen daarbovenop nog € 80. De bonus is onafhankelijk van de waarde van het huis.

Het bedrag van de bonus wordt afgetrokken van het netto belastbaar inkomen, wat resulteert in lagere personenbelasting. Het financiële voordeel is afhankelijk van de hoogste belastingschijf waaraan men individueel onderworpen is. Afhankelijk van het netto belastbaar inkomen bedraagt het voordeel tot 50% hiervan (de hoogste belastingschijf, totaal voordeel € 1140). Vanaf 1 januari 2015 geldt een vast tarief van 40 procent.[1]

Voorwaarden[bewerken]

Toepassing van de woonbonus is enkel mogelijk voor de enige en eigen woning. Daarnaast moet het krediet aangegaan door een normale hypothecaire lening een looptijd hebben van minimum 10 jaar, en afgesloten zijn bij een financiële instelling met zetel in de Europese Economische Ruimte.

Kritiek[bewerken]

Er is kritiek op de woonbonus omdat deze de prijs van woningen zou opdrijven totdat de hogere prijs (en hogere aflossingen) de extra woonbonus compenseren[2][3].

"Mensen slagen er (met de woonbonus) niet in om huizen aan te kopen die kwalitatiever of groter zijn. Het is een soort zero sum game. Wat mensen winnen, spenderen ze aan hetzelfde huis, maar ze betalen er een hogere prijs voor."
— Koen Inghelbrecht, UGent

Daarnaast wordt het omgekeerd herverdelend karakter van de woonbonus vaak als sociaal onrechtvaardig aanzien. Personen of gezinnen die niet in staat zijn een eigen woning aan te schaffen kunnen geen gebruik maken van dit voordeel, waardoor het nog moeilijker wordt om over te stappen van een huurwoning naar een koopwoning. Bijgevolg is de vierde pensioenpijler ook niet van toepassing voor hen, wat het omgekeerd herverdelende karakter nogmaals versterkt.

Vanaf 1 juli 2014 zijn de gewesten verantwoordelijk voor de woonbonus. De gewesten zouden onvoldoende budgettaire ruimte hebben om dit systeem te behouden[2]. Er zijn daarom plannen voor een vernieuwde woonfiscaliteit, bijvoorbeeld door lagere registratierechten, een btw-verlaging op nieuwbouw, of meer steun voor de private huurmarkt.