Wortel-Kolonie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wortel-Kolonie
Onderdeel van de werelderfgoedinschrijving:
Koloniën van Weldadigheid
Land Vlag van België België, Vlag van Nederland Nederland
UNESCO-regio Europa en Noord-Amerika
Criteria ii, iv
Inschrijvingsverloop
UNESCO-volgnr. 1555
Inschrijving 2021 (44e sessie)
UNESCO-werelderfgoedlijst
Plattegrond Wortel-Kolonie

In 1822 werd door Johannes van den Bosch en zijn Maatschappij van Weldadigheid de vijfde kolonie van weldadigheid gesticht in de nu Belgische deelgemeente Wortel (gemeente Hoogstraten) die toen als dorp deel uitmaakte van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Sinds 2021 staat Wortel-Kolonie op de Unesco-Werelderfgoedlijst, niet als monument maar als cultureel landschap.[1]

Begrip kolonie[bewerken | brontekst bewerken]

Onder een kolonie verstaan we meestal een land dat bezet wordt door een ander land. Belgisch-Congo was zo een overzeese kolonie van België. Deze definitie gaat hier niet helemaal op omdat Wortel-Kolonie een binnenlandse aangelegenheid was. In oorsprong was Colonia een Romeinse term voor een volksplanting of nederzetting in het Romeinse Rijk. De Nederlandse man die de 'inlandse' kolonie gesticht heeft, was wel vertrouwd met het gegeven van een kolonie. Hij had jaren lang in Nederlands-Indië gewerkt.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Johannes van den Bosch[bewerken | brontekst bewerken]

Johannes van den Bosch

Officier Johannes van den Bosch was gelegerd in de Nederlandse kolonie Nederlands-Indië. Hij wilde terug naar Nederland komen in 1810, maar kwam door een speling van het lot in Engeland terecht. Daar voegde hij zich samen met Willem, prins van Oranje. In de strijd om Nederland terug te winnen van de Franse bezetting, vocht hij in Naarden. De vele veldslagen op Europese bodem met man tegen man gevechten had de maatschappij opgescheept met vele doden, oorlogsinvaliden en een verpauperde bevolking. In 1818 kreeg Johannes van den Bosch toestemming om dit probleem structureel aan te pakken. Hij richtte de Maatschappij van Weldadigheid op om arme mensen uit de steden op te vangen en moderne technieken te leren. In eerste instantie werd een vrije kolonie gesticht, maar latere versies waren ook onvrije kolonies waar mensen terecht kwamen die door de Raad van Tucht waren veroordeeld. Vanaf 1822 werden ook de bedelaars in het project betrokken.[2]

Bedelaarsgesticht van Hoogstraten (1810)[bewerken | brontekst bewerken]

Kasteel van Hoogstraten met achteraan duidelijk zicht op de cellen die in de Franse periode voor de soldaten gebouwd werden. In 1810 werden ze gebruikt voor de bedelaars in Het Land van de Twee Neten.

In 1794 hadden de Fransen het kasteel van Hoogstraten ingenomen dat eerder ontvlucht was door hertog Konstantijn van Salm-Salm. In 1796 werd het officieel geannexeerd. In 1810 werd het ingericht als bedelaarsgesticht. Het beslag op de goederen van de hertog werd bij de bevrijding van de Fransen in 1815 opgeheven. De hertog kreeg zijn bezittingen terug, met uitzondering van hetgeen voor algemeen nut gebruikt werd. Het kasteel bleef dus in overheidshanden. De vele gronden en pachtboerderijen kreeg de hertog wel terug. De hertog kon hier niet mee akkoord gaan en trok dit besluit voor de rechtbank, maar dit proces werd door hem verloren. Wel werd door de rechtbank bevestigd dat de aangeslagen goederen voor altijd voor het algemeen nut moeten dienen. Van bedelaarsgesticht werd het in 1880 een landbouwkolonie en in 1931 werd het een open gevangenis met een opleidingscentrum.

Ontstaan Wortel-Kolonie (1822)[bewerken | brontekst bewerken]

Nadat Johannes van den Bosch in Drenthe zijn kolonies had opgezet, kreeg hij de opdracht hetzelfde te doen in de Zuidelijke Nederlanden. Het bedelaarsgesticht in Hoogstraten maakte reeds gebruik van gezonde bedelaars om de gronden rond het kasteel te bewerken. Meestal werden bedelaars opgepakt die sterk verzwakt en ziek waren, maar Hoogstraten had van de acht bedelaarsgestichten die er toen waren, de gezondste populatie. Mogelijk werd hierbij de plaatsing reeds rekening mee gehouden.[3] Wortel-Kolonie was echter geen afscheuring van het bedelaarsgesticht van Hoogstraten. Eerder was dit een vertrekpunt en een opportuniteit. Door het proces van de hertog tegen de staat, werd het onwaarschijnlijk dat de hertog nog terug naar Hoogstraten zou komen. De gronden van de hertog in het naburige Wortel werden gebruikt, samen met de gemene gronden van Wortel. Het totaal kwam neer op 516 hectare dat gebruikt kon worden voor het project. De gemeente daar was echter niet enthousiast over. Het plan van Johannes werd pas na dwang door een koninklijk besluit goedgekeurd.

Belgische Revolutie (1830)[bewerken | brontekst bewerken]

De kolonie bestond in 1822 uit 130 kleine boerderijtjes met 151 kolonisten. Zeven jaar later waren er reeds 636 kolonisten. Het idee was hetzelfde als bij de koloniën in de noordelijke Nederlanden. Armoede zou moeten worden aangepakt door armen uit de stad naar de koloniën te sturen en hen daar, door het geven van een boerderijtje, echte boeren te maken. De stedelingen zelf voelden daar echter vaak weinig voor en door de slechte grond in Wortel en het gebrek aan begeleiding wilde de kolonie niet echt vlotten. Bovendien vond er in 1830 de Belgische Revolutie plaats. Met deze Belgische onafhankelijkheid werd ook een einde gemaakt aan het Hollandse idee van de koloniën van weldadigheid. De boerderijtjes werden in brand gestoken en vele kolonisten sloten zich aan bij een van beide kanten van het conflict.

Einde Weldadigheidskolonie Wortel (1843)[bewerken | brontekst bewerken]

Wachthuisje in Wortel-kolonie

In de volgende jaren werd het gebied opgesplitst en verdeeld tussen de omliggende gemeenten. In 1843 werd Wortel-Kolonie ontbonden. Pas in 1866 werd de kolonie weer relevant toen België een wet aannam tegen landloperij. Vier jaar later werd het gebied bij Wortel gekocht door de Belgische staat. In Nederland bleven de kolonies nog wel een tijd bestaan, maar ook daar werden de gestichten in 1875 ondergebracht bij het Ministerie van Justitie.

Begin Landloperskolonie (1880)[bewerken | brontekst bewerken]

Het Casino in Wortel-Kolonie, café Bayerd

In 1881 werden er witte gevangenisgebouwen voor landlopers geplaatst, die er nog steeds staan. In 1929 werd de landloperskolonie in Wortel afgeschaft en kwamen de gebouwen leeg te staan. Zes jaar later werden de gebouwen gebruikt als psychiatrische inrichting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden deze mensen overgeplaatst[bron?] en in 1945 werden de gebouwen weer een inrichting voor landlopers. Pas in 1993 schafte België onder internationale druk haar wet tegen landloperij af. De landlopers in Wortel waren allemaal vrij om te gaan, maar een aantal besloot te blijven. Zo lang zelfs dat er in 2004 nog vier geïnterneerde landlopers over waren met een gemiddelde leeftijd van 64 jaar. Er zijn nu (2019) nog 2 oud-landlopers die een vleugel van een van de gebouwen bewonen. Het gebied is sinds 1999 een beschermd landschap en vrij te bewandelen, eventueel begeleid door natuurgidsen.[4][5]

Werelderfgoed[bewerken | brontekst bewerken]

In 2018 werd een nominatiedossier bij de UNESCO in Parijs ingediend om de koloniën in België en Nederland uit te roepen tot werelderfgoed. Daar ging een jarenlange studie en voorbereiding aan vooraf, vooral omdat de zeven koloniën structureel los van elkaar waren blijven voortbestaan. Als "Koloniën van Weldadigheid" werd het voorstel in juli 2021 tijdens de 44e sessie van de Commissie voor het Werelderfgoed in Fuzhou weerhouden en werd dit cultureel erfgoed toegevoegd aan de UNESCO werelderfgoedlijst.

Gevangenis[bewerken | brontekst bewerken]

De gevangenis van Wortel doet dienst als strafhuis voor veroordeelden. Ze biedt plaats aan 295 mannelijke gedetineerden en omvat een gerenoveerd cellencomplex met een- of meerpersoonscellen. De gebouwen van de voormalige landloperkolonie werden bovendien gerenoveerd tot werkhuizen voor de gedetineerden.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]